HIMMELBETT
- Gebiets Nachtjagd -

Officieel heette het ’Zentral Gefechtsstände’, maar toen de Geallieerde geheime dienst erachter kwam wie de bedenker van de Luftwaffe nachtjacht gordel van Denemarken tot in Frankrijk was, kreeg het de naam ‘Kammhuber Line’. In het begin van de oorlog was de radar nog in ontwikkeling en was het zoeklicht een belangrijk wapen tegen de bommenwerpers van de RAF. De belangrijkste radar van de Duitsers was in het begin de Seetakt, welke door de Kriegsmarine werd gebruikt en waaruit de Freya FuMG 39G zou ontstaan, een radar in de 120 Mhz, met een bereik van ongeveer 120 kilometer, met één nadeel, het kon geen hoogte van een binnenkomend vliegtuig uitlezen. In de bezette gebieden begonnen de Kriegsmarine, de Heer en de Luftwaffe hun radars op te zetten, maar onderling werden de gegevens niet uitgewisseld. Was de Freya een prima radar om een binnenkomend vliegtuig op te pikken, voor de hoogte bepaling was een andere radar nodig, dit werd de met een 3 meter diameter schotel uitgeruste versie, de Würtzburg FuMG 62 ontwikkeld door Telefunken. Met een bereik van 25 km was dit voor Flak kanonnen een uitstekende radar.

Links de Freya FuMG 39G rechts de Würtzburg FuMG 62

Maar om nog verder te kunnen ‘reiken’, tot zo'n 85 km, werd de Würtzburg-Riese FuMG 65 ontwikkeld welke een schotel had van 7.43 meter. Later werden er nog zwaardere radars ontwikkeld zoals de Wasserman en de Mammuth die een bereik hadden van 300 km en de bommenwerpers al kon oppikken als deze opstegen in Engeland.

'Himmelbett Gordel' in Nederland (eind 1940 en eind 1941)
De radar in de rode cirkel zijn van de eerste bouwfase
De radar in de blauwe cirkel zijn van de tweede bouwfase
De radar in de groene cirkel zijn van de derde bouwfase

Het hoofd van de Nachtjagd Division, Josef Kammhuber die zijn hoofdkwartier in Slot Breul in Zeist had, ontwikkelde met de voornoemde radars en zoeklichten een gordel van verdediging. Deze gordel, van 8 sectoren ('Raum I t/m VI') liep van Denemarken tot in Frankrijk. In Nederland lagen 'Raum III (deel), IV en V' (‘Raum VII en VIII' lagen voor Berlijn). De zones waren gemeten van noord-zuid 45 km, die elkaar overlapten waardoor de meest effectieve zone ontstond. De diepte varieerde rond de 20 en 22 km (oost-west). In deze zones was een controle centrum met een hoofdzoeklicht en een aantal hulpzoeklichten. Als de Freya een vliegtuig oppikte, dan werd het hoofdzoeklicht automatisch aangestuurd (de hulpzoeklichten werden handmatig bediend).

Een Duits zoeklicht wordt gereed gemaakt voor de nacht,...

Zodra een vijandelijk vliegtuig was gesignaleerd, werd, in Nederland, het desbetreffende onderdeel van Nachtjagd Geschwader 1 gewaarschuwd. NJG 1 had enkele belangrijke bases (‘Fliegerhorst’) in Nederland, Twente, Deelen en Leeuwarden en later ook Venlo en Gilze-Rijen. Omdat radar in de nachtjagers in het begin van de oorlog nog in ontwikkeling was, was de vlieger van een nachtjager aangewezen op de zoeklichten. Over het algemeen ‘hingen’ de nachtjagers, een eerste vlieger met een vleugelman, in de zone in de wacht. Als de vijandelijke bommenwerper in een zoeklicht werd gevangen begon ook de Flak vanaf de grond te schieten, waarbij soms de nachtjager gevaar liep. Af en toe wist een bommenwerper zich uit een zoeklicht te ontworstelen, maar kon een Würtzburg de juiste locatie doorspelen aan de nachtjagers. De belangrijkste Duitse nachtjacht vliegtuigen waren in deze periode de Bf 110, de Ju 88 en de Do 17. Deze periode in de nachtjacht werd de ‘Dunkele Nachtjagd’ (DUNAJA) genoemd.

Een Britse bommenwerper gevangen in de zoeklichten,...

Met het verbeteren van de radar en het in grotere aantallen beschikbaar worden ervan, veranderde de tactiek ook. De Freya bleef de bommenwerper oppikken, en een Würtzburg (‘Rote’) verfijnde het doelwit op hoogte, een tweede Würtzburg (‘Blaue’) pikte de nachtjager op (met de komst van de grotere Würtzburg-Riese werd dit later verder vervolmaakt). Om alles te coördineren in een zone kwamen alle gegevens bij elkaar in de Flugmeldemess Stellung (ook 'Gefechtsstand' genoemd) bij de Nacht Jagd Raum Führer (NJRF). Tevens had de NJRF de operationele controle over een Nacht Jagd Gruppe. De Jägerleitoffizier (JLO) die de binnenkomende gegevens uit kon lezen maakte dit zichtbaar door het op een kaartentafel (Auswerte Tisch) met fiches uit te leggen. Ook dit zou worden verbeterd met een 3-dimensionale tafel, de Seeburgh Tisch.

Voor heel veel meer over de Seeburgh Tisch (door Arthur O. Bauer)
KLIK HIER

Een bommenwerper opgevangen door een Freya, gegevens via de NJRF naar
de Würtzburg en de drieling zoeklichten. De Duitse nachtjager, gevolgd door
een tweede Würtzburg, opent de aanval (Helle Riegel)

De NJRF volgde de bommenwerper en de nachtjager en gaf aan de laatste de coördinaten radiografisch door voor een interceptie. Würtzburg (‘Rote’) volgde niet alleen de bommenwerper op hoogte, maar stuurde ook drie zoeklichten aan die aangingen als de bommenwerper in hun zone binnenkwam. Naar gelang waren er drie groepen zoeklichten van negen stuks beschikbaar per zone. Er was wel een nadeel bij deze vorm van onderscheppen, als het te bewolkt was, dan werkte het systeem onder de maat, want dan kon een zoeklicht het doel niet goed verlichten. Deze vorm van onderschepping kreeg de naam Helle Nachtjagd Verfahren (HENAJA), of de meer gangbare term; Helle Riegel.

Een bewaard gebleven Würtzburg-Riese (deze staat bij Douvre in Normandië)

Met de komst van radar aan boord van de Duitse nachtjagers, de Lichtenstein FuG 202 (B/C), ontwikkeld door Telefunken en vanaf 1942 beschikbaar, veranderde de nachtjacht geheel. In samenwerking met de Würtzburg-Riese die de jager in de buurt bracht van de vijandelijke bommenwerper, nam de radar aan boord van de nachtjager het vanaf ongeveer 5 km over. In 1943 kwam al reeds een verbeterde versie beschikbaar, de FuG 212 (C-1), welke een bereik had van 6 km. Had de vorige versie een vaste frequentie van 490 MHz, de FuG 212 kon op verschillende frequenties werken, in de banden 420-480 MHz.

Bf 110 G-4 met FuG 220 (Lichtenstein SN-2) en 2 MG 151/20 kanonnen in de neus

Zijn we tegenwoordig gewend dat de radar achter de neus is ingebouwd, bij de eerste toestellen met radar, waren er antennes voor op de neus aangebracht. Deze antennes verstoorden dusdanig de stroomlijn, dat de snelheid met ongeveer 50 km/u terug liep.

Het hart van de FuG 220 (Lichtenstein SN-2)
(op het linker scherm de azimut of peilhoek, rechts de hoogte)

Omdat de nachtjagers nu zelf in het donker konden opereren en niet meer afhankelijk waren van alleen de zoeklichten, werden met de komst van de radar in de nachtjagers, heel veel zoeklichten in Himmelbett ontmanteld en verplaatst naar de grote steden in Duitsland en de fabrieksgebieden. Ook de kaartentafel, de Auswerte Tisch in de Flugmeldemess Stellung, werd vervangen door de 3-dimensionale tafel, de Seeburgh Tisch. Van onderaf werd op een glazen plaat met lampen de positie van het vijandelijke vliegtuig alsook die van de nachtjager geprojecteerd. Deze combinatie, radar in de nachtjager, en Seeburgh Tisch stond bekend als de Seeburg-Lichtenstein-Verfahren.

Met de komst van de Lichtenstein radar in de nachtjagers,
werd het gebruik van zoeklichten in de Himmelbett sterk terug gedrongen

In 1943 kwam de Lichtenstein FuG 220 (SN-2) beschikbaar, en veranderde de Nachtjagd weer. Onderwijl kwamen de Britse bommenwerpers niet meer als solo vliegende toestellen Himmelbett binnen, maar als een constante stroom door een smalle corridor. Hiermee werd dan één zone belast, waar maar in principe één nachtjager ‘rondhing’, met wellicht een vleugelman in de buurt. Dat er bommenwerpers toch afgeschoten zouden worden was niet te voorkomen. Regelmatig moesten andere nachtjacht vliegers hulpeloos buiten hun Raum aanhoren hoe druk het was in een andere Raum.

Met de hulp van extra radar en peilstations, die nachtjagers begeleidden,
konden twee bommenwerpers tegelijk onderschept worden

Om iets aan deze situatie te veranderen was de beste optie meer vliegtuigen in een Raum plaatsten. Probleem was dat de volgradar van de Duitsers, de Würtzburg-Riese slechts één Duitse jager en één bommenwerper kon volgen. De oplossing werd gevonden door (extra) Freya en twee Würtzburg-Riese te gebruiken voor de vijandelijke vliegtuigen, en peilstations voor de nachtjagers, die met hun eigen radar de rest moesten doen. Om de nachtjagers te begeleiden werd gebruik gemaakt van de Hans E-Mess Gerät voor radio afstand bepaling en positie door de Heinrich Peiler (een combinatie die bekend stond als de Y-Bodenstelle FuSAn 733).

Y-Bodenstelle FuSAn 733, de Heinrich Peiler en rechts de Hans E-Mess Gerät

Met de komst van de Y-Bodenstelle FuSAn 733, en veranderende tactieken welke zich steeds dieper in Duitsland afspeelden, zoals het gebruik door de RAF van ‘Window’ (smalle stroken uitgeworpen aluminiumfolie) om de Duitse radar te verstoren, en het bombarderen met radar door de Geallieerden, veranderde ook de zogenaamde Himmelbett-Verfahren enorm over enkele jaren, en de naam Himmelbett werd in 1944 dan ook hernoemd tot Gebiets Nachtjagd.

De nachtjacht in betere tijden,....
10 juli 1942, Ridderkruisverlening voor succesvolle nachtjagers op Leeuwarden.
v.l.n.r. General-Leutnant Josef Kammhuber, Hptm. Helmunt Lent,
Oblt. Paul Gildner, Oblt. Ludwig Becker en General Kurt-Bertram von Döring

Met de oprukkende Geallieerde troepen, en met name rond Operation Market-Garden, waardoor Fliegerhorst Venlo en Gilze-Rijen werden verlaten, werd de Nachtjagd naar het noorden en oosten verplaatst. Fliegerhorst Leeuwarden werd tijdelijk verlaten na bombardementen op 11 en 16 september 1944. Maar na het (deels) mislukken van 'Market-Garden' keerden de Duitsers terug op Leeuwarden, en construeerden daar in december zelfs een nieuwe startbaan. Vanaf half februari 1945 werden er enkele operationele missies gevlogen, maar het was 'to little, to late'. Begin april 1945 vertrokken de laatste Duitse vliegtuigen dan toch oostwaarts, om nooit meer in Nederland terug te keren.

GA TERUG