'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

’Have you ever been liberated before?’
(Michael Caine als Lt-Col. 'Joe' Vandeleur)

Lt-Col. 'Joe' Vandeleur wilde zijn Irish Guards op 18 september om 06.30 uur uit Valkenswaard laten vertrekken, maar door een grondnevel werd dit uitgesteld. Wel waren er verkenningswagens uitgereden om de Duitsers af te tasten naar hun sterkte en een eventuele alternatieve route. De verkenners ontdekten dat de beste route de hoofdweg naar Eindhoven was, via andere wegen bleken de bruggen te licht om de tanks te dragen.

Guards tanks voor de Nicolaaskerk van Valkenswaard.
Toen en Nu

Om 09.30 uur kwam de colonne van het XXX Corps eindelijk weer in beweging. Op dat moment begon de aanval van de SS verkenningseenheid op de troepen van Frost in Arnhem, negentig kilometer naar het noorden. Velen van het XXX Corps waren gefrustreerd dat er die nacht gestopt was, 10 kilometer voor Eindhoven. Normaal trokken tanks ook niet in de nacht op, maar dit was een ander geval, haast was geboden. Waarschijnlijk heeft de vernielde brug bij Son daar de hand in gehad, het had geen zin door te rijden daar eerst toch de Bailey brug geplaatst moest worden. Bij Aalst was een kort oponthoud vanwege Duits verzet dat snel tot zwijgen werd gebracht. Drie kilometer verder bij een brug over de Dommel was het verzet feller, daar stonden vier 88mm kanonnen opgesteld. Helaas konden de Typhoons van de RAF niet uit België vertrekken vanwege de mist en moest de artillerie proberen de Duitsers uit te schakelen. Twee uur lang werd er hevig gevochten. Onderwijl was een verkenningseenheid van de Household Cavalry in contact gekomen met de para’s van de 101st Airborne Division. Een eskader cavalerie wist via een omtrekkende beweging achter de Duitse stelling te komen en deze uit te schakelen. Een Nederlander, Cornelis Lok, fietste naar de voorste tanks in Aalst om door te geven dat weg vrij was tot aan Eindhoven.

Omzichtig trekken tanks en infanterie van de Irish Guards door Aalst.

Een uur later waren ze in de stad Eindhoven en werden begroet door een wild enthousiaste menigte. Er waren zoveel mensen op straat, dat het vier uur duurde voor de eerste tanks van het XXX Corps rond 19.00 uur Son bereikte. Daar zou men de hele nacht koortsachtig werken om de Bailey brug voor elkaar te krijgen.


’A Bridge Too Far’

Col. Stout (Elliot Gould) verliest de brug van Son,... ('Shit!')

Voor de volgende scène in A Bridge Too Far werd het stadsplein van Deventer als decor gebruikt om Eindhoven te verbeelden. Er werden 1200 Nederlanders ingezet om de 'bevrijding' door de 101st Airborne en de tanks van Vandeleur te vieren. Hier ontmoetten Colonel Stout en Vandeleur elkaar om te bespreken hoe de Bailey brug door de menigte feestvierende Eindhovenaren moet om de brug van Son te vervangen. Colonel Stout (Elliot Gould) weet een omweg en vertelt dit aan Vandeleur (Michael Caine), maar opent met de volgende dialoog:
Col. Stout: ’I’m Bobby Stout.’
Lt-Col. Vandeleur: ’How do you do.’
Col. Stout: ’Hell of a day, hey?... Wild!’
Lt-Col. Vandeleur: ’Have you ever been liberated before?’
Col. Stout: ’I got divorced twice, does that count?.’
Lt-Col. Vandeleur: ’That counts.’

Lt-Col. Vandeleur (Michael Caine) ondergaat gelaten de feestvreugde in Eindhoven

De volgende dialoog gaat over hoe de Bailey 'crap' naar Son te krijgen:
Lt-Col. Vandeleur: ’I don’t know how you’re going to get it through this crowd’
Col. Stout: ’No sweat,… I got a back way staked out that will avoid all this. American ingenuity!’
Lt-Col. Vandeleur: ’Realy?’
Col. Stout: ’Actually, I was born in Yugoslavia,… but what the hell!’
Deze uitspraak maakt Colonel Stout maximaal 15 jaar oud! Joegoslavië heette tot 1929 Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen. Vanaf 1929 werd dit pas het Koninkrijk Joegoslavië (Zuid-Slavië).

Voor A Bridge Too Far was deze scène de afsluiting voor de maandag 18 september. Maar daarmee was de strijd voor die dag niet ten einde. De 2de Lift met versterkingen wordt verder niet in beeld gebracht, later in de film zal wel het invliegen van de Poolse Brigade getoond worden.


2nd Lift, 18 september 1944
maandagmiddag

Onderdelen van het 508th PIR, van de 82nd Airborne Division hadden geprobeerd de Waalbrug bij Nijmegen te veroveren, maar konden niet door de Duitse verdediging heen. Generaal Gavin had te weinig troepen om het enorme gebied te verdedigen dat hij had en het was bijna onmogelijk dat ook nog eens uit te breiden. De 504th PIR zat vast bij Overasselt, bij de brug bij Grave en die van Heumen. Samen met de 505th PIR had de 504th de brug ingenomen van Heumen. Dit was nu de alternatieve route geworden voor het XXX Corps nadat de bruggen van Honinghutje en Hatert waren opgeblazen door de Duitsers. De zuidoost hoek van het gebied lag constant onder Duits vuur en de aanvallen van de 508th PIR werden steeds afgeslagen. De Duitsers werden ook met het uur sterker en Gavin kon niet meer troepen ontrekken aan de 508th. Ook de landingsgebieden van de 508th werden onder de voet gelopen door Duitse infanterie. Doel van beide partijen was de controle over de Groesbeekse Heuvels vanwaar men de Duitse grens en de landingzone voor de 2de Lift kon observeren. In een vier uur durende chaotische strijd waarin een vijfmaal grotere macht moest worden bestreden door de 508th wist de laatste met bajonetten en agressieve uitvallen de Duitsers van de LZ te verdrijven. Maar de 2nd Lift kwam veel later dan gepland en Gavin had de grootste moeite zijn manschappen zo te plaatsen dat de Duitsers de zones niet weer onder de voet zouden lopen.

De 2nd Lift kwam rond 14.00 uur over de Drop- en Landingzones. Het was een enorme armada; 1336 C-47 troepentransport vliegtuigen en 340 Stirling bommenwerpers. Op sleeptouw waren 1205 zwevers, Horsa, Waco en Hamilcars vol manschappen en materieel. Verder waren er nog eens 252 B-24 Liberator bommenwerpers vol met af te werpen materieel. Om de 6674 manschappen en 681 voertuigen, 60 stukken geschut, 600 ton aan voorraden, waaronder twee bulldozers, te beschermen, werd de luchtvloot beschermd door 867 jachtvliegtuigen (waaronder 193 die vanaf Belgische vliegvelden waren opgestegen).

Een Waco zwever op zijn neus.

Het ging wederom niet vlekkeloos en 54 zwevers gingen verloren voor de landingsterreinen bereikt waren, door ongelukken of kwamen door te vroeg loskoppelen helemaal verkeerd terecht in Nederland, België en Duitsland. Twee zwevers vielen in stukken uit de lucht, en 26 waren boven Engeland en het Kanaal al verloren gegaan.

De 82nd Airborne landingsgebieden lagen zwaar onder vuur en zes C-47 toestellen werden neergeschoten, nadat ze hun zwever afgekoppeld hadden. De zwevers probeerden op hun LZ te komen, maar sommigen weken ver uit, tot zelfs in Duitsland om te ontsnappen aan het moordende vuur. Van de 454 zwevers, kwamen 385 in het gebied van de 82nd binnen en brachten 1782 artilleristen binnen met 177 jeeps en 60 stukken geschut. Vijfenveertig para’s waren omgekomen en van de piloten van de zwevers kwamen vierenvijftig om.

Een veld vol verzamelde Waco zwevers.

De Duitse Luftwaffe was teruggeroepen naar hun bases omdat er geen vijandelijke luchtactiviteit werd waargenomen en slechts honderd Duitse jagers trachtten de armada te stoppen, maar geen enkele kwam er door. De Geallieerden jachtvliegtuigen claimden negenentwintig ‘kills’ tegen vijf Amerikaanse jagers. Maar de luchtafweer maakte wel veel slachtoffers onder de Geallieerde troepentransporters. Drie C-47 stortten neer en een vierde wist een noodlanding te maken. Maar van de 450 zwevers voor de 101st Airborne, 428 bereikten hun zones en de 101st werd verstrekt met 2656 man en voertuigen en aanhangers.

Maandagmiddag 18 september, 1944, Arnhem

Grootste pech was wederom voor Arnhem, de helft van de voorraden die aangevoerd werden met de '2nd Lift' voor de 1st Airborne Division ging verloren.

De heide en Horsa's staan in de brand.

In de middag kwam iets ten oosten van Ede, met de 2nd Lift, ook de 4th Para Brigade binnen onder commando van Brigadier-General John ‘Shan’ Winthrop Hackett. De brigade ging ervan uit dat de LZ-S en DZ-Y stevig in handen zou zijn van Hicks zijn troepen, maar het tegendeel was waar. Vanaf alle kanten werden de para’s beschoten. Overal stonden Horsa zwevers, die de vorige dag geland waren, in brand. Ook de hei stond in brand, het was één grote chaos. Toch probeerden de nieuwe Horsa’s een plekje te vinden om hun kostbare lading binnen te brengen. Niet iedereen vond de juiste plek.

Een Horsa komt hardhandig neer.

Twee kwamen terecht op de zuidelijke oever, vijf kilometer van hun LZ. Gewonden aan boord van deze Horsa’s bleven achter bij Nederlandse burgers, terwijl de overlevenden met het Drielse veer de Rijn overstaken. De veerman twijfelde even of hij de para’s met hun anti-tank kanon zou laten betalen, maar zag daar toch vanaf.

Dit is één van de punten waardoor de brug van Arnhem te ver zou blijken. De Britten hebben nooit verder gebruik gemaakt van deze veerpont. Via het veer van Driel hadden ze manschappen op de zuidoever kunnen brengen en naar de zuidelijke opgang van de brug kunnen laten oprukken. Het beste om een brug te veroveren is,… vanaf beide kanten. Tijdens het maken van de plannen was het Drielse veer nooit opgenomen, maar op 18 september hebben verschillende mensen, waaronder Nederlandse burgers, zoals Jan ter Horst, de Britten attent gemaakt op dit veer.

Veldmaarschalk Montgomery, generaal Hackett en generaal Urquhart.

’Shan’ Hackett kwam goed neer, al was het driehonderd meter van de plek die hij voor ogen had, en verloor hij zijn wandelstok tijdens het afdalen. Hij kwam gelijk een groepje Duitsers tegen die zich wilden overgeven. Ondanks zijn kleine postuur, kon Hackett dwingend overkomen, ook omdat hij vloeiend Duits sprak. Hij gelaste de Duitsers te wachten, tot hij zijn wandelstok gevonden had. Pas nadat hij deze gevonden had, voerde hij ze af.

DZ-Y waar Hackett neerkwam

Terwijl hij zich opmaakte om zijn brigade af te marcheren, verscheen Colonel Charles Mackenzie. De chef-staf van Urquhart bracht hem het nieuws van het vermissing van de divisie generaal en dat Hicks de volgende in lijn was. Hackett ontplofte bijna, want hij vond dat hij, met meer dienstjaren, het recht had op de divisie. Maar het was Urquhart zijn opdracht, dus hij had zich te schikken. Het ergste vond hij de volgende mededeling,… het afstaan van het 11th Battalion. Deze moest direct naar de brug van Arnhem. Maar ondanks zijn protesten, realiseerde hij zich wel dat als er een bataljon naar de brug moest, dan was dat het 11th Battalion.

Een eerstedag enveloppe gesigneerd door 'Shan' Hackett.

Onderwijl keken de manschappen ontzet naar de lucht waar 35 Stirling bommenwerpers hun zevenentachtig ton aan bevoorrading uitbraakten. Slechts twaalf ton viel op de juiste plek, de rest viel in Duitse handen.

Hackett zijn opdracht was aanvankelijk om het hoge terrein ten noorden van Arnhem te bezetten. Hij zou de eventuele versterkingen van Duitse troepen richting de brug moeten tegenhouden. Maar de troepen van Bittrich hadden de zaak daar stevig in handen en de afsluiting liep door tot aan de Nederrijn ter hoogte van St.-Elisabeth gasthuis. Troepen aanvoeren om Frost bij de brug zijn positie te verstevigen was aan het einde van de 18de september onmogelijk geworden. Het 11th Battalion van Hackett en de South Staffordshires probeerden doorbraken te maken, maar de zware Duitse kanonnen hielden hen op afstand en de doden en gewonden stapelden zich op. Hackett had in ruil voor zijn 11th Battalion de Kings Own Scottish Borderes (KOSB) gekregen. Samen met Hacketts zijn 10th en 156th Battalion trokken deze op naar de landingsgebieden voor de volgende dag, waar de Poolse brigade zou neerkomen op de 19de September. Deze waren oostelijk gelegen van Wolfheze, nabij Johannahoeve. Hier ontstonden zware gevechten tussen de Duitsers en de KOSB en dreigde het landingsgebied onveilig te zijn om de Polen te ontvangen.

Captain Ogilvie, in kilt, van het Glider Pilot Regiment
(tijdens een patrouille op 18 september)

Centraal in de gevechten in en rond Arnhem lag Oosterbeek. Tot voor kort het hoofdkwartier, in Hotel De Tafelberg, van Model. Hotel Hartenstein, enkele blokken verder naar het westen, werd door Model gebruikt als hij zich wilde terugtrekken en voor de maaltijden. Hartenstein was vanaf 1942 gepacht door Willem Giebing van de gemeente Oosterbeek. Vrijwel direct daarna trokken de Duitsers het gedistingeerde hotel binnen en werden Giebing en zijn vrouw bedienden van de bezetter. Op 6 september werd Giebing verteld weg te blijven al mocht zijn vrouw, Truus, en twee meisjes dagelijks het gebouw schoonmaken. Op 17 september was Giebing op zijn fiets naar Hartenstein gepeddeld en was juist op tijd geweest om de laatste Duitser te zien vertrekken. Verbaasd, en vooral opgelucht, was hij omdat de Duitsers het hotel niet hadden geplunderd. Na de inspectie kwam hij de eerste Britse para’s tegen die de drankvoorraad reeds hadden ontdekt. Giebing ontstak in woede dat de ‘bevrijder’ als eerste zijn wijnkelder ‘bezette’. Na de nodige excuses van de para’s moest Giebing wederom vertrekken, maar de Britten verzekerden hem dat ze zijn bezit zouden respecteren.

Hotel Hartenstein, in het epicenter van de gevechten.

Op 18 september bleek het respect voor Hotel Hartenstein al geschonden. Sinds 17.00 uur van die dag was het hotel door de Britse 1st Airborne Divsion als hoofdkwartier ingericht. De tuinen waren uitgegraven en overal liepen loopgraven en schuttersputten. Op de tennisbanen verbleven de Duitse gevangenen. Hartenstein zou het epicentrum worden gedurende de Slag om Arnhem.

Hartenstein tegenwoordig, het Airborne Museum.

Hackett besloot naar Hartenstein te gaan voor een onderhoud met Hicks. Hackett trok fel van leer tegen Hicks duidelijk merkende laten dat Hicks niet de Divisie kon leiden en hij was ook nog steeds woedend om het verlies van zijn 11th Battalion. Hicks voerde aan dat de plotselinge Duitse overmacht om een andere strategie vroeg. De eenheden opereerden onafhankelijk van elkaar om de brug te bereiken. Hackett wilde met een meer gecoördineerde actie doorbreken naar de brug. Maar wilde voor de volgende dag zijn eigenlijke doel, de hoogte van Arnhem eerst innemen. Hij eiste tevens van Hicks een praktisch uitvoerbaar plan en een tijdschema om zijn acties af te stemmen op de andere eenheden. Hackett trok Hicks zijn bevelvoering in diskrediet door hem en gaf aan dat hij de bevelvoering over de divisie aan de orde ging stellen. Het aanwezige hoofd administratie, Lt-Col. Henry Preston, kreeg van Hicks te horen dat Hackett van mening was dat hij het bevel over de divisie moest voeren. Hackett protesteerde, maar het leek Preston beter Colonel Mackenzie er bij te halen. Toen deze binnenstapte waren de twee al wat gekalmeerd en respecteerde Hackett dat Hicks het bevel voerde. Maar hij was wel van plan zoveel mogelijk zijn eigen plan te trekken met ZIJN brigade.
Rond dit tijstip kwam ook het bericht binnen dat minstens vijftig Duitse tanks uit het noordoosten Arnhem binnen reden.

Para's richten het kanon op naderende tanks in de buurt van Arnhem

De situatie bij de brug was aan het einde van de tweede dag al hachelijk aan het worden. Verschillende huizen rond de brug stonden in brand door Duitse fosforgranaten. Rantsoenen van de para’s raakten op, maar ook verbandmiddelen en morfine. Frost kon de gevechten horen in het westen van Arnhem, maar wist niet waarom Doby en Fitch niet ter versterking kwamen. En waar bleef XXX Corps. Even was er een sterk radiosignaal geweest, maar dat was erg ontmoedigend geweest, XXX Corps was nog niet eens de brug over bij Son. Frost zijn hoop werd gevestigd op de volgende dag, als de Poolse Brigade zou landen ten zuiden van de brug. Om deze te ondersteunen wilde Frost een stootroep samenstellen die vanuit het noorden de Polen kon helpen. Probleem was om de mannen er voor te vinden. Overal werd er gevochten. Ook in het schoolgebouw waar Captain Mackay zat met zijn mannen. Hier waren de Duitse troepen zo dicht genaderd dat op de meter werd gevochten. De school stond in brand en de mannen van Mackay probeerden tussen de gevechten door deze te blussen. In de chaos van puin, glas en bloed lagen de doden en gewonden. De zuidwesthoek werd beschoten met Panzerfausten en de verwoestingen waren enorm. In deze ruïne probeerden de para’s te overleven. De Duitsers moeten gedacht hebben dat de school in hun handen was, want er werd niet meer geschoten. Toen de Duitse soldaten rond het gebouw liepen en zich nonchalant als overwinnaar veilig voelde vlogen opeens de handgranaten hun kant op en werd er uit alle ramen gelijk geschoten door de para’s. Mackay schatte later dat er tussen de dertig en vijftig dode Duitsers rond de school lagen na deze actie. De vijftig para’s in de school hadden tot dan ‘slechts’ vier gesneuvelden, maar wel vijfentwintig gewonden, waaronder Mackay.

Een monument markeert de verzamelplaats van DZ-Y (4th Para Brigade)
op de Ginkelse Heide aan de Amsterdamseweg

En zo kwam aan de 18de september een einde. Twee dagen van strijd hadden al zeer veel doden en gewonden aan beide zijden opgeleverd, maar hoe de uitkomst zou zijn was nog niet te overzien, maar wat wel duidelijk werd was dat het plan van Montgomery al een achterstand had van meer dan dertig uur. Onderwijl waren mannen van de 14 Field Squadron, Royal Engineers, druk bezig een Bailey brug te slaan bij Son.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'