|
De DUKW en de
LVT
Een DUKW gaat aan
land.
De
DUKW
Eén van de wapens die bijdroegen aan het beëindigen van de
Tweede Wereldoorlog was, volgens Eisenhower, het amfibische
voertuig D.U.K.W. Mede vanwege zijn amfibische vermogen, kreeg
het logischerwijs de bijnaam 'DUCK'.
Een CCKW
Deuce-and-a-half waar de DUKW uit voort
kwam.
De Amerikaanse regering werd aan het eind van de jaren
dertig van de vorige eeuw benaderd door Roger W. Hofheins met
een ontwerp voor een amfibisch voertuig. Maar Amerika was niet
in oorlog en vond het niet nodig om dit project haar fiat te
geven. Maar een jaar later werd er toch een fonds vrijgemaakt
voor het bouwen van zo'n voer/vaartuig. Onder leiding van
Palmer C. Putman, van de Office of Scientific Research and
Development en ontwerper Roderic Stephens werd een General
Motors Corporation CCKW 2.5ton 6x6 Deuce-and-a-half, de
standaard truck van het Amerikaanse leger, verbouwd tot een
drijvend voertuig.
De schroef
die de DUKW een snelheid gaf van 10 km/u.
Voorstuwing in het water werd gedaan via een schroef die
zijn kracht kreeg van een 109 pk sterke motor. De snelheid in
het water was ongeveer 10 km/u en op het land 80 km/u. Als
vaartuig was het in staat om 25 man naar de wal te brengen en
aan het land kon het wel 50 man vervoeren, of meer dan 2.500
kg aan gewicht in goederen.
Een zeer aparte noviteit aan de DUKW was de variabele bandenspanning voor zand, koraal en verharde weg.
Detail van het dashboard,
met rechts de bandenspanningsmeter.
Maar men bleef sceptisch aankijken
tegen dit type van voertuig. Terwijl een DUKW haar test
afwachtte raakte een schip van de kustwacht aan de kust van
Massachusetts in problemen. Het was niet mogelijk om de in
moeilijkheden verkerende bemanning te bereiken en de kustwacht
vroeg toestemming om de DUKW te mogen gebruiken. Binnen zes
minuten was de DUKW bij het wrak gearriveerd en haalde de
bemanning veilig van boord. De populariteit steeg snel voor de
'duck' en de Amerikaanse defensie nam het voertuig in haar
arsenaal op.
Een DUKW als het
werkpaard van de geallieerden.
De naam DUKW is een afkorting voor
de volgende aanduidingen: 'D' = 1942, 'U' = Utility /
amphibious, 'K' = Front Wheel Drive, 'W' = Twin Rear Driving
Axles. In 1942 kwamen de eerste productiemodellen van de band bij
General Motor Corporation. De kosten per DUKW waren $ 10.800 per stuk.
Tussen 1942 en 1945 liepen er meer dan 21.000 van de band.
Een gerestaureerde
DUKW in Ouisterham (Museé Le Grand Bunker).
Tijdens D-Day
waren er maar liefst 2583 beschikbaar. Havens bleven lang
ongeschikt voor schepen vanwege de complete destructie
uitgevoerd door de vertrekken Duitsers. Ladingen werden voor
de kust overgeladen in kleinere vaartuigen. DUKW's zouden
tussen 6 juni, 1944 en 8 mei, 1945 drie miljoen ton (van de 16
miljoen ton) aan wal brengen.
Een Nederlandse DUKW
tijdens de watersnoodramp in 1953.
Ook het Nederlandse leger heeft een aantal DUKW's in dienst gehad. Deze werden onder andere ingezet
tijdens de watersnoodramp van 1953. Er werden toen door DUWK's honderden mensen uit benarde situaties gered.
Op 26 juli 2008 kreeg ik de kans op met een DUKW mee te gaan. Het verslag van deze er'varing' is op een
aparte pagina te lezen. KLIK HIER
Landing Vehicle
Tracked (LVT)
US Marine Corps LVT-1's nabij
Guadalcanal. Het troepentransportschip USS President Hayes (AP-39)
ligt aan de horizon (7-9 augustus 1942)
Na de orkanen van 1926, 1928 en 1932, die Florida
teisterden, begint Donald Roebling, aangemoedigd door zijn
vader John, aan de ontwikkeling van een amfibisch voertuig
voor commercieel gebruik voor reddingswerk. De eerste
‘Alligator’ is gereed in 1935. De testen waren niet
indrukwekkend. Als voertuig op het land haalde het een
snelheid van 40 km/u, maar als vaartuig haalde het slechts een
snelheid van 4 km/u. De motoren werden verbeterd en de
snelheid in het water liep op tot 14 km/u in 1939. De US.
Marine Corps raakte geintresseerd. In 1938 werd door gebrek
aan financiën een voorstel tot een marine versie afgewezen
door de Navy’s Bureau of Construction and Repair. Maar
Roebling steekt uit eigen zak $ 18.000 in het project en hij
bouwt een nieuw model. Door de oorlogsdreiging in 1940 kreeg
Roebling toch nog $ 20.000 voor verdere ontwikkeling van de
Landing Vehicle Tracked (LVT).
Het prototype van de 'Alligator'
In dat zelfde jaar werd een eerste contract getekend voor
200 in staal uitgevoerde LVT-1's. Samen met de Food Machine
Corporation (FMC) en de Chemical Corp wordt vanaf juli 1941 de
LVT-1 geproduceerd. De LVT-1 kon 24 volledig uitgeruste
manschappen vervoeren of bijna 3000 kg aan lading. De LVT-1
was in productie van 1941 tot 1943. De eerste, bijna 8 meter
lange LVT-1's werden voortgedreven door een 146 pk sterke
Hercules motor die het voertuig een snelheid gaf van ongeveer
30 km/u aan de wal en rond de 12 km/u in het water. De
voorstuwing in het water ging doormiddel van schoepen aan de
rupsbanden. Aangezien deze schoepen ver uitsteken, is het
voertuig niet echt geschikte voor een harde ondergrond.
De voorstuwschoepen
op de rupsbanden.
Op 7 augustus 1942 wordt de LVT-1 voor het eerst ingezet
bij een militaire operatie als troepen en voorraden aan wal
worden gebracht van Guadalcanal. De LVT-(A) 1 was voorzien van
een M3 lichte tank toren. Aan de achterzijde was ruimte voor
twee .30 machinegeweren in 'putten'. De US. Marines vervingen
het 37mm kanon voor een E7 vlammenwerper.
De LVT(A) 1 met 37mm
kanon.
In 1941 begint ook de ontwikkeling van de verbeterde
versie, de LVT-2. Dit wordt het basis ontwerp voor een serie
varianten, lopend van de LVT-(A)2, LVT4, LVT-(A)4 en de
LVT-(A)5. Uitgerust met de Continental W670 stermotor werd
deze versie gebouwd tot 1945. De LVT-2 werd voor het eerst
ingezet in Tarawa in november 1943, als transporter van
goederen. Dit vanwege het feit dat het geen bepantsering
voerde. De LVT-(A)2 'Water Buffalo' loopt in 1942 van de
productielijn. Dit type was wel bepantserd en kon als zodanig
18 man vervoeren. Er zouden 450 gebouwd worden door Roebling
en Ford.
Een Britse LVT 'Buffalo' komt aan land
De LVT-4 werd uitgerust met een laadklep. Er was ruimte
voor 30 man of een licht voertuig. Van dit type ontving Groot
Brittannië 500, waar het bekend stond als de 'Buffalo'.
De LVT-(A)4 was voorzien van een open
geschutstoren van een M8 Howitser Motor Carriage. De
Canadezen bouwden een type met een vlammenwerper inplaats van
het geschut. De US. Marines deden proefnemingen met
raketwerpers aan de zijkant van de LVT-(A)4. En zo werden er
nog enkele aanpassingen toegepast aan verdere versies.
Nieuwe LVT-4's van de 718th Amphibious Tractor Battalion
staan klaar op Okinawa voor de aanval op Japan
Een aantal LVT-(A)5's werden gemoderniseerd in 1949 en
bleven in dienst tot half jaren 50.
Eén van de twee wrakken tot 2007 bij het Utah
Beach Museum.
De gerestaureerde LVT in 2011 in het Utah Beach Museum
Bij het Utah Beach Museum lagen tot 2007 twee wrakken van LVT’s
(zie bovenstaande foto). Nu is daar nog maar één van over (die in 2007 tijdelijk weg is voor restauratie).
Volgens een tekst nabij het wrak zouden beide LVT's op Utah Beach geland zijn om als testvoertuig dienst te doen.
Als zodanig voeren ze tussen bevoorradingschepen en de wal en werden gebruikt om in het ondergelopen gebied achter
Utah Beach te opereren.
De 'Buffalo' nabij Kotem
Als u woonachtig in Nederland of België bent, dan hoeft u niet helemaal naar Normandië af te reizen om
een LVT te kunnen bewonderen. Op de grens van België/Nederland nabij Maas-Mechelen staat een goed
gepreserveerde 'Buffalo'. Om deze LVT te kunnen
vinden neemt men afslag 33 op de A2-E314. Ga Maas-Mechelen in, na ongeveer 500 meter rechtsaf richting
Kotem. Nabij het viaduct staat een goed gerestaureerde Britse LVT-4 ‘Buffalo’.
Vanaf het viaduct heeft men een goed uitzicht op de LVT
In 1945 was de LVT gezonken in de Maas tijdens een training. Hierbij waren twee man omgekomen, de chauffeur
Phil Harding en assistent chauffeur Stanley Clark. Harding werd enige tijd later gevonden,
maar van Clark is nooit meer iets gevonden. In juni 1977 werd de LVT gelokaliseerd door de
duikclub Jaws. Het voertuig was afgedreven naar de Nederlandse zijde en werd in het
geniep versleept naar België. Het werd gerestaureerd en onthuld in september 1977. In 2007
werd de LVT opnieuw gerestaureerd en ziet er buitengewoon goed uit.
GA TERUG
|