'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

Vrijdag 22 september, 1944
'...Hexenkessel,..'

Overal rond de corridor waren schermutselingen om de aanvoer route van het XXX Corps af te snijden. Maar nergens werd zo vasthoudend en moordend gevochten als bij Arnhem, en dan met name Oosterbeek, waar 3000 man ingesloten zaten. Ook werd er op het ‘eiland’ gevochten, ter hoogte van Elst, waar de Guard tanks waren tegengehouden. Het gebied waar de Poolse Brigade was geland was de omgeving gezuiverd na aankomst en deze verwachtten de vrijdag ochtend toch wel een tegenaanval. In de perimeter van Oosterbeek waren de verdedigers verbaasd dat de Duitsers niet in één geconcentreerde aanval de perimeter overliepen. De Duitse troepen waren duidelijk in het voordeel met hun zware wapens, en toch bleven het gevechten op afstand. Veel mortieren en artillerie granaten vielen in de perimeter rond Hartenstein. Scherpschutters waren actief, en deze waren zeer lastig, in de ogen van de para’s. Binnen de hekken van de tennisbanen, ten zuiden van Hartenstein, was de verzamelplaats voor Duitse krijgsgevangenen. Deze begonnen te klagen dat ze bang waren getroffen te worden door de Duitse scherven. General Urquhart zei hun dat ze niet bang moesten zijn, zijn mannen waren dat ook niet (hij wist dat hij daarmee die Duitsers een gevoelige steek gaf). Hij liet pikhouwelen bezorgen zodat ze scherfloopgraven konden graven. Probleem voor Urquhart was het slinken van de voorraden. Sommige para’s gebruikten buitgemaakte Duitse wapens en munitie. Andersom gebruikten de Duitsers de gedropte voorraden en de voertuigen, zoals de jeeps. Kolonel Harzer van de 9 SS Divisie verklaarde later dat het de goedkoopste strijd was die ze gevochten hadden met al die ‘gratis’ spullen.

Met buitgemaakte jeeps worden krijgsgevangenen afgevoerd

Vanwege de constante gevechten rond Oosterbeek kreeg het gebied de bijnaam 'Hexenkessel' (heksenketel) van de Duitsers. De huis tot huis gevechten die de Duitsers uitoefenden wees duidelijk op een uitputtingslag. Door een constante druk op de perimeter te geven hoopten de Duitsers dat de para’s zich op een gegeven moment wel zouden overgeven. De Duitsers moeten gedacht hebben dat een massale aanval teveel Duitse slachtoffers zou eisen. Maar juist deze constante schermutselingen eisten meer levens dan in één keer de aanval op één zwakke positie te doen en de zaak op te rollen. Opvallend was ook dat in de nacht er niet met zware wapens werd geschoten door de Duitsers.

Duitsers hebben zich ingegraven in een straat met een 20mm kanon

De gevangen genomen Major Richard Steward was de ‘gelukkige’ die ondervraagt werd door generaal Bittrich zelf. Bittrich hield een heel betoog waarom de Britten zich beter konden overgeven en dat hij naar de divisiecommandant moest gaan om deze boodschap over te brengen. Steward weigerde beleefd. Maar Bittrich bleef aandringen. Steward vroeg toen aan Bittrich; ‘Als u in mijn plaats was, wat zou u antwoorden?’ Bittrich moest toegeven dat zijn antwoord ‘nee’ zou zijn. ‘Het mijne ook’ zei Steward.

Generaal Bittrich zag de Poolse Brigade als een grote dreiging voor de troepen van de 10 SS ’Frundsberg’ Division (hij realiseerde zich niet dat de Polen gekomen waren om Urquhart te versterken). Hij stuurde Kampfgruppe Knaust de brug over van Arnhem. Deze had nu 25 Tiger tanks en 25 Panther tanks tot zijn beschikking. Deze moest het XXX Corps tegenhouden bij Elst, en proberen terug naar Nijmegen te krijgen, en de eventuele Poolse aanval richting de brug afslaan. Terwijl de Duitse troepen zich verplaatsten in de vroege vrijdagochtend, kwam Urquhart samen met Col. Mackenzie en Lt-Col. Eddie Myers in de wijnkelder van Hartenstein. Urquhart verwachtte niet dat het XXX Corps van Horrocks op de hoogte was dat het Drielse veer niet langer in hun handen was, ook zou Horrocks waarschijnlijk niet op de hoogte zijn dat Urquhart tweederde van zijn mannen al verloren had. Hij wilde dat Mackenzie en Myers de rivier zouden oversteken en naar Nijmegen afreizen.

Troepenverplaatsing op 'Het Eiland' vanaf 22 september, 1944
(Google Earth)

Nabij Nijmegen werd een eskadron van de Household Cavalry, behorende bij de 43rd Wessex Division samengesteld om een westelijke route te vinden om naar de ingesloten para’s van Oosterbeek te komen. Bij het eerste licht vertrokken de voertuigen en denderden in tweeënhalf uur naar de Nederrijn waar het contact werd gelegd met de Poolse Brigade. Twee groepen van het eskadron kwamen zonder problemen bij de Rijn, maar de derde kwam onder vuur van de Duitsers en moest terug trekken. Dus ondanks dat er even een doorbraak was, was deze weg ook weer afgesneden. Toch zou de 214th Brigade van de 43rd Division proberen naar Driel te komen, terwijl de 129th Brigade naar de tegengehouden tanks bij Elst zouden gaan. Door tegenslag in Nijmegen, een bataljon was opgehouden door de burgers en de verkeerde weg ingeslagen, vertrok de 214th pas om 08.30 uur richting Driel om rond 09.30 uur vast te lopen op de Duitse stellingen bij Oosterhout. Het zou de rest van de vrijdag duren voor de 214th Oosterhout voorbij waren. De 129th Brigade kwam ook niets verder toen deze onder vuur kwamen van Kampfgruppe Knaust.

Major-General Stanislaw Sosabowski

Mackenzie en Myers kwamen in hun rubberboot vrij vlot aan de overkant van de Rijn. Maar daar kwamen ze midden in de gevechten tussen de Polen en de Duitse troepen die vanuit Arnhem en Elst kwamen. Maar op een paar fietsen wisten ze zich te melden bij Sosabowski. Hier kwamen ze ook de voorhoede tegen van de 43rd Division, de Household Cavalry. Dit gaf hun eerst moed, tot ze hoorden dat ze afgesneden waren van Nijmegen. Mackenzie nam via de radio contact op met Browning en Horrocks die nu voor het eerst rechtstreeks hoorden wat er zich afspeelde in Oosterbeek. Ongecodeerd vroeg Mackenzie om munitie, voedsel en medische voorraden. Ze zouden het misschien nog maar 24 uur vol houden. Sosabowski was bereidwillig om de ingesloten para’s te hulp te komen. Mackenzie stelde voor de rubberboten die ze hadden te gebruiken. Met een beetje geluk konden misschien in de nacht 200 Polen overgezet worden.

22 september 1944, General Urquhart poseert bij Hartenstein
In 2011 poseert de auteur op dezelfde plek

Leek in eerste instantie dat vrijdag de dag van bevrijding zou zijn, het tegendeel bleek waar. General Browning noemde het ‘Black Friday’. Er was geen luchtsteun voorhanden van de RAF want er was een storm gaande. General Urquhart was heel erg teleurgesteld toen hij later vernam dat de 214th Brigade bij Oosterhout zich zo simpel had laten tegenhouden. De daglange strijd had de 214th negentien gewonden opgeleverd, terwijl in de perimeter rond Hartenstein die dag weer doden waren gevallen, en gewonden verdere verwondingen hadden opgelopen. Toen Oosterhout eindelijk aan het einde van de dag genomen was, bleek de tegenstand te hebben bestaan uit een oude tank, een 88mm kanon, vijf stuks 20mm Flak geschut en werden 139 Duitsers gevangen genomen. Urquhart vond het verbazingwekkend dat er zolang over gedaan was om de overwinning op te eisen.

Het vaantje met 'Pegasus' waarmee Urquhart
op de foto hierboven staat, is nu te vinden in het Airborne Museum
(het voormalige Hotel Hartenstein)

Maar nadat de strijd rond Oosterhout gestreden was, denderden de tanks van de Dragoon Guards en infanterie van de 5th Battalion Duke of Cornwall Light Infantry richting Driel. Er werden wel twee Tiger tanks waargenomen, maar de hele colonne kwam zonder problemen aan bij Driel. Ook in de colonne waren twee DUKW amfibie voertuigen. Deze, was het plan, zouden de broodnodige voorraden over de Nederrijn moeten brengen naar Oosterbeek.

Een DUKW

In nacht van vrijdag op zaterdag zou worden geprobeerd de DUKW’s over te laten steken. De Polen hadden er een zwaar hoofd in want nergens was een geschikte plek om die dingen te water te laten. Een eerste verkenning bevestigde dit ook. Maar de eerste operatie van die vrijdagavond was het overzetten van Poolse para’s in enkele rubberboten en een paar houten vlotten. Het was een tijdrovende opdracht, die rond 21.00 uur begon, want er konden maar zes man per keer overgezet worden. De operatie was nog maar juist begonnen en er waren slechts een paar man over gezet toen de omgeving door een lichtfakkel te kijk werd gezet. Duitse mitrailleurs knetterden en mortieren landden tussen de wachtende Polen aan de zuidoever. Sosabowski liet de operatie direct staken. Maar toen de fakkel doofde begonnen de Polen toch weer aan hun hachelijke avontuur. Twee rubberboten waren reeds verloren gegaan, toen wederom een lichtfakkel omhoog geschoten werd. Ondanks dit ‘spel’ konden er toch vijftig man worden overgezet, veel te weinig natuurlijk. Om 02.00 uur probeerden de DUKW’s het, maar de regen had alles glad en glibberig gemaakt en de zwaar beladen voertuigen liepen steeds vast. Men probeerde het zonder voorraden, maar het ging te moeizaam. Ook een grondnevel belemmerde het uitzicht. De amfibie operatie moest worden gestaakt.

Eén van de weinige bekende foto's van een DUKW bij Driel

‘Morphia's only for the people who are really hurt,...’
(David Anker als de medic Corporal 'Taffy' Brace)

De dood hield huis in Oosterbeek. Onverschrokken probeerden de Britten de perimeter in handen te houden. Morfine was nagenoeg niet meer voor handen, en zwachtels bestonden nu voornamelijk uit papier. Medic Terry ‘Taffy’ Brace vond het vreselijk dat hij de gewonden geen morfine meer kon geven. Bij een zwaargewonde jongen moest hij nee verkopen die er om vroeg; ‘Waarom zou jij morfine nodig hebben?,… Morfine is alleen voor lui die echt gewond zijn. Met jou gaat het prima.’ (Een scène die ook in de film A Bridge Too Far gebruikt is, zie hieronder).

'Morfine is only for the one who are realy hurt,..'

De meeste mannen hielden zich flink ondanks dat ze de dood in de schoenen hadden. Maar een enkele knapte. Medic Brace zag op een gegeven moment een compleet naakte para rondrennen en als een locomotief bewegingen maken, onderwijl vloekende; ‘Laat die brandweerman de pest krijgen,… hij was altijd al waardeloos!’ Een andere soldaat schudde iedere slapende para wakker en vroeg dan of ze gelovig waren. Eén man zat in een schuurtje en riep steeds maar; ‘Kom op rotzakken.’ Vervolgens schoot hij dan enkele kogels rond het schuurtje. Na enige tijd was er nog één schot. Zijn kameraden vonden hem even later levenloos in het schuurtje, hij had de hand aan zichzelf geslagen.

Major Dickie Lonsdale en de kansel in de kerk van Oosterbeek

Maar de meeste para’s zetten door. Meestal vanwege de bezielende leiding van hun officieren. Major Dickie Lonsdale, commandant van de Lonsdale Force, was op verschillende plaatsen gewond en overal had hij met bloed doordrenkte lappen verband gezwachteld. Strompelend leidde hij zijn mannen van de ene naar de andere aanval in het zuidoosten van Oosterbeek. Op een gegeven moment was Lonsdale de kerk van Oosterbeek binnengekomen. Ondanks dat er geen ramen meer in zaten en het dak grotendeels verwoest, was dit een toevluchtsoord voor gewonden en voor mannen die even bij wilden komen. Uitgeputte kerels zagen hoe Lonsdale de kansel beklom en een opbeurende speech hield die hen aanvuurde niet op te geven (zie op deze pagina de speech zoals Lonsdale deze herhaalde voor de speelfilm 'Theirs is the Glory'). Voor veel mannen waren het de bezielende woorden die ze nodig hadden en gingen vervolgens de strijd weer aan tegen de aandringende Duitsers.

De kerk van Oosterbeek, duidelijk is de gerepareerde schade te zien.

In de sector van de Lonsdale Force was ook Major Robert Cain van de Royal Northumberland Fusiliers, behorende bij de 2nd Battalion South Staffordshires, actief. Hij had zich ingegraven met zijn kleine groep in de tuin van een wasserij (zeer tegen de zin van de eigenaar). Op 20 september had Cain in zijn eentje een Tiger tank benaderd en schoot met de Piat vanaf slechts 20 meter. Deze schoot terug en blies een hoek uit een huis waardoor Cain gewond raakte. Maar Cain vuurde door tot de Tiger uitgeschakeld was. De volgende dag verjoeg hij drie andere Duitse tanks door zich open en bloot op te stellen en zijn Piat te vuren. Hierbij scheurde Cain zijn trommelvliezen vanwege het constante vuren, en vuurde vanaf die tijd met stukken verband in de oren zijn Piat op de Duitse voertuigen. Toen Cain op een volgende tank richtte ontplofte de raket in zijn Piat. Door de klap werd Cain blind geslagen en zijn mannen voerden hem af. Met een 75mm kanon werd de tank alsnog uitgeschakeld. Een half uur later kwam het zicht terug en verscheen Cain weer bij zijn mannen met een gezicht vol splinters maar vastberaden de strijd voort te zetten. Toen hij geen granaten meer had voor zijn Piat, gebruikte hij een lichte mortier. Dankzij zijn goede richten wist hij na drie uur strijd de Duitsers uit zijn sector te jagen. Hierop trok Cain met zijn kleine groep terug. In totaal zou Cain zes tanks en een aantal gemotoriseerde kanonnen uit schakelen. De acties van Cain zouden hem het Victoria Cross opleveren, de enige aan een levend uit de strijd gekomen soldaat (de andere vier werden postuum uitgereikt). De vrouw van Robert Cain kwam pas na de dood van haar man, in 1974, erachter dat hij ooit het VC had gekregen.

Major Robert Henry Cain, en het Victoria Cross

Een opvallende tactiek hadden de Poolse para’s. Als deze een Duitse tank in het vizier kregen met hun anti-tank kanon, dan werd er direct op geschoten. Of het schot raak of mis was, de groep Polen stormde dan naar voren onderwijl hun wapens leegschietende op de verbouwereerde Duitsers. En zo werd rond de gehele perimeter wanhopig strijd geleverd om de Duitsers buiten de deur te houden.

22 september, XXX Corps onder vuur.

Maar er werd die vrijdag niet alleen bij Oosterbeek en op het ‘Het Eiland’ gevochten. Overal waren schermutselingen. Langs de flanken van XXX Corps trok het XII en VIII Corps op. Deze waren nu ter hoogte van Son. Veel te kort na vijf dagen strijd. De 101st Airborne Division was in een kritieke fase. Ze hadden veel manschappen verloren en die nog in de strijd waren, waren over een veel te groot gebied verspreid. Het gaf de Duitsers de kans hoger langs de corridor storende aanvallen uit te voeren. Zoals bij Veghel waar vier belangrijke bruggen lagen. Hier wisten de Duitse troepen de slagader 'Hell's Highway' naar het noorden af te snijden. Bij Uden hadden de Duitsers de weg in handen, maar dankzij steun van Britse artillerie en tanks van XXX Corps wist de 101st hen te verdrijven. En zo keerden tanks van 32nd Brigade terug vanaf richting Nijmegen om de 101st bij te staan. De gevechten duurden vierentwintig uur lang waardoor de bevoorrading naar het noorden desastreus op achter raakte en mede het lot voor para's bij Arnhem bezegelde.


’A Bridge Too Far’

Het filmen bij het surrogaat 'Hotel Hartenstein'.

De filmploeg vond even buiten Deventer een geschikte villa om als Hotel Hartenstein te fungeren. Het was nogal aangetast door brand, ooit gesticht door jongelui. Het was gesitueerd op 20 hectares eigen grond wat veel mogelijkheden verschafte voor de filmploeg. De gemeente was bereid de villa te verhuren en zo begonnen vervolgens de decorbouwers met de transformatie. De hal en de eetzaal werden ingericht, maar de rest bleef een uitgebrand geheel. De villa werd eerst gebruikt als Hoofdkwartier van Model (al zat dat in De Tafelberg en gebruikte Model Hartenstein alleen om te lunchen en voor zijn diner). Vervolgens werd het gebruikt als Brits hoofdkwartier en gewonden opvang. Na de filmopnames was het huis weer een uitgebrand geheel.

'Hartenstein' aan het einde van A Bridge Too Far'.

In Oosterbeek werd in de gehele perimeter de andere hotels en verschillende huizen gebruikt voor gewondenverzorging, maar in A Bridge Too Far wordt alleen de nadruk gelegd op Hartenstein en het huis van Kate ter Horst (die rond de 200 herbergde). Ook werden hier de bevoorradingsvluchten gefilmd. De neerkomende pakketten werden vanaf hoge kranen losgelaten (om in het shot te komen) en versneden met de Dakota’s die de pakketten uitwerpen. Ook werd hier de ‘neerstortende’ Dakota gefilmd die achter een grote boom ‘explodeerde’.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'