B-17 FLYING FORTRESS
'FIGHTING FORTRESS'

Boeing YB-40, 'Jachtwerper'?

Ondanks dat de B-17 formaties naar Duitsland in zogenaamde 'boxes' vlogen om elkaar zoveel mogelijk te beschermen, was er een duidelijk gebrek aan escorterende jagers. De tactiek van de Duitse jagers om van voren aan te vallen bracht de slechte bewapening in de neus van de B-17 naar voren. Omdat er in het begin van de oorlog nog geen jagers waren die de geallieerde bommenwerpers diep Duitsland in te begeleiden werden er verschillende ideen aangedragen om deze leemte te ondervangen.

XB-40 prototype 42-4341.

En van die projecten bracht de YB-40 voort als konvooibeschermer. In september 1942 werd een B-17F, de 42-4341 verbouwd door Lockheed/Vega die als prototype XB-40 zijn potentie toonde. Uitgerust met een Bendix koepel onder de kin, een extra, Martin, koepel halverwege de romp en dubbel uitgevoerde .50 uit de achterzijramen was dit een formidabel verdedigingswapen, in theorie.

Deel van de enorme bewapening van de YB-40

In de productietoestellen werden ook in de neus machinegeweerpositie aan beide zijden uitstulpend aangebracht. Maar in de praktijk vielen de prestaties van de door Douglas geproduceerde YB-40 toestellen erg tegen. In april 1943 werden er dertien naar Europa gestuurd voor testen onder gevecht. En van deze toestellen, de 42-5732, moest tijdens de leveringsvlucht een noodlanding maken in Schotland en zou, ondanks latere reparatie, nooit worden ingezet. De overige 12 werden ondergebracht bij de 92d Bombardment Group (Heavy), en toegevoegd aan het 327th Bombardment Squadron, welke gestationeerd waren op RAF Alconbury (AAF-102) vanaf 8 mei 1943.

Hieronder de YB-40 toestellen met hun persoonlijke benaming:

  • 42-5732 - (geen naam)
  • 42-5733 - 'Peoria Prowler'
  • 42-5734 - 'Seymour Angel'
  • 42-5735 - 'Wango Wango'
  • 42-5736 - 'Tampa Tornado'
  • 42-5737 - 'Dakota Damon'
  • 42-5738 - 'Boston Tea Party'
  • 42-5739 - 'Lufkin Ruffian'
  • 42-5740 - 'Monticello'
  • 42-5741 - 'Chicago'
  • 42-5742 - 'Plain Dealing Express'
  • 42-5743 - 'Woolaroc'
  • 42-5744 - 'Dollie Madison'

    In plaats van bommen vervoerde de YB-40 haar machinegeweer munitie in het bommenruim. Onderweg naar het doel kon het de formatie bijbenen, maar zodra de bommen gevallen waren was de 'normale' B-17 zo licht geworden dat ze met grote snelheid bij het doel weg kon komen, de YB-40 sukkelde daar achteraan wat de formatie weer deed afremmen en de voordelen van een snelle ontsnapping teniet deed. Tijdens 14 missies werden de YB-40's ingezet, waarbij er vijf Duitse jagers neergehaald zouden zijn, en twee waarschijnlijk. En YB-40 ging verloren en na 29 juli 1943 werden de resterende YB-40's terug getrokken en was het wachten op de beschermende 'little friends', de lange-afstand escortejager, zoals de P-47 Thunderbolt, P-38 Lightning en de P-51 Mustang.

    Maar de nieuwe ontwikkeling aan de YB-40, zoals de koepel onder de kin en de uitstulpende machinegeweernesten voor in de neus bleken zeer goed te voldoen, zodat deze vindingen in de nieuwe B-17 werden ingebouwd.

    Een B-17G toont haar bewapening in de neus, en de Bendix koepel

    Boeing B-17G
    Het ultieme Fort

    De combinatie van de B-17F en de ervaringen opgedaan met de YB-40 leidden tot de ontwikkeling van de B-17G. Van dit type zou het grootste aantal geproduceerd worden, een totaal van 8.680. Significante verbetering was de bewapening in de neus en onder de kin. In latere modellen werden de zijramen achterin voor de machinegeweerschutters met uitstulpend plexiglas beter afgedicht.

    De eerste uitvoering van de staartschutter positie

    Halverwege de productie van de B-17G werd ook de staartschutter positie verbeterd. Aangezien deze in Cheyenne, Wyoming gebouwd werden, kregen ze de bijnaam 'Cheyenne Tail'. Deze configuratie gaf de dubbele .50 een veel groter draaivermogen, de staart werd wel daardoor met 13 cm verlengd. Veel, eerder gebouwde, B-17G's ontvingen in Engeland dit type staartgeschut ter vervanging van het oude.

    De 'Cheyenne' staartschutter positie van een B-17G.

    Ook de RAF maakte gebruik van de B-17G, waar het bekend stond als de Fortress III. Alle 85 toestellen vonden hun weg bij Coastal Command voor onder andere duikboot bestrijding. Hier werd de kinkoepel of het balgeschut onder de romp vervangen door een radar. Bij het 214 en 233 Squadron werd de Fortress veel ingezet als elektronische stoorzender, vijand misleiding en inlichting verzamelaar.

    5000ste B-17G, 43-37716, '5 Grand', 'bezaait' met alle namen
    van de medewerkers van Boeing, Seattle.

    Met de komst van de B-17G kwam er langzaam aan een einde aan de ontwikkeling van deze bommenwerper. Toch bleven kleine, maar vaak belangrijke aanpassingen, dit type verbeteren. Vanaf februari 1944 verdween de camouflage. Er bleef nog wel wat camouflage aan de binnenzijde van de motorgondels en aan de bovenzijde van de neussectie om de schittering (anti-glare) van het aluminium tegen te houden die de piloten kon verblinden. Voordeel van deze gewichtbesparende actie was de winst in snelheid en minder brandstofverbruik.

    Op de voorgrond: B17G, 43-37675 'Patches', (VE-N) van 532nd BS, 381st BG

    Ondanks de verbeterde jager escorte vanaf 1944, bleef het Vliegende Fort een hele grote prooi voor de Duitse verdediging. Het verbeterde 'Cheyenne' staartgeschut en de kinbewapening waren een welkome aanvulling. Toch bleef het een hectische gebeurtenis als er Duitse jagers op de B-17 aanvlogen. De B-17G had 13 machinegeweren van het kaliber .50, later werden dit er 12 toen de .50 uit de radioruimte (halverwege boven op de romp) werd verwijderd. Het was hiermee de beste zelfverdedigende bommenwerper van de hele oorlog. Ondanks al deze machinegeweren was het moeilijk iets te raken, het doel stond niet stil en zelf zat de schutter in een bonkende bommenwerper, toch werd menig Duits vliegtuig neergeschoten.

    Jagende Duitse jagers worden verjaagd

    De meest eenzame plek moet toch wel de bal-koepel onder de romp zijn geweest. Dit was de ruimte voor de kleinste van de bemanning, Opgerold draaide deze zijn kleine cabine met twee .50 machinegeweren rond op zoek naar vijandelijke toestellen. Tijdens de start van de B-17 zat hij nog niet in de koepel, maar na de start draaide de koepel de machinegeweren naar beneden waardoor een klein deurtje in de cabine opengemaakt kon worden. De schutter liet zich erin zakken, deurtje dicht en de koepel werd horizontaal gedraaid.

    De 'Ball-turret' schutter ziet de bommen vallen

    Tijdens de 'bomb-run' draaide de bal-schutter vaak zijn koepel naar de geopende bomluiken en keek of de 'stick' bommen allemaal het toestel verlieten. Grootste angst voor deze schutter was als de koepel beschadigd zou raken en hij opgesloten zou raken. Als de B-17 door zijn gestel zou zakken tijdens de landing was hij ten dode opgeschreven. Kon de schutter uit zijn beschadigde koepel komen dan was er de mogelijkheid om de gehele koepel daarna los te koppelen en te dumpen.

    Links: Alan Eugene Magee

    Ondanks de meeste benarde positie in de B-17, de bal-koepel, zijn er wonderbaarlijke ontsnappingen bekend. En van deze ontsnappingen werd uitgevoerd door Alan Eugene Magee. Op 13 januari 1943 vloog Magee zijn zevende missie, een daglicht missie naar Saint-Nazaire, in Frankrijk. Tijdens de bombing run werd de B-17 Snap, Crackle and Pop aangevallen door Duitse jagers. De stuurboordvleugel werd zwaar getroffen, en een compleet deel werd er afgeschoten. Hierop raakte de B-17 in een neerwaartse spin. Magee raakte gewond, maar wist uit de bal-koepel te ontsnappen. Door de aanval was zijn parachute beschadigd en onbruikbaar, en Magee stortte hulpeloos vanaf een hoogte van meer dan 6 kilometer hoogte richting aarde. Vanwege de hoogte verloor Magee al snel zijn bewustzijn. Als door een wonder smakte Magee op het glazen dak van het treinstation van St. Nazaire welke zijn val opving en afremde. Korte tijd later werd Magee op het platform gevonden, nog steeds in leven. Hij werd verzorgd aan 28 wonden opgelopen door stukken rondvliegend metaal, verscheidene gebroken botten, wonden aan zijn neus en een oog, hij had long en nier beschadigingen en zijn rechterarm was bijna van zijn lichaam gerukt. In 1945 werd Magee bevrijd uit zijn krijgsgevangenschap en keerde terug naar de Verenigde Staten. Na de oorlog haalde hij zijn vliegbrevet, waarna hij ging werken in de luchtvaart industrie. Op 20 december 2003 is Magee overleden op 84 jarige leeftijd in San Angelo, Texas.

    Voor het vervolg over de de Flying Fortress,
    Klik hieronder