|
Jan van Arkel
Jan van Arkel wordt geboren in Buiksloot op 17 augustus, 1919.
Wanneer de Duitsers Nederland binnenvallen in 1940 is Van Arkel dienstplichting sergeant
bij het Korps Motordienst in Den Haag. De capitulatie hield in dat de wapens moesten worden
ingeleverd. De nog overgebleven militairen van de Motordienst werden vervolgens ondergebracht
(lees opgesloten) in de schouwburg aan de Prinsengracht. In afwachting van de Duitse bezetter,
besloten de heren dit niet af te wachten maar massaal te ontsnappen via de toiletramen. Met een
‘geleende’ vrachtwagen werd de poort geramd, en met een andere wagen werd vervolgens gevlucht.
Was Zeeland de bedoeling voor een verdere ontsnapping, dit bleek onmogelijk vanwege de vele
Duitse parachutisten. Maar in IJmuiden wisten de mannen met een viskotter het zeegat te kiezen.
Een Duits jachtvliegtuig probeerde het schip in het donker nog te beschieten, maar zijn kogels
sloegen in het kielzog. Onderweg naar Zeeland kwam een Britse torpedoboot langzij die hen vervolgens
begeleide naar Engeland.
In Engeland aangekomen werd gevraagd waar Van Arkel zou willen dienen en noemde de RAF, al
had hij nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien. In afwachting van zijn toekomst, werd hij
eerst chauffeur van minister Dijxhoorn. De eerste rit als chauffeur was trouwens het brengen van
koningin Wilhelmina naar de BBC waar deze een toespraak deed vanwege haar verjaardag op de 31
augustus. Gedurende zijn verblijf in Londen komt hij tweemaal met de schrik vrij tijdens een Duits
bombardement. De eerste keer vielen de bommen op en rond het huis van vrienden waar hij was, maar
iedereen wist weg te komen. De tweede keer had hij juist de minister afgezet toen er ergens een
bom explodeerde. Van Arkel draait een bocht door en duikt bijna een krater in, hij bleef nog net
op de rand hangen. Op 6 december 1940 wordt het Bronzen kruis No.6 toegekend aan van Arkel. Maar
Van Arkel wil vechten en oefent druk uit op kapitein Kruls en deze geeft toestemming dat Van Arkel
naar de vliegopleiding gaat.
Met RAF nummer 1149979 meldt Jan van Arkel zich op 6 januari 1942 als nieuwe piloot bij
het 41 Squadron dat op Tangmere is gestationeerd. Zijn eerste opdracht is de Spitfire van
de vluchtcommandant Bob van der Stok op te halen. Tijdens de landing wordt deze nieuwe kist
gelijk afgeschreven als Van Arkel er mee in een berg sneeuw belandt. Maar al spoedig weet
Van Arkel de Spitfire, een Mk Vb, zich eigen te maken. In maart raakt hij zijn groep kwijt
boven Frankrijk. Hij besluit terug te keren naar Engeland. Vanuit de zon duiken er dan opeen
twee Bf 109E’s op Van Arkel zijn Spitfire. Hij weet met een snelle draai één van de twee de
volle laag te geven die daarop verdween. De andere Messerschmitt is lastiger af te schudden.
Zonder munitie besluit Van Arkel een duik in te zetten naar zee. Samen gieren de twee vliegtuigen
achter elkaar aan. Van Arkel herinnert zich een uitspraak van een veteraan; ‘Remember, you can
always out-dive them,…’ Van Arkel weet de Duitser buiten schootsafstand te houden terwijl de zee
steeds dichter bij komt. Vlak boven het water trekt Van Arkel met al zijn kracht de knuppel in
zijn buik en krijgt zijn Spitfire horizontaal. In zijn spiegel ziet hij een enorme waterzuil,
de Messerschmitt heeft zich niet uit de duik kunnen trekken. Later blijken er rimpels in de
vleugelbeplating te zitten van de stress die is uitgeoefend op het toestel tijdens de duik.
In juni 1993 verscheen de eerste nieuwsbrief van de 'Dutch Spitfire Flight' (een stichting
die in het leven was geroepen om de Spitfire MK732 weer vliegwaardig te maken). In dit nummer was bovenstaand verhaal
afgedrukt waarbij ik, schrijver van dit artikel, een illustratie mocht maken. Deze is hiernaast gereproduceerd.
Eind mei 1942 trekken vier Spitfires van 41 Squadron over het Kanaal naar een Duitse
vliegbasis bij St Omer om deze met boordwapens te bestoken. Leider van de vlucht is Fl.Off.
Sharp (No.1) met Sgt Watts (No.2), Fl.Sgt. ‘Screwball’ Beurling (No.3) en Sgt. Van Arkel (No.4).
In twee secties denderen de Spitfires over het doel en bestoken de in de bosrand opgestelde
Bf 109 toestellen en andere doelen zoals brandstofvoertuigen. Zo snel als ze over het Duitse
vliegveld razen, zo snel wordt er weer op de Franse kust aangevlogen. Onderweg daarnaar toe
kolkt rook uit de motor van de Spitfire van Sharp. Deze moet daarop een buiklanding maken op
het Franse strand. Beurling bedacht zich geen moment en laat zijn landinggestel en flaps
zakken. Voorzichtig zet hij de Spitfire op het strand neer en stopt zijn kist naast de Spitfire
van Sharp. Deze is weggevlucht maar komt nu terug gerend. Onderwijl gooit Beurling zijn parachute
uit de stoel het strand op. Sharp neemt plaats in de kuip van de stoel en Beurling gaat op zijn
schoot zitten. Tijd voor de veiligheidsriem is er niet. Terwijl Beurling met moeite zijn zware
vliegtuig van het strand tracht te krijgen, proberen Van Arkel en Watts het vijandelijke vuur af
te leiden door in de omgeving rond te vliegen. Brandstof tekort dwong Beurling een noodlanding te
maken op het strand bij Dungeness. Waarschijnlijk is dit deel het gevaarlijkste van de gehele
onderneming geweest; Beurling kon geen driepuntslanding maken (de stick kon niet ver genoeg naar
achteren) en het gevaar voor over de kop te slaan was erg groot, verder bleek de Spitfire uit te
rollen door een mijnenveld! De enige schade was een gekneusde pols voor Sharp opgelopen tijdens
de buiklanding en een achter gebleven Spitfire.
Nadat Van Arkel drie Bf 109’s op zijn naam had verhuisde hij naar het 167 Squadron.
Bij dit squadron weet hij korte tijd later een Focke Wulf Fw 190 op zijn naam te zetten.
Bij het 167 Sqn werd in 1943 voornamelijk escorte gedaan voor bommenwerpers. Eigenlijk
waren de Spitfires Mk Vb daar niet geschikt voor. Dit waren toestellen voor lage hoogte,
en voor escorte was hoogte nodig. Twee escortes voor Ventura bommenwerpers met als doel
de hoogovens van IJmuiden gingen goed. Maar de derde was een drama. Op deze dag werden ze
opgewacht door veertig Luftwaffe jagers. Van de twaalf Ventura bommenwerpers wist er maar
één Engeland te bereiken, de lucht hing vol rook, vuur en brokstukken van de slachting.
Monteurs van het 322 Squadron werken aan een Spitfire Mk XVI
Op 12 juni 1943 wordt het 167 omgedoopt tot het 233 Dutch Squadron en vertrekt het naar
de omgeving van Liverpool waar niets te beleven valt. In december wordt het 322 verplaatst
naar Hawkinge bij Folkstone. In het voorjaar krijgt het squadron de beschikking over de
Spitfire Mk XIV en weer verplaatst, nu naar Hartford-Bridge met het doel tot het onderscheppen van
Duitse verkenningsvliegtuigen. In juni 1944 komen de eerste V1’s naar Engeland. Het 322 weet er in
zes weken 121 neer te halen waarvan Van Arkel er 10 voor zijn rekening neemt. In augustus worden
de Mk XIV weer ingeruild voor de verbeterde Mk IX waarmee dagelijks naar Frankrijk wordt gevlogen
op zoek naar doelen. Door Flak verliest het squadron op 1 september verschillende vliegers.
Na een missie richting Arnhem wordt de kist van Van Arkel getroffen en moet hij een noodlanding
maken, samen met zijn vleugelman, op een vliegveldje in België. Terwijl ze naast hun toestellen staan
komt een pastoor vertellen dat de Britten terug getrokken zijn en dat het vliegveldje in Duitse handen
dreigt te vallen. Van Arkel en zijn metgezel brengen de nacht door in Peer. Gelukkig blijkt de volgende
dag dat de Britten weer de baas zijn van het vliegveld. Op 5 oktober 1944 wordt het Vliegerkruis No.30
toegewezen aan Van Arkel. Op 30 december gaat het 322 naar Woensdrecht als onderdeel van de 2nd TAF met
de Spitfire Mk XVI waarmee (duik)bommenwerper missies worden gevlogen. In maart 1945 zijn de oorlogsmissies
voorbij voor Van Arkel en vertrekt hij naar de Fighter Leader School in Engeland.
Na de oorlog blijft Van Arkel bij de Nederlandse luchtmacht. Vanaf 20 mei 1948 is hij kapitein-vlieger
om op 16 augustus 1952 gepromoveerd te worden tot majoor. In 1954 wordt hij Ridder in de Orde van Oranje
Nassau. op 1 september 1956 wordt Van Arkel luitenant-kolonel om als kolonel (op 1 november 1964) in 1974 de
luchtmacht te verlaten.
GA TERUG
|