'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

'...Someone's come up with a real nightmare,...'
(Robert Redford als Major Julian Cook)

Toen op 26 april 1976 voor het eerst ‘actie’ werd geroepen om de eerste scène op te nemen voor A Bridge Too Far waren er al maanden van voorbereiding achter de rug. In oktober van dat jaar was het in the ‘can’ en begon the post-production. De film werd strak geregisseerd als een operatie in oorlogstijd. Dankzij de strakke regie en het goede weer, het was de warmste zomer in Nederland van de laatste 100 jaar, kwam de film binnen de gestelde tijd en binnen budget gereed om in juni 1977 in première te gaan. De voorbereiding voor de oorspronkelijke operatie Market-Garden moest in 7 dagen. Tien dagen na de start van de operatie was deze mislukt met vele doden en gewonden en een verwoest Arnhem. Ik kan u het volgende vast verklappen,... ook in de film mislukt de operatie. Dus ondanks de enorme voorbereiding voor de film A Bridge Too Far wisten ook de makers er geen ‘happy end’ van te maken. Integendeel, de makers stond voor ogen een zo accuraat mogelijk verhaal te tonen. Er zouden verschillende onderdelen van Market-Garden worden getoond, maar het zou voornamelijk draaien rond de kleine perimeter in Arnhem en Oosterbeek. Tijd was de factor dat men moest besluiten drastisch te snijden in het complete overzicht wilde men de film rond de drie uur lengte houden. Dus sneuvelden vele verhaallijnen van operatie Market, rond de Britse 1st Airborne, de Amerikaanse 82nd en 101st Airborne Division. Van de operatie Garden konden alleen maar wat stukjes rijdende voertuigen en tanks op smalle dijken worden getoond (naast de indrukwekkende openingsaanval onder leiding van ‘Joe’ Vandeleur). Het geeft dus een vertekend beeld. Men zou kunnen denken dat alleen na het startpunt van XXX Corps aan de Belgische/Nederlandse grens, op twee stukjes in en rond Arnhem en rond de verkeersbrug van Nijmegen werd gevochten. Niets was minder waar, over een lengte van zo’n 120 kilometer werd gevochten in een chaos van fileverkeer, onduidelijke verplaatsingen van vijandelijke troepen, slechte communicatie en vooral het verschillen in opereren van de Geallieerde legers onderling. Hieronder wordt aan de hand van de film de fictie met de feiten vergeleken. Maar voor die behandeld worden eerst in het kort hoe de film tot stand kwam.

Producent Joseph E. Levine

Joseph E. Levine produceerde, co-produceerde, financierde, presenteerde of distribueerde 491 films,… A Bridge Too Far werd zijn 492ste en wellicht zijn meest ambitieuze project. Het boek A Bridge Too Far (1974) van Cornelius Ryan was nog vier jaar in de pen voor het verscheen, maar Levine had toen de rechten al gekocht. Levine was enthousiast over het resultaat en het moest verfilmd worden. Het zou een oorlogsfilm worden zoals er sinds The Longest Day niet meer gemaakt was. Was het één van de grootste oorlogsfilms, het was niet één van de makkelijkste. Alle kanten van de strijd dienden belicht te worden met instandhouding van de originele karakters van Duitsers, Engelsen, Polen en Amerikanen. Ook de Nederlanders moesten passen in de mêlee van het geheel. In de herfst van 1975 werd begonnen aan het script door William Goldman. De tijd drong want er moesten acteurs gecontracteerd worden en het onberekenbare weer in Nederland kon wel eens een factor worden, dus er moest minimaal vanaf april 1976 geschoten worden. Levine wilde alleen maar grote namen op het doek. Dit zou hem verzekeren dat niet alleen kijkers van oorlogsfilms naar de bioscoop kwamen, maar ook de fans van populaire acteurs. Levine was bereid om 22 miljoen dollar eigen vermogen in het project te stoppen.

Regisseur Richard Attenborough

Regisseur voor de te maken film werd Richard Attenborough. Dat was een grote gok voor Levine. Attenborough had wel veel films gemaakt, maar voornamelijk als acteur, de twee die hij geregisseerd had waren beide geen succes gebleken. Maar Attenborough zocht een financier voor zijn film Gandhi. Daar zijn vorige twee films geflopt waren wilde geen studio haar nek uitsteken. Had Attenborough niet echt zin in A Bridge Too Far, het was een deal met Levine om Gandhi te kunnen maken.

Major-General Robert E. ‘Roy’ Urquhart en rechts Sean Connery

Waarschijnlijk de belangrijkste rol voor een acteur in de film was die van Major-General Robert E. ‘Roy’ Urquhart, en daar was maar één acteur geschikt voor, Sean Connery. Sean Connery sloeg het aanbod tweemaal af om de rol van Roy Urquhart te spelen. Hij vond het verhaal zeer indrukwekkend, maar hij vreesde dat het verlies van een familielid, die omgekomen was tijdens Market-Garden, hem zou hinderen tijdens het filmen. Maar in Hollywood, als Levine en Attenborough aan het scouten zijn voor de Amerikaanse rollen, weten ze Connery daar toch over te halen. De maand januari van 1976 was druk om de namen binnen te slepen. Levine en Attenborough hadden voor de Britse rollen al Dirk Bogarde, Anthony Hopkins en Laurence Olivier gestrikt.

Laurence Olivier (dokter Spaander), Sean Connery en Richard Kane (Col. Weaver)

James Caan in Amerika zei toe een rol te spelen, net als Gene Hackman en Elliot Gould. Ook werd Ryan O'Neal gecontracteerd voor de rol van generaal Gavin. Levine wilde, óf Robert Redford óf Steve McQueen in de rol van Major Julian Cook. Maar de laatste wilde niet, hij was met ‘pensioen’ (hij was 46 jaar) en dat beviel hem prima. De andere keuze was Robert Redford en deze moest er even een weekend over na denken. In die tussentijd kwamen de vertegenwoordigers van McQueen bij Levine met grote eisen. Hij kon McQueen krijgen voor 6 miljoen dollar, met de garantie dat hij slechts zes weken op de set hoefde te zijn en voor dat geld deed hij dan twee films, oja,… Levine moest ook het huis kopen van McQueen voor 470.000 dollar,… en de entourage die mee kwam voor slechts 50.000 dollar, per persoon. Gelukkig voor Levine kwam het verlossende bericht dat de andere grote ster, Redford, in het project wilde stappen. Audrey Hepburn in de rol van Kate ter Horst verviel ook vanwege de eisen en die rol ging naar Liv Ullmann.

Kate ter Horst en Liv Ullmann

Van de Nederlandse acteurs, naast Siem Vroom, Lex van Delden en de jeugdige Eric van't Woud, is Peter Faber als belangrijkste Nederlandse acteur aangetrokken. Deze had juist Max Havelaar gemaakt en kon zonder auditie, hij leek als twee druppels water, de rol van Arie 'Harry' Bestebreurtje (de Nederlandse verbindingsofficier voor generaal Gavin) in zijn zak steken.

Peter Faber en rechts kapitein Arie 'Harry' Bestebreurtje

In het televisie programma van Ted de Braak werd een oproep gedaan voor figuranten door figurantencoördinator Paul Kamphuis. Er volgden duizenden aanmeldingen. De figuranten kregen 68 gulden voor 10 uur werk. Ieder uur langer leverde 10 gulden extra op.

Toen begonnen de onderhandelingen in Nederland om daar te kunnen filmen. Dit ging stroef en het leek er bijna op dat Levine zou moeten uitwijken. Het was het streven om zoveel mogelijk authentiek te draaien. Dus was het essentieel dat in Nederland geschoten diende te worden. De belangrijkste scènes waren rond de brug van Arnhem maar de bebouwing daar verhinderde dit. Plus, deze verkeersader kon niet voor langere tijd afgesloten worden. Levine zag zich al in Joegoslavië neerstrijken. Daar er geen geschikte bruggen waren in Joegoslavië zou hij die moeten laten bouwen wat het budget zou doen slinken. Maar gelukkig kwam alles op haar pootjes terecht.

Het kon bijna niet beter, boven; Arnhem, onder; Deventer
(Google Earth)

Op 35 km ten noorden van Arnhem lag Deventer met een brug die uitstekend voldeed. Ook aangaande de gehele omgeving, die was perfect. Naast de grote boogbrug, de Wilhelmina, lag precies aan de goede kant, een groot parkeerterrein waar de decorbouwers hun acht huizen konden opbouwen. Het parkeerterrein werd voor 70.000 pond verhuurd voor een periode van vijf maanden. Verder was in Deventer de wijk Noorderbergkwartier te vinden. Dit was een wijk waar de tijd was stil blijven staan. De vervallen wijk kon goed gebruikt worden voor de straatgevechten. En zo werd Deventer Hollywood aan de IJssel.

'I'm awfully sorry, but I'm afraid
we're going to have to occupy your house'
(Anthony Hopkins als Lt.Col. John Frost)

In Deventer werd vervolgens hard gewerkt om de decors en props op tijd klaar te hebben. Mede dankzij de slechte economie die de jaren 70 over Deventer uitstort staan vele fabriekshallen leeg. Hier vinden de decorbouwers de ruimte. Hier zullen niet alleen binnenopnames gemaakt worden, maar ook grote props kunnen hier gebouwd worden. Voor de massale luchtlandingvloot zijn Horsa zweefvliegtuigen nodig. Voor $35.000 per stuk worden er zes gebouwd plus de nodige nepstukken en silhouetten van Horsa zwevers.

De bouw van de Horsa zwevers is onderweg

Niet alleen de gemeente van Deventer verkocht haar huid duur aan Levine (en zich daarmee later haar hand te overspelen). Ook de kruideniers, slagers, bakkers en horeca verdienden goud geld aan deze periode. De slager sleet 54.000 pond saucijzen en duizenden kilo´s lamsvlees. De groenteman verkocht dagelijks 50.000 geschilde aardappelen en kon een half jaar later een nieuwe zaak openen. De horeca draaide overuren. In een kroeg werd dagelijks 4 tot 4,5 duizend gulden aan drank verkocht. De plaatselijk taxi deed bijna niets anders dan naar Amsterdam en Schiphol op en neer gaan om acteurs te halen en brengen, en de dagelijks film rushes te vervoeren. Aan het einde van het filmen had de productie zo´n 5 miljoen gulden in de stad achtergelaten (al schrijft het tijdschrift 'After the Battle' dat het eerder 25 miljoen was).

De Wilhelmina brug van Deventer

Maar Levine was niet gek. Hij had gezien dat er schandelijk geprofiteerd was door Deventer (zelfs een speeltuintje werd aangelegd op kosten van de productie) en probeerde men zelfs een extra 55.000 gulden los te peuteren voor het parkeerterrein. De toegezegde wereldpremière in Deventer ging dan ook niet door. De bioscoop was geschikt, maar alles diende wel opgeknapt. Had men daar ook op gerekend met geld van Levine?

Keurig 'geknipte' Nederlandse figuranten als Britse paratroopers
(op de achtergrond de nagebouwde kerk van Oosterbeek)
(foto: Harry Hommes)

Voor met filmen kon worden begonnen, moesten veel acteurs leren hoe ze soldaat moesten spelen. Vijftig belangrijke bijrollen gingen in training in een vakantiekamp bij Deventer. Deze kleine eenheid kreeg de naam APA (Attenborough´s Private Army). Naast deze APA werden ook beroeps en dienstplichtige militairen aangetrokken. Bij de Nederlandse soldaten stuitte dit vaak op moeilijkheden. De Nederlandse dienstplichtige droeg vaak zijn haar tot op de schouders, en het laten knippen was uit den boze,.. ook al stond er een extra 50 gulden tegenover. Ook had de legerleiding verboden dat Nederlandse soldaten close-up in beeld kwamen. Toch was de Nederlandse defensie best wel behulpzaam. De filmmaatschappij mocht gebruik maken van enkele Leopard tanks en AMX tanks, plus bemanning. Verder mocht van de defensie gebruik worden gemaakt van de oefenterreinen en van de vliegbasis Deelen.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'