Concentratiekamp
- NATZWEILER-STRUTHOF -
--------------------------

De toegangspoort aan Place du Général Delestraint

De toegangspoort van het KL Natzweiler-Struthof is geheel gerestaureerd en zwaarder uitgevoerd dan deze oorspronkelijk gebouwd was door de Duitsers. Na de oorlog werd het concentratiekamp een interneringskamp en werd de toegangspoort groter uitgevoerd. In 1949 werd besloten een deel van het kamp voor de toekomst te bewaren. Naast de toegangspoort en de acht wachttorens, zijn vier belangrijke barakken bewaard gebleven, het administratiegebouw, de kampkeuken, het cellencomplex en het crematorium. Eenmaal binnen gaat de bezoeker eerst naar de voormalige Prominenten barak. Volgens een Duitse tekening zouden hier de belangrijke (bekende) gevangenen in onder gebracht worden. Deze, nu als museum ingerichte barak, is niet meer origineel, en heel veel objecten die hier voor het eerst in 1965 werden uitgestald, gingen verloren bij een aanslag, door Neonazi's, in 1976 waarbij de barak afbrandde. In 1979 was er weer een vandalistische daad in het museum en moest wederom een restauratie worden uitgevoerd en werd de nieuwe expositie geopend in 1980.

Aan de voet van de terrassen, waarop ooit de gevangenenbarakken stonden.
Centraal het grote monument, linksboven de keuken en rechts de museumbarak

In de museumbarak zijn tien ruimtes ingericht. De eerste ruimtes zijn gevuld met foto’s, kopieën van documenten, tekening van de opbouw, en de nodige tekeningen gemaakt door gevangenen die het dagelijkse ‘leven’ laten zien. Hoe verder men de barak doorloopt, des te gruwelijker worden de getoonde objecten. In de gang van de barak hangen de tekeningen van de voormalige gevangene Henri Gayot. Gayot werd als verzetstrijder in september 1943 opgepakt in het Franse Charente-Maritine en arriveerde in Natzweiler-Struthof op 3 april 1944. In het kamp maakte hij sketches van het dagelijkse onmenselijke leven, welke hij na de oorlog uitwerkte en publiceerde. Twee van zijn tekeningen zijn op de voorgaande twee pagina's ook al te zien geweest.

Gevangenen worden naar boven gejaagd, naar het kamp,
over het pad langs het huis van de commandant,...
(Tekening: Henri Gayot)

Na ruimte #3, waar de organisatie van het kamp wordt verteld, wordt in ruimte #4 uitleg gegeven over de gevangenen hun registratie. Hier zijn 52.000 namen te vinden in een interactieve terminal in drie talen, Frans, Duits en Engels. In ruimte #5 krijgt men een idee over de hygiëne in het kamp. In deze ruimte zijn restanten te vinden van twee granieten wasbassins, toiletten, en twee kleine kantines. In ruimte #5 zijn ook verschillende originele attributen te vinden die in het kamp gebruikt werden door de gevangenen. Er hangen bijvoorbeeld twee door gevangen gedragen ‘streep-pakken’, zelfgemaakte ‘schoenen’, etensblikken, drinkbekers, en in het geheim gemaakte gebruiksvoorwerpen. Ook is er een originele bel bewaard gebleven die bij barak #3 hing. Verder zijn hier ook weer voldoende documenten te bewonderen. 

Na de oorlog worden in een barak de opgeslagen voorwerpen doorzocht
(waarvan enkele stukken in de tentoonstelling terecht zouden komen)

In de ruimte #5 en #6 komt men ook het woord 'Kapo' tegen. De Kapo, een woord dat verschillend wordt uitgelegd, zoals bijvoorbeeld Kameradschaft-Polizei, maar het meest waarschijnlijk afkomstig is uit het Italiaans, waar het voor ‘chef’ staat. De Kapo was de barak verantwoordelijke, die meestal een, door de SS aangewezen, in het kamp opgesloten zware crimineel was. Deze ‘misdadigers’ (Befristete Vorbeugungshaft, ook wel Berufsverbrechern genoemd, een BV) waren de grootste smiechten in het kamp. Deze BV’ers waren preventief opgesloten omdat deze een gevaar voor de maatschappij vormden. Voor privileges, aangereikt door de SS bewakers, trad de Kapo vaak buitengewoon hard op, en deinsde er niet voor terug een medegevangene dood te slaan.

Eén van de afschuwelijkste plekken in KL Natzweiler-Struthof was de ziekenbarak. Hier werden de Kapo’s van de ziekenbarak aangestuurd door de Kampoudste I, Rosch. De ergste BV’ers in deze barak waren met name Hösel, Käseberg en Liese, waarbij de keuken-Kapo, de weerzinwekkende homosexueel Pollmann, waarschijnlijk de ergste brute moordenaar was.

Hoe weerzinwekkend men met mensen omging wordt duidelijk uit onderstaand verslag van 8 juli 1942, van een verpleger uit KL Natzweiler,…: ‘In de gang van de ziekenbarak stonden zes ruwhouten doodkisten op elkaar gestapeld. Bloed liep door de spleten uit de kisten. Plotseling hoorden we, uit een onderste kist, een zacht geklop en gesmoord om hulp roepen. Enkele ‘groenen’ (Prominenten) haalden de kist tevoorschijn en braken hem open. Er lag een dode man in met nog een zwaar gewonde andere man. Zijn botten gebroken smeekte hij om eruit gehaald te worden. Juist dat de verpleger hem wilde helpen, werd deze weggeduwd door een BV’er. Er werden enkele doffe klappen op de man in de kist uitgedeeld, en de deksel werd weer dichtgetimmerd. Hierop werd de kist met de nog levende man naar het crematorium gestuurd’.

De bel van barak #3 en de 'crematorium-tang'

Ruimte #6 bevat verder voorbeelden van martelingen, ziekte en dood,…. Eén van de meest gruwelijke objecten is een grote tang waarmee lijken werden versleept naar het crematorium.  In ruimte #7 wordt aanschouwelijk gemaakt hoe de gevangenen opgepropt werden in de ruw houten stapelbedden van drie hoog. Bij overcapaciteit van het kamp moesten vaak vier tot zes man één houten ‘bed-bak’ delen.  Ruimte #8 bevat zaken aangaande de sub-kampen van Natzweiler-Struthof. Ook zijn hier meer in het geheim, door gevangenen gemaakte objecten te vinden. 

Reconstructie van de bed-bakken,...

Aangekomen in ruimte #9 wordt u geconfronteerd met misschien wel het meest afschuwelijke dat zich in dit kamp afspeelde, de ‘medische experimenten’, uitgevoerd op de gevangenen. Vooral de foto’s van delen van lichamen, ledematen, gedumpt in betegelde bakken, zijn schokkend. Eén van de tastbare zaken die hier te vinden zijn, is de trechter die gebruikt werd bij het vergassen van gevangenen. Drie Nazi profesoren werkzaam aan de universiteit van Straatsburg oefenden hier, in Natzweiler-Struthof, hun lugubere experimenten uit. Voor hun ‘werk’ was een ruimte gereserveerd in het blok, waarin ook het crematorium was gehuisvest, aan de voet van de terrassen (waarover later meer).  

De trechter gebruikt in de gaskamer van Natzweiler-Struthof

Professor Eugen Haagen was waarschijnlijk de meest bekende van de wetenschappers die hier hun proefnemingen deden. Haagen (1898-1972) was in 1933 toegetreden tot de Hygiëne Service van het Duitse Rijk. Nadat hij een vaccin had ontwikkeld tegen Tyfus, werd hij in 1936 genomineerd voor de Nobelprijs. In het kamp van Natzweiler kreeg Haagen de ruimte om verder te experimenteren op gedeporteerden. Via Polen kwam Tyfus, overgedragen door luizen, uit Rusland de kampen binnen. De Tyfus geïnjecteerde gevangenen waren ondergebracht in de barak als laatste op de terassen, direct tegenover de gevangenis barak. Haagen zag hier mogelijkheden om een beter vaccin te ontwikkelen.

15 februari 1944, Haagen heeft aan Hirt bericht dat de experimenten goed gaan

Op 13 november 1943 beklaagt Haagen zich, in een schrijven, tegenover professor Hirt, een andere professor die werkzaamheden uitvoerde in het kamp, over de slechte conditie van de gevangenen die hem waren aangeboden. Van de 100 waren er al snel 18 overleden, en de anderen zouden maanden nodig hebben om op sterkte te komen. Dus verzocht Haagen 100 nieuwe gedeporteerden die zo gezond waren als soldaten. Op 9 mei 1944 verzoekt Haagen opnieuw gevangenen, maar nu 200. Maar zijn experimenten hadden een keerzijde, want in juni 1944 brak een ware Tyfus epidemie uit in het kamp, welke verschillende levens eiste onder de verzwakte gevangenen. Toch zou Haagen ontkennen dat dit een gevolg was van zijn experimenten.

Professor Eugen Haagen en de Roma getuige Silvester Lampert

In april 1945 werd Haagen opgepakt door de Amerikanen en verdween in krijgsgevangenschap. Maar in juni van dat jaar weet hij zich aan te sluiten bij de Russische Militaire Administratie en kon aan het werk in het Kaizer-Wilhelm Instituut in Berlijn. Maar op 16 november 1946 werd Haagen opgepakt door de Britse Militaire Politie en kreeg te horen dat hij moest getuigen tijdens de Nürnberger Ärzteprozess (Neurenberger Artsenproces). In januari 1947 werd Haagen uitgeleverd aan Frankrijk, samen met de Natzweiler-Struthof professor Otto Bickenbach, waar zij beiden in december 1952 werden aangeklaagd. Eén van de getuigen tegen Haagen was de Roma zigeuner Silvester Lampert. Maar de eis, levenslange dwangarbeid, werd verworpen en omgezet tot 20 jaar dwangarbeid. In 1955 kregen beide ‘heren’ amnestie en werden in vrijheid gesteld. Haagen bleef de enthousiaste viroloog die hij altijd was, en zou uiteindelijk op 3 augustus 1972 (74) overlijden in Berlijn.
Over de andere artsen die in Natzweiler-Struthof hun werkzaamheden uitvoerden, daarover later meer.

Uitleg bij de galg,... links het zicht op het crematorium

Na het bezichtigen van de tentoonstelling in de museum barak, kunt u aan de achterzijde de barak weer verlaten. U komt nu uit op een groot plein waarop prominent een voorbeeld van een galg is geplaatst zoals die in dit kamp daadwerkelijk werd gebruikt. Persoonlijk was ik niet zo gecharmeerd van een replica van deze moordmachine, maar het maakt voor de jongere bezoeker wellicht de zaak beter aanschouwelijk. De galg was zo gebouwd dat het slachtoffer niet door een diep valluik klapte, de nek brak waarna de dood direct volgde, maar de veroordeelde viel slechts een klein stukje en stikte langzaam een gruwelijke dood.

Ook Henri Gayot was getuige van executies,...

Als er een gevangene veroordeeld was tot de galg, dan moesten alle gevangenen toekijken. Eén veroordeelde zou nog lang op het netvlies van de andere gedeporteerden blijven hangen. Een Duitse gevangene arriveerde in december 1943 in het kamp. Op het galgenplein werd hij vervolgens door vier SS officieren 100 stokslagen gegeven. Half dood werd de man naar een barak gesleept waar hij kon opknappen. Op kerstavond 1943 werd hij weer uit de barak gehaald en opgehangen.

Ooit stonden hier 15 houten barakken en twee stenen barakken (het cellencomplex en het crematorium). Iedere barak was 44 meter lang en 12,50 meter breedt. Een barak was berekend op 150 tot 250 'bewoners', maar bij overbevolking in het kamp werden soms wel 650 tot 750 gevangenen in een barak gepropt.

U kunt nu langs de keuken barak wandelen (foto hieronder) en dan linksaf naar beneden, naar de voet van het kamp, waar het crematorium en de gevangenis barak zijn te bezichtigen. Let wel op, het is 20 procent stijgingspercentage als u weer naar boven moet.         

Voor het vervolg door KL Natzweiler-Struthof
Klik hieronder