SLAGORDE
HET GEALLIEERDE LEGER

Hieronder een 'stamboom' van het geallieerde leger
zoals dit was samengesteld voor de landingen in Normandië.
Vanaf de allerhoogste top, tot aan het kleinste onderdeel, de soldaat.

Eind 1943 was het in de ogen van Winston Churchill duidelijk dat een Britse generaal het bevel zou gaan voeren over SHAEF. Eerste in de rij was General Alanbrooke. Maar vanwege het enorme overwicht aan Amerikaanse troepen en materieel dacht President Roosevelt daar anders over. Op 7 december 1943 (precies twee jaar na het debacle van Pearl Harbor) stelde Roosevelt Generaal Dwight D. Eisenhower aan als Supreme Commander van SHAEF (Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force). Eisenhower vestigde zich in Bushey Park waar een werkplek voor 7000 militair personeel werd ingericht. Hier werden de plannen uitgewerkt voor Operation Overlord,... De D-Day voor de bevrijding van West-Europa.

SHAEF

GEALLIEERDE OPPERBEVELHEBBER (SUPREME COMMANDER):
Generaal Dwight D. Eisenhower (14-10-1890 / 28-03-1969)

Generaal Dwight D. Eisenhower was de algehele commandant over de internationale troepenmacht die op 6 juni 1944 tijdens en de dagen na D-Day aan land zouden worden gebracht om Europa te bevrijden van Nazi-Duistland. Hiertoe had hij het bevel over de 1,5 miljoen man tellende Amerikaanse strijdkracht, plus de 1,75 miljoen Britse militairen, de 200.000 Canadese en 50.000 man personeel uit Frankrijk, Polen, Belgen, Nederlanders, tsjechen en Noren. Later werden nog een miljoen Amerikaanse soldaten plus 100.000 Canadezen rechtstreeks naar het vasteland van Europa gebracht. In totaal zou Eisenhower het bevel voeren over ruim 4.100.000 militair personeel.

CHEF-STAF (ASSISTENT EISENHOWER):
Luitenant-Generaal W. Bedell Smith
(05-10-1895 / 09-08-1961)
PLAATSVERVANGEND BEVELHEBBER:
Opperluchtmaarschalk Sir Arthur William Tedder
(11-07-1890 /03-06-1967)

Walter Bedell ‘Beetle’ Smith is één van de meest onderschatte en wellicht ook de onbekendste van de club van officieren die de top uitmaakten van SHAEF. Maar Smith was Eisenhower ‘hatched man’. Smith liet niet met zich spotten en was rechtdoorzee waarbij zijn wil wet was. Toch was het zijn politieke strategie dat Eisenhower hem direct als assistent in SHAEF wilde hebben. Smith was betrokken bij de wapenstilstand tussen de Italianen en de Geallieerden (hij tekende in opdracht van Eisenhower). Later onderhandelde hij met de Duitsers voor voedseldropping in Nederland om de hongerende bevolking tegemoet te komen. In mei 1945 was Bedell Smith wederom betrokken bij overgave onderhandelingen, nu met de Duitsers in Nederland.

Arthur Tedder, was tijdelijk Air Marshal (in april 1942 vast) en onder zijn leiding werden operaties uitgevoerd rond het Middelandsezee gebied en in Noord-Afrika. Tedder was zeer nauw betrokken bij de opbouw van de RAF in de westerse woestijn en dankzij zijn strategische en politieke kracht was hij één van de sleutels tot het succes bij de slag om El Alamein. In december 1943, als tijdelijke Air Chief Marshal, had Tedder het commando over de Allied Air Forces en was betrokken bij de Geallieerde invasie op Sicilië. Toen Tedder de plaatsvervanger werd onder Eisenhower voor Operation Overlord, bleek hij weinig te doen te hebben. Hij begon zich te bemoeien met de Allied Air Expeditionary Force onder commando van Trafford Leigh-Mallory. Tedder kreeg een hekel aan Montgomery vanwege zijn slechte aanpak in Normandië en pleitte openlijk voor het verwijderen van Montgomery zijn commando. In mei 1945 ondertekende Tedder, in opdracht van Eisenhower, de onvoorwaardelijke overgave van de Duitsers.

BEVELHEBBER AEAF:
Luchtmaarschalk Trafford Leigh-Mallory
(11-07-1892 / 14-10-1944)
BEVELHEBBER MARINE:
Admiraal Sir Bertram Ramsay
(20-01-1883 / 02-01-1945)

Leigh-Mallory, die de nodige (slechte) ervaring had opgedaan met meerdere commandanten over RAF Fighter Commandant, was van mening dat er één commandant over het Geallieerde luchtleger moest komen. Zijn voorstel zette kwaad bloed onder de dan heersende commandanten, waarmee Leigh-Mallory zijn gelijk bevestigde. In augustus 1943 kreeg Leigh-Mallory het commando over de Allied Expeditionary Air Forces (AEAF) dat zich zou concentreren op het luchtoverwicht voor, tijdens en na Operation Overlord.

Nadat Bertram Ramsay benoemd was tot plaatsvervangend commandant onder admiraal Andrew Cunningham, in 1942, raakte Ramsay betrokken bij het plannen voor de invasies in Noord-Afrika en op Sicilië. Na deze lakmoesproef kreeg Ramsay de opdracht het maritieme deel voor Operation op zich te nemen, Operation Neptune. Net als Leigh-Mallory, die omkwam in de Franse Alpen toen het vliegtuig waarin hij zat neerstortte, zou Ramsay ook omkomen bij een vliegtuigongeluk op 2 januari 1945 en het einde van de oorlog niet meemaken.

BEVELHEBBER GRONDTROEPEN:
Generaal Sir Bernard Montgomery (17-11-1887 / 25-03-1976)

In eerste instantie had Eisenhower General Harold Alexander op het oog als aanvoerder van de grondtroepen, ondergebracht in de 21 Army Group. Maar op aandringen van General Alanbrooke ging Eisenhower schoorvoetend over stag door General Bernard Montgomery aan te stellen. Eisenhower wantrouwde de egoïstische en ouderwets denkende ‘Monty’, en had zijn twijfels over het gezag dat Montgomery zou gaan voeren over de Amerikaanse landstrijdkrachten.

BEVELHEBBER EERSTE AMERIKAANSE LEGER:
Luitenant-Generaal Omar Bradley
(12-02-1893 / 08-04-1981)
BEVELHEBBER BRITS TWEEDE LEGER
Luitenant-Generaal Sir Miles Christopher Dempsey
(15-12-1896 / 05-06-1969)

General Omar Bradley, een oude betrouwbare vriend van Eisenhower kreeg het commando over het Amerikaanse First Army (Eerste Leger) maar moest in principe zijn plannen voorleggen aan Montgomery. Bradley was verantwoordelijk voor de Amerikaanse Leger Korpsen en waar deze zouden landen. Op Utah Beach bestond de eerste golf uit de 4th Infantry Division plus twee luchtlandingdivisies, de 82nd- en de 101st Airborne Division. Op Omaha Beach was dit de 1st Infantry Division en de 29th Infantry Division.

Vanwege zijn reputatie die Dempsey had opgedaan tijdens de gecombineerde operaties in Noord-Afrika, Sicilië en Italië, besloot Montgomery in januari 1944 dat Dempsey de meest geschikte kandidaat was om het Brtitse Second Army (Tweede Leger) kon leiden. Het Tweede Leger landde tijdens Operation Overlord op de landingsstranden Gold, Juno (de Canadese sector onder het Tweede Leger), en Sword. Door tegenstand van de Duitsers en Montgomery zijn voorzichtigheid in het Brits-Canadese gebied lukt het Dempsey maar moeilijk om uit te breken.

De publiciteitsfoto's
Voorste rij, Tedder, Eisenhower, Montgomery,
achterste rij, Bradley, Ramsay, Leigh-Mallory en Bedell Smith

Tijdens de voorbereidingen van Operation Overlord werden enkele publiciteitsfoto's genomen die na D-Day werden gepubliceerd. Op de foto's komen steeds dezelfde kopstukken voor. Toch ontbreekt er één personage die er, naar mijn mening, eigenlijk wel op had moeten staan, luitenant-generaal Sir Miles Christopher Dempsey. Dempsey, die de Brits-Canadese sector onder zijn commando had, had dezelfde positie als luitenant-generaal Omar Bradley die de Amerikaanse sector onder zijn commando had. Je kunt je dus afvragen, waarom Bradley wel en Dempsey niet op de publiciteitsfoto's staat.

Op de volgende pagina is een stamboom te vinden met een inzicht in de Amerikaanse structuur van legereenheden.

Klik hieronder op de foto met de US Army 28th Infantry Division
toen deze een parade hield in Parijs, op 29 Augustus 1944