'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

Zaterdag 23 september, 1944

De zaterdagochtend begon voor Lt-Colonel Mackenzie en Myers met de tocht naar Nijmegen. De tocht werd ondernomen met enkele kleine verkenningsvoertuigen. Maar ze liepen al snel vast toen een Duitse tank hun kant op draaide. De wagen met Mackenzie maakte een verkeerde manoeuvre en belande op haar kant. Mackenzie en de anderen inzittenden hielden zich schuil in een akker. Even later werden de mannen ontzet door Britse soldaten. Myers was gescheiden geraakt in de verwarring.

Een Daimler Scout Car
(Het type voertuig waarmee Lt-Col. Mackenzie naar Nijmegen ging)

Mackenzie zette zijn tocht voort en kwam haveloos, koud en nat op het hoofdkwartier van Browning aan. Hier hoorde Browning wat zich werkelijk afspeelde in Oosterbeek. Hij had tot dan alleen vage berichten ontvangen. Hij was zelfs zo optimistisch geweest dat hij zelfs op vrijdag 22 september een aanbod van Major-General Edmund Hakewill Smith, commandant van de 52nd Lowland Division, had afgeslagen toen die voorstelde om dicht op de belegerde 1st British Airborne te landen met zijn zwevers. Enkele uren later bleek de situatie lang niet zo rooskleurig als Browning eerst dacht. Browning vertelde aan Mackenzie dat ook de 43rd Division veel te traag werkte, maar dat hij daar geen invloed op uit kon oefenen, dit onderdeel viel onder Horrocks. Maar Browning beloofde Mackenzie dat in de komende zaterdagnacht er meer troepen naar de overkant van de Nederrijn zouden worden gebracht. Op de terugweg naar Driel overviel Mackenzie het gevoel dat het niet zou lukken. Wat moest hij Urquhart zeggen. Om zijn generaal moed te geven besloot hij zijn eigen gedachte niet uit spreken, maar Urquhart te vertellen dat er hulp onderweg was.

Colonel Charles Mackenzie

Dankzij goed weer in Engeland, konden eindelijk de laatste troepen van de 1st Allied Airborne Army vertrekken richting Nederland. Eindelijk kreeg General Gavin van de 82nd Airborne zijn 325th Glider Infantry Regiment binnen, 3385 man. Ook de 101st kreeg haar laatste versterkingen, bijna 3000 para’s. Voor Sosabowski was er wederom een bittere pil. Zijn restant troepen dat eigenlijk bij Driel moest landen werd, door Browning, vanwege de aanhoudende gevechten bij Driel, naar Grave gestuurd.

Het restant van de Poolse brigade springt bij Grave

Gelijk met de aanvoer van de laatste para’s werden ook weer bevoorradingen ingevlogen voor Oosterbeek. Maar de droppingen waren weer merendeels in de door Duitsers bezette gebieden. Van de 123 transportvliegtuigen werden 6 neergehaald en raakten 63 beschadigd. Ook zagen de belegerde para’s in Oosterbeek voor het eerst Typhoons en Spitfires van de 2nd TAF en de RAF. Maar deze konden weinig uitrichten vanwege accuraat luchtafweer en de goed verdekt opgestelde doelen. Urquhart was zwaar teleurgesteld in de luchtsteun gedurende de gehele operatie.

Veldmaarschalk Model was van zijn stuk gebracht omdat er opeens na dagen weer luchtlandingen in de sector waren. Hij vreesde dat er een nieuw offensief opgezet werd en was naar Bittrich in Doetinchem gereden. Hij drong erop aan dat de perimeter bij Oosterbeek snel opengebroken moest worden. Want hij had alle beschikbare manschappen nodig als er nieuwe luchtlandingen zouden komen. Bittrich spoedde zich naar Elst om Knaust te bezoeken. Majoor Knaust dacht wel dat hij het nog 24 uur kon uithouden. Zijn Tigers waren gebonden aan de weinige smalle wegen, in de polder liepen ze hopeloos vast. Hij wist ook dat de Britse tanks hetzelfde euvel hadden. Maar de aanvoer van de Geallieerden leek onuitputtelijk.
Bittrich vertrok naar het hoofdkwartier van Harzer, commandant van de 9 SS Hohenstoufen-Division, erop aan om in Oosterbeek nu eens vaart te zetten bij het opruimen van de verzetshaard daar. Harzer probeerde aan te geven dat zijn tanks slecht konden opereren in de smalle straten en dat als de druk werd verhoogd, de para’s nog feller leken te vechten. Bittrich gaf orders aan Harzer om vanuit het oosten en westen de zuidzijde van de perimeter samen te drukken zodat de aanvoer over de Rijn onmogelijk werd.

Ook generaal Harmel van de 10 SS Divisie kreeg een opdracht. Houdt in ieder geval de Britten vast bij Elst en probeer op Driel aan te gaan. Elst was geen probleem volgens Harmel, maar of Driel genomen kon worden betwijfelde hij, zijn troepen waren te ver verspreid. Bittrich schetste het als volgt; ‘wij (9 SS van Harzer) zullen de nagel pakken (Oosterbeek),… jij moet de vinger (de aanvoer op Driel) amputeren.

Wapenschild van de 43rd Wessex Division

General Thomas van de 43rd Wessex Division wilde eerst Elst veroveren en dan naar Driel. Er werden al pogingen ondernomen om via zijwegen een route te vinden. Maar Thomas wilde niet zijn rechterflank onverdedigd laten, al deze manoeuvres kostten veel tijd. Hopeloos liep de zaak vast toen twee brigades een zelfde kruispunt moesten benutten. Het werd al donker toen eindelijk de 130th Brigade Driel naderde. Onderwijl waren wel de zestien boten, die overgebleven waren van de oversteek van de Waal bij Nijmegen, bij Driel gebracht. Even na middernacht begon men weer met het oversteken van manschappen en goederen. Maar de verliezen waren enorm in het vuur van de Duitsers. Slechts 250 Polen bereikten de overzijde, en slechts 200 daarvan konden in stelling gebracht worden rond Hartenstein. Hier was de hele dag weer gevochten tegen Duitse infanterie en tanks. Ook hadden de Duitsers vlammenwerpers ingezet. Vier SS-ers hielden een jeep aan die onder een rode kruisvlag gewonden vervoerde. Toen een verpleger probeerde uit te leggen dat ze onderweg waren naar de verbandpost, werd lafhartig een vlammenwerper op de man gezet.

Urquhart berichtte onderwijl aan het hoofdkwartier dat het moreel nog goed was,… maar dat er vele kritieke momenten waren geweest.

Zondag 24 september, 1944

Rond 04.00 uur werd het bericht ontvangen, op het hoofdkwartier van Horroks, dat ‘Hell’s Highway’ weer open was ten noorden van Veghel. Er was weer aanvoer mogelijk, waaronder de broodnodige boten. Op deze vroege zondagmorgen kwam Lt-Col. Mackenzie terug in Hartenstein om rapport te brengen over het onderhoud met Browning. Urquhart luisterde onbewogen naar het verhaal van Mackenzie. Het bleef dus wachten op de 2nd Army van Montgomery. De mannen in de schuttersputten bleven hopen. Ze wisten dat er versterkingen op de zuidoever waren, ze hoopten alleen dat ze nog in leven waren als het ontzet zou beginnen. Er waren nog slechts 2500 man in de perimeter die zich konden verdedigen. De huizen, winkels, kelders, verbandposten vol gewonden hoopten dat ze snel gerepatrieerd konden worden.

Zuster J.A. ten Hoedt helpt een para op zondag

De mannen konden niet massaal op deze zondag naar de kerk. De artillerist James Jones haalde zijn fluit tevoorschijn en speelde zacht voor zich uit. Lt. James Woods stelde aan Jones voor dat hij voorop zou lopen in een kleine processie. Twee artilleristen waren erbij gekomen, en zo liepen de mannen langs de stellingen. Jones blies zijn fluit en Woods zong uit volle borst; ‘British Grenadiers’ en ‘Scotland the Brave’. Het duurde even, maar na verloop van tijd zong de gehele artillerie stelling als één koor.

Brigade-generaal Shan Hackett had het verzoek van Duits officier gekregen om de frontlijn zeshonderd meter naar achteren te leggen, want ze wilden een mortier en artillerie barrage plaatsen, maar konden niet garanderen dat de Britse verbandplaatsen geraakt zouden worden. Samen met Urquhart besloot Hackett niet op het voorstel in te gaan, omdat dan Hartenstein tweehonderd meter in de Duits gebied zou komen te liggen. De beschieting begon, maar het was te merken dat de Duitsers ten zuiden van de verbandposten hun granaten lieten vallen.

De bloemen bloeien ondanks alles in de tuin van Hotel De Tafelberg

Maar de gewonden stapelden zich op. De verbandpost van Hotel De Tafelberg had geen ruimte meer en ook een ander hotel, Petersburg, raakte vol. Men schatte dat er rond de 1200 à 1300 gewonden waren in de perimeter van Oosterbeek. Senior medical officer Graeme Warrack was ten einde raad. Hotel De Tafelberg werd regelmatig getroffen door granaten. Warrack, die werkte in De Tafelberg, was tijdens een beschieting woedend naar buiten gerend en was vreselijk te keer gegaan tegen de Duitsers; ‘You bastards,… can’t you see how a Red cross looks like!’ Om 09.30 uur was het genoeg en vroeg Warrack aan Urquhart of hij een staakt-het-vuren mocht bedingen bij de Duitsers om de gewonden af te laten voeren. Steeds meer gewonden stierven door gebrek aan medicijnen en hulpgoederen, andere gewonden werden nog erger gewond om dat de verbandplaatsen beschoten werden. Urquhart ging akkoord.

Senior medical officer Graeme Warrack en Lt. Arnoldus Wolters

Samen met de Nederlandse verbindingsofficier luitenant-ter-zee 1ste Klas Arnoldus Wolters, die als tolk zou optreden, en de arts Van Maanen zouden Warrack naar de Duitsers gaan. Wolters kreeg de valse naam ‘Johnson’ om hem te beschermen. Toevalligerwijze had de Duitse majoor Egon Skalka het zelfde idee opgevat die ochtend opgevat. Zijn verbandpost in Hotel Schoonoord was overvol aan gewonden. En zo kwamen de beide mannen met elkaar in contact. Er werd overeengekomen dat men eerst naar het hoofdkwartier ging van Harzer. Dokter Van Maanen moest achterblijven, maar Warrack en ‘Johnson’ namen plaats in een buitgemaakt jeep die door Skalka door een wirwar van straten reed. Dit om de mannen in het ongewisse te laten waar ze heen gingen, naar de HBS aan de Hezelbergerweg.

Het voormalige Hotel Schoonoord, de verbandpost van majoor Egon Skalka

Harzer, commandant van de 9 SS Division, weigerde in eerste instantie. De chef-staf van Harzer, kapitein Schwarz stelde voor de kwestie aan generaal Bittrich voor te leggen. Toen Bittrich binnenkwam sprongen de aanwezige officieren in de houding en riepen nog steeds vol overtuiging ‘Heil Hitler’. Bittrich luisterde naar Warrack en gaf zijn toestemming. Hij drukte een fles cognac in de handen van Warrack met de woorden; ‘voor uw generaal’. Om 10.30 uur was de zaak beklonken. Om 15.00 uur zou de wapenstilstand in gaan voor de duur van twee uur. Op de weg terug maakten de Britse onderhandelaars een korte stop bij het St.-Elisabethgasthuis. Hier hoorden de aanwezige artsen en verplegers voor het eerst van het verlies van de brug en hoe General Urquhart probeerde de perimeter open te houden.

En weer wordt een gewonde para afgevoerd.

Klokslag 15.00 uur zwegen opeens de kanonnen. Een onwerkelijke stilte overviel de para’s die alleen maar gewend waren aan het constante gedreun en geknal. Sommigen deed de ‘sound of silence’ zeer aan de oren. En zo begon de afvoer van gewonden. Eén van hen was Brigade-General Hackett die die morgen geraakt was door scherven. Hij had een nare buikwond die hem veel pijn deed. Ondanks het staakt-het-vuren klonken regelmatig schoten. Iedereen was zenuwachtig en er waren steeds misverstanden. Vooral de Polen waren helemaal niet gediend van het bestand, deze wilden Duitsers doden. Het koste veel overtuiging hen te laten stoppen met schieten. En zo trokken de gewonden richting Arnhem. Vierhonderdvijftig gewonden, waaronder tweehonderd lopende, vertrokken met een baard van een week, vuil en met holle rode ogen, uit de perimeter. Om 17.00 uur barste de hel in Oosterbeek weer los. Op sommige plekken hadden Duitse soldaten zich in die periode dieper in de perimeter gewaagd en werden er nu weer uitgejaagd door de Britten.

Oud inwonder van Oosterbeek, Johan Sardini, wijst op de MDS
(Medical Dressing Station Crossroad) op het kruispunt Utrechtseweg/Stationsweg.
Naast Hotel Schoonoord (rechts buiten beeld) en Hotel De Tafelberg,
werd ook het witte gebouw aan de overzijde gebruikt als MDS.

Langzaam zette de avondschemer zich in op deze zondag de 24ste september, 1944. Het waren een paar miezerige dagen geweest met een zeurderige regen. De nu vieze, natte en ellendige para's waren aan het einde van hun latijn. Misschien dat het de komende nacht zou lukken om nieuwe voorraden en troepen in de perimeter te krijgen.

Duitse troepen sluipen door de achtertuinen in Oosterbeek.


’A Bridge Too Far’

Laurence Olivier als dokter Spaander

De film A Bridge Too Far besluit na de val van de brug bij Arnhem in een stroomversnelling te gaan. Deze episode is vooral voor Laurence Olivier in de rol van de fictieve dokter Spaander. We zien een vertwijfelde Kate ter Horst (Liv Ullmann) in ietwat gebrekkig ‘Nederlands’ vragen aan dokter Spaander of het nog erger kan worden, waarop hij antwoord: ‘Oh,… nog veel erger,…’
Vervolgens ‘snijdt’ de film naar oprukkende tanks richting Elst die vervolgens door granaatvuur, uit verderop gelegen bossen, worden uitgeschakeld. Hier zien we weer even de bulldozer (met de plastickoepel) in actie komen.

‘Oh,… nog veel erger,…’

Onderwijl roffelen de granaten rond Hotel Hartenstein. Dokter Spaander vraagt toestemming aan General Urquhart of hij aan de Duitsers een korte vuurpauze mag vragen om de gewonden af te voeren. En zo zien we even later Spaander met generaal Ludwig (Harzer) praten over een pauze, die Ludwig niet geven wil, maar Bittrich, door tussenkomst, wel geeft. Deze scène is de verbinding tussen twee generaals die beide voor de overwinning gaan. Urquhart zegt aan Spaander dat het gebulder dat ze horen de kanonnen zijn van XXX Corps, Ludwig verteld aan Spaander dat er geen tijd is, want ze zijn het gevecht aan het winnen.

Spaander overlegt met Bittrich over een staakt het vuren

Deze scènes zijn een wel zeer vrijpostige aanpassing aan de werkelijkheid. Maar in grote lijnen, de toestemming van Bittrich is er in verwerkt, is het een goede oplossing. Toch kun je je afvragen of het alleen zo bedacht is om Olivier een aantrekkelijke rol te geven. De chef-arts Warrack was een kleurrijk figuur en had best geëerd mogen worden dat zijn karakter ook verfilmd was geweest.

Spaander in een door de Duitsers buitgemaakte (vroege) Willys MB Jeep
(achter Spaander ontwaren we Frederik de Groot)

Het is jammer dat de makers van de film vooral Hartenstein en het huis van Kate ter Horst laten zien. Want het lijkt in A Bridge Too Far alsof de para’s van de 1st British Airborne Division zich simpelweg lieten afslachten door de Duitse granaten. Nergens zien we enige gevechten tussen de Duitsers en de para’s rond de huizen van Oosterbeek. Nergens wordt getoond hoe heldhaftig kleine groepjes mannen er op uit gingen om Duitse tanks of sluipschutters uit te schakelen. Daarentegen wordt ook geen aandacht besteed aan de mannen die het niet langer aankonden en knettergek werden. Wel zien we General Sosabowski (Gene Hackman) een belofte maken aan de man die de rivier overzwom met de boodschap van General Urquhart om Poolse manschappen te sturen (in de film een rap sprekende Brit, in het echt was het een Pool, Captain Zwolanski).
General Sosabowski: ‘Tell the General we’re coming,… we’re coming tonight,…’
Even later horen we katrollen ratelen en zien we rubberbootjes voortgetrokken door touwen. Een Duitse lichtfakkel maakt een einde aan het voorzichtige voortrekken. Machinegeweren ratelen en granaten komen neer. Verschillende mannen raken gewond of sneuvelen en rubberbootjes worden lek geschoten.

Donald Pickering als Colonel Charles Mackenzie

Het vertrek van Colonel Mackezie en Lt-Col. Myers de rivier over naar de Polen komt ook niet aan bod. En de moeite van deze mannen om naar Nijmegen te komen om hulp te vragen bij Browning wordt ook niet behandeld. Na de heldhaftige oversteek van de 82nd Airborne bij de Waalbrug van Nijmegen, zien we geen Amerikaanse strijd meer in de corridor in de film. De makers zaten met de lengte van de film, en moesten ruw hakken in het echte verloop operatie Market-Garden.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'