LANDINGSVAARTUIGEN
Vaartuigen van de bevrijding

De LST, LCT en de LCI

LCT 202 op oefening voor de Engelse kust, 1944

Voorwoord

Het vervoeren van manschappen over water is al eeuwen oud. Maar het is nog maar sinds kort, de jaren veertig van de vorige eeuw, dat men de voordelen zag om zonder havens de lading op een strand te zetten. Dit was voor de verdedigende partij een extra probleem. Niet alleen moest men de havens van verdediging voorzien, maar waar moest de verdediging komen langs stranden? De gedachte van het afzetten voor goederen en personeel op stranden leidde tot de ontwikkeling van speciale platbodem vaartuigen.

Hieronder volgt een korte uiteenzetting over verschillende typen landingsvaar-tuigen die ingezet werden om D-Day tot een geslaagde amfibische operatie te brengen. Want zonder de ontwikkeling van deze vaartuigen was de landing helemaal niet mogelijk geweest.


Landing Ship, Tank (LST)

Een LST voor de Franse kust, rechts een LCVP

Toen 1940 naar het einde liep werd het gevaar voor een Duitse invasie op de Britse kust minder. Het Verenigd Koninkrijk begon in die periode met het onderzoek naar ideeën om zelf een landingsvloot op te zetten. Met de plannen uitgewerkt vertrok een team naar Amerika met het verzoek onder de 'Lend-Lease' verdragen een Landing Ship Tank (LST) en een Landing Craft Tank (LCT) te bouwen. Van elk type wilden ze 200 stuks. De Amerikanen waren eerst iets terughoudend, maar besloten niet alleen LST's voor de Britten te bouwen maar ook voor hun eigen inventaris. Het ontwerp van de Britten werd door John Niedermair van het Bureau of Ships herontworpen in november 1941. Het voorgestelde ballastsysteem werd opnieuw aangepast. Als het schip op zee was kon het water innemen voor meer stabiliteit en als het een landingsoperatie uitvoerde werden de tanks leeg gepompt om een platbodem te creëren. De Britten zelf produceerden zo'n 20 LST's. Ze waren iets langer dan de Amerikaanse versie en de motoren waren stoom aangedreven. Dit gaf de Britse LST's een snelheid van 13 knopen tegen de 11 knopen van de Amerikaanse versie die diesel motoren hadden. De schepen waren door de geringe diepgang traag en log en daardoor moeilijk te hanteren, en vormden een gemakkelijk doelwit. De bemanningen die op deze typen voeren noemden de LST de 'Long Slow Target'. De Amerikanen bouwden 1051 LST's waarvan 113 naar de Britten gingen.

Een Sherman tank verlaat een LST, rechts, meer troepen arriveren per LST.

De Landing Ship Tank werd speciaal ontwikkeld om direct op een strand enorme hoeveelheden voertuigen en goederen te kunnen lossen. Als het eenmaal op het strand geschoven was, dan openden zich twee verticaal opgehangen deuren zich. In de davids konden lichte aanvals landingsboten worden gehangen (zie foto boven). Op het dek was voldoende ruimte om een Landing Craft Tank (LCT) te stouwen. Benedendeks was ruimte voor 20 Sherman tanks, Op het bovenste dek was ruimte voor lichtere voertuigen. In de eerste versies was een lift ingebouwd die de voertuigen van het bovendek naar het onderdek brachten. Latere modellen gebruikten een schuin geplaatste interne loopplank die direct naar de boeg liep voor het lossen van het bovendek.

LCT 314 wordt aan dek gebracht van een LST in 1943.


Landing Craft, Tank (LCT)

De Landing Craft Tank (LCT) was ook een landingsvaartuig ontworpen door de Britten en verder vervolmaakt door de Amerikanen. Zoals het type aanduiding al aangeeft was het vaartuig speciaal ontworpen, in eerste instantie, als vervoerder van 5 tot 6 tanks naar het strand.

Een LCT met vijf M3 General Lee tanks aan boord

Deze vaartuigen waren onder andere verantwoordelijk voor het uitzetten van de DD tanks tijdens D-Day. In de ruwe zee gebeurde het nogal eens dat de landingsklep verloren ging. Deze werd dan achter de LCT aangesleept. De LCT werd in verschillende uitvoeringen geleverd. De meest gebruikte waren de Mk IV en de Mk V tijdens D-Day. Een tiental ging op 6 juni 1944 verloren tijdens de landingen.

Een Centaur 95mm nabij Hermanville-sur-Mer, duidelijk zijn de 'graadverdelingen' op
de toren te zien voor het richten van het geschut vanaf de LCT(A)

Varianten waren onder andere de LCT(A), Armored. Bewapend met twee Centaur 95mm houwitsers en één Sherman 75mm moesten deze voor extra vuurkracht zorgen tijdens de landingen. Helaas was door de wilde bewegingen van de LCT niet echt doelgericht vuur uit te brengen en werden de deze tanks direct naar het strand vervoerd en daar ingezet. Van de LCT(A)'s gingen die dag 3 verloren.

LCT(A) 2008 brengt Amerikaans soldaten naar Normandië op 7 juni, 1944,
zonder boegdeur! (verloren tijdens D-Day)

Ook was er de LCT(R), deze was uitgerust met raketten en zorgden voor een enorme barrage aan vuurkracht. Voor deze versie werd de Mk III aangepast met 1066 lanceerbuizen, in salvo's van 24 werden deze raketten gelanceerd. Tijdens de landingen op 6 juni, 1944, werden 36 LCT(R)'s ingezet.

Een LCT(R) wordt van raketten voorzien.

Lopend van de Mk I tot de Mk V werden er in totaal 1569 gebouwd, waarvan de Mk IV met 731 de meeste geproduceerde en van de Mk V werden 500 stuks geleverd.


Landing Craft, Infantry (LCI)

De Landing Craft Infantry was een aanvalsschip uit de tweede aanvalslinie. Wanneer het strand veiliggesteld was door de eerste golf van aanvalsboten, zoals LCVP's en LCA's moesten zo snel mogelijk grotere aantallen versterkingen op het strand gebracht worden. De LCI was daarvoor ontwikkeld. Het schip vervoerde 150 tot 200 man die via aan de zijkant geplaatste loopbruggen het vaartuig verlieten.

Een LCI(L) 299 stoomt op naar de Canadese sector

Getuige de vele foto's werden deze vaartuigen veelal in de Engelse en Canadese sector ingezet. De Canadese Royal Navy beschikte op 6 juni, 1944 over 30 LCI's in 10 flotille en deze brachten 4600 man naar Normandië.

De LCI(L) 299 lost haar manschappen

De LCI was misschien niet de meest 'flitsende' aanvalsboot tijdens de landingen. Dit kwam voornamelijk door de aan de zijkant geplaatste loopbruggen. Het zag er misschien niet al te heldhaftig uit, soldaten die moeizaam, soms met fietsen beladen, struikelend deze schepen verlieten. Doordat het schip aan de boeg de losklep ontbeerde was het niet mogelijk de boot uit te 'stormen'. Bij latere versies werden soms boegdeuren aangebracht. In de Amerikaanse marine stond de LCI bekend als de 'Waterbug Navy', nadat een admiraal eens vanuit zijn slagschip 'neerkeek' op deze aanvalsschepen. Maar deze 'waterkevers' brachten binnen korte tijd onder vijandelijk vuur enorme aantallen manschappen naar het strand.

Een LCI met een DUKW op de voorgrond.

Niet alleen waren deze schepen ingericht tot het lossen van manschappen. Ook dit type vaartuig werd, net als de LCT, uitgevoerd in verschillende varianten. Er was een LCI (Demolition) die duikers vervoerde om obstakels onder water en op de invasiestranden te verwijderen. Een LCI (Gun) was voorzien van 40mm en 20mm kanonnen en raketten voor nabije vuursteun aan de landingstroepen. De LCI (R) was met raketten uitgerust. Hiervan waren verschillende uitvoeringen ontwikkeld, waaronder één die 600 raketten kon verschieten. De LCI(M) was een speciale LCI die uitgerust was met mortieren.

LCI(G) 67 op het drooggevallen strand

De LCI werd gebouwd in Amerika en was voorzien van twee opstellingen van vier General Motors, 6 cilinder diesel motoren. Deze brachten een kracht voort van 3600 pk. De LCI was met zijn platte bodem niet ontworpen om grote waterpartijen over te steken. Maar de oorlog besliste anders, er was altijd haast, en de LCI voer van Amerika naar Europa en Azië. Met zijn 48 meter 'speelde' de LCI een zeewaardige schip en stak als zodanig zelf het Engelse Kanaal over beladen met infanterie. Het schip was een speelbal van de golven, en menig etensmaal van de soldaten en bemanning werd gedoneerd aan Neptunus.

Voor een vervolg over de landingsvaartuigen,
de LCA, LCVP, LCM en de DUKW, klik: HIER
, of op onderstaande LCM.