KORNWERDERZAND
De strijd om de afsluitdijk
Mei 1940, Toen en NU


In 2007 was de Afsluitdijk 75 jaar een feit. Met de constructie ervan werd ook een eventuele vijand de kans gegeven om met droge voeten in vlot tempo vanuit de provincie Friesland op te rukken naar Noord-Holland. Hier lag in de kop op een strategisch punt de marinehaven van Den Helder. Dit was voor een vijandelijk macht een doelwit van groot belang. Het was een struikelblok om de dijk te bouwen. Er werd overeen gekomen dat, om de Vesting Holland te beveiligen, er moesten enkele punten komen met kazematten. Bij het noordelijke punt van de Afsluitdijk, Kornwerderzand, werden bij de spuisluizen 17 kazematten gebouwd. Het koste het Ministerie van Defensie niets, het werd door Rijkswaterstaat uit de gelden van de Afsluitdijk betaald. Defensie moest wel zorg dragen voor de bewapening. De Zuiderzee-werken kwamen hun afspraken na, maar Defensie had grote moeite om de kazematten van bewapening te voorzien.

Een gedeelte van de stelling bij Den Oever
(Google Earth)

Aan de andere kant van de Afsluitdijk, bij Den Oever werd een laatste steunstelling gebouwd. Mocht Kornwerderzand vallen, dan zouden vijandelijke troepen bij Breezanddijk, halverwege de Afsluitdijk, opgehouden moeten worden. Hier waren geen kazematten of bunkers, maar een onbeschermde eenheid militairen. Als Breezanddijk gevallen was dan zou Den Oever het laatste obstakel zijn dat genomen moest worden door de vijand.

De eerste Duitse militaire incidenten
bij Kornwerderzand?

Voordat de schermutselingen zouden losbarsten tussen de Nederlandse en Duitse troepen bij de afsluitdijk, en met name bij Kornwerderzand, waren er al enkele incidenten geweest. Op 6 januari, 1940, terwijl Nederland bedekt was onder een dun laagje sneeuw, en de contouren van verschillende objecten scherp afstaken, kwam een tweemotorig Duits verkenningsvliegtuig vanuit het oosten over Friesland (via de in aanbouw zijnde Wonsstelling), over Kornwerderzand. Het vloog via de Afsluitdijk naar Den Helder om via Enkhuizen weer naar het oosten te vertrekken. Deze bemanning kwam met haar toestel, en waarschijnlijk goede foto’s, ongeschonden in Duitsland aan. Een maand later kwamen er weer Duitsers over de Afsluitdijk.

Een Dornier Do 18

Op 13 september 1939 landde er een Duitse Do 18 vliegboot op het strand van Ameland. De bemanning werd geïnterneerd en opgesloten in Fort Spijkerboor (in de Beemster). Daar genoten de ’gevangenen’ een grote vrijheid. De Duitsers maakten vrienden onder de Hollanders en met een vrouw van Duitse afkomst. Via deze mensen zouden twee man proberen te ontsnappen.

Fort Spijkerboor in de Beemster

Op maandag 19 februari, 1940, trokken Otto Schenk en Hans Zieschang met een Nederlander in zijn auto over de Afsluitdijk. Rond middernacht werd de auto tegengehouden bij Kornwerderzand door de Koninklijk Marechaussee. Omdat de Duitse inzittende geen papieren konden tonen werden ze gearresteerd. De volgende dag werd Spijkerboor gebeld of ze Duitse gevangenen misten. ’Neen’,… luidde het antwoord, ze waren nog niet geteld (het waren er op dat moment normaal gesproken nog maar 8).

De Wonsstelling

Op 11 mei, 1940, Nederland was één dag in oorlog, kwamen de Duitse troepen in de buurt van de Afsluitdijk. Rond 17.00 uur waren de laatste terugtrekkende Nederlandse troepen via de Wonsstelling getrokken. De Wonsstelling was de laatste hindernis voor de Afsluitdijk bereikt zou worden. De stelling bestond uit met hout en grond versterkte versterkingen die als molshopen de weilanden ontsierden. Men had geen kuilen en loopgraven kunnen graven vanwege het stijgende grondwater en als zodanig vielen de grote bulten danig op voor een vijandelijke eenheid. De slechte constructie gaf weinig vertrouwen in de bezetting die het de bijnaam ‘Wee-ons’ gaf. Kort nadat de laatste Nederlandse soldaat teruggetrokken was, verschenen de Duitsers behorende bij de 1ste Kavallerie Division onder leiding van Generalmajor Kurt Feldt. De Nederlandse troepen, een infanteriebataljon bestaande uit meest Friezen onder bevel van majoor Smid, wisten de eerste Duitsers te verjagen met hun mitrailleurvuur. De vertragende actie door de Nederlanders, moesten de terugtrekkende Nederlandse troepen de kans geven de Afsluitdijk over te trekken. Een andere vertragende actie was het openzetten van de sluizen bij Makkum om het land onder water te zetten. De inundatie was weinig succesvol vanwege de lage waterstand in het IJsselmeer door de verkeerde windrichting.

Lichte Duitse pantservoertuigen in het 'ondergelopen' gebied
ten noordoosten van Zurich

De mannen in de Wonsstelling verwachtten dat ze in de nacht van 11 op 12 mei zouden terug trekken op Kornwerderzand of verder terug naar Noord-Holland. De verdediging in dit gebied viel onder de stelling Den Helder en schout bij nacht, H. Jolles verorderde dat men standhield tegen de, klaarblijkelijk, Duitse verkenningseenheid. De Duitse aanval werd in de vroege morgen van de 12de mei ingezet door een gevechtsgroep onder leiding van Von Edelsheim. Op verschillende punten vonden schermutselingen plaats, zoals bij Zurich waar een aantal Duitse pantserwagens werd uitgeschakeld. Onderwijl werd op de grond fel verzet gepleegd tegen de Duitse eenheden die overal werden afgeslagen waarbij de Duitsers verschillende verliezen leden. Een formatie Duitse vliegtuigen kwam rond 07.30 uur overscheren en bestookten de Wonsstelling. Er kon èèn toestel worden neergeschoten. Korte tijd daarna kwam de Duitse artillerie binnen op de stelling. De voorbode van een Duitse aanval?

Later in de ochtend werd er een verkenningsvlucht door twee Nederlandse Fokker C-5 vliegtuigen gemaakt. De paar gemaakte foto’s werden tegen 11.50 uur aan Jolles overhandigd. Een half uur later, om 12.20 uur, werd tussen Wons en Gooium, bij Hajum de eerste echte aanval ingezet op de Wonsstelling. Vanuit Pingjum rukten de Duitse troepen op. Deze wisten vrij gemakkelijk de vier aarden ‘kazematten’ uit te schakelen. Maar de aanval stuitte daarna op felle tegenstand en de aanval liep hopeloos vast. Vooral een oud kanon stuk 6 Veld wist de Duitse aanval af te slaan.

Een kanon 6 Veld tijdens een oefening

De Duitsers brachten zwaardere artillerie en anti-tank geschut in de strijd die vreselijk huis hielden op Wons en de omliggende aarden bunkers. Verschillende Nederlandse soldaten wisten terug te vallen op de Afsluitdijk. Majoor Smid besloot een extra kanon naar Hajum te sturen. Maar de trekker en bemanning kwamen onder zwaar vuur en het transport werd geheel vernield (de bemanning bracht het er levend van af). Door een communicatiestoornis nam een luitenant van de genie de beslissing dat de troepen vanaf Zurich tot en met Gooium terug trokken op de Afsluitdijk. Dit gebied lag nog niet onder direct vuur van de Duitsers en het terug trekken verliep zonder al te veel hinder. Hierdoor kwam de Wonsstelling in de knel te liggen en de commandant , majoor Smid commandeerde dat iedereen terug keerde in zijn sector en het gebied heroverde. De soldaten keerden om maar werden door artillerie bestookt en zonder bescherming vluchtten ze de Afsluitdijk op. Smid gaf opdracht aan Kornwerderzand de vluchtende soldaten tegen te houden.

Generalmajor Kurt Feldt,
commandant 1ste Kavallerie Division

De Duitse divisie commandant Feldt gaf opdracht aan het 2de Kavallerie Regiment om vanuit Franeker de stellingen bij Zurich op te rollen. Dat koste geen moeite, deze stonden verlaten op hen te wachten. Bij Hajum was het artillerie vuur gestopt en de Duitse infanterie ging weer in de aanval, deze werd afgeslagen en korte tijd later regende het weer Duitse granaten. Door munitiegebrek en het aanhoudende oprukken van de Duitsers werd besloten dat de kazemat tussen Wons en Hajum zou worden ontruimd en de bemanning zou terugtrekken op de Afsluitdijk. De ontsnapping koste twee militairen het leven. Er waren meer terugtrek pogingen maar ook overgaven. Op steeds meer punten verschenen witte vlaggen ter overgave, de mannen waren uitgeput. Verschillende Nederlandse soldaten wisten via schepen uit de haven van Makkum te vertrekken. Omstreeks 20.15 uur kwamen vier schepen met uitgeputte soldaten in Medemblik aan, twee anderen liepen binnen in de haven van Enkhuizen. Om 17.00 uur trok majoor Smid, commandant van de Wonsstelling als laatste via de sluizen terug op Kornwerderzand. Een Duitse verkenningseenheid werd diezelfde avond nog door de bemanning van Kornwerderzand tegengehouden, toen oplettende Nederlanders een vuurstoot met een mitrailleur af gaven. Twee vluchtende Duitsers stapten daarbij op een landmijn. De rest trok terug onder dekking van een rookgranaat. Het was de laatste schermutseling van die dag. Die avond viel er een stilte die aangaf dat de strijd om de Wonsstelling voorbij was.

Eén van de kapotgeschoten 'kazematten' van de Wonsstelling

Strijd bij Stavoren

Terwijl de strijd om de Wonsstelling woedde op 12 mei, was er op die dag ook strijd gaande aan de kust van Stavoren. Als eerste Duitse eenheid kwamen onderdelen van het 2ste Kavallerie Regiment in Stavoren aan, later in de middag van de 12de mei versterkt met het 1ste Kavallerie Regiment. Deze twee onderdelen zouden een invasie uitvoeren op de kust van Noord-Holland. Dit zou onder leiding van het Marinecommando gebeuren met Korvettenkapitän Stein aan het hoofd. Het hoofdkwartier in Den Helder besefte dat de verdediging van het IJsselmeer zwak was en had in de nacht van 11 op 12 mei twee mijnenvegers, de Abraham van der Hulst en Pieter Florisz toegevoegd aan de daar reeds gestationeerde kanonneerboten Friso en Brinio. Ook op het IJsselmeer was de torpedoboot Z-3 die tussen Enkhuizen en het Kampereiland voer. Als extra ondersteuning waren er acht gevorderde motorbootjes, voorzien van mitrailleurs, toegevoegd die de kust van Noord-Holland moesten verdedigen. Vier van deze bootjes trokken in de nacht van 11 mei naar Stavoren.

Een licht anti-tank kanon wordt op een botter aangebracht voor de 'invasie'.

In de vroege ochtend van de 12de mei, zagen de Duitsers, die de Friso de titel ‘torpedobootjager’ gaven, deze kanonneerboot met de Pieter Florisz en Abraham van der Hulst voor Stavoren manoeuvreren. De Duitsers brachten stukken artillerie in stelling achter de dijk. Rond 09.30 uur gaf de commandant van de Friso, luitenant ter zee 1ste klasse Rosevelt opdracht tot het vuren op de veerboot Bosman. Het was duidelijk dat de Duitsers de ketel van het schip aan het opstoken waren. De Friso draaide bij en om 09.45 uur vlogen de eerste granaten uit de vier kanonnen. Nadat de Bosman getroffen was werd het vuur verlegd op de Duitse artillerie stellingen waarbij al snel een cavaleriegeschut van 7,5 cm werd uitgeschakeld. De in totaal 101 afgeschoten granaten van de Friso boezemden ontzag in bij de Duitsers die een oversteek naar Noord-Holland met angst tegemoet zagen. Het hoofdkwartier beloofde er wat aan te doen en stuurde Stuka duikbommenwerpers die rond 15.30 uur over het IJsselmeer verschenen. De Friso werd zwaar getroffen en maakte slagzij. Naast een aantal gewonden sneuvelden er drie man. De Abraham van der Hulst nam de rest van de bemanning aan boord om hen naar Enkhuizen te brengen. De Pieter Florisz hield onderwijl de Stuka’s op afstand met haar mitrailleurs. Nadat iedereen van boord was van de Friso bracht de Pieter Florisz haar tot zinken.

De Abraham van der Hulst komt naast de gedoemde Friso

De Brinio kreeg de order om de plek van de Friso in te nemen. Ook zij werd bestookt met bommen en raakte hierdoor beschadigd. Ze wist Enkhuizen te halen voor reparaties. Ondanks dat ze weer gevechtsklaar was op 13 mei, was het luchtgevaar te groot om haar weer in te zetten aan de Friese kust. Op 14 mei gaf luitenant ter zee der 1ste klasse P.A. Boer opdracht de Brinio tot zinken te brengen nabij Andijk.

De Hr. Ms. Brinio in betere tijden

De invasie vanuit Stavoren was verijdeld en de Duitsers maakten zich aan de avond van de 12de mei op om via de Afsluitdijk naar Noord-Holland te gaan.

Klik op de pantserdeur en ga
naar Kornwerderzand.