|
Een Dornier Do 217 taxiet over een Rolbaan van Fliegerhorst Deelen
(foto: Museum VLB Deelen)
Aangezien vanaf spionage activiteiten in 1937 door de Duitsers was uitgevoerd voor potentiële vliegvelden voor de Luftwaffe, konden de werkzaamheden na de capitulatie van Nederland op 14 mei worden aangevangen. Voor de in te richten ‘Fliegerhorst Deelen’ (Duitse codenaam: Alster) werden 2000 hectaren ingeruimd, waarvan 600 hectaren tot De Hoge Veluwe behoorden. Met hulp van duizenden arbeidkrachten, voornamelijk Nederlanders die zich vrijwillig hadden aangemeld vanwege de goede betalingen, werden eerst de start- en landingsbanen aangelegd. De banen werden in de beproefde A-vorm neergelegd, verbonden door taxibanen (Rolbanen). Naast de onderkomens voor het Fliegerhorst personeel en de vliegeniers, de hangaars, werden ook kleinere objecten ingegraven, zoals de brandstof en watertanks. Aan het einde van 1940 waren twee van de drie banen gereed om vliegtuigen te ontvangen.
Het wandelgebied langs enkel objecten van Fliegerhorst Deelen
(Google Earth)
Het volgende punt in onze wandeltocht brengt u in de zuidoost hoek (#3) van de Fliegerhorst Deelen. Hier ligt een Rolbaan waar nog delen van de oorspronkelijke straatklinkers te zien zijn. Tevens is dit het oostelijke eindpunt waar ook het zogenaamde 'bommenlijntje' liep. Het bommenlijntje, officieel 'Raccordement vliegveld Deelen' genoemd, begon in Wolfheze. Het werd aangelegd om munitie en brandstof over te vervoeren naar de Fliegerhorst. Via een wissel kon de trein ook naar de noordwest hoek van de Fliegerhorst rijden. Voor de bouw van Diogenes luchtverkeersleiding bunker werd een aftakking aangelegd om bouwmaterialen aan te voeren. Na de oorlog zijn de rails verwijderd van het bommenlijntje en alles wat er rest is een pad waar de trein ooit liep.
De klinker rolbaan gaat hier over in een betonnen taxibaan
U bevind zich nu aan het hek van de huidige vliegbasis Deelen. Door het hek kunt u nog wel de oude Rolbaan verder de basis in zien lopen (zie de foto hierboven). Over deze Rolbaan reden de nachtjagers naar de startbanen, en weer terug naar hun standplaats rond de Fliegerhorst Deelen. Het hier gestationeerde NachtJagdGeschwader 1 (NJG 1) was pas opgericht in juli 1940 en stond onder algeheel commando van Oberst Josef Kammhuber. In september 1940 arriveerde Stab/NachtJagdGeschwader 1 op Deelen, onder leiding van Major Wolfgang Falck, welke die positie zou bekleden tot december 1943. En werden de opleidingen aangevangen voor de nachtjacht vliegerij.
Major Wolfgang Falck en het wapenschild van de Nachtjagd-Division
Terwijl Falck nog Gruppenkommandeur was bij het I./ZG 1 zat had hij een wedstrijd uitgeschreven om een wapenschild te ontwerpen voor het Gezwader. Vlieger Werner Mölders, ontwierp het wapenschild voor de divisie, welke deels gebasseerd was op het wapen van de familie Falck. Een valk, op een donkere hemel, welke op de Aarde afduikt met erachter een bliksemschicht die op Engeland gericht is.
Major Wolfgang Falck zijn Messerschmitt Bf 110C op Deelen
'Wolf' Falck had ervaringen met de Messerschmitt Bf 110C in Denemarken opgedaan, zeven overwinningen stonden op zijn richtingroer, als onderdeel van het Zerstörer Gezwader (GZ) 1 Het vliegveld van Aalborg werd, naast de I./ZG 1., gedeeld met het L./ZG 76 en het toegevoegde IV.(nacht)/JG2 welke laatste met de Bf 110D opereerde. Hier werd duidelijk dat met goede aansturing door Duitse radar verkeersleiding RAF vliegtuigen die het waagden in de buurt te komen neergeschoten konden worden. Nadat het I./ZG 1. overgeplaatst was naar Gutersloh, schreef Falck een uitgebreid rapport over de nachtjacht door de Bf 110. En zo kon het gebeuren, dat Falck zijn rapport leidde tot zijn aanstelling om NJG 1 op te richten.
Dit stuk beton herinnert aan een brandstofopslag (#4)
In de struiken verscholen ligt nabij #3 een brandstofopslag (#4 op de kaart). Deze opslag zou in eerste instantie gebruikt zijn om de vrachtwagens bij te kunnen tanken. Later zou het ook gebruikt zijn om C -en T stof op te slaan voor het raket vliegtuig, de Messerschmitt Me 163.
Ritsaerthoeve, vernoemd naar één van 'De Vier Heemskinderen'
We vervolgen onze wandeling via het pad waar ooit het 'bommenlijntje' liep, naar #5 op de kaart. Ook al zijn er weinig sporen van het bommenlijntje bewaard gebleven, de boerderij Ritsaerthoeve, vernoemd naar één van 'De Vier Heemskinderen' (2), draagt nog voldoende sporen naar het spoorweg verleden van Fliegerhorst Deelen. In de oorlog werd de 'boerenschuur' gebruikt als locomotief loods. In 1949 is het woonhuis deel aan de loods gebouwd, kreeg een gevelsteen met de 'De Vier Heemskinderen', en werd net als de andere drie 'Heemskinderen' wit geschilderd.
Ritsaerthoeve, en de gevelsteen 'De Vier Heemskinderen'
Het wit schilderen van de gevels was het verbloemen van de verschillende soorten bakstenen. Op het oog lijkt het een normale boerderij, maar bij nadere inspectie ziet men de dikke muren. Het plafond is geen houten vloer maar een dikke betonnen vloer. In dit plafond zijn nog steeds de kanalen voor de afvoer van de rook geproduceerd door de locomotor te zien. Ook was er een smeerkuil die nog steeds zichtbaar is.
Houd er rekening mee dat dit een particulier bedrijf is en dat u het niet zomaar kunt betreden!
Het betonnen plafond van de locomotief loods, Ritsaerthoeve
Op het traject van het bommenlijntje reed een 70 pk sterke locomotor NS 200 'Sik'. De NS 200 werd voortgedreven door een dieselelektrisch verbrandingsmotor. Het geluid dat deze locomotor produceerde gaf het de bijnaam 'Sik'. Aangezien de 'Sik' voor rangeren bedoeld was, was de bediening uitermate eenvoudig. Het kon ook door niet technisch opgeleide personen bediend worden. Een bediening die vaak vanaf de brede treeplank werd gedaan.
Het type locomotor NS 200 'Sik' was nog ver na de oorlog in gebruik (foto 1961)
In 2008 werden de NS 200's buiten dienst gesteld vanwege het ontbreken van essentiële veiligheid die de Arbo-dienst voor schreef.
Werkspoor bouwde de meeste van de 169 exemplaren van de serie NS 200/300, waarvan er tegenwoordig nog 89 bewaard zijn gebleven in Nederland, in musea of bij verzamelaars.
U kunt nu naar #6 op de kaart. Hier vindt u een zogenaamde 'Splitterbox' (ook wel Abstellbox genoemd). Omgeven door een aarden dijk in U-vorm konden in zo'n box twee jagers ondergebracht worden.
Voor de 'Splitterbox' ligt een opstel-plateau voor vliegtuigen
De rails van de schuifdeuren van de 'Splitterbox' liggen er nog,...
Vervolg uw wandeling over de Rolbaan naar het oosten, naar #7 op de kaart. Na een paar honderd meter ziet u een onverhard pad naar rechts, met aan het einde een 'boerenschuur'. Links en rechts van het pad zijn in de struiken verscholen twee brandstofopslag restanten te vinden. De best bewaarde van de twee is de oostelijke 'Brandstofanlage'.
De oostelijke brandstofopslag heeft nog steeds een pijpje,...
De westelijke brandstofopslag heeft geen betonnen dakje meer,...
Zoals hierboven al even aangehaald ziet u aan het einde van het onverharde pad, een 'boerenschuur' (#8). De schijn bedriegt, want dit is een onverwarmde hangaar geweest, een zogenaamde 'Kaltehalle'. Deze hangaar, Halle B, is onderdeel van de Ritsaerthoeve, 'De Vier Heemskinderen' (de locomotief loods).
Aan het einde van het onverharde pad, de Kaltehalle,...
Na de oorlog is de voorgevel geheel opnieuw opgetrokken waardoor de grote brede schuideuren nu een stuk kleiner zijn. Bij nadere inspectie kan men onder de dakrand (aan het eindpunt) nog de oude rails zien uitsteken. Rondom valt op dat de ramen geen echte kozijnen bevatten, maar dichtgemetseld zijn en voorzien van ingeschilderde kozijnen en sponningen.
Dichtgemetstelde ramen,... klik op de foto voor een detail
Op de volgende pagina gaat de wandeling langs de onderkomens voor het Luftwaffe personeel, zoals voor de Luftnachrichtenhelferinnen die in de grote bunker van Diogenes hun werk deden ten behoeve van de onderschepping van vijandelijke vliegtuigen,...
Klik hieronder op de achterzijde van de Kaltenhalle, 'Halle B' voor de
volgende pagina van 'Fliegerhorst Deelen'
|