OBERST HERBERT IHLEFELD
JAGDFLIEGER

Links: Oberstleutnant Herbert Ihlefeld

VOORWOORD

Terwijl ik bezig was mijn pagina’s over mijn favoriete militaire vliegtuigen geheel te herzien, kreeg ik een mail van Harry van der Velde waarin hij mij vertelde over een in de oorlog geborgen propellerblad van een Focke Wulf Fw 190, welke hij in 2013 had geschonken aan het Oorlogs-en Verzetsmuseum te Rotterdam. Daar ook de Fw 190 op de nominatie stond om geheel op de schop te gaan, was dit een mooie gelegenheid om dit in te voegen in de pagina’s. Nu kwamen er in Nederland veel vliegtuigen neer tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar als een Geschwader commandant de piloot is welke neer wordt gehaald, heeft dit iets meer zeggingskracht, zeker als het een Duitse aas betreft als Oberst Herbert Ihlefeld. Ik kan nu reeds verklappen dat Ihlefeld de oorlog overleefde, maar dat dit vaak op een nippertje was, blijkt uit onderstaande verhaal over zijn geschiedenis bij de Luftwaffe. Tijdens zijn meer dan 1000 missies wist Ihlefeld 130 overwinningen op zijn naam te zetten maar moest zelf ook de nodige klappen incasseren, zo werd hij acht keer zelf neergeschoten, maar wist deze allen te overleven. Ihlefeld, geboren in 1914, trad al vroeg toe bij de Luftwaffe, in 1935, en bleef daar tot het einde van de oorlog. Hij vloog alleen jachtvliegtuigen, waaronder de Bf 109, de Fw 190 en de vroege straaljager, de Heinkel He 162 Volksjäger.

HET BEGIN

Herbert Ihlefeld werd geboren op 1 juni 1914 in Pinnow, Pommern, in het voormalige Pruisen. In maart 1935 trad hij toe tot de Luftwaffe. Toen Duitsland zich ging bemoeien met de oorlog in Spanje, meldde Ihlefeld zich, in 1938, vrijwillig aan bij het 2.J/88 van het Legion Condor. In deze periode zou hij zeven bevestigde vijandelijke toestellen hebben neergeschoten (hij beweerde zelf van negen stuks, vandaar dat sommige bronnen 132 als eindscore opgeven). Ihlefeld vloog in Spanje met de Messerschmitt Bf 109 en zijn eenheid was herkenbaar aan een hoge hoed ('Zylinder Hut') welke op de romp was geschilderd.

J/88 in Spanje, met op de achtergrond de Bf 109 van Ihlefeld (onbevestigd)

Na het Spaanse avontuur was Ihlefeld betrokken bij de invasie van Polen in september 1939, als hij dient in het Lehrgeschwader 2 (I.(Jagd)/LG 2) om vervolgens strijd te gaan leveren in de strijd om Frankrijk en tijdens de Slag om Engeland. Tijdens deze campagne vloog Ihlefelfd de Bf 109E en had als persoonlijk kenmerk de hoge hoed nog steeds op de romp van het toestel. Van I.(Jagd)/LG 2 zou Ihlefeld de meest succesvolle jachtvlieger worden. In september 1940 had Staffelkapitän Ihlefeld 24 overwinningen op zijn naam en ontving het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes.

26 februari 1941, Hptm. Ihlefeld heeft zijn 30ste overwinning behaald, een Spitfire
van 54 Squadron. Ihlefeld is hier te zien met zijn slachtoffer Sgt. Howard Squire

Toen de Gruppe in april 1941 werd verplaatst naar de Balkan, had het I.(Jagd)/LG 2 een score van 92 overwinningen behaald tijdens de Slag om Engeland, tegen een verlies van 22 jagers, en 16 beschadigde. Tien piloten waren omgekomen of vermist en vier krijgsgevangen genomen. De Duitse Lufwaffe kende niet het fenomeen welke de Geallieerden wel hadden, na een bepaald aantal missies (een tour), een rustperiode, of terugtrekking van het front. De Luftwaffe vliegers gingen gewoon door, alsof het een gewone baan was (of tot de vlieger verloren ging door de strijd). Eerlijkheid gebied te zeggen dat de RAF ten tijde van de Slag om Engeland haar piloten ook niet rust kon geven, iedere vliegenier was toen nodig.

Hauptmann Ihlefeld, gevangen genomen, maar weer bevrijd door Duitse troepen

In de Balkan werd I.(Jagd)/LG 2 gereed gemaakt voor de invasie van Joegoslavië. Tijdens één van de eerste missies, het beschieten van het vliegveld nabij Niš, werd Ihlefeld zijn jager getroffen door luchtafweer. Ihlefled werd gevangen genomen, en ernstig mishandeld en bedreigd met de dood. Maar na acht dagen werd hij ontzet door Duitse troepen en naar Duitsland gestuurd om weer op krachten te komen.

De Bf 109E-4 van Hauptmann Ihlefeld (Jagd)/LG 2, mei 1941
(dit is de oude kist van Priller, vandaar de badge van JG 52 op de romp)

Ihlefeld was op tijd terug om weer te gaan vliegen ter ondersteuning van de invasie op Kreta. Tijdens deze campagne wist hij zijn 36ste overwinning te behalen toen hij een Hawker Hurricane neerschoot. Korte tijd later werd het Lehrgeschwader 2 (I.(Jagd)/LG 2) toegevoegd aan het Jagdgeschwader 77 om zich voor te bereiden op Operatie Barbarossa, de aanval op Rusland in juni 1941. In deze periode ging het JG 77 over op de Bf 109F. Met Ihlefeld als commandant trok het I.(Jagd)/LG 2 met JG 77 ten strijde.

De Bf 109E-4 (werknummer 5057) van Hauptmann Ihlefeld (Jagd)/LG 2, juli 1941
met een score van 36 westerse en 11 Soviet vliegtuigen op de staart

Op 6 januari 1942 werd Hauptmann Herbert Ihlefeld commandant van het I./JG 77 (toen het I.(Jagd)/LG 2 is opgegaan in het JG 77). In het voorjaar van 1942 maakte Ihlefeld de meeste scores uit zijn loopbaan, zoals op 24 maart toen hij vijf Soviet toestellen wist te verschalken, en zeven op 30 maart en nogmaals zeven op 20 april. Nu de scores snel opliepen was Ihlefeld de vijfde Duitse piloot die de 100 overwinningen behaalde. In de periode dat Ihlefeld het I./JG 77 leidt, zou zijn eenheid verantwoordelijk zijn voor het neerhalen van 323 vijandelijke toestelen, tegen een verlies van slechts 17 Bf 109's.

Geschwader badges van JG 77 en van JG 52

Op 22 juni 1942 werd Ihlefeld bevorderd tot Geschwaderkommodore van het fameuze Jagdgeschwader 52. Het JG 52 zou in de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk zijn geweest tot het vernietigen van 10.000 vijandelijke toestellen. Het JG 52 zou ook enkele beroemde Azen voortbrengen, zoals; Hermann Graf (212), Gerhard Barkhorn (301), Erich Hartmann (352), en Günther Rall (275).

De Bf 109G van Hermann Graf, commandant van 9./52 JG

De hoge score van het JG 52 had ook zijn keerzijde, het kostte ook aan 678 Duitse piloten het leven. In juli 1942 kwamen de eerste verbeterde Messerschmitt jagers bij het JG 52, de Bf 109G Gustav. Op 22 juli raakte Ihlefeld zwaar gewond toen hij crashte in een Fieseler Fi 156 C-2 Storch op het vliegveld van Taganrog. Onderzoek wees uit dat de roeren geblokkeerd waren van het lichte communicatie- en verkennersvliegtuigje.

1941, in het september nummer van het Luftwaffe tijdschrif 'Der Adler'
wordt Hauptmann Ihlefeld aan de eregallerij toegevoegd,...

Op papier zou Ihlefeld JG 52 leidden tot 28 oktober 1942, maar zijn verwondingen hielden hem van de frontlinie tot juli 1943 tot hij Geschwaderkommodore van het nieuw gevormde Jagdgeschwader 25 werd. In juli stond dit Geschwader nog als Geschwader Nord te boek en was gestationeerd op Staaken bij Berlijn. Op 15 augustus 1943 werd het officieel Jagdgeschwader 25 en opereerde daarna vanaf Gardelegen. In Bf 109G-5 en G-6's aangepast voor grote hoogtes moest dit Geschwader trachtten onder andere de Amerikaanse bommenwerpers en snelle Mosquito's van de RAF te onderscheppen. Oberstleutnant Ihlefeld was tot 30 november 1943 commandant van JG 25 welke een maand later werd opgeheven. Het Geschwader heeft dan slechts enkele vijandelijke vliegtuigen weten te onderscheppen, waarvan slechts twee werden bevestigd als een overwinning.

Major Ihlefeld

Op 1 mei 1944 kreeg Major Ihlefeld het commando over Jagdgeschwader 11 (JG 11). Dit was een in april 1943 nieuw opgericht Geschwader welke toen vloog met de BF 109G. Toen Ihlefeld het commando overnam van Hermann Graf zat het JG 11 midden in de verdediging van het Duitse Rijk, toen de dagelijkse stromen Amerikaanse bommenwerpers zich aandienden. Maar na veertien dagen, op 15 mei, nam Major Günther Specht het JG 11 over en vertrok Ihlefeld alweer, maar zou binnen enkele dagen een ander Jagdgeschwader gaan leidden.

Links: Het logo van Jagdgeschwader 1 'OSEAU'

Oberst Herbert Ihlefeld kreeg op 20 mei 1944 het commando over Jagdgeschwader 1 (JG 1), welke hij overnam van Major Heinz Bär. Major Heinz Bär had bij II./JG 1 in vier maanden 23 overwinningen behaald. Als Geschwaderkommodore zou Ihlefeld dit Geschwader leidden tot het einde van de oorlog. Bij zijn aantreden kreeg hij het commando over vier Jagdgruppen, welke opereerden met de Fw 190 (I. II. en IV./JG 1). Eén Gruppe, het III./JG 1, opereerde toen met de Bf 109G-5/AS. Direct na D-Day, 6 juni 1944, werden twee Gruppen, I./JG 1 en II./JG 1, (plus II./JG 53), gestationeerd op Le Mans, in Frankrijk, met in totaal 100 Fw 190's en Bf 109's. De volgende dag, 7 juni, kwam de commandant van III./JG 1, Hauptmann Karl-Heinz Weber, om het leven toen zijn Bf 109G-6 (Werknummer 410 399) door Amerikaanse P-51 Mustangs uit de lucht werd geschoten. Weber,een aas met 136 overwinningen, zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Op 8 juni werden beide Gruppen naar de invasiestranden gestuurd om Jabo missies uit te voeren. Ondanks dat JG 1 geen trainingen om als jachtbommenwerper op te treden hadden ondergaan, vlogen 25 Fw 190 over de Geallieerde schepen en bestookten deze met hun lading. Op 9 juni bombardeerden bommenwerpers van de RAF het vliegveld van Le Mans en vernietigden daarbij zeven vliegtuigen en raakten vijf beschadigd.

Een Fw 190 van II./JG 1 met als logo de 'Tatzelwurm' op de motorkap

Op 16 juni 1944, werd II./JG 1 verplaatst met haar 25 Fw 190's naar Essay, om van daaruit aanvallen uit te voeren op de Invasievloot. Maar het wordt dezelfde dag nog gebombardeerd door Amerikaanse B-24 Liberators, waarop II./JG 1 uitwijkt naar Semallé, ten zuidoosten van Alençon. Maar ook hier waren de toestellen niet veilig. Nog maar juist aangekomen werd het vliegveld bestookt door P-51's Mustangs, waarbij maar liefst 15 Fw 190 werden vernietigd, plus elf niet-operationele Fw 190's, waarmee het deelnemen van II./JG 1 aan de strijd om Normandië uitgeschakeld was. Tijdens deze korte strijd waren 27 piloten omgekomen, 3 gevangen genomen en twee gewond.

Een Fw 190 met het opvallende kleurenschema van Jagdgeschwader 1

Op 17 augustus 1944, werd II./JG 1 ondergebracht op Reinsehlen, in Duitsland. Het was ondermeer de bedoeling om de vliegers te gaan trainen op de toekomstige straaljagers, zoals op de lichte jet Heinkel He 162 Spatz (Volksjäger). Maar het vliegen op deze jagers zou nog tot het voorjaar van 1945 op zich laten wachten, daar de bouw en proefvluchten nog gemaakt moesten worden. Likte II./JG 1 haar wonden, ook I./JG 1 had het zwaar. Op 21 november bombardeerde de 8th Air Force Merseburg. Rond de twintig Duitse jagers werden neergeschoten waarbij veel van de onervaren piloten van I./JG 1 omkwamen. I./JG 1 kreeg vervolgens opdracht om zich op te maken voor het Ardennen Offensief (Battle of the Bulge) om steun te geven aan de grondtroepen. Ook tijdens deze missies gingen verschillende piloten verloren, vliegers en vliegtuigen die slechts mondjesmaat konden worden vervangen.

Herbert Ihlefeld schudt de hand van Hitler
(naast Ihlefeld, (v.l.n.r); Wolf-Dieter Huy (met arm in mitella) en Wolfgang Spate)

Operatie Bodenplatte

Om nog eenmaal de kracht van de Luftwaffe te tonen aan de Geallieerden, werd Operatie Bodenplatte uitgevoerd op nieuwjaarsdag 1945. Om 07.00 uur stegen vanaf verschillende vliegvelden in het noord-en zuidwesten van Duitsland 1035 vliegtuigen op, samengebracht door tien Jagdgeschwaders en één Schlachtgeschwader en twee zelfstandige Jagdgruppen. Opdracht was om 17 Geallieerde vliegvelden in Nederland, België en Frankrijk aan te vallen de vliegtuigen die daar stonden opgesteld, te vernietigen. De operatie zou samen moeten vallen met Operatie Nordwind, een hernieuwde grond operatie van de Duitsers na het verlies van de Slag om de Ardennen. Helaas was er een blunder gemaakt in de vliegroutes van sommige eenheden, toen deze over de zwaarst verdedigde gebieden werden gestuurd, namelijk daar waar de V2 installaties stonden, rond Den Haag. Rond dit gebied stonden minstens 267 zwaar en 277 middelzwaar anti-afweer geschut, plus zo'n 100 AA van de Kriegsmarine aan de kust van Nederland. Hierbij kwam de grote geheimhouding voor deze operatie zodat het Duitse luchtafweer slecht op de hoogte was,... zelfs de piloten kregen maar heel weinig informatie mee, en de informatie die ze kregen was slechts kort voor de start.

De aanvliegroutes van de Geschwaders van Bodenplatte
(de meest zuidelijke valt net buiten de kaart, die van JG 53, en ontbreekt)

Het Jagdgeschwader 1 van Oberstleutnant Herbert Ihlefeld kreeg drie doelen, het RAF veld B.61 Sint-Denijs-Westrem, bij Gent, het RAF veld B.65 bij Maldegem en het USAAF/RAF veld B.67 bij Ursel. In totaal wist Ihlefeld 71 vliegtuigen bij elkaar te krijgen voor deze aanval. Alle drie Gruppen deden mee, I./JG 1 (gestationeerd op Twente, in Nederland) en II./JG 1 met Fw 190 en III./JG 1 met Bf 109 jagers. Ihlefeld leidde het Geschwader hoogst persoonlijk en vloog mee in een Fw 190 van I./JG 1.

Schilder Nicolas Trudgian legde Operatie Bodenplatte vast op dit doek

Voor de aanval begon op Maldegem, om 08.30 uur, waren al vier Fw 190's verloren gegaan aan eigen afweergeschut (waaronder Ihlefeld zoals we lager zullen zien). Bij Maldegem ging een Bf 109 verloren en weer een Fw 190 verloren toen deze onderweg was naar Ursel. Ook gingen minstens twee toestellen wederom verloren door eigen afweer geschut. De schade aan RAF toestellen bedroeg 13 Spitfires vernietigd en twee zwaar beschadigd. Op Ursel werden zes vliegtuigen vernietigd, waaronder een B-17 Flying Fortress, twee Lancasters en een Mosquito. De verliezen van I. en III./JG 1 waren 16 toestellen en 12 piloten. II./JG 1 viel het veld aan van St. Denijs-Westrem, van de 36 Fw 190 van deze Gruppe, zouden er 17 worden neergeschoten. Tijdens het luchtgevecht wisten de Fw 190's twee Spitfires neer te schieten en zeven tot een noodlanding te dwingen. Op het vliegveld zelf werden 18 Spitfires vernietigd. In totaal zou het Jagdgeschwader 1 maar liefst 29 vliegtuigen verliezen, en 25 piloten. Hiervan zouden slechts negen zijn neergeschoten door Spitfires, drie waarschijnlijk (of door luchtafweer). Slechts twee Geallieerde vliegers kwamen om door de gevechten met het JG 1, één van 308 en één van 317 Squadron.

Crash van Ihlefeld
Berkel en Rodenrijs

Eén van de ongelukkige Duitse vliegers die neergeschoten werd, was de commandant van Jagdgeschwader 1, Oberstleutnant Ihlefeld. Hoe het precies gegaan is, is onduidelijk, maar we kunnen er van uitgaan dat het op de aanvliegroute al reeds is gebeurd. Nadat de Bf 109’s van III./JG 1 vanaf het vliegveld Rheine waren opgestegen en westwaarts vlogen, stegen ook de Fw 190’s van I./JG 1 vanaf Twente op. Deze twee Gruppen vlogen gezamenlijk westwaarts, om ter hoogte van Utrecht in een knooppunt van andere Geschwaders te raken. Over Utrecht braken de formaties en de (noordelijke) Geschwaders vlogen vanaf hier naar hun doelwit. Zo’n 50 km ten noorden van Twente vertrok ook II./JG 1 vanaf het vliegveld Drone in Duitsland. Omdat deze Gruppe iets verder moest vliegen, vloog het II./JG 1 een directe zuidwestelijke route. I./JG 1 en III./JG 1 vlogen een route ten noorden van Den Haag, om iets buiten de Nederlandse kust zuidwaarts af te buigen. Iets voorbij de hoogte van Rotterdam zou dan II./JG 1 aanschuiven en gezamenlijk zou JG 1 verder vliegen richting België.

De aanvliegroute van JG 1 vanuit het oosten
(de blauwe X geeft de crashplek aan van Ihlefeld)

Volgens rapporten passeerde JG 1 rond 08.00 uur de Duits-Nederlandse grens. De snelheid van de toestellen zal rond de 500 km/u hebben gelegen, en I. en II./JG 1 zullen rond 08.15 uur het luchtruim ten noorden van Den Haag zijn binnengevlogen. De Duitse luchtafweer batterijen rond de Residentie openden het vuur op de aanstormende Fw 190’s, hierbij werden vier Fw 190’s neergeschoten van I./JG 1, waaronder die van Oberstleutnant Herbert Ihlefeld. Zijn toestel stortte brandende ter aarde en crashte nabij de boerderij van de familie Van der Velde, in Berkel en Rodenrijs. Ihlefeld wist zich in veiligheid te brengen met zijn parachute en overleefde de crash en zou zich later weer voegen bij zijn Geschwader. Maar zijn vliegtuig bleef achter in de Hollandse klei. Er werd een Duitse bewaking ingesteld, maar deze nam het waarschijnlijk niet zo serieus.

Hoe de propellerbladen aan de Fw 190 zaten,..
en de trofee van Ihlefeld uit het wrak bij Berkel en Rodenrijs

In de nacht die volgde op de crash, ging de vader des huizes, samen met drie broers van zijn vrouw, het veld in om te kijken of er wat te halen viel uit of van het wrak. Want zou een propellerblad bijvoorbeeld niet een mooi souvenir zijn? Maar de mannen ontbeerden goed gereedschap en alles moest zo geruismogelijk ondernomen worden om de bewakers niet te alarmeren. Het lukte dan ook niet de eerste nacht om een propellerblad los te krijgen,… het zou zelfs enkele nachten werk gevergd hebben. Maar uiteindelijk lag de trofee op een dag op de keukentafel. Het propellerblad werd begraven in een grote schuur om bewaard te blijven tot na de oorlog. In december 1945 is de familie naar Bussum, in het Gooi, geëvacueerd en de propeller kreeg een plek in de gang van het ouderlijk huis.

Links de heer Harry van der Velde die de propeller overdraagt
aan Johan v.d. Hoeven, directeur van het Oorlogs-en Verzetmuseum, in Rotterdam
(in het midden de kleinzoon van de heer Van der Velde)

En zo hing het propellerblad jarenlang in de gang van de heer Harry van der Velde. Tot de zomer van 2013, toen besloten werd om het te schenken aan het Oorlogs- en Verzetsmuseum in Rotterdam. Hierop schreef de heer Van der Velde mij een mail, en berichtte mij over de schenking en dat eigenlijk Ihlefeld een plekje zou moeten krijgen op de Fw 190 pagina’s. Maar lopende het onderzoek naar zijn verhaal, paste dit ook op de Bf 109 pagina (en als ik een pagina gewijd had aan de He 126 ook op die).

Verloren Bodenplatte
Verloren oorlog,...

Operatie Bodenplatte was een twijfelachtig 'succes' voor de Luftwaffe. Er is grote onduidelijkheid hoeveel schade aan de Geallieerde vloot was aangericht, want de Amerikanen waren verre van secuur in het vermelden van de verliezen door de operatie. Schattingen zouden aangeven dat 305 vliegtuigen waren vernietigd en 190 beschadigd, hierin zijn ook de 15 Geallieerde jagers die tijdens luchtgevechten werden neergeschoten en de 10 beschadigde tijdens gevechten. Vooral JG 3 had op Eindhoven goed gescoord, met 26 Hawker Typhoons vernietigd en zeker 30 beschadigd. Ook werden op Eindhoven vijf Spitfires vernietigd door JG 3. Ook op Brussel-Melsbroek werden grote verliezen geleden, 35 vernietigde en 9 zwaar beschadigde vliegtuigen, maar met de kantekening dat daar JG 27, JG 54 en JG 4 voor nodig waren. Maar de grootste veliezer bleek achteraf toch de Luftwaffe. Deze had maar liefst 143 piloten verloren, gedood of vermist, en 21 gewond en daarnaast nog eens 70 piloten in Geallieerde gevangenschap. Onder deze verliezen waren zogenaamde Experten, azen met grote ervaring, waaronder ook nog eens drie Geschwaderkommondore. Het was een aderlating onder het Jagdwaffe dat Duitsland nooit meer te boven zou komen.

Een oorlogsmoede Fw 190 van JG 1 in het voorjaar van 1945

Waren de verliezen voor de Duitsers nagenoeg niet meer aan te vullen na Operatie Bodenplatte, en liet de luchtverdediging vanaf 1 januari 1945 veel te wensen over, bij de Geallieerden waren de verliezen binnen enkele dagen weer aangezuiverd.

Op 30 januari 1945 werd Ihlefeld gepromoveerd tot Oberst. In februari 1945 ontving I. Jagdgruppe van JG 1 als eerste eenheid de Heinkel He 162A-2 Spatz (wellicht beter bekend als de Volksjäger). I./JG 1 werd naar Parchim verplaatst om zo dicht mogelijk bij de productielijnen van de He 162 te zijn, en de toestellen direct in ontvangst te nemen. In maart werden de eerste trainingen ondernomen, maar er waren grote problemen, met name de aanvoer van voldoende brandstof nu het Duitse Rijk snel in elkaar klapte. Vanwege een bombardement door de USAAF op Parchim, op 7 april, werd I./JG 1 verplaatst naar Ludwiglust en daarna naar Leck, aan de Deense grens.

Heinkel He 162A-2 Spatz van 1./JG 1

Op 8 april was II./JG 1 overgeplaatst naar Marienhe om ook de He 162 in ontvangst te nemen en hun Fw 190's daarvoor in te ruilen. III./JG 1 zou ook overgaan op de He 162, maar deze Gruppe werd ontbonden om gaten op te vullen bij andere eenheden. Half april ging het JG 1 in de aanval met de He 162 en er zouden ook enkele overwinningen mee behaald zijn. Maar de verliezen waren erg groot. In dezelfde periode dat er operationeel mee werd gestart, werd ook de eerste neergeschoten door een Hawker Tempest van de RAF. De verliezen liepen snel op, zeker 13 gingen verloren, waarvan 10 door technische problemen, zoals 'flame out' van de BMW 003 straalmotor. Slechts twee zouden daadwerkelijk worden neergeschoten door de Geallieerden. Twee andere vliegers kwamen om toen hun He 162 zonder brandstof kwamen te zitten, welke maar toereikend was voor 30 minuten. Met de nadering van de Russen, vertrok II./JG 1 naar Leck om zich te voegen bij I./JG 1.

Oberst Herbert Ihlefeld, tweede van links, wacht met andere officieren
van JG 1, op het vliegveld van Leck, op de Britse troepen

Op 3 mei werden de overgebleven over twee groepen verdeeld, I. Einsatz en II. Sammel. Maar op 5 mei 1945 was het voorbij en werden alle toestellen aan de grond gehouden, en op 6 mei werden de overgebleven He 162's overgedragen aan de RAF.

Herbert Ihlefeld overleefde de oorlog, maar het had voor hem met acht crashes heel anders kunnen aflopen. Ihlefeld werd 81 jaar, en overleed twee maanden na zijn 81ste verjaardag, op 8 augustus 1995, in Wenningsen, Niedersachsen.

GA TERUG