Bob (Bram) van der Stok
'Oorlogsvlieger van Oranje'

Bob van der Stok, Foquin de Grave en Jan Bosch op De Kooy, 10 mei, 1940

Oorlog

Geboren op 13 oktober 1915 in Pladjoe op Sumatra komt Bram van der Stok met zijn familie naar Nederland om te studeren. In 1936 besluit hij de vliegeniersopleiding te gaan volgen vanaf Soesterberg. Daar wordt geoefend met de Fokker S-IV. Hij had een grote aanleg voor aerobatics wat hij demonstreerde door onder de Moerdijk bruggen door te vliegen. Helaas lekte deze stunt uit en hij moest verschijnen voor het Militaire Gerechtshof. Gelukkig voor hem liep de zaak met een sisser af. In 1939 krijgt van der Stok de beschikking over het jachtvliegtuig Fokker D-XXI. Hij is erg enthousiast over de prestaties, maar had graag gezien dat het landingsgestel intrekbaar was geweest, zodat het toestel nog beter zou presteren.

Replica van de D-XXI, 221 (zoals die vanaf De Kooy opereerde),
(te zien in het Nationale Militaire Museum te Soesterberg)

Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen de lage landen binnen. Me-109's zwermen door het luchtruim op zoek naar prooi. Bob (zoals Bram voor zijn vrienden heet) van der Stok is dan gestationeerd op De Kooy bij Den Helder bij de 1ste JaVa (Jachtvliegersafdeling). Tijdens verschillende schermutselingen weet hij een Bf 109 te beschadigen en later heeft hij na een gevecht een 'waarschijnlijk vernietigd' op zijn naam staan. Met tien D-XXI's voert de JaVa een aanval uit op Waalhaven waar verschillende Duitse, maar ook nog Nederlandse, toestellen geparkeerd staan. Na het beschieten van dit vliegveld laten de Nederlandse piloten een enorme ravage achter.

Links: Bob van der Stok, Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema

De Duisters hebben zware verliezen geleden onder het vliegend materieel. Honderden vliegtuigen gingen verloren aan het luchtdoelgeschut, de Nederlandse jachtvliegtuigen en door landingsongelukken van Duitse piloten zelf. Dit enorme verlies aan vliegtuigen was een zware kink in de kabel om een eventuele snelle luchtlanding in te zetten tegen Engeland.

Na vijf dagen moest Nederland capituleren. Maar Van der Stok wilde niet het gewone leventje weer oppakken. Hij wilde het land ontvluchten om de strijd aan te gaan tegen de Duitse bezetter. Na enkele mislukte pogingen om te ontsnappen, wist Bob op 2 juni 1941 aan boord te komen van een koopvaarder die afgemeerd lag in Rotterdam. Met dit schip, de St Cergue' lukt het dan eindelijk om Nederland te ontvluchten. Op hetzelfde schip is dan ook toevalligerwijs een andere (later) bekende 'soldaat van Oranje', Erik Hazelhoff Roelfzema, die Bob van de Stok uit zijn verstekelingpositie haalt, een kleine ruimte in de machinekamer waar hij dan al 10 uur ligt. Een andere Engelandvaarder aan boord is Peter Tazelaar. Tazelaar keerde later als spion terug naar Nederland, en zou volgens overlevering model hebben gestaan voor James Bond van de schrijver Ian Fleming. Samen met nog andere vluchteling weten de mannen over te stappen op een Britse kruiser, de HMS Devonshire. Deze brengt hen naar Schotland waar ze van boord gaan om zich te melden bij de Nederlandse regering in ballingschap. In Londen wordt hem het Bronzen Kruis verleend vanwege zijn succesvolle ontsnapping.

Bij de RAF

Van der Stok wil eigenlijk als spion wel terug naar Nederland, maar op aandringen van onder andere Prins Bernhard besluit hij zich toch aan te melden bij de Royal Air Force.

Van der Stok in RAF uniform

Vanwege zijn Nederlandse gevechtservaring wordt Van der Stok terstond in een Brits uniform gehesen en naar het No 91 Squadron gestuurd. Dit opereerde vanaf Tangmere met de Spitfire Mk V. Tijdens nachtvluchten tegen Duitse aanvallers weet Bob twee He111 bommenwerpers neer te schieten, maar krijgt ze slechts als 'waarschijnlijk', omdat de bommenwerpers over en in de zee zijn verdwenen. Een Me-109 wordt wel op zijn conto geschreven nadat het wrak is gelokaliseerd. Later krijgt hij alsnog een He111 op zijn naam als hij de staart finaal van de romp weet te schieten. Hij is geschokt te moeten zien hoe verschillende van de bommenwerperbemanning uit het wrak vallen.

Korte tijd later vertrekt Van der Stok naar het No 41 Squadron dat van West Hampnet opereert. In deze periode begint hij zich al danig op te winden over het via 'vriendjes' vergaren van lintjes. Menigeen liep in die tijd, in zijn ogen, ten onrechte met 'in strijd verworven' onderscheidingen.

Tijdens één van de eerste missies bij het 41 Squadron, op 10 maart 1942, weet Van der Stok in Spitfire BL428 een Bf 109 van de staart van zijn Squadron Leader Peter Hugo te vegen. Met het 41 Squadron maakt Van der Stok verschillende 'sweeps' over het kanaal naar Frankrijk. Op één van deze missies vlogen ze met drie andere squadrons terug over het kanaal als ze aangevallen worden door FW 190 jachtvliegtuigen. In een chaos van zwenkende vliegtuigen weet Bob een FW 190 op zijn naam te brengen. Op een andere dag raakt het squadron in gevecht met twaalf Bf 109's, Bob weet er één neer te schieten. Ook de anderen laten zich niet onbetuigd. Na het gevecht worden twaalf enorme schuimcirkels geteld in de Noordzee,… alle twaalf Duitse jagers. Het 41ste leed die dag geen verliezen.

Landing in bezet gebied

Nadat Van der Stok nog één vernietigde en één waarschijnlijke op zijn naam krijgt wordt hij bevorderd tot Flight Lieutenant. Maar dan gaat het mis. Op 12 april 1942, tijdens 'Circus 122' wordt Bob van der Stok zijn Spitfire, de Vb BL595, uit de lucht geschoten door een FW 190 van JG26 boven Frankrijk.

Duitse foto van Van der Stok direct na zijn gevangenneming

(In de boeken van de Enquetecommissie Tweede Wereldoorlog uit 1948 noemt Van der Stok zelf 12 april 1942 als "neerstortdatum". Maar later in zijn eigen boek 'Oorlogsvlieger van Oranje' noemt hij 14 juli als datum, ook andere bronnen noemen 12 april als de datum).

Van der Stok verdwijnt achter het prikkeldraad in Duitse gevangenschap in Stalag Luft III. Nederlandse krijgsgevangen waren maar op één ding uit, ontsnappen. Als zodanig raakten zij dan ook bekend als 'de zak met vlooien'. Ook Bob wilde zo snel mogelijk het kamp uit. Maar twee serieuze poging strandden. Ondertussen was het werk gestart aan verschillende tunnels om het kamp te ontvluchten.
Ik ga niet te diep in op deze spectaculaire uitbraakpoging. Er zijn verschillende goede boeken over verschenen, zoals het boek van Paul Brickhill 'The Great Escape' dat model stond voor de gelijknamige speelfilm uit 1963. Helaas is de film hier en daar nogal geromantiseerd, maar de kern blijft wel gespaard, de tunnel 'Harry' blijft de hoofdrolspeler. Ook een groot gedeelte in het boek van Bob van der Stok, 'Oorlogsvlieger van Oranje' is gewijd aan 'De Grote Ontsnapping'.

Bram van der Stok alias Hendrik Beeldman

Pasfoto in Stalag III gemaakt

Op 24 maart 1944 was het dan zo ver. Voor 220 mannen van Stalag Luft III waren valse papieren gemaakt, burgerkleding verzorgt uit oude uniformen en ze hadden zelfs vals geld op zak. Op Van der Stok zijn papieren was vermeld dat hij de naam Hendrik Beeldman droeg en onderweg was naar Alkmaar. Van der Stok kroop als 18de door de tunnel 'Harry' om in de stilte van de nacht te verdwijnen. Helaas wisten maar 76 man te ontkomen voordat de uitbraakpoging gestopt werd door een Duitse wacht.

Detail van een vals document.

Drieëntwintig man werden vrij snel weer opgepakt en terug gevoerd naar Luft III. Vijftig andere officieren werden aan de Gestapo overgedragen en op last van Hitler geëxecuteerd. Ondertussen was 'Hendrik Beeldman' één van slechts drie mannen die op vrije voeten bleven. Via Nederland, België en Frankrijk wist hij weken later Spanje te bereiken. Via het Britse consulaat in Madrid kreeg Van der Stok de benodigde papieren om via Gibraltar terug te keren naar Engeland.

Weer de lucht in

Na een screening door de RAF kon hij zich vervoegen bij de secretaris van Koningin Wilhelmina 't Sant en Prins Bernhard. De laatste wist de RAF te overtuigen om Bob weer in dienst te nemen. Een vrij unieke kans die geboden werd, in de meeste gevallen mocht een teruggekeerde vlieger uit bezet gebied niet meer vliegen. Mocht het zo zijn dat de bewuste vliegenier opnieuw zou moeten springen en in handen vallen van de Duitsers, dan was de vlieger een gevaar voor het verzet in bezet gebied. Maar Van der Stok werd op 30 mei 1944 naar Biggin Hill gestuurd om een 'refresher course' te volgen op de Spitfire Mk IX. Als op 6 juni 1944 Operation Overlord losbarst in Normandie is Bob van der Stok daar niet bij. Hij moet jaloers de verhalen aanhoren van andere vliegers.

Er zijn nogal wat tegenstrijdigheden ontstaan in de verklaringen tussen Van der Stok en getuigen in bovenstaande kwestie. Volgens het boek 'De aal van Oranje' van de schrijver Jan van Lieshout kon Bob van der Stok nooit in zo'n korte tijd terug keren naar Engeland en getuige zijn van de opbouw naar D-Day op 6 juni. De bekende feiten pleiten tegen het verhaal van Van der Stok op enkele cruciale punten. Tijdens een vuurgevecht, enkele dagen voor Van der Stok over de Spaanse grens zou gaan, raakte het gezelschap tijdens de schietpatrij met de Duitsers de gids Jean Bazerque kwijt, als deze dodelijk getroffen wordt. Dit was op 13 juni 1944! (een week na D-Day). Het bewijs is een overlijdensakte van Bazerque en een monument ter plekke. Getuige, pater Bleijs, aalmoezenier in de staf van prins Bernhard, heeft verklaard op 29 juni 1944 afscheid van Van der Stok te hebben genomen in Lerida, Spanje toen Van der Stok terug keerde naar Engeland. Van der Stok neemt het in zijn boek 'Oorlogsvlieger van Oranje' ook niet zo nauw met de tijd in die periode. Hij geeft sporadisch datums en neemt zijn toevlucht tot 'weken'. Na zijn ontsnapping, op 24 maart 1944, uit de Stalag Luft III verbleef hij 'ongeveer' vier weken in Nederland, en zo'n drie weken in België. Tel daarbij zijn verplaatsing door Duitsland, Nederland en België in oorlogstijd, dan zit je zo op 8 weken, rond de 24ste mei (twee weken voor de landingen in Normandië). En dan moet Van der Stok nog afreizen naar het zuiden van Frankrijk, over de Pyreneeën en door Spanje en terug naar Engeland. Het is een sterk verhaal van Van der Stok om zo snel na terugkomst weer deel te mogen nemen aan activiteiten rond de landingen in Normandië. Waarbij het lijkt of hij zich indekt door de eerste operaties, waaraan hij weer zou gaan meedoen, op 16 juni, 'illegale' acties noemt, in zijn boek (oftewel, slecht te controleren?) .
(Bron; Terugblik '40-'45, maandblad van de documentatiegroep '40-'45)

Ook de Sectie Luchtmachthistorie meldt: '...kan ik u melden dat Bob van der Stok volgens officiele Britse rapporten op 10 juli 1944 vertrokken is uit Gibraltar en op 11 juli 1944 is gearriveerd in Whitchurch.'

Rapport ontsnapping (11 - 14 juli 1944)
F/Lt Bram van der Stok;
'KLIK HIER'

Het komende deel komt uit het boek van Van der Stok en moet helaas toch genuanceerd worden, hoe spannend het ook is. Dit deel kunnen we bestempelen als ‘een romantische vrijheid’ die de schrijver zich veroorloofd, maar historisch niet correct is. Na zorgvuldig onderzoek gestaafd met bewijzen kan worden aangetoond dat Van der Stok in juni en juli 1944 de onderstaande avonturen niet beleefd kan hebben.

Op 16 juni mag hij mee met het 41 Squadron als nummer twee van Squadron Leader Freddie Vaughn. Na nog twee van deze vluchten komt de Group Captain achter deze illegale actie en wordt Bob tijdelijk aan de grond gehouden. Maar hij wordt korte tijd later weer ingezet bij een ander squadron dat vanaf Tangmere opereerd (helaas is niet duidelijk welk squadron dit was). Hiermee maakte hij vele grondaanvallen, waarbij onder andere een locomotief, verschillende voertuigen en twee tanks worden vernietigd. Ook voegde hij een luchtoverwinning aan zijn totaal door een FW 190 te vernietigen en één waarschijnlijke. Als eind juni ook de V-1's Engeland beginnen binnen te vliegen, wordt Bob ook daartegen ingezet. Met succes, hij weet zeven 'Doodlebugs' neer te schieten. Als Parijs gevallen is, verzorgt Bob koeriersdiensten tussen Londen en het hoofdkwartier van Eisenhower die hij ook tweemaal ontmoet. Tevens werd hij 'taxichauffeur' in een Auster om hoge generaals rond te vliegen.

De mannen van het No 322 Squadron

Als het zuiden van Nederland is bevrijdt, wordt het Nederlandse 322 Squadron op Woensdrecht gestationeerd. Van der Stok wordt aangesteld als Squadron Leader.

Naar het einde

Spitfire F Mk XVIe, 'C-for Charlie', de kist van Van der Stok

Vanaf Woensdrecht worden met de Spitfire Mk XVI's veel gronddoelen bestookt, waaronder aken op waterwegen, vrachtwagens en andere doelen die van belang leken. Voor een aanval op een Duits hoofdkwartier in Arnhem worden vierentwintig Mk XVI's ingezet. Deze wierpen hun 250 ponders af, helaas viel maar één van de 48 bommen half op het doel. De rest veroorzaakte een enorme schade aan de omgeving. Toen de leiding er achter kwam dat de Duitse bezetter ambulances gebruikte om munitie te vervoeren, kreeg men opdracht om deze voertuigen ook uit te schakelen. In Nederland werd ieder bewegend doel een schietschijf.

Van der Stok, CO van 322 Squadron

Tegen het eind van de oorlog wordt het 322 Squadron verplaatst naar Twente om vervolgens in Duitsland, op Wunstorf gestationeerd te worden. In deze periode reist Van der Stok af naar z'n ouders die dan in Hattem wonen. Hier verneemt hij het drama dat zijn twee broers zijn vermoord door de Gestapo vanwege hun verzetswerk. Ook zijn vader is zo mishandeld, dat hij Bram amper herkent. Tweemaal moest de arme vader pijnlijke martelingen doorstaan, de eerste maal na het oppakken van zijn beide zoons, Felix en Hans, de tweede maal als Bram ontsnapt uit Stalag Luft III. De laatste keer verliest de vader permanent het licht in zijn ogen en is fysiek en mentaal totaal gebroken. De dag dat Bram terugkeert naar Duitsland overlijdt zijn vader in de avonduren (die het vijf dagen later pas te horen krijgt). Als Van de Stok na de begrafenis van zijn vader weer op Cloppenburg terugkeert blijkt heel Nederland bevrijdt. Direct wordt er een 'victorievlucht' georganiseerd met 16 Spitfires. Boven Den Haag werd vanuit één van de Spits een Nederlandse vlag afgeworpen. Als dan eindelijk de oorlog in Europa voorbij is wordt nogmaals een vlucht van Spitfires gemaakt voor Koningin Wilhelmina op vliegveld Ypenburg. Na een spectaculaire demonstratie waar alles voor uit de Spitfires wordt gehaald, wordt er teruggevlogen naar vliegkamp Valkenburg om daarna per bus wederom naar Ypenburg af te reizen zodat de hoogwaardigheidsbekleders de piloten kunnen ontmoeten. Tijdens vergaderingen om de Nederlandse luchtvaart weer van de grond te krijgen, vroeg de grote baas van de KLM, Albert Plesman, of Van der Stok bij de KLM in dienst wilde treden. Na gesprekken met onder andere Prins Bernhard, zag Bram er van af, want hij zag meer in een toekomst bij de Nederlandse Luchtmacht. Maar, ondanks dat vliegen met een Spitfire, het liefst op z'n kop, de voorkeur verdiende, zag hij ook daar van af. In januari 1946 keerde Bram terug in de studiebanken om in 1950 zijn artseneed af te leggen. Het jaar daarop emigreerde Van der Stok naar Amerika. Via een aanstelling aan de Universiteit van Syracuse, New York, komt hij uiteindelijk terecht in New Mexico waar hij in 1964 president wordt van de New Mexico Medical Association. In Californië gaat hij werken aan boord van een passagierschip dat tussen San Francisco en Honoloeloe voer. Ook doet hij onderzoek voor de NASA naar bloedcirculatieproblemen.

De lotgevallen op schrift gesteld
rechts; de engelstalige uitgave
(met dank aan Arjan)

Bram Vanderstok (zoals zijn naam in Amerika geschreven werd) heeft een ongelooflijke hoeveelheid onderscheidingen op zijn naam staan, waaronder; De Nederlandse Bronzen Leeuw, Het Bronzen Kruis, 2 maal het Vliegerkruis (hiervan is geen bewijs gevonden in het boek; Het Vliegerkruis), Kruis van Verdienste, Officier Oranje Nassau en het Nederlandse Oorlogskruis. Vanuit België werd hem de Officier Orde Leopold II met Palmen toegekend en het Belgische Oorlogskruis met Palmen. Uit Engeland kreeg hij het MBE, Membership of British Empire en drie Britse Campaign Medals. Ook Frankrijk wist Van der Stok te vinden, hier kreeg hij het Croix de Guerre en vanuit Polen werd hem het Poolse Oorlogskruis toegekend. Tijdens zijn werk voor de United States Coast Guard werd hij in zijn burgerleven driemaal onderscheiden voor zijn reddingswerk.
In 1980 verschijnt van zijn hand 'Oorlogsvlieger van Oranje' dat een spannend relaas is van zijn leven in oorlogstijd (met enige kanttekeningen). Voor deze pagina is dankbaar gebruikgemaakt uit dit werk. Op 8 februari 1993 overlijdt Bram van der Stok op zevenenzeventig jarige leeftijd.

Hoe geromantiseerd sommige onderdelen van de verhalen van de hand van Van der Stok ook mogen zijn, het was een opmerkelijke man in een opmerkelijke tijd. Van der Stok was dáár toen ons land en Europa bevrijders nodig had. Deze zelfopoffering kan en mag dan niet onderschat of degenererend worden afgedaan. Bob van der Stok was een held, net als al die anderen die zich hebben ingezet voor een vrije wereld, vaak met achterlating van hun belangrijkste bezit,... het leven.

Van der Stok vloog met enkele zeer opmerkelijke piloten in het 322 Squadron. Eén van deze roemruchte vliegers was Pieter Cramerus. Zijn verhaal is, als in een jongensboek, één groot avontuur.

Voor meer over vlieger Pieter Cramerus;
'KLIK HIER'

GA TERUG