DE MAGINOT LINIE
In Onderdelen

Schietsleuf voor een tweeling Reibel Mitrailleur, Fort Hackenberg

Een complex ontleed

Hoe zag een fortificatie van de Maginot Linie er ongeveer uit en hoe was de indeling geregeld? Het waren in ieder geval complexe bouwwerken. Het verschil tussen een groot fort, als Fort Hackenberg, en een kleiner fort, als bijvoorbeeld Fort Immerhof, lag niet in een andere vorm van opzet, maar meer in de benutting van een groter grondgebied met meerdere blokken. Het grootste verschil was het ontbreken van artillerie in de kleine forten.

Een voorbeeld van een klein fort, Fort Immerhof

De meeste fortificaties hadden een personeelsingang met op enige afstand een kazemat voor de munitie-en voorradentoevoer. In deze kazematten was meestal een 47mm anti-tank kanon ondergebracht die verwisselbaar was met een tweeling Reibling mitrailleur of een licht 7.5mm machinegeweer. Op het dak, dat gemiddeld 3.5 meter dik was, stond op iedere hoek een zogenaamde GFM koepel. De Guet et Fusil Mitrailleur (GFM) was een zware vaststaande stalen koepel, waarvan er in de Maginot Linie bijna 450 opgesteld stonden. De GFM koepel werd gebruikt als observatiepost, hetzij door de schietsleuven (3 of 5) of een periscoop. Gewoonlijk waren de met drie sleuven uitgeruste GFM koepels zo geplaatst dat de ene met zijn drie sleuven naar voren keek, en de ander naar het achterveld. Als bewapening werd een licht 7.5mm machinegeweer gebruikt. Later werden deze ook aangepast tot het afvuren van 50mm mortieren.

Twee GFM koepels op Fort Galgenberg, let op de plaatsing van de schietsleuven

Een variant op de GFM koepel was de Jumellage Mitrailleuse (JM) koepel. Hierin was een Reibel tweeling mitrailleur ondergebracht. Deze koepel valt te herkennen aan de grote schietopening met aan weerzijden een kleinere opening. Aan de rugzijde was een betonnen of aarden wal opgeworpen.

Een nieuwe variant op de GFM koepel, ontworpen in 1934, was de vaste AM (Arme Mixte) koepel, type B. Hierin was een 25mm anti-tank kanon ondergebracht met in dezelfde schietsleuf een Reibel tweeling mitrailleur. Als één schietsleuf zo ingericht was, was de tweede afgesloten. Van dit type waren er ongeveer 30 te vinden langs de linie.

Een Arme Mixte, Type B, te vinden op Blok 2 van Fort Rohrbach

De personeels entree en de munitie entree waren in sommige complexen met elkaar verbonden door middel van een tunnel. Ergens aan deze tunnel zat dan een afslag naar één of meerdere blokken. Als de personeelsverblijven niet direct achter de personeelsingang lagen, dan waren deze meestal dieper het complex in gebouwd. Een klein fort had meestal 3 gevechtsblokken, en een groot complex kon wel 7 tot 17 (Fort Hackenberg) gevechtsblokken hebben (buiten de versterkte toegangen). In deze gevechtsblokken waren verschillende wapens ondergebracht. Buiten de vaste GFM koepels waren er ook draaibare, intrekbare geschutskoepels in kazematten ondergebracht.

Een intrekbare mitrailleur koepel was de MI (Mitrailleuse). In deze beweegbare koepel waren twee tweeling Reibel mitrailleurs aangebracht. De doorsnee was 1.20 en woog 96 ton. Van dit type koepel waren er 61 geïnstalleerd.

Vooraan een GFM koepel, achter, een MI koepel op Fort Bambesch (Blok 1)

Tussen twee blokken lag vaak een blok dat voorzien was van een hefbare koepel met twee 81mm mortierwerpers, met aan weerzijden één of twee vaste GFM koepels. In de Maginot Linie waren er 21 van deze mortier koepels opgesteld. Andere wapens in beweegbare geschutskoepels, waren koepels met twee 75mm kanonnen. Dit waren enorme koepels met een doorsnee van tussen de 3.30 meter tot 4.20. Het gewicht van deze monsters was rond de 265 ton! In de hele linie bevonden zich 34 van deze koepels. De Maginot Linie beschikte ook over zeventien 135mm mortieren in beweegbare koepels. In deze 165 ton zware geschutskoepel waren twee mortieren zijdelings opgesteld.

Boven; een MI koepel uitgeschoven, onder; een 81mm mortier koepel

In de hefkoepel AM (Arme Mixte) bevond zich een gemengde bewapening. Naast een 25mm anti-tank kanon bezat het ook een tweeling Reibel Mitrailleur. Slechts twaalf van deze beweegbare AM koepels waren te vinden in de Linie. Een variant, waar er maar 7 van waren, was een AM met een 25mm, een tweeling Reibel mitrailleur en tevens een 50mm mortierwerper.

De kazematten waren vaak voorzien van vaste kanonnen in schietsleuven. Bij de kleine forten was dit beperkt, meestal bestond dit uit een verwisselbare tweeling Reibel met een 47mm anti-tank kanon. Bij de grotere forten was ook ruimte voor blokken met artillerie. Hier waren meestal twee tot drie 75mm kanonnen opgesteld met één 135mm mortier. Voorbeelden hiervan zijn onder andere te vinden bij Fort Fermont, Fort Hackenberg en Fort Rochonvillers.

Doorsnee van bovenaf van een 75mm/135mm artilleriekazemat

Rond het complex waren verschillende soorten van bunkers en kazematten opgesteld die verbonden waren doormiddel van loopschansen. Loopschansen zijn te vergelijken met loopgraven. Loopschansen waren vaste, vaak betonnen, strategische banen, loopgraven daarentegen werden meestal ad-hoc ter plekke door de plaatselijke genie uitgevoerd. Deze periferiebeveiliging moest de aanvallende infanterie als eerste opvangen. Een mooi voorbeeld daarvan is te vinden bij Fort Bambesch. Rond ieder complex waren prikkeldraadversperringen aangebracht, waarvan nog vele 65 jaar na dato intact zijn.

Bescherming rond de complexen, rails in de grond om tanks tegen te houden

Ieder complex had een eigen interne stroomvoorziening doormiddel van enorme generatoren. Luchtzuiveringsapparatuur moest eventuele giftige gassen afvoeren (wat niet altijd werkte, zoals duidelijk werd tijdens het beleg rond Fort La Ferté).

De grote fortificaties hadden enorme tunnelcomplexen. Om deze snel te overbruggen werden smalspoortreinen gebruikt. Voorbeelden daarvan zijn onder andere nog te vinden in Fort Schoenenbourg, Fort Galgenberg, Fort Hackenberg en Fort Fermont.

NB. Ik spreek over de complexen als 'Forten' al is de gangbare Franse naam ervoor; 'Ouvrage'.

Om een aantal forten te bekijken, 'klik hieronder'.