BOMBARDEMENT
OP ENKHUIZEN
Donderdag 15 maart, 1945

De Paktuinen met de Drommedaris na het bombardement en in 2008

De oorlog was redelijk rustig aan Enkhuizen voorbij getrokken. In de nacht ronkten regelmatig Britse bommenwerpers naar Duitsland via de oostelijke punt van West-Friesland en overdag trokken Amerikaanse bommenwerpers hun condensstrepen om hun dodelijke lading te bezorgen. Enkhuizen was daarbij een prima navigatiepunt. Een enkele keer was Enkhuizen zelf het doelwit voor bommen. Bij een bombardement in oktober 1940 in de omgeving van de Oostertuinstraat en Paktuinen was één persoon omgekomen.

Amerikaanse bommenwerpers trekken hoog over Enkhuizen condensstrepen
(foto's; via Jacco Stavenuiter)

Ondanks het gebrek aan van alles, was men de hongerwinter van ‘44/’45 doorgekomen. Maar er was natuurlijk voldoende ellende. Verschillende mannen waren onder dwang aan het werk gezet (Arbeitseinsatz) in Duitsland of waren ondergedoken om te ontsnappen aan de Duitse bezetter. Er waren verzetsgroepen in Enhuizen actief. De bekendste hiervan was de groep van Sas Sietses, Dirk Wierenga en Tom Kranenburg (waarvan de laatste twee een straatnaam hebben in Enkhuizen). Door verraad was deze groep eind 1943 in handen van de Duitsers gevallen. Een opvolgende groep had als mensen Adrie (Flip) Fluitman en Piet Smit in de gelederen. Piet Smit stond bekend om zijn organisatietalent en kwam later terecht bij de Packardgroep in Amsterdam (ook deze mannen hebben een straat vernoemd gekregen). De verzetsgroep begeleidde voornamelijk mannen die naar een onderduikadres moesten, en verzorgden de aanmaak en verspreiding van illegale krantjes, zoals de ‘Klaroen der Bevrijding’. Het zag er naar uit dat Enkhuizen de oorlog zou uitzingen zonder al te veel schade. Maar de laatste loodjes wegen vaak het zwaarst,… ook voor Enkhuizen.

Een Duitse patrouilleboot gaat het IJsselmeer op
(foto; via Jacco Stavenuiter)

In de haven lagen gedurende de oorlog verschillende boten van de Duitse Wasserschutzpolizei, maar ook van de Kriegsmarine. Deze hielden toezicht op de vissers die nog wel eens een onderduiker zo trachtten weg te smokkelen en op het neerkomen van aangeschoten vliegtuigen en hun piloten. Maar in 1945 waren van deze Duitse vloot nog maar drie schepen van de Wasserschutzpolizei actief, en deze lagen afgemeerd bij het Vuurtje in de vissershaven. Tegen het einde van de oorlog patrouilleerden Geallieerde jagers met grote regelmaat over het IJsselmeer. De enige ontsnappingsmogelijkheid voor het Duitse 88ste Legerkorps in Noord-Holland was de Afsluitdijk en het gebruik van boten vanuit de havens aan het IJsselmeer.

Spitfire Mk XVI's van het 308 Squadron maken zich op voor een missie

Op donderdag 15 maart, 1945, rond 16.15 uur, draaiden vier Spitfires van de Britse RAF, het No. 308 (Pools) ‘City of Krakow’ Squadron, op de haven van Enkhuizen aan. In twee formaties van twee doken ze naar hun doel, een twaalftal grote 'schuiten'. Onder ieder toestel hing centraal een bom van 500 pond en onder iedere vleugel een bom van 250 pond. Deze twaalf bommen zouden voor een enorme schade zorgen en een groot aantal doden.

Bij deze werf in Enkhuizen werden kotters, zoals bij deze te zien is,
op het midden en achterdek voorzien van geschutsplatformen.
(Foto: J. van Dokkum)

Bij de werven rond het IJsselmeer werden verschillende type schepen gebouwd, ook voor de Kriegsmarine. Dit waren niet alleen door Duitsers ontworpen vaartuigen, zoals bijvoorbeeld de zogenaamde Marinefährprahm (MFP), een van oorsprong type landingsboot met een losklep aan de voorzijde. Maar ook werden boten aangepast om ingezet te worden door de Duitsers. In Enkhuizen werden onder meer kotters voorzien van geschutsplatformen vanwaar men op vliegtuigen kon schieten. Of er onder de 12 schuiten Duitse boten lagen, is onduidelijke. In iedergeval lijken de drie boten van de Wasserschutzpolizei niet direct tot een doelwit te hebben behoord.

Het Zuiderspui, Toen en Nu

De bommen vielen niet op de boten, maar op de huizen en in de straten rond de Drommedaris. De Spitfire was van oorsprong een jachtvliegtuig en het werpen van bommen was min of meer op goed geluk. De luierende bemanningen aan boord van de patrouilleboten waren direct op de been en brachten hun mitrailleurs in stelling. Maar ondanks dat de Duitsers met hun wapens op de vliegtuigen schoten, konden deze niet verhinderen dat de bommen neerkwamen. Een groepje van zes kinderen, druk doende een ‘fort’ te bouwen van een stapel stenen werd dodelijk getroffen door de bomscherven. Eén van de bommen kwam terecht op de timmerfabriek waarbij direct vier mannen het leven lieten. Het personeel van de fabriek was juist geïnstrueerd wat te doen bij een luchtaanval. Cees Pruijs was juist op de terugweg naar de fabriek toen de luchtaanval begon, hij schuilde onder de poort van de Drommedaris en dacht daar veilig te zijn. Maar ook hij werd getroffen door de scherven en sneuvelde. Verder werden enkele wandelaars, genietende van het vroege voorjaarszonnetje, dodelijk getroffen. Arie Kenter schuilde in het Slijkwegje toen een muur het begaf en hij er onder bedolven raakte en omkwam.

De witte lijnen geven de aanvliegroute van de vier Spitfires weer
De rode cirkels waar bommen neerkwamen (enkele zijn waarschijnlijk in het water belandt)
De gele ovalen de positie van de drie Duitse patrouilleboten
(vanweg hun lage bouw, lagen ze 'verscholen' achter de dijk voor de Poolse vliegeniers)

De 26 jarige Nel de Graaf-Ooteman werd in de keuken van haar schoonmoeder dodelijk getroffen door een scherf in het hoofd. Haar schoonmoeder raakte zwaar gewond. Ook werd een 15 jarige Duitse jongen, Albert Nordhorst, dodelijk getroffen als deze schildwachtdienst doet voor het huis van Smeding (het huidige restaurant ‘De Admiraal’). In de oorlog was hier de Jeugdstorm en de Hitlerjugend ondergebracht. Er kwamen uiteindelijk 23 mensen door de aanval om het leven. Verschillende raakten gewond. De man met het meest geluk was waarschijnlijk de 70 jarige Gerrit Jordens. Deze liep net tussen de Drommedaris en de visafslag toen de bommen vielen. Een scherf vloog door zijn pet en nam een stukje hoofdhuid mee. Het bloede enorm, maar hij werd opgevangen door omwonenden en kon het navertellen. Het bombardement was binnen twee minuten voorbij, maar de schade was enorm in het havengebied.

De bomkrater in de dijk aan de Havenweg

Nagenoeg had geen huis in het havengebied meer een pan op het dak en waren de meeste ramen gesneuveld. De Drommedaris kreeg verschillende inslagen van scherven te verwerken en de brug naar de Dijk was vernield. Ter hoogte van de woning nummer 10 aan de Havenweg kreeg de dijk een voltreffer waardoor een metersdiepe krater ontstond. Tegenwoordig is van al deze schade weinig terug te vinden. Alles bij elkaar werden zo’n 300 schadegevallen gemeld met een totale waarde van 100.000 gulden. Twee panden waren volkomen vernield en de timmerfabriek door brand verwoest. Dertien panden hadden zeer zware schade, de overige 279 schadegevallen liepen uiteen van licht (183) tot middelgrote schade (96). De getroffen mensen werden elders in Enkhuizen ondergebracht.

De schade aan de Drommedaris, Toen en NU

De omgekomen mensen weden in eerste instantie naar het Café Van Leyen gebracht om vervolgens naar de Eucheriuskapel gebracht te worden (die dan al als gymzaal dienst deed). Per handkar werden de gewonden, die niet konden lopen, naar het Snouck van Loosenziekenhuis aan de Vijzelstraat gebracht. Hier raakten de gangen overvol aan gewonden. Het ziekenhuis was niet berekend op zoveel gewonden. De dienstdoende artsen, Reitsma** en Bekkering instrueerden mensen van het Rode Kruis en de EHBO. Ortscommandant Preusz, die in Enkhuizen weinig druk uit oefende op de bevolking, zorgde dat er hout werd aangevoerd voor het aanmaken van kisten zodat de slachtoffers fatsoenlijke begraven konden worden. De begrafenissen vonden op 19 en 20 maart plaats van negen uur in de ochtend tot zes uur ’s avonds. Ieder uur werd er één dode begraven op de algemene en Rooms-katholieke begraafplaats. Naast de omgekomen Enkhuizers en de Duitse dode, waren er ook twee Amsterdammers omgekomen. Een vijf jarig jongetje, Johan Bekkers die als hongervluchteling was ondergebracht aan het Slijkwegje en Johan Koelink die met zijn boot in de haven lag werden slachtoffer van het bombardement.

Alle 23 slachtoffers
van het bombardement van donderdag 15 maart, 1945:

Rein Asma (19)
Johan Bekker (5)
Jan Broeksma (19)
Siebrecht Broksma (20)
Oene Alex Edelenbosch (7)
Nel de Graaf-Ooteman (26)
Jan Jeltes (7)
17 Arie Kenter (40)
Johan Koelink (42)
Johannes van Koll (48)
Arie Jan Kuperus (19)
Albert Nordhorst (15)
Ceesje Planting (4)
Cees Pruijs (37)
Jan Reus (55)
Harmen Roosendaal (48)
Cornelis Ruijter (43)
Klaas Sikke Horjus (68)
Gerrit Smit (4)
Gerrit Smit(22)
Kees Smith (10)
Reina Snel (4)
Aaf Snel-Majon (37)

De schade aan de Havenweg 5 in 1945,
onder: rond 1950 en tegenwoordig, 2008

Tegen het einde van de oorlog werd Ortscommandant Preusz vervangen door de fanatiekere Bär. Deze vond de achterstallige werkzaamheden op het bureau van Preusz. Hij ging gelijk aan het werk. Als eerste werd de illegale drukkerij voor ‘De Klaroen der Bevrijding’ aangepakt. Deze was gehuisvest bij Keesman in de Westerstraat. Op 25 april, 1945 werd een inval gedaan in het huis van Keesman. Op de bonkende dreunen deed Sam Keesman zijn verloofde Gré open. De Duitsers doorzochten de woning, maar buiten twee illegale blaadjes werd niets gevonden. Leo Fluitman, een broer van Flip, die er logeerde, werd hardhandig aangepakt door een Hollandse SS ‘er. Sam Keesman vluchtte daarop de tuin in. Hier stonden ook Duitse soldaten, maar ze schoten niet op de voort rennende Keesman. Even later klonken toch enkele schoten, het was Bär zelf die het vuur opende. Keesman werd in beide benen getroffen en belandde in het ziekenhuis. Leo Fluitman en de vader van Keesman werden voor enkele dagen vastgezet in het hoofdkwartier van de Duitsers, de oude huishoudschool. Tien dagen later kwamen de Canadezen Enkhuizen binnen en werden verwelkomt door Keesman in een rolstoel.

De bevrijding van Enkhuizen

Voor veel Enkhuizers moeten de laag vliegende Geallieerde bommenwerpers die na 29 april over Enkhuizen trokken de rillingen gegeven hebben. Maar ditmaal brachten ze geen bommen, maar waren deze bommenwerpers betrokken bij de zogenaamde Manna vluchten. Ze brachten voedsel naar de hongerlijdende bevolking van Holland. Op 5 mei, 1945, gaven de Duitsers zich over, maar de Manna vluchten gingen nog door tot 8 mei.

B-17 bommenwerpers trekken tijdens een Manna vlucht over Enkhuizen
(foto via: Jacco Stavenuiter)

De vernielde huizen rond de haven van Enkhuizen werden weer gerepareerd en herbouwd. Tegenwoordig herinnert weinig meer aan de actie van de Geallieerde vliegers. Met wat moeite zijn nog wat scherfgaten te vinden in de Drommedaris.


**Jan Reitsma, geboren in Rotterdam, had zich in 1942 in Enkhuizen gevestigd als huisarts. Zijn eerste daad van verzet was dat hij weigerde zich aan te sluiten bij de 'Artsenkamer', de artsenorganisatie van de Duitse bezetter. Onder de schuilnaam 'Carel, had hij geschreven: 'Geen Nederlandse arts die zichzelf respecteert zal zich vrijwillig aan deze maatregel onderwerpen'. Hij was aangesloten bij de Landelijke Ondergrondse (LO) waar hij later ook leider werd. Toen de Duitsers capituleerden, in mei 1945, zat Reitsma als vertegenwoordiger van de LO in het bestuur van de stad, in afwachting van de Canadezen. Na de oorlog bleef Reitsma nog jarenlang huisarts aan het Spaansleger. Op 22 februari 1991 overleed deze bedeesde verzetsman.


VROEG HET VERZET OM HET BOMBARDEMENT?

Op zaterdag 25 februari 2017 verscheen een artikel in het Noord-Hollands Dagblad over een achttal vergeten verzetsmensen uit Enkhuizen (waaronder bovengenoemde huisarts Jan Reitsma). Ook werd er in dit artikel, van Paul Gutter, aandacht besteed aan de koerierster Hinke Selst. Geboren als Heenke Antje Selst in 1923 werd ze in 1943 verliefd op de, in Enkhuizen ondergedoken, Groninger student Dirk Wierenga. Hinke Selst rolde via Wierenga in het verzet en werd koerier van onder andere 'Trouw' en de lokale verzetskrantjes 'De Klaroen der Bevrijding' en 'Eendraght Maeckt Maght'. 14 oktober 1943 werd Dirk Wierenga opgepakt en verdween achter de tralies. Ze bezocht Dirk verschillende malen in de gevangenis, het Oranjehotel, van Scheveningen. Ze reed dan met de trein, samen met de vrouw van Anton (Tom) Kranenburg, die daar ook gevangen zat, naar Scheveningen. De toemalige vrouw van Kranenburg, Klaasje, vertelde later dat Hinke eindeloos zat te huilen tijdens deze tochten. Soms waren deze tochten vergeefs, want dan werd hen geweigerd de mannen te mogen bezoeken. Een half jaar na zijn arrestatie ontving Selst een telegram: Dirk was doodgeschoten,... Het vonnis was voltrokken op de Waalsdorper Vlakte waar Dirk, samen met Tom Kranenburg, op 20 mei 1944 werd gefusilleerd.

Hinke Selst

Ondanks het grote verlies van haar eerste grote liefde, zette Hinke Selst haar verzetswerk voort. Ze was betrokken bij het verplaatsen van afgeworpen wapens bij Venhuizen, en het verzenden van geheime boodschappen aan Londen. Eén van deze geheime boodschappen zou zijn geweest, aldus het artikel, was de berichtgevening aan Londen dat er in de haven van Enkhuizen Duitse schepen lagen en er werd verzocht (onduidelijk door wie) om deze te bombarderen. Op 15 maart 1945 werd aan dit 'verzoek' gehoor gegeven (met voorgaand resultaat). Vanwege het grote aantal slachtoffers had Hinke Selst het er later erg moeilijk mee. Ze werd na oorlog verpleegkundige en trouwde tweemaal. In 2013 overleed Hinke Selst.

In hoeverre bovenstaande strookt met de feiten is waarschijnlijk nooit meer te achterhalen. In mijn ogen was het voor de Poolse Spitfires een 'target of opportunity', oftewel, puur toeval dat men Enkhuizen als doelwit koos. Lager op deze pagina staat een stukje uit het 'after action report' aangaande de aanval op de haven van Enkhuizen. Het wordt niet duidelijk gemaakt of dit een bewuste actie was welke uit een opdracht afkomstig was. Tijdens de gehele oorlogsperiode lagen met grote regelmaat Duitse boten in de havens van Enkhuizen, dus dat aan het einde van de oorlog nog om een bombardement werd gevraagd lijkt een overbodig en gevaarlijk verzoek.

De gedenkplaquette aan de voormalige visafslag

In oktober 2013 werd er een gedenkplaat onthuld aan de voormalige visafslag. Dit werd gedaan door een overlevende van het bombardement, de heer Henk Kenter, die toen het gebeurde negen jaar was. Kleine Henk kwam er zonder letsel van af, maar zijn vader, Arie, verloor wel het leven. Op de plaquette staan trouwens 24 namen, ook het slachtoffer van het bombardement op 6 oktober 1940, Klaas Spaan wordt genoemd.

Het 308 (City of Krakow) Squadron

Tijdens de aanval van de Spitfires van het 308 Squadron, werd één van de toestellen toch aangeschoten door de Duitsers. De piloot, Andrzej Dromlewicz wist met zijn beschadigde hoogteroer tot aan Katwoude te komen waar hij een noodlanding maakte. Hij zette zijn toestel toevallig neer op de plek dat bij het verzet bekend stond als droppingsterrein ‘DRAUGHTS 12’. Hierdoor waren enige tijd geen wapendroppings mogelijk (tijdens de oorlog werden hier drie droppings uitgevoerd). In Volendam werd Dromlewicz opgevangen en doorgestuurd naar Monnickendam waar hij onderdook. Tot aan het einde van de oorlog zat hij eerst bij de bakker N. Out aan het Noordeinde, en later nog bij M. Veenstra aan de Kerkstraat.

Piloot Andrzej Dromlewicz

De andere drie piloten, Kazimierz Kozak, Stanislaw Toloczko en Henryk Krakowian kwamen veilig terug op Gilze-Rijen. Het Poolse squadron was pas sinds 9 maart, 1945 op Gilze-Rijen in Nederland gestationeerd op het vliegveld dat bij de Geallieerden bekendstond als B-77.

Geheel links in de tweede rij staat Kazmierz Kozak,
geheel rechts in de tweede rij staat Henryk Krakowian

In het dagrapport van het 308 Squadron staat de aanval op de haven van Enkhuizen als volgt omschreven:

1945-03-15

B-77, Gilze-Rijen, Holland
A section of 2 a/c carry out weather recce, and succeeds in destroying one MET.
Four a/c set off on dive bombing and recce. A concentration of barges was attacked with bombs in Holland. A fire was started in a nearby warehouse. Barges were later strafed. Fairly intense flak, in which one machine was shot down.

Badge van het 308 (Pools) Squadron

Het Poolse No. 308 Squadron werd in september 1940 opgericht in Engeland. Werd er eerst met twee Fairy Battles en één Master geoefend, enkele maanden later kwamen de eerste Hurricane Mk I’s het squadron versterken. Op 24 november 1940, tijdens een training, werd een Ju 88 neergeschoten door Sgt Parafinski. De eerste overwinning voor het 308 Squadron. Een week later, op 1 december werd het 308 operationeel. Gedurende de gehele oorlog opereerde het squadron met succes vanaf Engeland, tot het op 3 augustus 1944 vanaf het vaste land van Europa ging vliegen, toen het gestationeerd werd in Normandië. Voor de Poolse vliegers was dit een emotioneel moment, ze waren een stukje dichter gekomen bij hun vaderland. Langzaam schoof het 308 Squadron mee met de Geallieerde opmars naar het noorden. De missies bestonden vooral in het zoeken en uitschakelen van V-1- en V-2 lanceereenheden en het escorteren van bommenwerpers. Op 28 september gaf het squadron luchtsteun aan hun Poolse broeders van de Polish Airborne Brigade die vastzaten bij Arnhem.

Spitfire Mk IX, MK984 (ZF-R) van het 308 Squadron in Normandië, 1944

In een laatste poging door de Duitsers om de Geallieerde luchtmacht uit te schakelen werd op 1 januari 1945 operatie ‘Bodenplatte’ uitgevoerd. Volkomen onverwacht vlogen over de Geallieerde vliegvelden in Nederland en België de jagers van de Luftwaffe. Overal op de Geallieerde vliegvelden stonden binnen de kortste tijd vliegtuigen in brand. Maar er wisten ook verschillende de lucht in te komen om de Duitsers achterna te jagen. Toestellen van het 308 Squadron kwamen juist terug van een bommissie naar hun vliegveld B-61 bij Gent toen ze de aanval zagen gebeuren. De Poolse piloten gingen gelijk tot de aanval over en wisten in totaal 10 neer te schieten plus een aantal ‘waarschijnlijk’.

Dromlewicz, de piloot die na de aanval op Enkhuizen werd neergehaald, wist tijdens de Duitse operatie 'Bodenplatte' een Focke Wulf FW 190 neer te schieten.

308 Sqn. piloot F/O. Tadeusz Szlenkier (2de van links) bij zijn Spitfire na de noodlanding nadat hij
de FW 190A-8 van 8./J.G. 1's Uffz. Gerhard Behrens had neergeschoten tijdens 'Bodenplatte'

Tussen 12 december, 1940 en 28 april, 1945 maakte het 308 Squadron 8812 operationele vluchten. In totaal werden 69 en ½ vijandelijk vliegtuig neergeschoten, 13 waarschijnlijk en 21 beschadigd. 3770 bommen (waaronder de twaalf op Enkhuizen) werden afgeworpen. Ongeveer 660 vijandelijke voertuigen werden vernietigd of beschadigd. Tijdens de oorlog werd het 308 Squadron vierendertig maal verplaatst. Gedurende deze periode dienden 210 piloten onder 14 commandanten in het squadron. Er kwamen 24 piloten tijdens gevechten om het leven en 13 door ongelukken. Van 13 vliegers die een noodlanding hadden gemaakt of uit hun toestellen waren gesprongen, wisten 6 uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar hun eenheid.

Voor deze pagina werd onder andere gebruik gemaakt van artikelen uit het Noord-Hollands Dagblad (NHD) van de hand van L. Blank, E. Molenaar en Hans Nauta. En van het artikel van Paul Gutter in het NHD van 25-02-2017. Ook werd gebruik gemaakt van het artikel van H.A. Postma in de 'Steevast 1995', van de Stichting Oud Enkhuizen. Verder werd dankbaar gebruik gemaakt van foto's beschikbaar gesteld door Jacco Stavenuiter.

Klik hieronder om terug te keren naar
www.strijdbewijs.nl