Boulton Paul Defiant
De Vergeten Jager

Nog steeds, en we spreken 2010, als men een programma voor TV maakt over de Battle of Britain, worden altijd dezelfde twee jachtvliegtuigen genoemd die Groot-Brittannië hebben gered van overheersing door Nazi Duitsland, namelijk de Hurricane en de Spitfire. Maar er was nog een toestel, de Boulton Paul Defiant, dat thuis hoort in dit kleine rijtje, ook al was het op de lange baan geen succes.

Voorbeeld van de bewapening in de Eerste Wereldoorlog op een Sopwith 1 ½ Strutter

Na de Eerste Wereldoorlog veranderde het jachtvliegtuig in rap tempo. Vooral de plaatsing van de bewapening werd geheel herzien. Vanwege de zwakte van de vleugels in de beginperiode van de luchtvaart, waren machinegeweren op de motorkap voor de piloot geplaatst of in een draairing achter de piloot in de romp. Met de komst van krachtigere motoren kon het gewicht toenemen wat inhield dat er metalen in plaats van hout en doek gebruikt kon worden. Machinegeweren konden in de vleugels gemonteerd buiten de spoed van de propeller. Probleem met het plaatsen van machinegeweren in de vleugels was het spreidinggebied van de kogels. Om ze op een bepaald punt, zo’n 200 meter, bij elkaar te concentreren moesten de machinegeweren iets schuin in de vleugel geplaatst. Maar de trefzekerheid bleef afhankelijk van verschillende factoren, zoals de hoek en de snelheid. Daarbij moest de piloot, die druk doende was een vijandelijk toestel uit te schakelen, zich ook vergewissen dat hij geen last had van een andere vijandelijke vlieger die tijdens deze actie op hem afsloop. Met dit in gedachten werd (achteraf gezien) een stap terug gezet met de oplossing voor de Boulton Paul Defiant.

De ‘lobster-back’ geschutskoepel op de Hawker Demon

De eerste poging om een Frazer-Nash geschutskoepel achter de piloot te plaatsen vond plaats aan het eind van 1934 bij Demon dubbeldekker. De zogenaamde ‘lobster-back’ (kreeft-rug) zorgde voor de aerodynamische luchtstroom. Boulton Paul, die de Demon in licentie bouwde, kreeg het idee om zelf een tweezits jager te bouwen met een geschutskoepel die deze fabriek zelf aan het ontwikkelen was voor defensieve bewapening van bommenwerpers.

Prototype, K8309, van de Hawker Hotspur

Het idee voor een geschutskoepel achter de piloot is achteraf gezien een slechte oplossing geweest, maar in 1935 kreeg het genoeg steun om Specification: F.9/35 uit te vaardigen. Er waren vijf gegadigden die ontwerpen zouden indienen, maar Hawker Aircraft en Boulton Paul waren de enige twee die ieder in de herfst van 1935 een prototype mochten leveren. Hawker bouwde de Hotspur, welke op 24 juni, 1938 voor het eerst vloog, bijna een jaar later dan het prototype van Boulton Paul. De machine van Hawker bleek wel lichter en sneller dan het toestel van Boulton Paul, maar de Air Ministry ging toch voor de machine van Boulton Paul.

Prototype P.82, K8310, van Boulton Paul

Het ontwerp van Boulton Paul, de P.82, leek uitwendig meer op een Hurricane dan het ontwerp van Hawker (die de Hurricane bouwde). Het was ongeveer van dezelfde afmetingen en de radiator zat, net als bij de Hurricane, centraal onder de romp. Was de Hurricane deels van hout, de Defiant was geheel uit metaal opgebouwd. Opvallend was de stick voor de piloot, deze was bevestigd aan de zitting, en was dus altijd even hoog, ook als de stoel versteld werd in hoogte. Erg veel aandacht was besteed aan de aërodynamica van de romp, dit ook met het oog op de achter de piloot geplaatste geschutskoepel.

Prototype Defiant, K8310, met de geschutskoepel geïnstalleerd

Het eerste prototype, de K8310, koos het luchtruim op 11 augustus 1937, in handen van Boulton Paul’s chief test pilot Cecil Feather. De eerste vluchten waren nog zonder de geschutskoepel en zonder staartwiel. In de ruimte van de toekomstige koepel was een gewicht aangebracht evenredig aan het gewicht van de bewapende koepel met schutter. De eerste testen waren zeer bemoedigend, ook al trok ze tijdens de start naar links, maar dat kon gemakkelijk worden opgevangen. De vluchtkarakteristieken waren zeer goed te noemen.

De Bouton Paul A.Mk.IID hydraulische geschutskoepel

Om de geschutskoepel vrij te laten draaien op de rug van de Defiant, kon het aerodynamische bovendeel van de achterromp deels naar binnenscharnieren. Ook het kleine tussenstuk achter de cockpit werd tijdens operaties onder een schuine hoek geplaatst zodat de lopen van de machinegeweren vrij liepen. Er was een 19 graden hoek naar voren waarin de machinegeweren automatisch geblokkeerd werden vanwege het doorschieten van de propeller.

Boven; de Defiant in 'rust', onder; gereed voor actie

In maart 1937 werd een order geplaatst voor 87 toestellen. Op 18 mei 1939 vloog het tweede prototype (K8620) na vertraging vanwege de aanpassing naar de Merlin II. Ook was het dak van de cockpit iets meer gebogen en de inlaat van de carburateur vergroot. Opvallendste detail waren achter de cockpit aangebrachte glazen paneeltjes en dat het landingsgestel geheel afgesloten kon worden na de start. Vanwege de rugkoepel kon de radioantenne niet boven op de romp worden geplaatst. Deze werd intrekbaar bij het staartwiel, onder de romp aangebracht (dit was reeds ook bij het eerste prototype).

Eén van de eerste productie Defiants,...toont toch mooi?
(let op de intrekbare antenne bij het staartwiel)

Vlak na de eerste vlucht van het tweede prototype, vloog het eerste productietoestel, de Defiant I, L6950, op 30 juli 1939. Was de officiële RAF naam voor het toestel; Defiant, piloten noemden het de 'Daffy'. Er was nog sprake van een trainingversie van de Defiant, met op de plek van de geschutskoepel een tweede cockpit. Maar toen 80% van het ontwerp gereed was, werd deze verdere ontwikkeling stopgezet. In februari 1938 werd een vervolgorder gegeven voor 202 toestellen en in mei nog eens een order voor 161.

No.264 Squadron werd operationeel op 20 maart 1940
(PS-V (L7026) is het 76ste productietoestel)

In oktober 1939 werd door No.111 Squadron de Defiant met een Hurricane getest. De Defiant was zo’n 800 kilo zwaarder, waarbij het vleugeloppervlakte ook nog eens kleiner was. Het bleek dus ook geen wonder dat de vliegers van de Hurricane liever in dit toestel vlogen dan de tragere Defiant. De commandant van het 111 Squadron concludeerde toen al dat als een Duitse jager een tweede poging ging ondernemen om de Defiant uit te schakelen, hij de zwakke zijde zou kiezen, de dode hoek aan de onderzijde.

Defiants van No.264 Squadron
(de voorste Defiant lijkt een ander type geschutskoepel te zijn dan BP A.MkIID, smaller en hoger)

Ondanks de tegenvallende testresultaten, werd No.264 (Madras Presidency) Squadron opgericht te Sutton Bridge dat vervolgens werd verplaatst naar RAF Martlesham waar het op 8 december de eerste twee Defiant’s mocht ontvangen. Trainingen werden ondernomen, maar er kwamen enkele gebreken aan het licht die door Rolls Royce (motor) en Lockheed (hydraulica) moesten worden verholpen. In de eerste week van februari 1940 werd de training voortgezet.

Vanaf 15 februari 1940 werd ook begonnen met de nachtvlucht training, dat vanaf de start van de ontwikkeling een doelstelling was. Het eerste productietoestel (L6950) was uitgerust met bomrekken onder de vleugels om hiermee te testen.

Met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog kreeg Boulton Paul in december 1939 een opdracht voor nog eens 150 Defiants. In februari 1940 kwam een extra order voor 50 toestellen en in juli van dat jaar een order voor 280.

Drie Defiants van No.264 Squadron
(PS-A, N1535 is het toestel van Sqn.Ldr. Phillip Hunter en schutter Sgt. Fred King)

Het No.264 Squadron werd op 20 maart 1940 oparationeel met zes toestellen in twee secties. Op 22 maart vertrok het squadron naar Wittering om ingezet te kunnen worden voor missies. In maart en april bestonden de missies vooral uit konvooi patrouilles. Op 10 mei vertrok het 264 Squadron naar Duxford. Op 12 mei was ‘A’ Flight met zes Defiants, in gezelschap van Spitfires van No.66 Squadron, op patrouille voor de kust van Nederland. Terwijl de Spitfires zorgden voor dekking op hoogte, beschoten de Defiants doelen nabij Den Haag. Tevens werd een Ju 88A neergeschoten welke een torpedoboot aanviel. De volgende dag voerde ‘B’ Flight een soortgelijke aanval uit, maar deze verliep desastreus. De eerste actie verliep voorspoedig toen vier Ju 87B Stuka’s werden neergeschoten. Maar de begeleidende Messchersmitts Bf 109 jagers lieten zich niet misleiden door de vorm van de Defiant (in het begin dachten de Duitse piloten met de Hurricane van doen te hebben). Van de zes Defiants van ‘B’ Flight wist slechts één terug te keren. De Defiant werd direct teruggetrokken uit de offensieve rol en alleen ingezet als bommenwerper onderschepper.

De Defiant uitgelegd in het oktober 1941 nummer van het Luftwaffe magazine Der Adler

Tijdens de evacuatie vanuit Duinkerken bewees de Defiant zich door in twee missies van 264 Squadron op 29 mei zevenendertig Duitse toestellen te claimen (Duitse rapporten laten trouwens zien dat op die dag ‘slechts’ veertien toestellen verloren ging). Tussen 27 en 31 mei zouden Defiants verantwoordelijk zijn voor het uitschakelen van zevenenvijftig Duitse vliegtuigen. Ten tijde werden de aantallen neergeschoten vliegtuigen ‘ietwat’ overdreven voor propaganda doeleinden en waarschijnlijk om de Defiant te ‘promoten’ als goed vliegtuig. Maar op 31 mei werden er echter door de Duitsers zeven Defiants van 264 Squadron neergehaald.

Defiant van No.141 Squadron ('TW'-code)

Op 3 juni 1940 werd een tweede Defiant Squadron, het No.141, operationeel. Dit squadron begon haar operationele missies in juli met patrouilles langs de kust vanaf Hawkinge. Op 19 juli werd een vlucht van negen Defiants van 141 Squadron aangevallen vanuit de zon door Bf 109 jagers. Twee Defiants werden uit de duikvlucht direct neergeschoten. Vervolgens gebruikten de Duitse piloten de blinde hoek, van onderen en achteren, om nog eens vier Defiants neer te schieten. Vliegers van de overige Defiants claimden later ook vier Duitse jagers te hebben neergehaald. Maar na deze actie werd het 141 Squadron verplaatst naar Prestwick in Schotland en werden niet meer ingezet tijdens de Battle of Britain.

Sqn.Ldr. Phillip Hunter, geheel links, bespreekt met zijn mannen de tacktiek
(let op het neergelaten rugstuk achter de geschutskoepel)

Het 264 Squadron verging het niet veel beter. Het was op 22 augustus 1940 verplaatst naar het zuiden, om te opereren vanaf Hornchurch en Manston. Op 24 augustus verdween de zeer geliefde commandant van het 264 Squadron, Sqn.Ldr. Phillip Hunter met schutter Plt.Off. King, toen deze achter een Ju 88 aanzaten over het Kanaal. Ondanks dat die dag vijf Duitse toestellen werden geclaimed, keerden drie Defiant niet terug, plus twee die tijdens een start op elkaar gebotst waren. Een andere Defiant moest voortijdig terug keren toen achter de geschutskoepel een granaat ontplofte. De 26ste augustus was iets beter, deze dag werden zeven Duitse toestellen geclaimed en werden slechts twee Defiant verloren. Opvallenste actie van deze dag was de dubbele score door Sgt. Roland Thorn en schutter Sgt. Fred Baker. Toen deze bemanning twee D0 17's hadden vernietigd moesten ze zelf een noodlanding maken vanwege schade opgelopen door een Bf 109. Tijdens het laatste stuk van de noodlanding, kwam een Bf 109 nabij om een genadeschot te geven. Sgt Baker wist deze ook nog even mee te pikken en de Bf 109 stortte vlak bij de gestrande Defiant neer.

Sgt. Roland Thorn en Sgt. Fred Baker (met mascotte)
waren het meest succesvolle team van No.264 Squadron met 12½ victories

Op 28 augustus opereerde 264 Squadron vanaf Rochford, waar het nabij Folkstone een twintigtal He 111 bommenwerpers aanviel. Tijdens deze strijd gingen drie Defiants verloren verloren, waarbij vijf vliegers omkwamen, en raakten vier beschadigd. En met slechts drie operationele Defiants kon het squadron niet verder deelnemen aan de ‘Battle’, en het 264 Squadron werd terug getrokken als dagjager uit het verdere verloop van de Battle of Britain.

Defiants van het 264 Squadron worden gereed gemaakt voor de strijd

Vanaf deze periode zou de Defiant als nachtjager ingezet gaan worden. De productie was in volle gang als dagjager, dus werden de toestellen aangepast voor deze nieuwe taak. Er kwamen vlamdempers op de uitlaten en de glazen paneeltjes achter de cockpit vervielen.

Beide Defiant squadrons, het 141 en 264, werden ingezet om de nachtjacht technieken te ontwikkelen voor de Defiant. De eerste ‘kill’ voor nachtjacht Defiant kwam op 22 december 1940 toen een toestel van 141 Squadron een He 111 neerhaalde. Het No.307 Squadron dat opgericht was als dagjager in september 1940, werd begin 1941 operationeel als nachtjager squadron. Vervolgens kwamen er vanaf mei 1941 verschillende squadrons, No.96, 151, 255 en 256, die met de Defiant opereerden erbij. Enige tijd later kwamen daar de No.85, 125, 153, 409, 410 en 456 Squadrons nog bij als aanvulling.

Een versleten Defiant nachtjager van het No.256 Squadron (nog zonder de A.I.Mk4. radar)

In de herfst van 1941 kwamen de eerste Defiants IA met radar beschikbaar en werden als eerste operationeel ingezet bij het 264 Squadron. De Defiant IA was uitgerust met de A.I.Mk.4 radar met een ‘pijlkop’ antenne aan de stuurboord vleugel en een ‘H’-type antenne aan beide zijden van de romp. De A.I.Mk.4 had een bereik van zo’n 200 meter tot 6.5 km en verbeterde de nachtjacht voor de Defiant aanzienlijk. Ook de No.96, 125, 256 en 410 Squadrons werden uitgerust met de Mk.IA.

Een Defiant van het No.96 Squadron

In 1940 stelde Boulton Paul voor om het prototype van de Defiant, de K8310, om te bouwen tot een eenpersoonsjager. De koepel zou vervallen en er zouden in iedere vleugel twee 0.303 in. Browning machinegeweren worden geplaatst. Er was berekend dat het toestel iets beter zou presteren dan de Hurricane, maar het kwam nooit tot een officiële opdracht. Tegelijkertijd werkte Boulton Paul aan de opvolger van de Defiant I, de Defiant II. Dit toestel zou uitgerust worden met de Merlin XX met een vermogen van 1280 pk, een brandstofsysteem dat onder druk werkte, een grotere brandstofinhoud door tanks aan te brengen in de vleugels, een diepere radiator en een verlengde luchtinlaat voor de carburateur. Het richtingroer was iets groter geworden ten opzichte van de Defiant I. Het startgewicht liep op van 3773 kg tot 3821 kg en de prestaties waren slechts marginaal verbeterd.

De eerste echte productie Defiant NF Mk. II (AA370)

Twee Defiants I’s (N1550 en N1551) werden aangewezen om de Merlin XX in te testen, waarvan de eerste vloog op 20 juli 1940. Eerder deze maand was een contract verkregen voor 280 Defiants, waarvan 63 Mk. I’s en 210 Mk. II. Op de productielijn werden zeven Defiants I’s omgebouwd tot Mk. II standaard. In februari 1941 begon de levering van de Mk. II die afliep elf maanden later. De radar voor de nachtjagers was in eerste instantie de A.I.Mk.4, maar werd al snel opgevolgd door de A.I.Mk.6. De Defiant NF Mk. II vond haar weg naar No.96, 125, 141, 151, 153, 264 en 410 Squadron. Defiant NF II’s van het 264 Squadron opereerden enige tijd met Douglas Havocs die uitgerust waren met Turbinlite apparatuur (een sterk zoeklicht dat het vijandelijke toestel verlichtte zodat de Defiant het neer kon schieten). Maar half 1942 was de inzet van de Defiant als nachtjager voorbij. De taak werd overgenomen door twee motorige jagers. Eén sectie van No.151 (Special Duties) Squadron bleef opereren met de Defiant tot half 1943.

Een Defiant NF Mk. II nachtjager (DZ-V, AA436) van het No.151 Squadron

Na de inzet als nachtjager werden Defiants overgedragen aan RAF Fighter Command air-sea rescue eenheden. Onder gebracht bij No.257, 276, 277, 278 en 281 Squadron, waren deze uitgerust met twee onder de vleugels in containers opgeslagen rubberbootjes (M-Type dinghies). Door de grote draaicirkel en hoge snelheid was de Defiant niet echt geschikt voor deze rol. Het problematische onderhoud van de toestellen zorgde dat het zes maanden later uit deze taak werd terug getrokken.

Defiant N1550 werd uitgerust met een experimenteel tropenfilter

De laatste 140 Defiants die van de productielijn liepen waren doelslepers. Deze T.T.Mk.I werd besteld in juli 1940. De geschutskoepel werd verwijderd en kreeg op die plek een cockpit voor de lier operateur. Een windmolen aan de stuurboordzijde dreef de ‘B’ of ‘E’ lier aan. Onder de romp was een container waarin de ‘sleep’ werd opgeslagen. De eerste T.T.Mk.I (DR863), werd afgeleverd aan het einde van 1941 en leveringen liepen door over geheel 1942.

Defiant T.T.Mk.I, DR967, let op de 'windmolen' en de container onder de romp

De laatste veertig Defiants II werden ook omgebouwd tot de T.T.Mk.I’s en later nog eens 150 Defiants I, met de Merlin III, werden aangepast tot de T.T.Mk.III na testen met de N3488 in de zomer van 1942. De T.T.Mk.II werd gereserveerd voor een Defiant met de Merlin 24 (1620 pk), maar werd nooit ontwikkeld. Misschien een beetje glorieloos voor een voormalige eerstelijns jager, maar de Defiant had een belangrijke taak om schutters op te leiden tijdens de oorlog. Ongeveer zestig doelslepers werden overgedaan aan de Royal Navy.

Defiant T.T.Mk.I, DS155 van No.22 AACU in Karachi, India
(dit toestel werd op 1 januari 1947 afgevoerd uit de inventaris)

Het concept van de Defiant (een geschutskoepel achter de cockpit) vond ook haar weg in een ander productie toestel, namelijk de Blackburn Roc. De Roc kwam voort uit de eerste geheel metalen Britse marine jachtbommenwerper, de Blackburn Skua. Net als bij de Defiant konden delen van de romp ingedaald worden om de machinegeweren vrij te laten draaien op de rug. Ook bezat dit toestel geen machinegeweren in de vleugels, en van de 126 gebouwde toestellen is het bekend dat er slechts één Duits toestel, een He 59, werd beschadigd. Ook dit toestel eindigde, net als de Defiant, als doelsleper en werd tevens ingezet als bevoorradingsvliegtuig voor de vloot.

De Blackburn Roc (L3084)

Er is nog slechts één complete Boulton Paul Defiant bewaard gebleven, de Mk.I, N1671, welke beheerd wordt door het museum te Hendon, nabij Londen. De N1671 kwam als 179ste productie Defiant op 17 september 1940 in dienst bij het No.307 Zwoski (Polish) Squadron op RAF Kirton-in-Lindsey (later vanaf Blackpool, Colerne en Exeter). Het toestel ging vervolgens via No.153 Squadron, op Ballyhalbert, naar No.285 Squadron op Honily in 1942. Na opslag op Hullavington, Wiltshire aan het eind van 1942, werd N1671 uitgefaseerd in 1943.

De Defiant Mk. I (N1671) in het museum te Hendon

In 1960 werd het toestel in St. Athan opgeslagen na een omzwerving over verschillende vliegvelden. In 1968 werd het naar Finningley overgebracht om vervolgens in 1971 in handen te komen van Hendon die het in 1978 in de ‘Battle of Britain Hall’ plaatste. Hier was het tot 2009 te bewonderen in de kleuren (zwart) van het 307 Squadron (EW-D). Op 22 april 2009 arriveerde de Defiant bij de Medway Aircraft Preservation Society, in Rochester, Kent om gedurende twee jaar geheel gerestaureerd te worden.

Onderstaande technische gegevens hebben betrekking op de Defiant I

Fabrikant Boulton Paul
Ontwerper olv. J.D. North
Gebruik Jachtvliegtuig & nachtjager
Motor Rolls-Royce Merlin III
Vermogen 1030 pk
Spanwijdte 11,99 m
Lengte 10,77 m
Hoogte 3,70 m
Vleugeloppervlakte 23,22 m²
Klimvermogen 580 m/p.min.
Gewicht leeg 2757 kg Geladen 3773 kg
Snelheid max. 487 km/u op 5000 m, kruissnelheid; 293 km/u
Plafond 9250 m
Bereik 748 km
Bewapening 4 x .303 in. Browning machinegeweren in rugkoepel
Bemanning 2
Eerste vlucht 11 augustus 1937
Aantal gebouwd 723 Defiant I (1064 totaal)

BRONNEN

Klik op 'Top 50' voor mijn persoonlijke 'best of' militaire vliegtuigen lijst.

GA TERUG