DE COLMAR POCKET
Hoe Audie Murphy zijn
Medal of Honor verdiende

Deze M4A3 Sherman werd op 22 november 1944 uitgeschakeld.
De tank werd gefotografeerd een week nadat het uitgeschakeld was

Dezelfde Sherman van de 2de Franse Pantserdivisie staat nu als monument
nabij Phalsbourgh ter nagedachtenis aan de strijd die zich afspeelde in de Elzas.

Het Ardennen Offensief was op haar laatste benen, toen op 1 januari 1945 SS-Reichsführer Heinrich Himmler, tevens commandant van de Legergroep Oberrhein, het startsein gaf tot Operatie Nordwind. Vanuit het bruggenhoofd rond Colmar, 50 kilometer ten zuiden van Straatsburg, in de Elzas, Frankrijk, werd uitgevallen richting Saverne. Op dat moment waren Amerikaanse troepen vooral bezig zich te ontdoen van Duitse troepen in de Ardennen waardoor het gebied rond Colmar voornamelijk verdedigd werd door het Franse Eerste Leger. Eisenhower besloot de Zesde Amerikaanse Legergroep in te zetten om de Fransen te helpen.

Links: Generaal Jean de Lattre de Tassigny

Op 15 januari werd een aanvalsplan besproken door de Franse opperbevelhebber generaal Jean de Lattre de Tassigny met zijn staf en ondercommandanten. Het beste was een tangbeweging om Colmar heen en de Duitse bevoorrading af te snijden via de bruggen bij Breisach en Chalampé. Hiertoe zou voor de laatste vanuit Mulhouse worden opgetrokken, vanuit het zuidwesten, en vanuit noordoosten, Ostheim-Guémar-Sélestat regio, richting Breisach. De zuidelijke aanval zou op 20 januari van start gaan zodat de 'pocket' gesloten kon worden bij de brug van Breisach. Tot dat moment bestond het Franse Eerste Leger uit zes infanterie- en twee pantserdivisies met een aanvulling van veteranen van de 3de Amerikaanse Infanteriedivisie. Nu werden deze versterkt met de Franse 2de Pantserdivisie dat rond Straatsburg lag, en twee Amerikaanse divisies, de 28ste Infanterie- en de 12de Pantserdivisie. Met deze 12 divisies en vier pantserdivisies stond De Lattre tegenover het Duitse Negentiende Leger onder generaal Rasp, dat bestond uit acht divisies met ondersteuning van de 106de Feldherrnhalle Pantserbrigade en 12.000 man van de Gebirge Division dat 80% Oostenrijks was.

Op 20 januari 1945 om 07.00 uur werd in verschrikkelijk slecht weer de aanval geopend op Cernay, westelijk van Mulhouse. Ondanks zware artillerie ondersteuning wisten de Fransen met hun 4de Marokkaanse Bergdivisie Cernay niet in te nemen. Wel werden enkele omliggende dorpen ingenomen. Het Duitse 63ste Korps deed in de dagen daarop een tegenaanval en de Geallieerde verliezen liepen snel op. Op 22 januari vroeg luitenant-generaal Béthouart aan De Lattre om het zuidelijke offensief te staken. Maar de zuidelijke aanval moest worden doorgezet, want de volgende dag zou het noordelijke offensief van start gaan.

De noordelijke sector van de ' Colmar Pocket'

Op 23 januari werd de aanval al in het donker ingezet, om te profiteren van de duisternis, door generaal-majoor John 'Iron Mike' W. Daniels en zijn 3de Amerikaanse Infanteriedivisie. Terwijl Daniels Ostheim innam en de rivier de Ill overstak, zette de 1ste Divisie Vrije Fransen met ondersteuning van de Franse 2de Pantserdivisie zich in beweging richting Illhaeusern. De eerste tegenslag voor Daniels kwam toen de eerste Sherman tank die de 3de Infanteredivisie moest ondersteunen, door de houten brug zakte die over de Ill lag richting Jebsheim (de huidige D 3).

Rechts de oude fundamenten van de brug over de rivier de Ill,
waar de Sherman tank door heen zakte

Het grootste gedeelte van de 3de Infanterie Divisie was al aan de overkant maar ontbeerde nu tank ondersteuning. De Duitsers ondernamen een tegenaanval tegen het vallen van de avond met 10 tanks. De slachting was enorm, 350 Amerikaanse soldaten raakten gedood of gewond en deze trokken zich terug op de westelijke oever van de Ill. De volgende dag werd tijdens een topoverleg met De Lattre overeengekomen dat de Amerikanen de 75ste Infanterie Divisie en het 21ste Korps van generaal-majoor Franks W. Milburn als extra aanvalskracht in te zetten. Onderwijl drukten de Fransen door naar de versterkte dorpen Grussenheim en Jebsheim. Maar het ging hard tegen hard. De Duitse Jagdpanthers en Jagdtiger in het gebied schakelden zeer veel Sherman tanks uit. Maar desondanks werden de beide dorpen ingenomen. De Duitsers lieten meer dan 500 doden achter.

- Audie Murphy -

Ondanks de eerste afstraffing die de 3de Infanterie Divisie leed op 23 januari, waren ze er toch in geslaagd om enkele tanks aan de overkant van de Ill te krijgen en was men op de 25ste januari op weg naar het Colmar kanaal. Onder hen was een kleine Texaan, de 20 jarige 2e Luitenant Audie L. Murphy van het 15de Infanterie Regiment.

Audie Murphy speelt zijn eigen leven in 'To Hell and Back'

Audie Leon Murphy werd geboren op 20 juni 1924 op een boerderij nabij Kingston, Texas. Audie probeerde bij de Marines en de Paratroopers te komen, maar hij was te licht en werd uiteindelijk aangenomen in de Amerikaanse infanterie. Begin 1943 begon zijn oorlog in Noord Afrika, om vervolgens via Sicilië en Frankrijk richting Duitsland op te trekken. Onderwijl onderscheidde Murhpy zich op alle fronten. Zijn leiderschap, koelbloedigheid en doorzetting brachten hem respect onder de mannen die hij diende en die hem dienden. Legendarisch werden zijn soloacties tegen vijandelijke scherpschutters. Hij werd al snel van Army Private gepromoveerd tot Staff Sergeant om in oktober 1944 een 'Battlefield' commission te krijgen tot Second Lieutenant.

Congressional Medal of Honor

En nu was hij in de voorhoede van het 15de regiment met zijn Baker Company dat nog slechts uit 18 soldaten bestond van de oorspronkelijke 120. Ook Murphy was niet ongeschonden, hij was nog genezende van wonden (de derde keer) aan zijn been nadat een granaat boomsplinters er in gejaagd had. Het was rond twee uur in de middag van de 26ste januari toen Murphy aan de bosrand aan de noordzijde voor het stadje Holtzwihr zes tanks zag aankomen.

Foto genomen vanaf de positie waar de M10 stond
vanwaar Murphy met de .50 de Duitsers op afstand hield
(Aan de horizon ligt Holtzwihr)

De zes tanks splitsten zich op in twee groepjes om via een omtrekkende beweging de Amerikanen te omcirkelen. Ook golven van Duitse infanterie gekleed in witte camouflage kwamen uit Holtzwihr achter de tanks aan. Een Amerikaanse M10 Tank Destroyer stond tegenover de aanstormende Duitse macht. Deze probeerde een betere vuurpositie te vinden maar gleed in een greppel waardoor de koepel onder een te grote hoek kwam en het kanon onbruikbaar werd. De bestuurder probeerde de tank weg te krijgen, maar toen de motor uitviel besloot de bemanning de tank achter te laten. Via een radio begon Murphy opdracht aan de artillerie te geven waar hij granaten wilde hebben. Een andere M10 werd geraakt door een Duitse granaat waarbij drie bemanningsleden omkwamen. Twee anderen aan boord wisten weg te komen in het achterliggende bos. Murphy realiseerde zich dat het afgelopen was. Maar hij bleef vragen om artillerie dat steeds dichter op zijn eigen positie begon te vallen. Murphy gaf opdracht aan zijn resterende mannen zich terug te trekken het bos in. Met zijn M1 karabijn begon hij links en rechts op de naderende Duitsers te schieten. Af en toe stoppende om de artilleriegranaten via de radio te verplaatsen. Toen zijn munitie op was besloot Murphy op de brandende M10 te klimmen om gebruik te kunnen maken van de .50 machinegeweer.

Beeldje uit 'To Hell and Back,' met Murphy op een Sherman
(in plaats van een M10)

Toen Murphy weer radiocontact maakte met de artillerie, konden deze het niet laten te vragen hoever de Duitsers op Audie zijn positie zijn. Murphy antwoorde; 'Blijf aan de telefoon en ik geef je één van die hufters!' Doeltreffend vuurde Murphy het zware machinegeweer op de Duitsers. Verscheidene zag hij vallen in de sneeuw. De M10 kreeg een voltreffer, maar Murphy bleef vuren. Terwijl hij weer aan de radio was werd de Tankdestroyer weer geraakt. Murphy herlaadde het machinegeweer en begon weer te schieten op de verbaasde Duitsers, welke van mening waren dat ieder moment de tank zou exploderen. Het hield hen in ieder geval op afstand. Toen opeens de rook door de wind verplaatst werd, zach Murphy zeker twaalf Duitsers, op dertig meter van zijn positie, in de greppel rechts van de weg. Hij zwaaide zijn .50 en ratelde alle twaalf de dood in. De eigen artillerie onderhand viel nu binnen de vijftig meter van zijn positie.

Gedenkteken voor Murphy op de plek waar de Medal of Homor werd verdiend

Het vijandelijke vuur dat in en rond de tank sloeg, verdoofde Murphy die als in een roes op de M10 stond. Terwijl hij op de kaart keek om coördinaten door te bellen, zag hij dat deze geheel door scherven was doorzeeft, zijn rechterbeen bloedde, maar maakte zich daar geen zorgen over. Wel dat het contact met de artillerie was verbroken, de telefoonlijn was dood. Murphy besloot dat het genoeg was geweest en liet zich van de M10 zakken. Zonder om te kijken trok hij zich terug door het bos. Hier verzamelde hij zijn compagnie om hen te leiden in de tegenaanval tegen de eerst uit zeker 250 man bestaande Duitse overmacht die Murphy in zijn eentje had teruggebracht tot een fractie van de eenheid die het eens vormde. Murphy had zeker 50 Duitsers uitgeschakeld en vele andere waren door goed geplaatste artillerie getroffen. Nadat Holtzwihr was ingenomen liet Murphy zijn wonden verzorgen om vervolgens door te stoten over het Colmar kanaal waarna Urschenheim, Kunheim, Biesheim en Neuf Brisach werd ingenomen. Na de afsluiting van de Colmar Pocket werd Murphy met zijn eenheid teruggetrokken voor een rustperiode en keeg Audie Murphy te horen dat hij was voorgedragen voor de Congressional Medal of Honor voor zijn inzet bij Holtzwihr.

Soloactie bij Ramatuelle dat Murphy het DSC opleverde
(uit: 'To Hell and Back')

Audie Murphy had aan het einde van de oorlog 524 dagen aan het front gezeten. Persoonlijk was hij verantwoordelijk voor minstens 240 uitgeschakelde vijandelijke soldaten, hetzij gedood, verwond of gevangen genomen (waarschijnlijk waren het er veel meer). Voor zijn acties in Italië ontving Murphy de Bronze Star, voor zijn inzet nabij het Zuid-Franse Ramatuelle de Distinguished Service Cross (voor een soloactie tegen Duitsers op een heuvel die hij bestormde met een buitgemaakt Duitse MG42). Voor verdere inzet in Frankrijk (vaak alleen) werd de Silver Star uitgereikt aan Murphy, plus voor inzet in Duitsland de Legion of Merit. Voor zijn verwondingen kreeg hij drie maal het Purple Heart, plus een extra Bronze en Silver Star, de European Theatre Medal met zeven starren, de Good Conduct Medal, de Distinguished Unit Badge, de Combat Infantry Badge, Expert Infantryman Badge en de Franse Croix de Guerre en de Fourragere. In 1948 mocht Murphy uit handen van Maarschalk De Lattre het Ridderkruis van het Legioen van Eer ontvangen. Met 24 medailles werd Audie Murphy de meest gedecoreerde Amerikaanse soldaat.

Generaal Mike O'Daniel, CO. 3de Div. feliciteerd Murphy met de Medal of Honor

Om de plaatst de bezoeken waar Audie Murphy zijn Congressional Medal of Honor verdiende moet u aan de noordzijde van Holtzwihr zijn. Het is het gemakkelijkste te bereiken vanaf Ostheim (5 km ten noorden van Colmar). Pik in Ostheim de D 3 op richting Jebsheim. Na ongeveer 3 km vanaf Ostheim, steekt u de rivier de Ill over via de nieuwe brug die naast de fundamenten ligt van de oude waar de Sherman door heen gezakt was. Ongeveer 100 meter verder gaat u rechtsaf, direct naast de boerderij, een lang smal pad op dat eigenlijk bestemd is voor bestemmingsverkeer (en dat bent u). Na enkele kilometers op dit pad gaat u het bos in dat de eenheid van Murphy beschermde. Aan het einde van het bospad staat het monument voor Audie Murphy, aan de linkerzijde, vlak voor het punt waar de M10 stond vanwaar hij de Duitsers op afstand hield.

Op 21 september 1945 verliet Murhpy het leger. Nadat hij op de omslag van Life magazine verscheen werd hij uitgenodigd door James Cagney, een gevierde filmster uit Hollywood. Niet wetende wat te doen met zijn na-oorlogse leven, besloot hij het voorstel van Gagney aan te gaan en acteur te worden. Via wat kleine bijrollen begon het in 1949 serieus te worden met de Allied Artist film 'Bad Boy'. In 1950 werd een contract getekend met Universal, waar hij 26 films maakte waaronder 23 westerns. Onderwijl was zijn autobiografie 'To Hell and Back', uit 1949, over zijn oorlogsdagen een bestseller geworden. Universal wilde graag het verhaal verfilmen, maar Murphy was er niet happig op om zelf de hoofdrol te vertolken. Maar in 1958 besloot hij toch de poging te wagen. Het was een zware strijd om alle ellende van de oorlog weer te moeten ondergaan. Vooral het naspelen van het sneuvelen van zijn vrienden van toen, greep hem zeer aan. Murphy leed aan een aandoening wat nu bekend is als PTS (Post Traumatic Stress Syndrome). Hij werd geplaagd door slaapgebrek en depressies en gebruikte hier voor medicijnen die hem verslaafd maakten. Door eigen wilskracht wist hij af te kicken en werd een ambassadeur voor erkenning van deze veteranen ziekte.

Een lobby-card van 'To Hell and Back'

'To Hell and Back' werd een enorm succes en zou twintig jaar lang de best bezochte film van Universal blijven (tot de komst van 'Jaws' in 1975). Aan het einde van de jaren zestig kwam er een einde aan zijn acteerwerk. Hij had wat zakelijke tegenslag en moest ook in mei 1970 voor de rechter verschijnen toen hij een hondentrainer had bedreigd en beschoten, waarvan hij in oktober werd vrijgesproken.

Het graf van Audie Murphy op de Arlington National Cemetery, Washington DC
(Met dank aan Rob Monden)

Op 28 mei 1971 verscheen Audie Murphy weer in de pers. Op deze dag werd bekend dat hij en nog een aantal mensen vermist werd over Roanoke, Virginia in een Aero Commander. De volgende dag werd het wrak gevonden, zonder overlevenden. Op 7 juni werd de Audie Leon Murphy met militaire eer en 21 saluutschoten ter aarde besteld op Arlington National Cemetery, Washington.

US Post gaf in 2000 een postzegel uit ter nagedachtenis aan Murphy

De Colmar Pocket afgesloten

Het was natuurlijk niet zo dat de heldendaad van Audie Murphy de Colmar Pocket deed dichtklappen. Het was slechts één van zeer vele schermutselingen die de overwinning naar de Geallieerden bracht. De noordkant van de tangbeweging had als eerste doel het Colmar kanaal. Deze werd na een 24 uur durende artillerie barrage overgestoken. In rubberboten werden op 29 januari het 7de- en 15de Infanterie Regiment overgezet. Deze doorstoot naar het zuiden maakte de oostelijke flank kwetsbaar. Bij Jebsheim werd zwaar gevochten en verloren de Geallieerden veel tanks door de Jagdpanthers. Na 150 verloren manschappen en slechts zes van de negentien tanks over te hebben moesten Frans-Amerikaanse troepen zich daar terug trekken.

Monument bij Jebsheim aan de westzijde van de D3

O'Daniel vreesde een tegenaanval vanaf de sector Marckolsheim en consolideerde op de 30ste zijn troepen. De De Lattre gaf de order aan generaal Leclerc om met zijn gehavende 2de Pantser Divisie de weerstandsnesten op de oostflank op te ruimen. Hij weigerde vanwege het tekort aan manschappen en eiste twee extra bataljons. Ook dat hij de opdracht kreeg van een Franse generaal die boven hem stond vond hij 'ongemakkelijk'. Maar toen er bericht kwam dat de Duitsers terug trokken besloot hij toch de achtervolging in te zetten en wist de laatste hindernis op te ruimen op 1 februari, toen de Duitsers zich terug trokken over de Rijn. In de sector Jebsheim bleven 900 doden en 2000 gewonden achter (Amerikanen en Duitsers). Nu de druk weg was vanuit de sector Marckolsheim, werd de opmars naar het zuidoosten hervat om de toegang over de Rijn richting Colmar via Breisbach af te sluiten. Op 2 februari trokken Franse troepen Colmar binnen. Voor meer over de sector Marckolsheim in de Maginot Linie; 'klik hier'.

Kazemat 35/3 van Marckolsheim, nu een monument

Maar de zuidkant van de tang lag nog open. De zware strijd in het zuiden door het slechte weer had het Franse 1ste Korps weinig doen opschieten sinds het begin van het offensief op de 25ste januari. Op 30 januari waren de manschappen van de 9de Koloniale Infanterie divisie tot op een kleine honderd meter van Wittenheim genaderd. In de vroege ochtend werd de aanval geopend. Na een waanzinnig gevecht werd de stad ingenomen. Bréthouart was zo onder de indruk van de 9de Divisie dat hij de 1ste Pantserdivisie en de Cavaleriebrigade van de Spahis toevoegde. Maar de gesmolten sneeuw en modder belemmerde de Franse opmars aanzienlijk. Maar na de val van Colmar werd Ensisheim vanuit het zuiden ingenomen. Op 3 februari zaten de Duitsers die achtergebleven waren opgesloten tussen de Ill en de Rijn. Deze probeerden zich zo ordelijk mogelijk terug te trekken over de bruggen bij Breisbach en Chalampé. Op 3 februari dacht de 3de Infanterie Divisie de Duitsers bij Breisbach te kunnen afsnijden, maar deze had zich gegroepeerd tot een viermaal sterkere overmacht. Bij Bieheim liep de 3de in de hinderlaag en in de gevechten vielen vele slachtoffers. In de nacht van 4 februari, met zoeklichten verlicht die via de wolken weerkaatsten, viel de 3de Biesheim aan waarna op 6 februari Neuf-Brisach viel. Er was een bestorming via ladders en touwen gepland over de stadsmuren, maar twee kinderen wisten het Amerikaanse 30ste Infanterie Regiment via de gracht de stad binnen te leiden.

Op 9 februari werden de laatste van 50.000 Duitsers onder generaal Rasp over de Rijnbrug bij Chalampé gebracht. Ook waren 7000 motorvoertuigen de Rijn over, plus 1500 stukken geschut en 60 pantservoertuigen. Om 08.00 uur bliezen de Duitsers de brug op. De Lattre zijn manschappen hadden (buiten de duizenden doden en gewonden) 22.000 Duitsers gevangen genomen, 80 kanonnen en 70 tanks buit gemaakt. De geallieerden verloren 20.505 man (waaronder 6440 Amerikanen), waarvan 2137 doden.

Keer terug naar de indeks-pagina:

Terug