De Paktuinen met de Drommedaris na het bombardement en in 2008
De oorlog was redelijk rustig aan Enkhuizen voorbij getrokken.
In de nacht ronkten regelmatig Britse bommenwerpers naar Duitsland via de oostelijke
punt van West-Friesland en overdag trokken Amerikaanse bommenwerpers hun condensstrepen
om hun dodelijke lading te bezorgen. Enkhuizen was daarbij een prima navigatiepunt.
Een enkele keer was Enkhuizen zelf het doelwit voor bommen. Bij een bombardement in oktober 1940 in de omgeving
van de Oostertuinstraat en Paktuinen was één persoon omgekomen.
Amerikaanse bommenwerpers trekken hoog over Enkhuizen condensstrepen
(foto's; via Jacco Stavenuiter)
Ondanks het gebrek aan van
alles, was men de hongerwinter van ‘44/’45 doorgekomen. Maar er was natuurlijk voldoende
ellende. Verschillende mannen waren onder dwang aan het werk gezet (Arbeitseinsatz) in
Duitsland of waren ondergedoken om te ontsnappen aan de Duitse bezetter. Er waren
verzetsgroepen in Enhuizen actief. De bekendste hiervan was de groep van Sas Sietses,
Dirk Wierenga en Tom Kranenburg (waarvan de laatste twee een straatnaam hebben in
Enkhuizen). Door verraad was deze groep eind 1943 in handen van de Duitsers gevallen.
Een opvolgende groep had als mensen Adrie (Flip) Fluitman en Piet Smit in de gelederen.
Piet Smit stond bekend om zijn organisatietalent en kwam later terecht bij de Packardgroep
in Amsterdam (ook deze mannen hebben een straat vernoemd gekregen). De verzetsgroep
begeleidde voornamelijk mannen die naar een onderduikadres moesten, en verzorgden de
aanmaak en verspreiding van illegale krantjes, zoals de ‘Klaroen der Bevrijding’.
Het zag er naar uit dat Enkhuizen de oorlog zou uitzingen zonder al te veel schade.
Maar de laatste loodjes wegen vaak het zwaarst,… ook voor Enkhuizen.
Duitse Wasserschutzpolizei gaat het IJsselmeer op
(foto; via Jacco Stavenuiter)
In de haven lagen in de oorlog verschillende boten van de Duitse Wasserschutzpolizei.
Deze hielden toezicht op de vissers die nog wel eens een onderduiker zo trachtten weg te
smokkelen en op het neerkomen van aangeschoten vliegtuigen en hun piloten. Maar in 1945
waren van deze Duitse vloot nog maar drie schepen actief. Tegen het einde van de oorlog
patrouilleerden Geallieerde jagers met grote regelmaat over het IJsselmeer. De enige
ontsnappingsmogelijkheid voor het Duitse 88ste Legerkorps in Noord-Holland was de Afsluitdijk
en het gebruik van boten vanuit de havens aan het IJsselmeer.
Spitfire Mk XVI's van het 308 Squadron maken zich op voor een missie
Op donderdag 15 maart, 1945, rond 16.15 uur, draaiden vier Spitfires van de Britse RAF, het
No. 308 (Pools) ‘City of Krakow’ Squadron, op de haven van Enkhuizen aan. In twee formaties
van twee doken ze naar hun doel,
een twaalftal schuiten. Onder ieder toestel hing centraal een bom van 500 pond en onder
iedere vleugel een bom van 250 pond. Deze twaalf bommen zouden voor een enorme schade zorgen
en een groot aantal doden.
Het Zuiderspui, Toen en Nu
De bommen vielen niet op de schuiten, maar op de huizen en in de straten rond de
Drommedaris. De Spitfire was van oorsprong een jachtvliegtuig en het werpen van bommen
was min of meer op goed geluk. Ondanks dat er Duisters met mitrailleurs op de vliegtuigen
schoten, konden deze niet verhinderen dat de bommen neerkwamen. Een groepje van zes kinderen,
druk doende een ‘fort’ te bouwen van een stapel stenen worden dodelijk getroffen door de
bomscherven. Eén van de bommen komt terecht op de timmerfabriek waarbij ook direct vier
mannen het leven lieten. Het personeel van de fabriek was juist geïnstrueerd wat te doen
bij een luchtaanval. Cees Pruijs was juist op de terugweg naar de fabriek toen de luchtaanval
begon, hij schuilde onder de poort van de Drommedaris en dacht daar veilig te zijn. Maar ook
hij werd getroffen door de scherven en sneuvelde. Verder worden enkele wandelaars, genietende
van het vroege voorjaarszonnetje, dodelijk getroffen. Arie Kenter schuilt in het Slijkwegje
als een muur het begeeft en hij er onder bedolven raakt en omkomt. De 26 jarige Nel de
Graaf-Ooteman wordt in de keuken van haar schoonmoeder dodelijk getroffen door een scherf
in het hoofd. Haar schoonmoeder raakt zwaar gewond. Ook wordt een 15 jarige Duitse jongen,
Albert Nordhorst, dodelijk getroffen als deze schildwachtdienst doet voor het huis van Smeding
(het huidige restaurant ‘De Admiraal’). In de oorlog was hier de Jeugdstorm en de
Hitlerjugend ondergebracht. Er komen uiteindelijk 23 mensen door de aanval om het
leven. Verschillende raken gewond. De man met het meest geluk is waarschijnlijk
de 70 jarige Gerrit Jordens. Deze liep net tussen de Drommedaris en de visafslag
toen de bommen vielen. Een scherf vliegt door zijn pet en neemt een stukje hoofdhuid mee.
Het bloed enorm, maar hij wordt opgevangen door omwonenden en kan het navertellen.
Het bombardement is binnen twee minuten voorbij, maar de schade is enorm in het havengebied.
De bomkrater in de dijk aan de Havenweg
Nagenoeg had geen huis in het havengebied meer een pan op het dak en waren de
meeste ramen gesneuveld. De Drommedaris krijgt verschillende inslagen van scherven
te verwerken en de brug naar de Dijk is vernield. Ter hoogte van de woning nummer
10 aan de Havenweg krijgt de dijk een voltreffer waardoor een metersdiepe krater
ontstond. Tegenwoordig is van al deze schade weinig terug te vinden. Alles bij
elkaar worden zo’n 300 schadegevallen gemeld met een totale waarde van 100.000 gulden.
Twee panden zijn volkomen vernield en de timmerfabriek door brand verwoest. Dertien
panden hebben zeer zware schade, de overige 279 schadegevallen lopen uiteen van licht
(183) tot middelgrote schade (96). De getroffen mensen worden elders in Enkhuizen ondergebracht.
De schade aan de Drommedaris, Toen en NU
De omgekomen mensen worden in eerste instantie naar het Café Van Leyen gebracht
om vervolgens naar de Eucheriuskapel gebracht te worden (die dan al als gymzaal
dienst doet). Per handkar worden de gewonden, die niet kunnen lopen, naar het Snouck
van Loosenziekenhuis aan de Vijzelstraat gebracht. Hier raken de gangen overvol aan
gewonden. Het ziekenhuis is niet berekend op zoveel gewonden. De dienstdoende artsen,
Reitsma en Bekkering instrueren mensen van het Rode Kruis en de EHBO.
Ortscommandant Preusz, die in Enkhuizen weinig druk uit oefende op de bevolking,
zorgt dat er hout wordt aangevoerd voor het aanmaken van kisten zodat de slachtoffers
fatsoenlijke begraven kunnen worden. De begrafenissen vinden op 19 en 20 maart plaats
van negen uur in de ochtend tot zes uur ’s avonds. Ieder uur wordt er één dode begraven
op de algemene en Rooms-katholieke begraafplaats. Naast de omgekomen Enkhuizers en
de Duitse dode, waren er ook twee Amsterdammers omgekomen. Een vijf jarig jongetje,
Johan Bekkers die als hongervluchteling was ondergebracht aan het Slijkwegje en Johan
Koelink die met zijn boot in de haven lag werden slachtoffer van het bombardement.
Alle 23 slachtoffers van het bombardement van donderdag 15 maart, 1945:
Rein Asma (19)
Johan Bekker (5)
Jan Broeksma (19)
Siebrecht Broksma (20)
Oene Alex Edelenbosch (7)
Nel de Graaf-Ooteman (26)
Jan Jeltes (7)
17 Arie Kenter (40)
Johan Koelink (42)
Johannes van Koll (48)
Arie Jan Kuperus (19)
Albert Nordhorst (15)
Ceesje Planting (4)
Cees Pruijs (37)
Jan Reus (55)
Harmen Roosendaal (48)
Cornelis Ruijter (43)
Klaas Sikke Horjus (68)
Gerrit Smit (4)
Gerrit Smit(22)
Kees Smith (10)
Reina Snel (4)
Aaf Snel-Majon (37)
De schade aan de Havenweg 5 in 1945,
onder: rond 1950 en tegenwoordig, 2008
Tegen het einde van de oorlog werd Ortscommandant Preusz vervangen door de fanatiekere Bär.
Deze vond de achterstallige werkzaamheden op het bureau van Preusz. Hij ging gelijk aan het werk.
Als eerste werd de illegale drukkerij voor ‘De Klaroen der Bevrijding’ aangepakt. Deze was
gehuisvest bij Keesman in de Westerstraat. Op 25 april, 1945 werd een inval gedaan in het huis
van Keesman. Op de bonkende dreunen deed Sam Keesman zijn verloofde Gré open. De Duitsers doorzochten
de woning, maar buiten twee illegale blaadjes werd niets gevonden. Leo Fluitman, een broer van Flip,
die er logeerde, werd hardhandig aangepakt door een Hollandse SS ‘er. Sam Keesman vluchtte daarop de
tuin in. Hier stonden ook Duitse soldaten, maar ze schoten niet op de voort rennende Keesman. Even
later klonken toch enkele schoten, het was Bär zelf die het vuur opende. Keesman werd in beide benen
getroffen en belandde in het ziekenhuis. Leo Fluitman en de vader van Keesman werden voor enkele dagen
vastgezet in het hoofdkwartier van de Duitsers, de oude huishoudschool. Tien dagen later kwamen de
Canadezen Enkhuizen binnen en werden verwelkomt door Keesman in een rolstoel.
De bevrijding van Enkhuizen
De vernielde huizen rond de haven van Enkhuizen werden weer gerepareerd en herbouwd.
Tegenwoordig herinnerd weinig meer aan de actie van de Geallieerde vliegers. Met wat moeite
zijn nog wat scherfgaten te vinden in de Drommedaris.
B-17 bommenwerpers trekken tijdens een
Manna vlucht over Enkhuizen
(foto via: Jacco Stavenuiter)
Voor veel Enkhuizers moeten de laag vliegende Geallieerde bommenwerpers die na 29 april
over Enkhuizen trokken de rillingen gegeven hebben. Maar ditmaal brachten ze geen bommen,
maar waren deze bommenwerpers betrokken bij de zogenaamde Manna vluchten. Ze brachten
voedsel naar de hongerlijdende bevolking van Holland. Op 5 mei, 1945, gaven de Duitsers zich
over, maar de Manna vluchten gingen nog door tot 8 mei.
De gedenkplaquette aan de voormalige visafslag
In oktober 2013 werd er een gedenkplaat onthuld aan de voormalige visafslag. Dit werd
gedaan door een overlevende van het bombardement, de heer Henk Kenter, die toen het
gebeurde negen jaar was. Kleine Henk kwam er zonder letsel van af, maar zijn vader, Arie, verloor wel
het leven. Op de plaquette staan trouwens 24 namen, ook het slachtoffer van het bombardement
op 6 oktober 1940, Klaas Spaan wordt genoemd.
Het 308 (City of Krakow) Squadron
Tijdens de aanval van de Spitfires van het 308 Squadron, werd één van de toestellen toch aangeschoten
door de Duitsers. De piloot, Andrzej Dromlewicz wist met zijn beschadigde hoogteroer tot aan Katwoude te
komen waar hij een noodlanding maakte. Hij zette zijn toestel toevallig neer op de plek dat bij het verzet
bekend stond als droppingsterrein ‘DRAUGHTS 12’. Hierdoor waren enige tijd geen wapendroppings mogelijk (tijdens de
oorlog werden hier drie droppings uitgevoerd).
In Volendam werd Dromlewicz opgevangen en doorgestuurd naar Monnickendam waar hij onderdook. Tot aan
het einde van de oorlog zat hij eerst bij de bakker N. Out aan het Noordeinde, en later nog bij M.
Veenstra aan de Kerkstraat.
Piloot Andrzej Dromlewicz
De andere drie piloten, Kazimierz Kozak, Stanislaw Toloczko en Henryk Krakowian kwamen veilig
terug op Gilze-Rijen. Het Poolse squadron was
pas sinds 9 maart, 1945 op Gilze-Rijen in Nederland gestationeerd op het vliegveld dat bij
de Geallieerden bekendstond als B-77.
Geheel links in de tweede rij staat Kazmierz Kozak, geheel
rechts in de tweede rij staat Henryk Krakowian
In het dagrapport van het 308 Squadron staat de aanval op de haven van Enkhuizen
als volgt omschreven:
1945-03-15
B-77, Gilze-Rijen, Holland
A section of 2 a/c carry out weather recce, and succeeds in destroying one MET.
Four a/c set off on dive bombing and recce. A concentration of barges was attacked with bombs in Holland.
A fire was started in a nearby warehouse. Barges were later strafed. Fairly intense flak,
in which one machine was shot down.
Badge van het 308 (Pools) Squadron
Het Poolse No. 308 Squadron werd in september 1940 opgericht in Engeland.
Werd er eerst met twee Fairy Battles en één Master geoefend, enkele maanden
later kwamen de eerste Hurricane Mk I’s het squadron versterken. Op 24 november
1940, tijdens een training, werd een Ju 88 neergeschoten door Sgt Parafinski. De
eerste overwinning voor het 308 Squadron. Een week later, op 1 december werd het
308 operationeel. Gedurende de gehele oorlog opereerde het squadron met succes
vanaf Engeland, tot het op 3 augustus 1944 vanaf het vaste land van Europa ging
vliegen, toen het gestationeerd werd in Normandië. Voor de Poolse vliegers was
dit een emotioneel moment, ze waren een stukje dichter gekomen bij hun vaderland.
Langzaam schoof het 308 Squadron mee met de Geallieerde opmars naar het noorden.
De missies bestonden vooral in het zoeken en uitschakelen van V-1- en V-2
lanceereenheden en het escorteren van bommenwerpers. Op 28 september gaf het
squadron luchtsteun aan hun Poolse broeders van de Polish Airborne Brigade die
vastzaten bij Arnhem.
Spitfire Mk IX, MK984 (ZF-R)
van het 308 Squadron in Normandië, 1944
In een laatste poging door de Duitsers om de Geallieerde luchtmacht uit te
schakelen werd op 1 januari 1945 operatie ‘Bodenplatte’ uitgevoerd. Volkomen
onverwacht vlogen over de Geallieerde vliegvelden in Nederland en België de
jagers van de Luftwaffe. Overal op de Geallieerde vliegvelden stonden binnen
de kortste tijd vliegtuigen in brand. Maar er wisten ook verschillende de
lucht in te komen om de Duitsers achterna te jagen. Toestellen van het 308
Squadron kwamen juist terug van een bommissie naar hun vliegveld B-61 bij Gent
toen ze de aanval zagen gebeuren. De Poolse piloten gingen gelijk tot de aanval
over en wisten in totaal 10 neer te schieten plus een aantal ‘waarschijnlijk’.
Dromlewicz, de piloot die na de aanval op Enkhuizen werd neergehaald,
wist tijdens de Duitse operatie 'Bodenplatte' een Focke Wulf FW 190 neer te schieten.
308 Sqn. piloot F/O. Tadeusz Szlenkier (2de van links) bij zijn Spitfire na de
noodlanding nadat hij
de FW 190A-8 van 8./J.G. 1's Uffz. Gerhard Behrens had neergeschoten tijdens 'Bodenplatte'
Tussen 12 december, 1940 en 28 april, 1945 maakte het 308 Squadron 8812
operationele vluchten. In totaal werden 69 en ½ vijandelijk vliegtuig neergeschoten,
13 waarschijnlijk en 21 beschadigd. 3770 bommen (waaronder de twaalf op Enkhuizen)
werden afgeworpen. Ongeveer 660 vijandelijke voertuigen werden vernietigd of beschadigd.
Tijdens de oorlog werd het 308 Squadron vierendertig maal verplaatst. Gedurende deze
periode dienden 210 piloten onder 14 commandanten in het squadron. Er kwamen 24 piloten tijdens
gevechten om het leven en 13 door ongelukken. Van 13 vliegers die een noodlanding hadden
gemaakt of uit hun toestellen waren gesprongen, wisten 6 uit handen van de Duitsers
te blijven en terug te keren naar hun eenheid.
Voor deze pagina werd onder andere gebruik gemaakt van artikelen
uit het Noord-Hollandsdagblad van de hand van L. Blank, E. Molenaar en Hans Nauta. Verder werd dankbaar
gebruik gemaakt van foto's beschikbaar gesteld door Jacco Stavenuiter.
Klik hieronder om terug te keren naar
www.strijdbewijs.nl
|