'Battle of Britain'
De Speelfilm

'This is only the beginning, they won't stop now'

Producer Ben S. Fisz, oud RAF-vlieger van Poolse afkomst, die zijn laatste project, 'Heroes of Telemark' via de Rank Organisation succesvol gedistribueerd zag worden, besloot opnieuw hen een voorstel te doen. Hij benaderde Freddie Thomas te Pinewood en deed hem een suggestie; om de 'Slag om Engeland' op het witte doek te brengen. Rank bleek de rechten te bezitten van het boek 'The Narrow Margin', van Derek Wood en Derek Dempster. Dit boek en een kleine financiële basis werden de aanzet tot een drie jaar durend gefrustreerd project.

Hamish Mahadie bij één van zijn 'gevonden' vliegtuigen
(Een Spaanse Buchon die de rol van Duitse Me 109 ging vervullen)

Vanaf het begin was besloten de film in kleur en in widescreen te schieten. Dit betekende dat geen gebruik gemaakt kon worden van oude oorlogsbeelden. Er moesten representatieve toestellen gevonden worden. En Fisz nam met een handjevol geen genoegen. Enter,… Hamish Mahaddie. Deze voormalige Group Captain van de RAF was één van de grondleggers van de Pathfinder Force van Bomber Command geweest. Na de oorlog bleef Mahaddie bij de RAF en introduceerde de English Electric Canberra bij RAF Bomber Command. Half jaren vijftig verzorgde hij voor de speelfilm ‘The Dambusters’ de Lancasters. In 1959, na zijn pensionering bij de RAF, werd hij de luchtvaart vertegenwoordiger voor de filmindustrie. Hij raakte betrokken bij onder ander ‘633 Squadron’, ‘Operation Crossbow’ en een aantal James Bond films.
En nu kwam zijn ‘finest hour’, ‘Battle of Britain’. Hij toog gelijk aan het werk om zijn missie na twee jaar succesvol af te sluiten met een enorme vloot aan Engelse en ‘Duitse’ vliegtuigen.

Spitfire Productions Ltd

De kosten liepen snel op. Rank wilde meer zeggenschap, maar Fisz weigerde, het was zijn plan en uitvoering. Het project kwam moeizaam van de grond, de aangewezen regisseur, Lewis Gilbert, kon niet langer wachten en ging naar een ander project. Enter,… Harry Saltzman, één van de producers van James Bond films, die door het succes van 007 geld te investeren had. Er werd een nieuwe compagnie opgericht met de toepasselijke naam ‘Spitfire Productions Ltd’. Saltzman bracht ook Guy Hamilton als regisseur naar voren.

Links: Harry Saltzman met Robert Shaw en rechts, (midden), Guy Hamilton en Susannah York

Op 23 september 1966 liet Rank weten uit het project te stappen en zat Fisz zonder distributeur. In de periode dat Fisz en Saltzman naar een andere studio op zoek gingen, verdwenen de plannen in de kast en medewerkers naar andere projecten. Alleen Mahaddie zette zijn zoektocht verder. Deze had via het Ministry of Defence (MoD) 19 Spitfires en 3 Hurricanes weten te bemachtigen. Er mocht gebruik gemaakt worden van RAF Henlow voor her-en ombouw van de toestellen. Ook werd er personeel beschikbaar gesteld voor het onderhoud. De RAF had nog nooit zoveel positieve aandacht gegeven aan een speelfilm, Mahaddie zijn krediet leek voor de RAF onuitputtelijk.

Spitfire Mk IX, MH415, nog in de 'kleuren' van 'The Longest Day'

Harry Saltzman wist ondertussen United Artists (UA) te overtuigen van zijn project. Vanwege zijn succes met James Bond, die ook gedistribueerd werd door UA, wilden zij wel tegemoet komen door niet alleen de distributie te verzorgen maar ook de film financieel te steunen.

Spitfires

Mahaddie had dan wel een hele partij toestellen van de MoD, maar sommigen waren in slechte staat van onderhoud door het jarenlang buiten staan. Ook de verschillende uitvoeringen van Spitfires maakten het er niet eenvoudiger op voor Mahaddie. Vooral de Mk XVI, met hun lage rug, druppelcockpit en spits richtingroer leek het totaal niet op de Mk I en II die in de Slag om Engeland vlogen. Vaak ontbraken de wingtips die de Spitfire haar karakteristieke elliptische vleugelvorm gaven. Op RAF Henlow werden deze Mk VXI’s omgebouwd tot er een kruising ontstond tussen een Mk V en Mk IX. Aldus ontstond de zogenaamde Mark Addie als eerbetoon aan Mahaddie. Dit type Spitfire kon helaas alleen maar gebruikt worden als niet-vlieger. Voor achtergrondfuncties waren er nu voldoende Spitfires voorhanden, en er zouden nog een aantal taxiënde, uit hout opgebouwde, replica's gebouwd worden. Probleem bleef het vinden van een aantal vliegende Spitfires.

Een Mk XVI, (TE311), met verhoogde rug, rond kielvlak en wingtips,... 'een Mark Addie'

Spitfire Mk IIa, P7350 bleek in zo’n goede staat dat besloten werd om dit toestel luchtwaardig te maken. Onderzoek bracht aan het licht dat P7350 werkelijk mee had gedaan tijdens de Slag om Engeland. Na schade opgelopen te hebben gedurende een ‘dogfight’ met een Me 109 in oktober 1940, moest P7350 een noodlanding maken. Mahaddie vond haar terug in het museum van RAF Colerne. Het was de perfecte Spitfire voor de film. Na een groot onderhoud was ze vliegwaardig.

Spitfire Mk IX, MH434 in Battle of Britain 'kleuren'

Niet alleen P7350 werd tot vliegende Spitfire gerestaureerd, ook de in particulier bezit zijnde Mk Ia, AR213, van Air Commondore Allen Wheeler werd onder handen genomen en weer vliegwaardig gemaakt. Shuttleworth Collection’s Spitfire Mk V, AR501 was ook beschikbaar als vliegend exemplaar. Tim Davis zijn, nu beroemde, Mk IX, MH434 werd overgenomen door Spitfire Productions Ltd. Een paar tweezitters, MJ772 en TE308, werden van Tony Samuelson gecontracteerd. Deze zouden dienst doen als trainer en als cameraplatform om een ‘pilots-view’ te creëren. Rolls-Royce bezat Mk XIV, RM698 en deze werd onder leasecontract gebracht. Omdat deze een Griffon motor als krachtbron had, was ze alleen in ‘long-shots’ te zien, dus ver weg.

Een Mk XVI Spitfire uitgevoerd als een Mk Ia

De zojuist door de, in Texas gebaseerde, Confederate Air Force (CAF) aangeschafte Mk IX, MK297 werd gecontracteerd. Uit Frankrijk werd uit opslag de Mk IX, MH415 gehaald (nog in de kleuren die ze droeg in haar rol voor 'The Longest Day') en vliegwaardig gemaakt door Simpson’s Aero Services op RAF Henlow.

RAF Henlow, een Spitfire tijdens groot onderhoud

Samen met de, van de RAF afkomstige vliegers, Mk Vb, AB910, de PR Mk XIX’s PM631 en PS853, had Spitfire Productions Ltd de beschikking over 12 luchtwaardige Spitfires. Zeven Spitfires konden taxiëen (de meeste Mark Addies) en acht Spitfires konden alleen statisch gebruikt worden. 27 Spitfires en een aantal replica’s waren klaar om hun aandeel in ‘Battle of Britain’ te geven.

Hurricanes

Hurricanes, die een belangrijker aandeel hadden in ‘The Battle’ vanwege hun grotere aantallen dan de Spitfire, waren moeilijker te vinden. De RAF had er drie, waarvan één vliegende, LF363, die operationeel was bij de Battle of Britain Flight (de latere Battle of Britain Memorial Flight). Hawker Siddley vloog nog met de ‘Last of the Many’, PZ865, en was beschikbaar voor Mahaddie.

Een Hurricane onder restauratie

In Canada was ook een luchtwaardige Hurricane, de CF-SMI (ex-RCAF 5377). Eigenaar Robert Diemert verkocht de Hurricane aan Mahaddie. Aan boord van een C-130 Hercules kwam het toestel naar Spitfire Productions Ltd. Tijdens het filmen zou Diemert zelf de Hurricane vliegen.

Hurricane IIc, PZ865, één van de drie luchtwaardig

De zesde Hurricane, Z7015 was in het bezit van de Shuttleworth Collection. Deze unieke Sea Hurricane Ib werd onder handen genomen om vliegwaardig te maken. Maar de oververhitte radiator problemen werden niet op tijd opgelost. Zodoende was het toestel alleen geschikt voor taxidoeleinden (net als de RAF Hurricane, de Mk I, P2617). De andere van de RAF, de Mk IIc, LF751 kon alleen voor statisch werk gebruikt worden.

'Ace' en Battle of Britain adviseur, Robert Stanfort-Tuck op een Hurricane

Het zou nog heel wat hoofdbrekens geven om een geloofwaardige squadron Hurricanes op het doek te brengen. Maar met hulp van een aantal replica's en verschillende codes op de romp werd dit probleem acceptabel opgelost.

Klik hieronder om naar de volgende pagina te gaan, voor het Luftwaffe aandeel in 'Battle of Britain'.