'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

'For God sake,... get things sorted out,...
before we got a bloody disaster on our hands'
(Sean Connery (Lt.Gen. Urquhart) tegen Stephen Moore (Major Steel)
over de niet werkende radio's)

Na de week van voorbereidingen achter de rug, brak dan de grote dag aan. Zondag 17 september 1944 startte operatie Market-Garden. Het was ook een dag dat in de Britse kerken de ‘few’ uit de Slag om Engeland werden herdacht. En nu dreunde deze ochtend de lucht van ontelbare vliegtuigen. De eerste operaties van de dag werden uitgevoerd door 1400 Geallieerde bommenwerpers. Deze voerden bombardementen uit op doelen in het gebied van Market-Garden. Van deze eerste missies wordt in de speelfilm A Bridge Too Far niets getoond. Wat eigenlijk jammer is, want de indruk kan zo gewekt worden dat de paratroepers sprongen in gebieden waar de Duitsers zonder ‘weekmakers’ hen opwachtten. Het tegendeel was waar, er was getracht met grote precisie bombardementen uit te voeren waardoor veel Duitse troepen nog redelijk gedemoraliseerd en lamgeslagen zouden zijn, zij het voor korte tijd, als de parachutisten zouden neerkomen.

(Op verschillende locaties vielen de bommen goed, maar soms ook finaal naast het doel. Jan Kijlstra, uit Ede schreef mij dat Ede op 17 september tweemaal werd getroffen, eenmaal in de ochtend en eenmaal in de middag. Het doel zou de zeven kazernes in de omgeving moeten zijn. Maar hoofdzakelijk burgerdoelen in het zuiden en in het centrum werden getroffen. Er waren rond de zeventig doden en een veelvoud aan gewonden.)

Dit is toch echt uit A Bridge Too Far

Om 09.45 uur trokken de eerste C-47, Stirling, Halifax en Albemarles bommenwerpers de lijnen strak om de Waco, Horsa en Hamilcar zwevers vol troepen en materieel de lucht in te sleuren. In totaal zouden met de eerste ‘lift’ 478 zwevers richting Nederland gaan. Het was een enorme organisatie om de ‘treinen’ met troepen in een perfect tijdschema te brengen. De 1st Airlanding Brigade van de 1st Airborne Division naar Arnhem, onder commando van brigadegeneraal Philip ‘Pip’ Hicks, vertrok als eerste met 320 zwevers op sleeptouw. Deze zouden even na 13.00 uur (Nederlandse tijd) landen in hun landingzone (LZ-S) en een deel in dropzone DZ-X.

Dertig minuten nadat Hicks was geland, en het gebied had veiliggesteld, zou de 1st Parachute Brigade Group onder leiding van brigadegeneraal Gerald Lathbury uit 140 troepentransport vliegtuigen springen in DZ-X.

Horsa zwevers gereed voor vertrek richting Arnhem

Iedere minuut werd een zwever opgetrokken en vervolgens in een verzamelpunt gebracht. Terwijl deze toestellen aan het formeren waren, vertrokken om 10.25 uur twaalf Britse Stirling bommenwerpers en zes Amerikaanse C-47 met aan boord de ‘Pathfinders’. Deze zouden voor de hoofdmacht de drop- en landingzones markeren.

Major-General Maxwell Taylor, commandant van de 101st Airborne Division.
Rechts, Paul Maxwell die Taylor speelde in A Bridge Too Far (zoek de verschillen)

Rond dezelfde tijd vertrokken ook de 424 C-47’s met de 101st Airborne Division richting Eindhoven. Deze hadden tevens 70 extra C-47’s met Waco zwevers op sleeptouw. Gelijk met de 101st vertrok ook de eerste van 625 troepentransport vliegtuigen met aan boord de 82nd Airborne Division richting Nijmegen. Tevens waren er voor de 82nd 50 C-47’s met een Waco zwever achter zich aan. Tussen deze armada vloog ook de speciale ‘luchttrein’ van 38 Horsa’s waarin het hoofdkwartier van Browning was ondergebracht, dat ook als bestemming Nijmegen had. Het moet een imposant gezicht zijn geweest, over een breedte van 5 kilometer en met een lengte van naar schatting 150 km! dreunde de luchtvloot naar het oosten.

17 september 1944, de RAF basis Harwell
1st Airborne Division para's van de 2de lift zwaaien hun kameraden uit


A Bridge Too Far

Meer dan 1500 C-47 Dakota’s werden ingezet voor Market-Garden. Levine kon voor zijn productie 30 jaar later slechts beschikken over 11 stuks. Twee ex-Portugese luchtmacht C-47’s, de 6153 en de 6171 (met Amerikaanse registraties: respectievelijk N9984Q en N9983Q), twee van de Frans Somalische Eilanden, F-OCKU en F-OCKX (N9985Q en N9986Q) werden aan gekocht door Levine (de laatste twee waren te slecht om mee te opereren). Zeven C-47’s werden geleend. Drie van de Deense luchtmacht, K-685, K-687 en K-688 en vier Finse luchtmacht machines, DO-4, DO-7, DO-10 en DO-12. Er werd met de Dakota’s gevlogen vanaf de vliegbasis Deelen, eens een basis voor Duitse vliegtuigen.

Dakota's in hun woestijn camouflage,...

De toestellen kregen Britse en Amerikaanse nummers die onderling uitwisselbaar waren. Helaas werden de C-47’s in de verkeerde kleur gespoten, een gele woestijn kleur in plaats van de originele ‘olive drab’. Dit zou bewust gedaan zijn om de vliegtuigen beter tegen de donkere heidevelden af te laten steken bij een shot van boven af. Om de negen luchtwaardige op een vloot van honderden te laten lijken werd in het laboratorium gegoocheld door Wally Veevers en hij komt er goed mee weg.


Enkele dagen vóór de jump in Nederland werden de paratroopers opgesloten in hun kampementen. Hier kregen ze te horen van Market-Garden. Zoals het 504th PIR van de 82nd Airborne Division. De mannen kregen te horen dat hun doel de brug bij Grave was. Menigeen vond dit een wrange grap (Grave = Graf in het Engels). Daardoor werd de uitspraak van Grave (‘Greef’) verbasterd tot ‘Greevie’ (wat meer leek op ‘gravy’ – vleesjus).
Lt. Col. Louis G. Mendez, commandant van het 508th PIR van de 82nd, verzocht aan de piloten die hen naar de doelen zouden vliegen dit ook daadwerkelijk te doen. Tijdens de nachtelijke sprong over Normandië waren ze zover uit elkaar neergekomen dat hij van zijn gevechtsgroep toen maar de helft had kunnen verzamelen. Nu eiste hij dat de landing in Nederland desnoods in de hel zou zijn, als ze maar neer kwamen op één plaats!
Bij de 101st Airborne Division was de aalmoezenier Raymond S. Hall, 502nd PIR, nog herstellende van zijn in Normandië opgelopen verwondingen. Van de doktoren mocht hij niet springen met zijn mannen. Na lang aandringen ‘dat zijn mannen hem nodig hadden', mocht hij uiteindelijk mee, maar wel in een zwever. Hij vond het vreselijk want als parachutist vond hij zwevers zeer onveilig.

C-47's die de 82nd Airborne Division overvliegen,
let op het extra pakket met voorraden onder de romp.

Tijdens de overtocht van operatie Market gebeurden verschillende ongelukken, voornamelijk met de zwevers. Voor de Engelse kust bereikt was voor de oversteek waren er al dertig zwevers met manschappen en materieel verongelukt (waaronder 23 voor Arnhem). Gelukkig konden de meeste veilig landen (en op een later transport worden gezet), maar vele mannen kwamen vroegtijdig al om het leven. Er zouden er nog meer verongelukken onderweg en tijdens de landingen en die verliezen zouden in het verloop van de strijd ernstig blijken te zijn. Voor eventuele noodlandingen in de Noordzee waren er zeventien snelle schepen beschikbaar om de onfortuinlijke mannen op te pikken.

Een Waco zwever na een noodlanding op zee.

Sergeant Cyril Line, piloot van een Horsa achter een Stirling sleper, was juist aan het kijken naar een Horsa die een noodlanding op de Noorzee maakte, toen de Stirling die hen voortrok zijn stuurboordmotoren uitvielen. Hij beleefde de vreemde sensatie dat hij opeens sneller vloog dan de bommenwerper en deze in begon te halen. Hij ontkoppelde snel en waarschuwde de mannen achterin dat ze ‘de plomp ingingen’. In paniek begonnen de soldaten achterin op het plafond en de zijkanten in te slaan om een ontsnappings’luik’ te forceren. Line riep daar mee te stoppen en zich in te snoeren. Even later klapte de Horsa op het water en brak door de sloopwerkzaamheden geheel door midden. De laadruimte was uit elkaar gespat maar gelukkig konden alle mannen snel gered worden. In totaal gingen er op zee acht zwevers van de eerste lift verloren. Helaas voor Urquhart hadden daarvan vijf Arnhem als bestemming.

Een Horsa gefotografeerd vanuit de sleper, een Stirling.

De tocht van de 101st Airborne Division ging vrij soepel omdat deze grotendeels over, door de Geallieerden bezet, België vlogen. Maar de Britse 1st en de Amerikaanse 82nd Airborne Division, die de noordelijke route vlogen, hadden te maken met felle luchtafweer vanaf de Zeeuwse eilanden. De escorterende jachtbommenwerpers probeerden deze tot zwijgen te brengen. In de dunwandige zwevers, van doek en multiplex, was het een angstige beleving voor vooral de nieuwe lichting soldaten aan boord. Veteranen hoopten alleen maar dat ze snel naar buiten konden. Sommigen probeerden onverstoorbaar de tijd te vullen. In een Horsa zag tweede piloot sergeant Bill Oakes, die vol spanning zijn zwever recht probeerde te houden, toen hij even omkeek, vuur achter bij de soldaten. Hij worstelde zich naar achteren om te ontdekken dat de mannen thee aan het zetten waren. Woedend vertelde hij hun dat het levensgevaarlijk was op die multiplexvloer en ook nog eens in de nabijheid van de aanhangwagen vol munitie! Terug in de cockpit vertelde hij het voorval aan de piloot, sergeant Bert Watkins, die laconiek reageerde: ’Zeg tegen ze dat ze ons niet vergeten als de thee klaar is’. Voor Oakes werd deze opmerking iets teveel en hij begroef zijn hoofd in zijn handen.

Een C-47 neergehaald door Flak en neergestort in België,
let op de (uitgeschakelde) Duitse Jagdpanther bij de stuurboordvleugel.

Niet alleen zwevers stortten neer, ook troepentransport vliegtuigen werden slachtoffer. Nadat Lt. James Megellas, ‘jumpmaster’ aan boord van een C-47 van het 82nd een ander C-47 zag neerstorten op het eiland Schouwen, gaf hij de ‘hook-up’ order veel eerder dan de afgesproken vijf minuten voor de sprong. De bewuste C-47 die hij had zien verongelukken had een Waco zwever achter zich gehad die in de lucht uit elkaar viel door het luchtafweer waardoor alle mannen naar buiten vielen en te pletter sloegen. De C-47 werd getroffen door lichtspoor en vloog in brand. Gelukkig wist de piloot het toestel redelijk in bedwang te houden zodat de manschappen achterin ontsnappen konden met hun gecamoufleerde parachute. Als laatste kwam een witte parachute naar buiten, één van de twee vliegers wist ook te ontsnappen. Kort daarop plofte het toestel tegen de aarde. Door de klap bolde een witte parachute door de voorzijde van het wrak,… was dit de parachute van de laatste piloot?

Het Plan:
Ten westen van Arnhem landden de eerste troepen
(Google Earth)

In LZ-S en DZ-X kwam de 1st Airlanding Brigade met Horsa zwevers (Hicks)
In DZ-X kwam de '1st lift' met paratroepers van de 1st Airlanding Brigade (Lathbury)
In LZ-X en LZ-Z kwam de '2nd lift', 1st Para Brigade (Lathbury)
In DZ-Y, LZ-X en LZ-Z kwam de '2nd lift', 4th Para Brigade (Hackett)
In DZ-K (verplaatst) en LZ-L kwam de '3rd lift', met de Poolse para Brigade
In de rode vierkant ligt de verkeersbrug van Arnhem
'Leopard' is de route voor 1st en 4th Para Battalion (Dobie)
'Tiger' is de route voor de 3rd Para Battalion (Fitch)
'Lion' is de route voor 2nd Para Battalion (Frost)

Rond 12.40 uur kwamen de twaalf ‘pathfinder’ Stirlings ten westen van Arnhem om te markeren op de Renkumse Heide. Tien minuten later kwam de hoofdmacht aan en Market was begonnen.

Veldmaarschalk Walter Model zat juist klaar voor zijn lunch, die hij deelde met zijn staf-chef generaal Krebs, in Hotel Hartenstein. Models kwartiermeester, Gustav Sedelhauser bracht het nieuws dat er zweefvliegtuigen landden bij Wolfheze. Model gaf direct order om het hoofdkwartier te ontruimen en stond op om zijn eigen spullen te halen. Over zijn schouder riep hij zijn verontrusting: ‘Ze moeten mij hebben en dit hoofdkwartier,..!’
Tijdens de vlucht uit Hotel De Tafelberg vloog de koffer van Model open waardoor de inhoud over straat rolde. Ook Krebs was zo paniekerig dat hij zijn pet en pistool vergat. Von Tempelhof vergat de stafkaarten mee te nemen en kolonel Freyberg, de adjudant van het hoofdkwartier, had ook haast en schreeuwde in het voorbijgaan naar Sedelhauser; ‘Vergeet mijn sigaren niet!’ Toen de wagen met Model naar Doetinchem vertrok, naar het hoofkwartier van Bittrich, ruimde Sedelhauser de stafkaarten weg waarop alle posities stonden van de Duitse troepen. Kort voor Sedelhauser ook vertrok kreeg hij een laatste rapport,…; De Britse paratroopers waren nog op slechts drie kilometer. In de snelheid vergat Sedelhauser de sigaren van Freyberg.


A Bridge Too Far
Bovenstaande situatie is deels terug te vinden in de film A Bridge Too Far. Model, een rol van Walter Kohut, krijgt te horen, terwijl hij van zijn lunch geniet in Hotel Hartenstein, dat er Britse luchtlandingen bezig zijn. Hij schuift zijn stoel naar achteren:
‘Waarom doen ze dat?… Hier is niets van belang,… Ik ben belangrijk! Ze komen om mij gevangen te nemen!’
.
Model loopt naar de deur en roept: ‘Haal mijn auto,…
En krijgt vervolgens de woorden van Freyberg in de mond ; ‘… En vergeet mijn sigaren niet!’

Model (Walter Kohut) aan zijn lunch in Hotel Hartenstein

In de speelfilm ontbreekt niet alleen het inleidende bombardement op verschillende strategische doelen, maar ook de voorbereidende werkzaamheden van de Pathfinders en de troepen die de landing- en dropzones moeten veiligstellen voor de hoofdmacht arriveert. Dus we zien alleen de vlucht van de ‘1st lift’, van de hoofdmacht, aan paratroopers springen en neerkomen. Van landende zwevers is niets te zien. Eenmaal in de heide geland neemt Lt.Col John Frost zijn jachthoorn ter hand en geeft het verzamelsignaal. Geflankeerd door zijn ‘brother in arms’, Major Harry Carlyle, een rol van Christpher Good, zetten ze koers naar de brug van Arnhem. Onderweg worden de ‘bevrijders’ verwelkomd door dankbare Nederlanders,… Een ieder nog onwetende van het drama wat hen te wachten staat.

Figuranten als 1st Airborne troopers onderweg naar Arnhem (dit is bij Bronkhorst)
(foto: Harry Hommes)

Generaal Kurt Student zag in Vught de parachutisten neerkomen in het zuiden, richting Eindhoven. Hij was jaloers op al de manschappen en materieel en zei dit tegen zijn chef-staf, kolonel Reinhard. Op verzoek van Student probeerde Reinhard het hoofdkwartier van Model te bereiken, in Hotel De Tafelberg, maar deze was daar reeds vertrokken.

Bittrich spreekt de dialoog van generaal Kurt Student uit

Wat kompleet in A Bridge Too Far ontbreekt is de aanwezigheid van generaal Kurt Student. Om toch de zin,... 'Wat zou ik graag zo'n strijdmacht nog eenmaal hebben,...' werd deze in A Bridge Too Far uitgesproken door Bittrich, terwijl deze buiten zijn hoofdkwartier de luchtlandingstroepen over ziet komen (wat niet waarschijnlijk is daar Doetinchem zo'n 20 kilometers ten oosten van Arnhem ligt en de Dakota's ten westen van Arnhem al keerden, in verband met het Duitse luchtafweer rond Arnhem).

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'