MARGRATEN
Congressional Medal of Honor

Voorwoord

Zoals reeds op de vorige pagina aangehaald, liggen er op de Amerikaanse begraafplaats van Margraten ruim 8300 gesneuvelde jonge Amerikanen, stuk voor stuk helden die hun leven waagden, ver van huis in een vreemde moordzuchtige wereld. Dankzij deze doorzetters, waarvan zij individueel wisten; 'als ik val, staat er een ander voor mij op', leven wij met ons allen in een vrij westen. Ondanks dat de zerken voorzien zijn van namen, is het moeilijk voor te stellen wie of wat het voor jongelui waren. Hoe zagen ze er uit of wat voor toekomst hadden ze voor hun eigen in gedachten 'na de oorlog'? Helaas mochten hun visies niet uit komen, en rusten ze in de Limburgse aarde. Maar niet naamloos. Wij, de vrije mensheid, kunnen hen stilzwijgend danken voor hun offer als we aan hun graf staan.

Jonge mensen die zich hun vrijheid realiseren.

Zonder te kort te willen doen aan al die op Margraten liggen, want een ieder verdient de hoogste onderscheiding als het zijn of haar leven geeft voor een ander, wil ik u wijzen op een aantal opvallende graven. Het zijn de zes zerken met gouden belettering, de mannen die de hoogste onderscheiding ontvingen die iemand kan ontvangen voor heldenmoed en dapperheid, de Congressional Medal of Honor.

Ondanks dat veel Afro-Amerikanen meevochten in de Tweede Wereldoorlog, had geen van hen ooit een Congressional Medal of Honor mogen ontvangen. In 1993 gaf het Amerikaanse leger aan de Shaw University in Raleigh, North Carolina, de opdracht om een onderzoek in te stellen of er sprake was geweest van rassenongelijkheid in de toekenning van deze medaille. Het bleek wel degelijk, na onderzoek, dat er een voorkeursbehandeling bestond voor blanke soldaten. Op advies van de Shaw University werden 10 zwarte Amerikanen aangewezen voor een Medal of Honor. Zeven hiervan werden voorgedragen in oktober 1996 aan het Congres voor goedkeuring, deze volgde een maand later.

Congressional Medal of Honor.

President William Clinton reikte de Medals of Honor uit op 13 januari 1997. Van de zeven toegekende medailles was er nog maar één in leven, Vernon Baker. De andere medailles werden aan de nabestaanden overhandigd. Op de zes zerken van de postuum onderscheidenden werden de opschriften aangepast en in gouden belettering uitgevoerd.


Private First Class Willy F. James, Jr.

Eén van de vergeten Afro-Amerikaanse helden die 52 jaar te laat alsnog geëerd werd, was Willy F. James, Jr. Geboren op 18 maart, 1920 in Kansas City, Missouri, nam Willy James op 11 september 1942 dienst in het Amerikaanse leger. Hij kwam als infanterie verkenner terecht bij Company G, 413th Infantry Regiment van de 104th Infantry Division, ‘The Timberwolves’.

De Award Combat Infantry Badge.

Op 8 april, 1945, is Private First Class James eerste verkenner nabij Lippoldsberg in Duitsland. Het doel was om een bruggenhoofd veilig te stellen en uit te breiden. Als eerste verkenner trok James ook als eerste vijandelijk vuur. Vanuit zijn vooruitgeschoven positie observeerde hij gedurende een uur de Duitse stellingen. James wist terug te keren naar zijn peloton en hielp mee in de voorbereiding van een nieuwe manoeuvre. Vanwege zijn wetenschap waar de vijandelijke positie waren, leidde James de aanval op een aantal aangewezen doelen. Toen zijn pelotonscommandant gewond raakte, besloot Willy James zonder nadenken direct de dodelijke verwonde man te helpen. Duits machinegeweervuur zochten en vonden James die in een kogelregen sneuvelde.

Postuum werden de Bronze Star Medal, de Purple Heart, de Army Good Conduct Medal, de European-African-Middle Eastern Campaign Medal en de World War II Victory Medal (hieronder in volgorde afgebeeld) uitgereikt en toegevoegd aan de Award Combat Infantry Badge. En op 23 september 1996 werd dus alsnog de Medal of Honor aan Willy F. James, Jr. toegekend.

Als extra eerbetoon werd op 4 november, 2001 James zijn naam verbonden aan de barakken van het in Bamberg, Duitsland gelegerde 7th US. Army Reserve Command (ARCOM) Reserve Center. Zijn opoffering om zijn medesoldaten te helpen moet als inspiratie dienen voor toekomstige soldaten in het Amerikaanse leger.

Private 1st Class Willy F. James, Jr.
ligt begraven op Margraten op plot P, Rij 9, Graf 9.


Private George J. Peters

Op 24 maart, 1945 landde het 507th Parachute Infantry Regiment van de 17th Airborne Division, tijdens 'Operation Varsity', nabij Fluren, in Duitsland, op de oostelijke oever van de Rijn. Eén van de parachutisten was Private George J. Peters, afkomstig uit Cranston, Rhode Island en radiobediener van Company G.

Para's van de 17th Airborne Division tijdens 'Operation Varsity'.

Peters kwam met tien anderen in een veld neer dat bestreken werd door een Duits machinegeweernest dat op haar beurt beveiligd werd door verscheidene geweerschutters. Op 75 meter afstand waren de para’s een makkelijk doelwit. Peters bewust van het gevaar dat ze allemaal zouden sneuvelen, stond op en rende in een éénman actie op de vijandelijke stelling af. Deze afleidingmanoeuvre trok al het vuur naar Peters toe. Halverwege het doel werd Peters getroffen en sloeg tegen de grond. Hij krabbelde overeind en zette zijn aanval voort om opnieuw geraakt te worden. Zijn benen onbruikbaar door de verwondingen noodzaakten hem te gaan kruipen. Toen hij dicht genoeg genaderd was wist hij enkele handgranaten in het vijandelijke machinegeweernest te werpen. Twee Duitsers kwamen om en de geweerschutters trokken zich terug in het achtergelegen bos. Door zijn opoffering wist Peters zijn medesoldaten te sparen zodat deze zich konden organiseren, bevoorraden en hun doelen veroveren. Op 8 februari, 1946 werd aan Peters postuum de Medal of Honor toegekend.

Private George J. Peters in Margraten ter aarde besteld in Plot G, Rij 17, Graf 8.


Private First Class Walter C. Wetzel

Groepsleider Private First Class Wetzel, van de Antitank Company van de 13th Infantry Regiment, 8th Infantry Division, had op 3 april 1945 de wacht over de pelotons commandopost in Birken, Duitsland. Het was nog vroeg in de ochtend toen hij Duitse eenheden zag oprukken richting het huis dat hij bewaakte. Hij stormde het huis binnen en waarschuwde de manschappen. Direct daarop opende hij het vuur op de vijandelijke troepen die met automatische geweren het vuur beantwoorde. In het donker wisten enkele Duitsers het huis zo dicht te naderen dat ze twee handgranaten door het raam naar binnen konden gooien waar Wetzel en enkele anderen zich schuil hielden. Walter Wetzel schreeuwde een waarschuwing naar de anderen en zonder verder nadenken wierp hij zich op de twee granaten. Toen deze ontploften absorbeerde Wetzel de explosie met zijn lichaam. De verwonding waren van dien aard dat Wetzel aan de gevolgen van zijn heldenmoed overleed. Zijn opoffering spaarde verschillende mannen, en deze konden zelfs de Duitse aanval afslaan. Op 26 februari, 1946 werd postuum de Medal of Honor uitgereikt aan Private First Class Walter C. Wetzel.

In Baumholder, Duitsland is de basisschool ‘Wetzel Elementary School’ voor Amerikaans militair en burger personeel vernoemd naar Walter Wetzel, opdat de herinnering aan zijn opoffering niet verloren zal gaan bij de in vrijheid opgroeiende jeugd.

Private 1st Class Walter C. Wetzel ligt op Margraten in Plot N, Rij 18, Graf 10.

Klik voor de laatste pagina op de Congressional Medal of Honor.