OPERATION 'CHASTISE'
The Dambusters

Möhne Dam

’Never has so much been expected of so few’
Operation ‘Chastise’, 16 mei, 1943

Op 15 mei 1943, een dag voordat de mannen aan boord zouden gaan voor de missie, ontmoette Wallis voor het eerst alle negentien gezagvoerders. Op een schoolbord, in de briefingroom, schetste Wallis voor hen de opdracht en het belang ervan. Dezelfde avond werden de cilinderbommen aangevoerd vanuit het Woolwich Arsenal waar ze gevuld waren met de springstof. De volgende dag, zondag 16 mei 1943, kwamen nog de laatste aangepaste Lancaster bommenwerpers naar Scampton. Drieëntwintig standaard Lancasters werden aangepast voor een prijskaartje van £6,274 en de geheime toestellen kregen de aanduiding ‘Type 464 Provisioning’ Lancaster. Het ‘Type’ nummer kwam van Vickers die verantwoordelijk was voor de ophanging en de stuiterbom. ‘Provisioning’ stond voor tijdelijk aanpassing en dat de bommenwerpers na gedane arbeid weer terug konden worden gebouwd tot standaard Lancasters. Een zeer naar bericht kreeg Gibson deze voorlaatste avond te horen, toen hij geïnformeerd werd dat zijn geliefde zwarte labrador, ‘Nigger’ doodgereden was. Niet iets dat zijn gedachten negatief mocht beïnvloeden.

Met beton gevulde oefen-'Upkeep' onder Lancaster ED932

Om drie uur in de middag ratelde de telex op de basis Scampton; Codename for Fifth Group Operationorder B.976 is ‘CHASTISE’. Tien minuten later kwam het tweede bericht: Execute Operation ‘Chastise’ 16 May 1943, zero hour 22.48. Wallis lichtte rond 18.00 uur alle bemanningen in en wenste hen allen succes. De mannen waren gespannen na bijna 2000 uur trainen in twee maanden tijd, waarvan zeer veel uren in het donker. Wallis had alle vermoeide maar krachtige jonge gezichten bekeken. Toen Wallis met Gibson later door de gang liep vertelde hij Gibson dat hij ‘hoopte dat ze allemaal zouden terugkomen’. Gibson kon niets anders zeggen dan, 'dat het niet Wallis zijn fout zou zijn, als ze dat niet zouden doen’.

Gibson in de deur van Lancaster ED932, met zijn bemanning, vlak voor vertrek
Van links naar rechts:
Tailgunner: Flt.Lt. R.D.Trevor Roper (Engelsman)
Flight engineer: Sgt. J. Pulford (Engelsman)
Frontgunner: F/Sgt. G.A. Deering (Canadees)
Bomb-aimer: Plt.Off. F.M. Spafford (Australië)
Radio operator: Flt.Lt. R. Hutchison (Engelsman)
Captain: Wing.Cdr. G. Gibson (Engelsman)
Navigator: Plt.Off. H.T. Taerum (Canadees)

Vlak voor vertrek schreef W/O Abraham Garshowitz, de Canadese radioman van Flt.Lt. Bill Astell’s Lancaster (ED864, AJ-B), op de ‘Upkeep’;’Never has so much been expected of so few’. Het zouden zo'n beetje zijn laatst geschreven woorden worden. In de avond ronkten de Lancasters de startbaan af en verdwenen één voor één het duister in. De Amerikaanse Flt.Lt Joe McCarthy ontdekte vlak voor de start dat zijn eigen machine, de ED915, AJ-Q, een motorprobleem had. Hij rende met zijn bemanning naar het reservetoestel, de ED825, AJ-T, om even later naar de Sorpe dam af te reizen.

Het reservetoestel, de ED825, AJ-T, waarmee McCarthy vertrok

Rond 23.00 uur gaf Gibson in G-George (AJ-G ED932) over de boordradio aan dat de ‘enemy coast ahead’ lag en dat ze scherp moesten zijn. In de buurt van de meren bij Haltern vloog de eerste formatie van twee keer drie vliegtuigen over een luchtdoelbatterij. Zoeklichten vingen de Lancasters en granaten sloegen door de dunne huid van het vliegtuig van Flt.Lt. Hopgood, de M-Mother. Hopgood en de Flight engineer (boordwerktuigkundige) Sgt. Brennan raakten gewond. Hopgood riep de frontgunner op maar deze antwoordde niet, te vrezen viel dat deze gedood was. Hopgood verbrak de radiostilte en gaf door aan Gibson dat hij geraakt was maar door zou vliegen naar het doel.

Lancaster ED925, M-Mother van Flt.Lt Hopgood

De Lancaster van Geoff Rice vloog zo laag over het IJsselmeer dat de ‘Upkeep’ losgerukt werd toen het een golf raakte. Er kwam water in de bommenwerper, maar Rice wist hoogte te winnen en keerde terug naar Engeland. Hopgood ondertussen verbeet zijn pijn, en miste op een haar hoogspanningskabels, door er onder door te vliegen.
Minder fortuinlijk was de B-Baker van Flt.Lt Bill Astell. Hij vloog bij het Duiste Borken, een dorp bij Marbeck, tegen hoogspanningskabels waarbij hij een paar masten compleet uit de grond rukte voor het toestel neerstortte. De ‘Upkeep’ met de tekst van W/O Abraham Garshowitz was losgeslagen van het wrak en rolde een vallei binnen waar het met een enorme dreun uit elkaar klapte. Het sloeg een krater van twaalf meter breed en op een afstand van drie kilometer vlogen alle ruiten uit de woningen. Alle bemanningsleden van de B-Baker waren omgekomen.

Een 'Upkeep' onder de Lancaster van Gibson

Het was rond het middernachtelijke uur toen de Lancasters Sauerland binnendreunden. Eerste doel was de Möhne Dam. Om 00.15 uur kwam de stem van Gibson over de radio: ‘Well boys, I suppose we had better start the ball rolling. Hello, all Cooler aircraft. I am going to attack. Stand by to come in to attack in your order when I tell you.’ Vervolgens riep Gibson naar Flt.Lt. ‘Hoppy’ Hopgood; ‘Hello, M-Mother,… stand by to take over if anything happens.’ Hopgood kwam lakoniek over de radio terug:’Okay, Leader,… good luck!’ De andere Lancasters gingen in een ‘holding pattern’, terwijl Gibson zijn toestel over het stuwmeer liet glijden. Er was twee mijl te gaan naar de dam. In het donker was het doel slecht te zien. Het water stond heel hoog en de bovenzijde van dam was onzichtbaar, er stak slechts een meter of twee muur boven het water uit, waar de bom tegen aan moest ketsen. Maar de torens aan weerzijden van de dam staken helder af tegen de mistige achtergrond van de Ruhr vallei.

Möhne Dam; zo laag was de rand waartegen de 'Upkeep' tot stilstand moest komen

De bom ‘spinde’ met 500 toeren per minuut en de ontstoken lichtbundels kwamen langzaam bij elkaar tot het de liggende 8 vormde. Steeds meer luchtafweer kwam nu in bedrijf vanaf de dam zelf en vanaf de noordoever. Lichtspoor likte naar de Lancaster. Sgt. Pulfort, de Flight engineer, duwde de gassen iets dicht en liet de flappen iets zakken om de snelheid uit het toestel te halen tot het de gewenste snelheid aangaf op de snelheidsmeter.

In de speelfilm 'The Dam Busters' wordt het Dann vizier getoond

Plt.Off. ‘Spam’ Spafford, de bommenrichter, gaf aanwijzingen door aan Gibson. Gibson vertelde onderwijl aan Pulfort dat hij moest stoppen met de gassen en gereed moest staan om, als Gibson getroffen zou worden, hem uit de stoel te trekken en zijn plaats in te nemen (alsof daar tijd voor zijn geweest op slechts 20 meter hoogte). Boven het gedreun van de Merlin motoren was het gieren van de draaiende bom te horen.

Opeens begon frontgunner Flt. Sgt. ‘Joe’ Deering het vuur te openen op de linker toren op de dam, waarvandaan afweervuur kwam. In deze kakofonie van lawaai en voorbij flitsend lichtspoor, probeerde Gibson de Lancaster op koers te houden. Plots hoorde hij Spam roepen: ’Bomb Gone!’, waarop de G-George gelijk even omhoogwipte. Even later dreunde de Lancaster over de bovenzijde van de dam. Gelijktijdig schoot Radio operator Flt. Lt. ‘Hutch’ Hutchinson een rode lichtkogel af, niet alleen om de Flak-schutters te verblinden, maar ook om de andere vliegers te laten weten dat de bom gelanceerd was.

De Möhne Dam, in betere tijden, nog ongeschonden

Toen Flt.Lt. Trevor Roper, in de staartkoepel, het vuur opende op de Duitse Flak op de dam, explodeerde de bom met een meer dan dertig meter hoge waterzuil. Toen het water weer tot rust kwam bleek de dam er nog steeds te staan.
Gibson gaf de order aan Hutchinson om de uitslag door te zenden naar het hoofdkwartier te Grantham. Daar kwam enige tijd later de morse binnen; ‘GONER’ met als toevoeging dat de bom anderhalve meter voor de dam explodeerde en niet gebroken. Wallis, die in het hoofdkwartier aanwezig was, had de rillingen over de rug en keek schuin naar ‘Bomber’ Harris en de vice-luchtmaarschalk Cochrane. Hij meende een verbeten trek om de mond van Harris te zien.

De cockpit van een Lancaster bommenwerper

Gibson had ondertussen ‘Hoppy’ Hopgood opdracht gegeven om zijn aanval in te zetten. Hopgood, met een gevoelloos gezicht van zijn verwondingen eerder opgelopen, bevestigde zijn aanval. Maar Hopgood had weer geen geluk, zijn vliegtuig werd van alle zijden beschoten tijdens de ‘run-inn’. Er brak brand uit in de bakboord binnenmotor, en vuur likte langs de vleugels. Bomb-aimer Flt.Sgt. Fraser was een fractie te laat, en de bom die lossprong uit de ophangbeugel ketste ongecontroleerd richting de dam. In plaats tegen de dam te stoppen, wipte de bom over de dam en explodeerde aan de voet waar de krachtcentrale stond. Het station explodeerde in een gele zee van vuur.

De krachtcentrale die verwoest werd door de 'Upkeep' van Hopgood

Hopgood gaf de order om M-Mother te verlaten. Met zijn wegvloeiende krachten probeerde hij de Lancaster naar rechts uit de vallei te draaien. Gibson zijn bemanning zagen de lichtkogel, door Radio telegrafist Sgt. J.W. Minchin afgeschoten, tegen de donker lucht oplichten. Maar de ogen waren daarna allemaal gericht op de brandende Lancaster van Hopgood.

Het 'kantoor' zoals van tailgunner Plt.Off. Tony Burcher van M-Mother

Achter in de M-Mother vocht de staartschutter Plt.Off. Tony Burcher met de staartkoepel om deze open te krijgen, wat uiteindelijk lukte. In de romp trachtte hij vervolgens de parachute om te gespen. Opeens zag hij Minchin zwaar gewond zijn kant op komen. Slepende over de wankelende vloer meende Burcher dat Minchin zijn rechterbeen eraf geschoten was. Hij hielp hem in een parachute en duwde hem uit de Lancaster, onderwijl de D-ring van Minchin zijn parachute vasthoudend, zodat deze zou openen als hij uit het vliegtuig viel. Burcher riep over de intercom dat hij het toestel ging verlaten. Het antwoord van Hopgood zou Burcher nooit meer vergeten,..; ‘For Christ sake, get out!’, het waren de laatste woorden van ‘Hoppy’, direct daarop explodeerde de M-Mother. Burcher knalde tegen het staartvlak en raakte buiten kennis toen hij tegen de grond smakte. Toen hij later bijkwam was van M-Mother, nog van Minchin, geen spoor, maar hij hoorde wel de motoren van de andere Lancasters door de vallei echoën. Burcher wist zich te verslepen naar een greppel waar hij even later weer het bewustzijn verloor.

'Micky' Martin vloog P-Popsy

Geschokt keerde Gibson terug naar de realiteit en riep de volgende Lancaster op, de P-Popsy, van Flt.Lt. Harold Brownlow Morgan 'Micky' Martin. Het was even na 00.30 uur toen Martin zijn vliegtuig door de mist van waterdruppels richting de dam stuurde. FRlt.Lt. Hay, de bommenrichter, klaagde dat hij het doel niet zag vanwege de mist en de waterdruppels op het plexiglas. Pas op een kilometer zag hij dan eindelijk één van de torens van de dam. Guy Gibson vreesde dat het luchtafweer weer intens zou zijn, zo geconcentreerd op P-Popsy, dat Martin het misschien ook niet zou redden. Gibson stuurde zijn Lancaster iets rechtsboven de kist van Martin en ontstak al zijn boorverlichting waardoor P-Popsy misschien later ontdekt zou worden door de Duitse Flak. Alle boordwapens van de G-George spuwden hun lichtspoor naar de luchtafweer. Eindelijk had de bomb-aimer van P-Popsy de toren in het vizier en liet de bom vallen. 20mm granaten sloegen in de bakboordvleugel en brandstof vloog uit een vleugeltank. Gelukkig vloog de vluchtige brandstof geen vlam. De bom zakte onderwijl naar de voet van de dam, maar de ontploffing bracht wederom niet het gewenste resultaat, de dam was nog steeds intact. Toch waren er een paar kleine scheuren en die lieten hier en daar wat water door.

Lancaster ED909, P-Popsy van Flt.Lt 'Micky' Martin

Volgende in de ‘holding pattern’ was de A-Apple (Lancaster ED877) met Sqn. Ldr. Melvyn ‘Dinghy’ Young achter de stuurknuppel. Om de Duitse Flak te verdelen over meerder punten vloog naast Gibson, nu ook Martin in P-Popsy gelijk op met ‘Dinghy’ Young. Beide Lancasters nestelden zich op de vleugeltips van A-Apple. De Flak concentreerde zich op de toestellen die alle lichten aanhadden en vuurden uit al hun koepels. Young kon ongehinderd aanvliegen en zijn bom lanceren. Deze ontplofte op de goede plek, maar de dam bleef wederom staan waar ze stond. Terwijl de waternevel weer naar beneden zakte kwam de volgende Lancaster over het stuwmeer aangevlogen, de AJ-J, ED906 van Flt.Lt. David Maltby. Wederom vlogen de toestellen van Gibson en Martin gelijk op om het afweervuur af te leiden.

Een geweldig dramatisch schilderij van Philip E. West
laat het moment zien waarop Flt.Lt Maltby over de Möhne Dam vliegt
(SWA Fine Art Publishers)

De bom, gelanceerd door bommenrichter Jack Fort, sprong driemaal op en smakte tegen de lage stuwdammuur en zakte het diepe water in. Kort daarop explodeerde de ‘Upkeep’ en wederom spoot een enorme waterzuil de lucht in. Vijf bommen waren nu gebruikt en de Möhne Dam stond nog steeds, al waren er flinke beschadigingen te zien aan de bovenzijde. Gibson draaide zijn toestel rond de vallei en riep nu de 20 jarige Flt.Lt. Dave J. Shannon in AJ-L (ED929) op. Deze maakte zich op om zijn toestel in lijn te brengen richting de Möhnetalsperre. Gibson die iets verder naar voren vloog, en hoger, zag opeens het ongelofelijk schouwspel zich afspelen; het gehele middenstuk was weggeslagen en een enorme vloedgolf stortte het achterliggende bekken binnen. Direct riep hij Shannon op om zijn aanval af te breken,... de Möhne Dam was geen dam meer.

De Möhne Dam is bezweken, Toen en Nu
Op de toren is het luchtafweer zichtbaar

Een woeste stortvloed sleurde de laatste overblijfselen van het krachtstation met zich mee dat door de bom van Hopgood was geraakt. Het stuwmeer bezat op dit moment 113 miljoen kubieke meter water dat door een gat van 20 bij 75 meter werd geperst. Hoe fascinerend de aanblik voor de mannen van 617 Squadron ook was, ze konden niet blijven hangen. Gibson verzond twee berichten, de eerste was de overgebleven Lancasters, met hun ‘Upkeep’, naar het volgende doel sturen, de Eder Dam. Het andere bericht; de bevestiging voor het hoofdkwartier in Grantham, dat de Möhne Dam gebroken was.

De naam van de omgekomen hond van Guy Gibson
was het codewoord als de dam gebroken was

Gibson had opdracht gegeven om zijn omgekomen hond te begraven om middernacht als de raid in volle gang was. Ter nagedachtenis was besloten om de naam van de hond, Nigger, te gebruiken als codewoord wanneer de dam zou bezwijken. Er is nu een discussie gaande dat de naam ‘racistisch’ zou zijn. Dat de naam van de hond al met een hoofdletter wordt geschreven geeft al aan dat dit beslist niet zo is. Tevens werd in de periode dat de hond deze naam droeg, er nog anders aangekeken tegen het ‘naam-geven’. Tot ver in de jaren zeventig werden zogenaamde beledigende woorden voor andere huidskleuren rustig gebezigd in Groot-Brittannië. Een populaire komedie TV-serie op de BBC zich afspelende in een volkswijk, had er geen moeite mee om een zwarte buurtbewoner ‘uit te schelden’ voor Sambo, zonder een enkele klacht van een kijker.

Guy Gibson (rechts) met zijn zwarte labrador Nigger

Nu het filmen is begonnen, door Peter Jackson, van de herverfilming van de speelfilm ‘The Dam Busters’ is het weer een heet hangijzer wat men aan moet met de naam ‘Nigger’. Als het aan mij ligt, vervals de geschiedenis niet en maak er geen issue van. Kijk eens naar Hollywoodfilms waarin de Afro-American elkaar voor alles en nog wat uitmaken, en waarbij het woord ‘nigger’ totaal geen inhoud (meer) heeft. Gibson hield van zijn hond, net als iedereen op de basis, en dus was het beslist geen neerbuigende naam voor het dier.

Voor het vervolg,
de aanval op de Eder Dam en Sorpe Dam
klik hieronder