'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

82nd Airborne Division

Brigadier-General James Gavin, commandant 82nd Airborne
maakt zich gereed voor zijn sprong in Nederland

Rond 12.45 uur kwamen twee Amerikaanse C-47’s bij Overasselt om daar te markeren voor de 82nd Airborne. De negentienjarige Theodorus Roelofs zag de parachutisten van de ‘pathfinders’ neerkomen nabij Overasselt en snelde er op af. Toen de Amerikaanse para’s hoorden dat hij goed Engels sprak werd hij gelijk als gids en tolk ingelijfd. De para’s markeerden het gebied met violet kleurige rook met als ‘target’ een grote gele cirkel van rook. Om 12.50 uur waren alle landingsgebieden van Market gemarkeerd en kon de hoofdmacht binnenkomen.

De landingsgebieden van de 82nd Airborne Division.
De rode lijn is de route voor XXX Corps.
De gele lijn was de geplande route XXX Corps,
maar de bruggen bij Hatert en Honinghutje waren opgeblazen.
(Google Earth)

Ten noorden en zuiden van Groesbeek sprong de 505th en 508th PIR van de 82nd Airborne Division. Officieel zou er weinig weerstand van Duitse verdediging te verwachten zijn, maar tijdens het afdalen van de para’s werd er fanatiek geschoten met geweer- en afweervuur. Om dit gevaar te lijf te gaan kwamen jachtbommenwerpers te hulp. Ondanks hun aanvallen op de Duitsers, werden verschillende jagers op hun beurt ook getroffen. Drie werden neergeschoten, waaronder een P-47 Thunderbolt. Deze maakte brandend een buiklanding. De para’s die het zagen gebeuren verwachtten niet dat de piloot het overleefd had, maar de kap schoof naar achteren en piloot kwam naar buiten. Hij sprintte naar een ploegje gelande para’s. Sergeant James Jones vroeg aan de hijgende piloot waarom hij niet gesprongen was. De piloot lachte het weg: ‘Nee zeg, daar was ik veel te bang voor!’ Ook van de andere twee neergeschoten jagers wisten de piloten een geslaagde buiklanding te maken. Van een P-51 Mustang piloot werd verteld dat deze, nadat hij uit zijn wrak was geklauterd, dat hij een geweer wilde van de para’s, want hij wist waar de rotzak zat die hem beschoten had. Hij griste een wapen weg en rende het bos in. Binnen een 18 minuten waren 4511 manschappen van de 505th en de 508th geland met hun 70 ton aan uitrusting. Toen de DZ’s gezuiverd waren werden de terreinen gereed gemaakt voor de zwevers en voor het afwerpen van het geschut.

Colonel Reuben H. Tucker, commandant van de 504th PIR

Een dikke tien kilometer ten zuidwesten van Groesbeek was de DZ van de 504th PIR. Honderdzevenendertig C-47’s brachten de para’s onder het commando van Colonel Reuben H. Tucker ten noorden van Overasselt. Om 13.15 uur was het licht op groen gegaan en begonnen 2016 para’s te springen.

Het US 504th PIR, 325th Glider en Polish Para Memorial bij Overasselt

Elf C-47 waren afgezwenkt naar een kleine DZ waar Easy Company van de 504th zou springen. Hun doel was de zuidelijke oprit van de brug bij Grave. De rest van de 2nd battalion zou oprukken vanuit de DZ bij Overasselt om de noordzijde van de brug in te nemen. Een peloton dat ten zuiden van de brug was neergekomen rukte direct op onder leiding van Lt. John S. Thompson. Duitse soldaten die tussen een schuurtje en de brug renden met bundels werden onder vuur genomen, de para’s waren bang dat ze springladingen naar de brug brachten. Later bleken het dekenrollen van de Duitsers te zijn die ze in veiligheid wilden brengen,… vier Duitsers stierven voor enkele dekens en één raakte gewond. Twee aanstormende vrachtwagens vanuit Grave werden ook tot stoppen gedwongen, waarbij de chauffeur van de eerste werd gedood. De soldaten die er in zaten hadden geen behoefte aan vechten en namen de kuierlatten.

De John Thompsonbrug bij Grave, Toen en Nu.

In 1936 waren er aan de zuidezijde van de brug, als onderdeel van de Peel-Raamstelling, twee B 270a-type kazematten gebouwd, ook bekend als 'flankerende betonkazemat'. In 1940 bestond de bewapening bestond uit een 5 cm PAG-kanon (machinefabriek Hembrug) en een zware watergekoelde mitrailleur type M'08.16 Schwarzlose, kaliber 7.9 mm. Op de zuidelijke kazemat stond op 17 september 1944 een 20mm Flak kanon, maar de hoek kon niet lager en de hete kogels vlogen over de para’s heen. De bazooka schutter, soldaat Robert McGraw, schakelde met drie granaten het vijandelijke vuur uit.

De zuidelijke kazemat waarop een 20mm kanon stond
(de camouflage is gereconstrueerd naar vooroorlogs voorbeeld)

Aan de noordzijde van de brug werd vuur afgegeven door een dubbele 20mm, maar desondanks wist het peloton van Thompson elektriciteitskabels (van de springladingen?) te vernielen en plaatsten ze mijnen op de oprit. De veroverde 20mm werd ingezet door de para’s tegen de dubbele 20mm aan de overzijde van de brug. Om 13.45 uur was de zuidzijde van de brug in handen, en nadat de versterking was gearriveerd vanuit Overasselt, werd de 500 meter lange brug van Grave om 17.00 uur veilig verklaard.

Als tegenwoordig de vlag wappert op de noordelijke kazemat
is het museumpje toegankelijk.

Het monumentje voor de mannen van Thompson
met op de achtergrond de noordelijke kazemat.

Diezelfde middag kwam ook de 376th Field Artillerie Battalion binnen met 554 man elite troepen in 48 vliegtuigen die ook twaalf 75mm houwitsers bij zich hadden en 700 granaten. Lt.Col. Wilbur Griffith, commandant van de 376th brak zijn enkel bij het neerkomen, maar zijn mannen organiseerden een kruiwagen en zo werd Griffith van hot naar her gereden. Een kwartiertje na de landing de 376th kwamen er 46 Waco zwevers binnen gevlogen. Aan boord, jeeps, anti-tank geschut, munitie, aanhangwagentjes en ook onderdelen van het divisiehoofdkwartier. Niet alle zwevers kwamen goed terecht. Sommigen kwamen kilometers verder neer dan de LZ. Eén van de Waco’s raakte onbestuurbaar toen de piloot getroffen werd. Captain John Connelly, beslist geen piloot, nam de besturing ter hand en wist de kist tien kilometer hard neer te zetten. Terwijl de meeste mannen aan boord gevangen genomen werden, wisten Connelly en een ander te ontsnappen en kwamen de volgende dag bij hun onderdeel aan.

Van de 82nd Airborne Division kwamen 7467 para’s aan de grond, hetzij per parachute of per zwevers. Drie zwevers gingen verloren, twee voor ze Nederland bereikten en de andere stortte neer bij Vught, niet ver van het hoofdkwartier van generaal Student. Het hoofdkwartier van Browning kwam met haar zwevers bijna in Duitsland terecht, slechts honderd meter vanaf het Reichswald.

101st Airborne Division

Om 12.47 uur kwamen de vier C-47 met ‘pathfinders’ aan boord ten noorden van Eindhoven. Zeven minuten voor het springen van de hoofdmacht van de 101st Airborne Division kregen deze te kampen met hevig afweervuur. Eén C-47 ging verloren waarbij, op vier na, alle inzittenden omkwamen. Jachtbommenwerpers van de Geallieerden hadden zoveel mogelijk geprobeerd Duitse luchtafweer aan te pakken, maar nu werden opeens camouflage netten verwijderd rond Flak kanonnen en zelfs hooibergen met verscholen luchtafweer gingen open. Ondanks dat verschillende C-47’s in brand stonden, bleven de piloten van het Negende Amerikaanse Transport Commando standvastig op koers. Ook het toestel van Col. Robert F. Sink, commandant van het 506th PIR kreeg een voltreffer in de vleugel, maar kon op koers blijven. Sink zag ook de vleugel van de C-47 van zijn nummer twee, Lt. Col. Charles Chase in brand staan. Chase had koelbloedig opgemerkt, nadat hij ook de brandende vleugel had gezien; ‘I think they are on to us,… I think it’s time to go.’ Deze C-47 brandde geheel uit, terwijl die van Sink veilig in Engeland terugkeerde.

De DZ en LZ van de 101st Airborne Division
(Het 1st Battalion van 501st kwam verkeerd terecht)
(Google Earth)

De divisie commandant van het 101st, Maxwell D. Taylor, was trouwens buitengewoon tevreden met de landing. Van de 6695 paratroopers wisten 6669 veilig uit hun C-47’s te komen. Zestien C-47 keerden niet terug in Engeland, deze waren neergestort waarbij de bemanning het leven liet. Eén op de vier van de 424 C-47’s was beschadigd door het Duitse afweervuur. Van de zeventig Waco’s zwevers kwamen er slechts drieenvijftig in de landingzones aan. Maar ze brachten wel 80% van de zeer belangrijke jeeps en aanhangers binnen.

De paratroopers landden temidden van de kleurige rook van de 'pathfinders'

Direct na de landing was generaal Taylor van de 101st Airborne richting Eindhoven in een jeep gereden. Hier ontdekte hij dat het Britse XXX nog niet was aangekomen. Via het gewoon werkende telefoonnetwerk van Eindhoven werd Taylor op de hoogte gesteld van de situatie langs de corridor. Veghel was binnen twee uur in handen van de 101st gevallen, waarbij de vier belangrijkste bruggen veilig waren gesteld. Ook de brug bij St. Oedenrode viel in Geallieerde handen. De telefoniste van St.Oedenrode hoorde opeens een Amerikaanse stem die een verbinding vroeg naar Valkenswaard. Het werd duidelijk dat de Britten met hun tanks die nacht Eindhoven niet zouden bereiken en dat de 101st het langer zou moeten uithouden zonder tankondersteuning.

Medics van de 101st Airborne Division voor de Lambertuskerk in Veghel
(Met twee leden van de Knokploeg 'Veghel-Eerde')

De brug bij Son was het doelwit voor onderdelen van A en D Company, 506th PIR. De para's trokken vanuit het westen, langs het Wilhelminakanaal op de brug aan. Duitse 88mm Flak kanonnen probeerden hen te stoppen, maar de veteranen van Normandië zetten door. Het leek even dat de brug bij Son in Amerikaanse handen zou vallen, maar deze werd vlak voor de inname opgeblazen door de Duitsers. Direct nadat de brug van Son opgeblazen was, doken drie paratroopers, Major LaPrade, 2nd Lt. Weller en Sergeant Dunning het kanaal in en zwommen naar de zuidoever. Anderen staken per roeiboot het kanaal over en wisten de Duitsers te verdrijven. Er werd aan beide kanten van het kanaal een bruggenhoofd gevestigd. De middenpijler van de brug was intact en met gevorderd hout werd een noodbrug voor voetgangers gemaakt. Het wachten op de Bailey brug kon beginnen. Het was een zwaar offer geweest, verscheidene doden en gewonden, plus 30% van de officieren was uitgeschakeld.

Een 88mm Flak kanon voor de Sint-Aloysius Jongensschool in Son,
het werd uitgeschakeld door de bazooka van John Lindsey van de 506th PIR
(aan het einde van de straat lag de brug over het Wilhelmina kanaal)

Nu de brug van Son opgeblazen was, werd de brug bij Best belangrijk. H Company van de 502nd PIR werd deze opdracht gegeven. Maar het felle verzet vroeg een complete inzet van het regiment. Het verzet werd gegeven door eenheden van de Eerste Parachutistenleger van Student en onderdelen van Von Zangens Vijftiende Leger, dat met de gehavende 59ste divisie van Poppe en artillerie fel van zich afbeet.

De brug bij Best leek af en toe wel in Amerikaanse handen, maar de Duitsers bleven terugvechten en zo ging de strijd op en neer. De gehele nacht gingen de gevechten om de brug door tot ver in de volgende dag, maandag 18 september. De compagnie onder commando van Lt. Edward L. Wierzbowski leed steeds meer verliezen. Het Amerikaanse hoofdkwartier van de 101st Airborne had gerekend op een zwakke bezetting bij de brug van Best, maar nu bleken er zo’n duizend Duitsers te zitten. Het merendeel van het vergeten 15de Duitse Leger. Rond het middaguur slaagden de Duitsers erin om de brug op te blazen. Nu was alleen nog de opgeblazen brug van Son de enige optie,… maar wanneer was de Bailey brug gereed? Deze was nog niet eens in Son aangekomen.

Private First Class Joe E. Mann

Na de strijd om de brug bij Best werd een Medal of Honor postuum uitgereikt aan Private First Class Joe E. Mann. Deze was vier maal gewond geraakt bij de gevechten rond de brug waardoor beide armen omzwachteld tegen zijn lichaam waren gebonden. Toen een Duitse granaat temidden van zijn makkers viel, liet Mann zich op de granaat vallen. Hiermee redde hij het leven van de anderen om hem heen.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'