'Battle of Britain'
De Speelfilm

'Don't just stand there, get one up!'

’Battle of Britain’ kon natuurlijk niet alleen uit vliegende en vechtende jagers en bommenwerpers bestaan. Er werd een keur aan grote namen gecontracteerd om treffende dialogen en scènes te spelen. Als doorgewinterde piloot en Squadron Leader werd Robert Shaw (foto boven) als ‘Skipper‘ gecontracteerd. Bovenstaande uitspraak wordt door hem geuit tijdens een Duits bombardement op zijn vliegveld. Squadron Leader Canfield werd gespeeld door Michael Caine (zie foto hieronder).

’We either stand down or blow up, which do you want?'

Rondom deze Squadron Leaders heen is een gemengd gezelschap samengebracht aan jonge piloten, zoals Myles Hoyle (Peter), die we zien groeien van jonge dolle hond tot leider van een eigen ‘flight’. Ian McShane, als Sergeant Pilot Andy, beleeft naast zijn gevecht in de lucht, zijn redding uit het Kanaal, ook de horrors van de Duitse bombardementen op Londen.

Edward Fox (P.O. Archie) en Ian McShane (Serg.P. Andy)

En dan is daar Edward Fox, als Pilot Officer Archie, waarin ik persoonlijk het stereotype van de Britse gevechtspiloot van die dagen terug zie. Gezeten in zijn stoel op het vliegveld levert hij samen met collega vliegers commentaar op de 'jonge kuikens' die vliegles krijgen om tot havikken uit te groeien. Na zijn 'uitstapje' uit zijn aangeschoten Spitfire, landt hij met zijn parachute in een glazen kas. Een jongetje biedt hem eerst een sigaret aan,... 'Thanks awfully, old chap,..!'

Christopher Plummer 'in love' met Susannah York

Men veroorloofde zich zelfs een kleine (gefrustreerde) liefdesgeschiedenis er in te verwerken tussen Squadron Leader Colin Harvey (Christopher Plummer) en WAAF Section Officer Maggie Harvey (Susannah York). Men vond naast dit 'romantische' uitstapje, ook ruimte om aandacht te besteden aan de slachtoffers die vielen tijdens de 'Battle of Britain' in 1940, en dan met name de slachtoffers met brandwonden.

Rechts, Bill Foxley in 'Battle of Britain'

WAAF Harvey komt kort in aanraking met een waar slachtoffer met vreselijke brandwonden. Deze wordt niet vertolkt door een geschminkt acteur, maar door één van de ernstigste slachtoffers door brand uit de oorlog. Het betrof hier de voormalige navigator Bill Foxley die, direct na de start met zijn Wellington bommenwerper, op 16 maart 1944, vanaf Castle Donington crashte. Het toestel vloog in brand waarbij Foxley in eerste instantie ongedeerd uit ontsnapte. Maar hij keerde in het brandende toestel terug toen hij verschillende kreten van opgesloten bemanningen hoorde. Foxley wist de radiobediener te bevrijden, waarbij hij vreselijke brandwonden opliep. Helaas zou de radiobediener kort daarop overlijden.

Foxley kwam onder behandeling van Sir Archibald McIndoe, een pionier op het gebied van plastic chirurgie. In het ziekenhuis te East Grinstead lag het vol met mannen die aan verbrandingen leden. Deze groep mannen vormden samen de zogenaamde Guinea Pig Club, ter ere van McIndoe’s onbeproefde pionierswerk. In drie en halfjaar onderging Foxley dertig operaties om zijn gezicht enigszins toonbaar te maken. Tijdens zijn verblijf in East Grinstead, leerde hij zijn vrouw kennen, die verpleegster in dit ziekenhuis was.


In 1947 werd hij ontslagen uit het ziekenhuis en zwaaide als Warrant Officier af uit de RAF. De rest van zijn leven leed hij in pijn, niet alleen door de verwondingen, maar ook vanwege de verschrikte reacties die zijn verschijning altijd opriepen. Op 5 december 2010 overleed Foxley op 87 jarige leeftijd.

Dat WAAF Harvey Foxley ontmoet, is een voorzet naar verder in de film, als Harvey te horen krijgt dat haar man brandwonden heeft opgelopen toen hij zijn aangeschoten toestel moest verlaten. Ter geruststelling wordt haar verteld dat 'ze tegenwoordig zeer knap zijn' (om brandwonden te behandelen).

Kenneth More en Susannah York in de loopgraaf,...

Susannah York speelde naast Kenneth More (Group Captain Baker) op het vliegveld van Duxford enkele scènes. Waarbij hij haar duidelijk tracht te maken dat de vrouwen niet in dezelfde schuilplaats tijdens een 'raid' behoren te zitten en dat de 'gasmaskertas geen handtas is'. Enkele ogenblikken later duiken ze samen in een loopgraaf tegen de bommen die neer regenen. En dan volgt één van de meest spectaculaire acties van de film, één van de hangaars van Duxford explodeert in een geweldig vuurwerk! (zie foto hieronder)

Eén van de eerste zaken die de Duitsers moesten uitschakelen, waren de 'ogen' van de RAF, de radarstations. De Britse radar stond in de kinderschoenen en de alarmering dat er vijandelijke vliegtuigen naderden was erg kort, maar het scheelde zoveel tijd, dat de RAF jagers in ieder geval in de lucht konden worden gestuurd en een vliegrichting en hoogte konden krijgen. Dit kleine voorsprong was genoeg om de Luftwaffe op te wachten en positie te kiezen.

Het model van een Stuka slaat te pletter bij een radarmast

Vanaf de Franse kust waren bij helder weer de radarmasten, van de zogenaamde 'Chain Home' waar te nemen. De Lufwaffe onderschatte deze masten niet en voerden herhaaldelijk aanvallen op uit. Ook in Battle of Britain is het één van de eerste aanvallen op Brits grondgebied als een aantal 'Stuka's' (modellen) op de masten afduiken om hun bommen erop te laten vallen. Hiertoe was een onderstuk op ware grote nagebouwd bij Dover in Kent om als Ventor Radar Station op het Isle of Whight te dienen. Voor de crash-scéne met de Stuka aan de voet van de mast was een model op de schaal gebouwd van het model van de Stuka.

’Silence, in Polish!'

Hurricanes in de kleuren van een Pools squadron

Ook was er ruimte voor humor. Ook al is het bedenkelijke humor vandaag de dag. Door de taalproblemen die de Poolse piloten ondervonden werden ze steeds maar uit de gevechtsacties gehouden. Ook het onderling radiocontact werd in het Pools gevoerd, wat instructeurs tot waanzin kon drijven. Hilarisch is dan ook het moment dat de Poolse piloten in hun Hurricanes hun instructeur verlaten (na een eindeloos ‘repeat please?’) om de Duitsers aan te vallen. Ondanks het verbod dat ze mochten vechten, zit er niets anders op voor de instructeur (Barry Foster) hen te volgen. Als door de emotie van de strijd weer eindeloos in het Pools wordt ‘gereuteld’, roept de instructeur; ‘Silence, in Polish!’

Poolse piloten wachten op de dingen die komen gaan,..

Als één van de Poolse piloten later zijn toestel moet verlaten per parachute blijkt weer dat slecht engels je aardig parten kan spelen. Na het neerkomen in een veld wordt hij opgevangen door enkele boeren. In zijn ‘beste’ engels wenst hij hen een ‘koed-after-noen’. Eén van de boeren steekt zijn hooivork bedreigend op onderwijl denkend met een Duitser te maken te hebben,… ‘Good afternoon,… my arse!’

'Confederate Airforce' vliegers Lloyd Nolen, Gerald Martin en Lefty Gardner
met Robert Stanford-Tuck en Adolf Galand

Om zo accuraat mogelijk de geschiedenis te volgen werd de hulp ingeroepen van veteranen van beide kanten. Voor de Duitse tactische adviesen werden Generaal Adolf Galland en Oberst H. Brullin gevraagd. Galland was in eerste instantie helemaal niet gecharmeerd met het idee dat deze film gemaakt moest worden. Ook had hij nogal kritiek op het uitbeelden van de Duitse piloten tegenover Hermann Göring. Galland wees erop dat hij, en ook geen één van Galland piloten, een Nazi was geweest. Als adviseurs van Fighter Command in 1940 werden onder andere Wing Commander Robert Stanford-Tuck en Wing Commander Ginger Lacey gevraagd.

Lord Dowding in de rolstoel omringt door voormalige luchthelden
uit de Battle of Britain, Van links naar rechts:
Al Deere, Tom Gleave, Robert Stanford-Tuck (in stoel), Boleslaw Drobinski,
Douglas Bader (achter Dowding), Ludwik Martell, Johnnie Kent, Peter Townsend,

Eén van de spraakmakende scènes is die tussen Air Chief Marshal Dowding en de commandanten van 11 en 12 Group, Air Vice-Marshals Keith Park en Trafford Leigh-Mallory. De scène is duidelijk en hoeft geen verdere uitleg, alleen heeft deze nooit zó plaatsgevonden. Maar er moest een manier bedacht worden om de strijd tussen de twee groepen duidelijk te maken.

Air Chief Marshal Dowding en rechts Sir Laurence Olivier (als Dowding)

Dowding en Park waren ten tijde op één lijn, maar Mallory had met hulp van zijn ‘contacten’ toen al het zaad gepland om Dowding en Park er uit te werken. In de ogen van Mallory waren die verantwoordelijk dat zijn groep (12) niet de ruimte kreeg die hij wilde. Hij was een groot voorstander van de ‘Big Wing’ aanvalstechniek. Gingen de squadrons van 11 Group rechtstreeks de confrontatie aan om zo snel mogelijk de Duitsers te onderscheppen, Group 12 formeerde eerst een aantal squadrons en trachtte hoogte te winnen om daarna met veel vertoon van overmacht de Duitsers te onderscheppen die dan meestal weer over het Kanaal op de terugweg waren.

Air Vice-Marshals Keith Park en rechts Trevor Howard (als Park)

Ook het ego van Mallory speelde een rol, hij zag zich de senior boven Park en luisterde liever naar Wing Commander Douglas Bader hoe een tactiek uit te werken. Door het ‘Big Wing’ principe was 12 Group meestal te laat om de vliegvelden van 11 Group te beschermen tegen de bommenwerpers. Dit frustreerde Park enorm, zijn vliegvelden en toestellen leden enorme schade. Gelukkig besloot de Lufwaffe op een gegeven moment de vliegvelden van Fighter Command links te laten liggen en zich op andere doelen, zoals steden, te richten. Maar het kwaad was geschied. Op 17 oktober 1940 werd door de Air Staff van het Air Ministry (door de druk van Mallory) besloten dat de ‘Wing’ tactiek goed beviel en dat Dowding en Park niet geschikt waren gebleken in hun rol Engeland te beschermen tijdens ‘The Battle of Britain’.
Deze geschiedenis die duidelijk achterkamertjespolitiek vertoonde, liet een verbitterde Dowding en Park achter. Gelukkig werd in ‘Battle of Britain’ een poging ondernomen tot rehabilitatie van beide mannen.

Lord Dowding op de set met zijn vertolker Sir Laurence Olivier

Tijdens het filmen van een scène in het kantoor van Dowding was de legendarische Air Chief Marshal Lord Dowding aanwezig om zichzelf gespeeld te zien worden door Sir Laurence Olivier.