Mijn 'nummer' en 'mug-shot'
(met kiespijn)
Mijn eigen 'Strijd' in 'Diensttijd'
Op 5 januari 1977 begon voor mij mijn bijdrage aan de maatschappij. Ik ging ‘onder de wapenen’
bij het 12de Pantser Infanterie Bataljon, Garde Regiment Jagers, 7 December Divisie. Ik werd onder gebracht
in de Alpha-Compagnie, 3de Peloton. De nieuwe lichting 'Bollen'
werd van het station in Arnhem gehaald door sergeant Hola. Ik had zware kiespijn, en na het halen van de PSU (Persoonlijke
Standaard Uitrusting), het uniform aan en op de foto, eindelijk naar de tandarts. Deze rukte de boosdoener eruit.
Na de eerste oefening in het veld
Als 'bol' stond je baret als een vliegdekschip op je hoofd. Deze werd nat opgerold tussen de verwarming gepropt
om zo snel mogelijk een 'lekkere' vorm aan te nemen. De baret werd gesierd door een messing jachthoorn op een rood
vilten lapje. Als we eenmaal tot 'parate hap' zouden worden verheven, dan werd de rode lap ingeruild voor een groen
lapje met een gele rand. Tevens werd dan het groene Jager-sjaaltje uitgereikt. Het eerste bivak nam aanvang op
een mooie winterse dag. We oefenden in het sluipen (tijgergang),
en het ‘buddiën’ (elkander dekken tijdens een 'aanval'). Die nacht begon het te sneeuwen.
Het eerste bivak, gelijk een winteroefening,...
(links blikt Herman van Houten in de camera tijdens het opbreken van het tentje)
De eerste ochtend in de sneeuw en vorst kwam hard aan. Ondanks dat we lang haar mochten hebben,
moesten we ons wel scheren. Allemaal om een ijzeren vat water waarvan we eerst een dikke laag ijs moesten
verwijderen. Met botte weggooi mesjes over een koude ruwe ongeschoren huid krassen was iets wat ik nog
steeds verafschuw. Ik kocht het vrije weekend daarop een op batterijen lopend scheerapparaat (dat een maand
later uit mijn kast werd gestolen).
De groep onder leiding van sergeant Hola (geheel rechts)
Het was een kleurrijke groep waarmee ik de kamer deelde. Ik was toegevoegd in de commandogroep van het
3de Peloton. Als TLV hulp had ik als vaste maat Jan Visser. Daar hij vaak afwezig was (was net getrouwd
en dat gaf ‘problemen’), trok ik veel op met Ron Coppejans, uit, ik meen Waddinxveen. We hadden nog een jongen
die het moeilijk had met van huis zijn, Harry Bezemer. Maar je kon heel erg met hem lachen. Nadat we
‘parate hap’ werden, kregen we onze eigen YP chauffeur, Klaas Marijt. Samen met hem en Cees Lodder hielden
we regelmatig schijn vuistgevechten. Kees was trouwens iemand die goed thuis was in de rockwereld. Hij nam
super-8 filmpjes mee.
Zonder projector was het lastig kijken tegen een TL-lamp aan om op een beeldje van nog geen centimeter groot,
Led Zeppelin te bekijken.
Van links naar rechts: 'Appie' Zandstra, sergeant Sjaak Jonk, Cees (Mag schutter) Lodder (Rotterdam)
en Piet de Boer (Heemskerk)
In een kroeg in Arnhem wees Kees mij eens op Herman Brood die kort daarop niet alleen in Nederland doorbrak,
maar zelfs een beetje in Amerika bekend werd. Kees werd de beste Mag schutter. Hij kon zelfs
enkel schots schieten met dit machinegeweer.
Links, Harry Bezemer (overleden 1980) en Klaas Marijt (onze YP408 chauffeur)
Als garde regiment werd van ons verwacht dat we in een oud Jager uniform bepaalde officiële
gebeurtenissen opluisterden. Zo verschenen we tijdens Koninginnendag in het defilé te Soestdijk.
Al dikke pret daarnaar toe in de bus met de Dik Voormekaar Show op de radio. Tijdens het defilé
liepen we te telgangen, voorop de Militaire Kapel (die altijd en eeuwig de Grenadiers Mars speelden
en dat door ons binnensmonds werd meegezongen,.. ´Dikke, dikke dildo´). En achter ons liep
de mariniers kapel, dat natuurlijk een andere mars speelden dan die gasten voorop,…
In het oude, te krappe uniform...
In Amsterdam moesten we op de Dam bij het paleis aldaar de president
van Suriname ontvangen. Weer een slechte prestatie. Kapitein van Dijk had nog zo gezegd,… ‘mocht ik
per ongeluk ‘RECHTSOM’ als commando geven,… ga evenzogoed,…. Linksom!!’ En ja hoor,… het verkeerde
commando klonk, en de verwarring sloeg toe,… en het eindigde in een chaos. En dan was er ook nog een
dronken Amsterdammer die in de pas meeliep en de kapitein lekker lastig viel.
Tweede van rechts, Ron Coppejans, tweede man achter Ron, Klaas Marijt, rechts
naast Klaas sta ik, ... of was het links?
Voor mij staat Jager Kikkert, hij had het langste haar en nog rood ook!
Ik meen dat zijn broer deze foto heeft genomen
De laatste keer opdraven was met Prinsjesdag. Ons was al verteld dat het lang stil staan was ('eerste rust’)
op het Binnenhof in Den Haag. Maar ergens halverwege zou een lieftallige dame van het Rode Kruis ons
een snoepje in de mond stoppen tegen de flauwte. Ze kwam niet, maar het idee dat ze elk moment kon komen
hield ons op de been. De Gouden Koets hield enkele minuten pal voor mijn neus halt. Koningin Juliana
en, mijn held, Prins Bernhard kon ik eens goed bekijken. In Den Haag liep verder alles goed en waren we
best een beetje trots.
Een uitgeputte Ron Coppejans in Den Haag
Tussen al de bedrijvigheid door werd er ook intensief geoefend. Gelukkig raakte ik het FAL geweer
kwijt aan een ander (al gebruikte ik die wel voor de plechtigheden) en mijn persoonlijke wapen werd, als
TLV assistent, een UZI. We schoten wat af. Vaak waren we op de schietbaan te vinden. Zoals op de TLV pagina al
aangegeven schoten we in één dag de gehele jaarvoorraad TLV granaten er doorheen (met nog een paar
aan het einde van de diensttijd).
Liggend opgelegd (de UZI was alleen geschikt voor het directe nabij gevecht)
Een ander onderdeel (voor het geval je zonder anti-tank granaten kwam te zitten) was het gooien met
molotov-cocktails op oude Sherman en Chaffee tanks. Flessen gevuld met brandstof en water, een ‘tod’ in
de hals, de vlam erin en gooien maar.
Cees Lodder scoort op de Chaffee tank met een molotov-cocktail
Een M4A1(W)76 werd ook het slachtoffer van de 'flessenpost'
Op de open dag voor familie en vrienden bleek dat er niemand van mijn kant zou komen kijken en
ik gaf me op als ‘slachtoffer’. Ik had een ideetje om mijn halve hoofd weggeslagen te laten zijn.
Daar dit nogal pijnlijk zou zijn, bracht ik dit terug tot het uitschieten van een oog. Op een halve
ping-pong bal schilderde ik een oog en plakte als wimpers wat haartjes uit het blanco-borsteltje.
Ik lig rechts (voor als U mij niet zou herkennen)
Het uiteindelijke plak en kleurwerk werd gedaan door de broer van acteur Paul Röttger.
Paul Röttger maakte kort daarvoor furore in ‘Oorlogswinter’ de TV-serie. Ik meen dat hij Hans
heette en de functie van luitenant bekleedde (maar kan ook sergeant geweest zijn). Op bovenstaande
foto is een ‘assistent’ bezig de ‘wonden’ aan te brengen bij een collega-slachtoffer. Deze was zo
enthousiast over zijn slagaderlijke bloeding dat hij de met bloedgevulde knijpbal al leeggespoten
had voor we de demonstratie zouden aanvangen.
'Doet het zeer?'... 'Alleen als ik lach'
De slachtofferhulp demonstratie was een succes. Voorzichtig werd ik verschillende keren omhoog gehesen
uit de YP408 en kon het publiek mijn deerlijk verminkte gezicht aanschouwen. Horrorrillingen trokken over
menige rug die dag. Nadat mijn make-up was verwijderd was het ‘etenstijd’. In de rij om mijn bord bami
te halen werd ik toch herkend; 'zo,... je bent alweer genezen?'
De kleren weer op orde
GEREED OM NAAR DE VOLGENDE PAGINA TE GAAN
|