'Prominenten'
Op 25 oktober 1941 werd de Engelsman Giles Romilly binnen gebracht. Romilly was geen militaire,
maar een politieke gevangene. Hij was de neef van Winston Churchill. Adolf Hitler had besloten dat
er een aantal 'prominenten' gevangen gezet moesten worden, welke wellicht ooit als dwangmiddel
gebruikt zouden kunnen worden. Romilly was de eerste gijzelaar die in Colditz aankwam. Hij was opgepikt als verslaggever
voor de 'Daily Express' in Narvik, Noorwegen. Dat Romilly in Colditz op zijn plaats was blijkt wel uit het feit
dat hij al eens eerder probeerde te vluchten, in dameskleding, vanuit een interneringskamp in Beieren.
Voor de veiligheidsofficieren werden dit, de 'Prominenten', een extra zorgenkind. Ze stonden met
hun leven garant dat Romilly niet zou ontsnappen. Romilly, die de codenaam 'Emile' kreeg van de
Duitsers, werd ieder uur bezocht door een officier van de wacht. Romilly mocht niet naar het park
voor een wandeling, en na het laatste appèl werd 'Emile' in zijn cel opgesloten, met een bewaker voor de
deur.
De eerste van de 'Prominenten', Giles Romilly
In juli 1943 werden de Franse en Belgische gevangenen op transport naar Lübeck gezet. Romilly verstopte zich
in een transportkist welke naar het station werd gebracht. De kist werd gewogen en vervolgens op zijn kop weggezet.
In deze oncomfortabele positie dreigde Romilly te stikken en moest zichzelf verraden zodat hij uit de benarde positie
bevrijd kon worden.
De weegschaal die Romilly zijn ontsnapping niet zou helpen,...
(deze is bewaard gebleven in het museum in Colditz)
Na Romilly, kwamen druppelsgewijs steeds meer ‘prominenten’ de kasteelmuren binnen. Uiteindelijk
zouden een dozijn belangrijke figuren hun intrek nemen in Colditz. Onder hen waren twee neven van
Britse koning en koningin, de Viscount George Lascelles en 17th Lord John Alexander Elphinstone.
De zoon van de ambassadeur van de VS in Groot Brittannië, Lt. John Winant Jr. zat ook in Colditz,
net als de zoon van veldmaarschalk Douglas Haig, Capt. George Haig. Naast deze mannen waren er ook
een zestal Poolse generaals, waaronder Tadeusz Bór-Komorowski, leider van de opstand in Warschau.
Een opvallende prominente gevangene was de Britse commando Michael Alexander. Het was bekend dat, als
een commando werd gevangen, deze door de Duitsers geëxecuteerd werden, dus gaf Alexander zich uit als
neef van veldmaarschalk Harold Alexander (hij was een verre achterneef).
Naast deze ‘Prominenten’, waren er ook andere belangrijke gevangen te vinden in Colditz.
Een andere commando die niet geëxecuteerd werd na gevangen neming, was Captain Michael Clive 'Micky' Burn, MC.
In maart 1942 nam Capt. Burn deel aan de 'Operation Chariot', de aanval op St Nazaire. Hij raakte gewond tijdens
de aanval, maar zijn team 6 Troop wist hun doel te bereiken. Na de strijd werd Burn gevangen genomen. Hij
trachtte St Nazaire te ontvluchten met nog twee man, maar na het sneuvelen van één van deze mannen, gaven
de andere twee zich over, en begon de gevangenschap van Burn, die via verschillende kampen uiteindelijk in
Colditz aankwam. Daar Burn steno machtig was, werd hij naast de geheime radio in Colditz geplaatst om de
berichten te noteren.
Captain Michael Clive 'Micky' Burn (links) gevangen na de strijd in St Nazaire
In Colditz ontving Burn een rode kruis pakket van een kennis, Ella van Heemstra uit Nederland. Eenmaal
vrij uit Colditz, stuurde Burn voedsel en sigaretten naar Heemstra, welke een redding voor deze familie
betekende, zeker voor de dochter. Deze was zwaar ziek, maar dankzij de sigaretten die voor penicilline konden
worden geruild op de zwarte markt, redde hun dochter het,… Enkele jaren later zou de wereld kennis nemen van
de dochter van Heemstra, toen ze als de actrice Audrey Hepburn het witte doek bestormde.
Douglas Bader
Wellicht de beroemdste gevangene van Colditz was waarschijnlijk, zeker in de ogen van de Britten,
de lucht-aas Douglas Bader. Deze piloot was al een legende bij leven. Op 14 december 1931 crashte
Bader met een Bristol Bulldog, waarbij hij zo zwaar gewond raakte dat beide benen geamputeerd moesten
worden. Binnen zes maanden kon Bader weer lopen met zijn kunstbenen en wilde ook weer vliegen, maar
hiervoor werd hij afgekeurd en moest Bader in 1933 de RAF verlaten.
Begin 1931, Douglas Bader, Fl.Lt. Harry Day en Fl.Off. Geoffrey Stephenson van
No.23 Sqn. aerobatic team. Day en Bader ontmoetten elkaar weer in Stalag Luft III,
Stephenson begroette Bader in Colditz
Maar met de oorlog onvermijdelijk, meldde Bader zich weer bij de RAF en werd aangenomen. Na een
opfris opleiding kwam Bader bij No.19 Squadron op Duxford terecht en vloog hier voor het eerst met
de Spitfire onder andere konvooi patrouilles. Zijn eerste actie zag Bader bij het No.222 Squadron
op 1 juni 1940 over Duinkerken. Zijn eerste overwinning op een Messerschmitt Bf 109 was op deze dag,
en er werd een beschadigde Bf 110 op zijn conto geschreven. Met de promotie tot Squadron Leader werd
Bader geplaatst bij No.242 Squadron. Dit squadron was zwaar gehavend uit Frankrijk teruggekeerd en
het moraal was laag. Onder Bader werd het squadron weer een gevechtseenheid, en op 30 augustus 1940
wist het No.242 squadron met hun Hurricanes 10 vijandelijke vliegtuigen neer te schieten,
waaronder twee door Bader.
Douglas Bader, staande op de vleugel van zijn Hurricane
Op 9 september, na het neerschieten van een Dornier Do 17, opende Bader het vuur op een Heinkel
He 111 om te ontdekken dat zijn munitie op was. Vol van overgave zette hij de aanval door en
besloot het toestel te rammen. Zijn propeller sloeg een deel uit de bommenwerper zijn staart,
waarop bader weer bij zinnen was en de aanval afbrak. De He 111 zette zijn vlucht zwaar gehavende
verder. Op 14 december ontving Bader de Distinguished Service Order (DSO). De score aan
vijandelijke vliegtuigen liep gestaag op, en op 24 september werd bader gepromoveerd tot
Flight Lieutenant.
In deze periode gaf Bader steun aan zijn vriend Air Vice-Marshal Trafford Leigh-Mallory
(van 12 Group) om tot de ‘Big Wing’ praktijk over te gaan. Dit botste enorm met de tactiek
van Air Vice-Marshal Keith Park (11 Group) en Air Chief Marshal Sir Hugh Dowding. Was Park
van de gedachte dat bij het naderen van vijandelijke vliegtuigen zo snel mogelijk de lucht
in te gaan en de aanval te openen, Leigh-Mallory was van mening dat het verzamelen van
minimaal vijf squadrons en deze als een grote zwerm op de Duitse vliegtuigen te laten storten
veel meer effect zou hebben. Bader voerde het plan uit en vloog regelmatig aan het hoofd van
deze ‘Big Wing’. Park had grote kritiek, dat het veel te lang duurde eer Bader zijn
‘Big Wing’ bijeen kwam, en geen steun konden geven aan de squadrons van 11 Group die op dat
moment hulp nodig hadden van 12 Group. Leigh-Mallory bestreed dit door op de claims te wijzen van de
overwinningen die aan hem werden gerapporteerd (welke waren overdreven). De zaak liep
zo hoog op dat Park van zijn taak werd ontheven en Leigh-Mallory op zijn positie werd
gezet. Ook Dowding moest over de affaire het veld uiteindelijk ruimen.

Air Vice-Marshals Trafford Leigh-Mallory, Keith
Park en Air Chief Marshal Sir Hugh Dowding
RAF aas Johnnie
Johnson zag de ‘Big Wing’ ook niet echt als ideaal, niet alleen was het veel te
omslachtig om zestig tot zeventig jagers bijeen te krijgen, welke dan ook nog eens
van ver af te zien waren, zo'n grote zwerm, dus ook een makkelijkere prooi voor de
hoogvliegende Duitse Bf 109’s. Ook Galland en andere Duitse jachtvliegers klaagden
over de tactiek van Park dat het vaak van die kleine groepjes waren en dat Park op
deze manier zijn luchtvloot te sparen.
Op 12 december 1940 ontving Bader het Distinguished Flying Cross (DFC) voor zijn
inzet tijdens de Battle of Britain. Zijn squadron, No.242 had in die periode 62
vijandelijke toestellen vernietigd. Op 19 maart 1941 werd Bader gepromoveerd tot
één van de eerste ‘Wing Leaders’ en gestationeerd op RAF Tangmere bij de No.145,
610 en 616 Squadrons. Als Wing Leader droeg Bader zijn initialen (D-B) op zijn
Spitfire, en werd zijn radio-roepnaam ‘Dogsbody’.
Spitfire Mk VA, W3185 (D-B)
Tussen 24 maart en 9 augustus 1941 vloog Bader 62 missies over Frankrijk. Op 9
augustus 1941 was zijn laatste vlucht in de oorlog. Hij vloog deze dag in Spitfire Mk
VA, W3185 (D-B) ergens in de buurt van Abbeville en Wissant. Tijdens een aanval op 12
Bf 109’s, verloor Bader zijn sectie van vier toestellen uit het oog en vloog alleen.
Toen hij enkele Bf 109’s zag, besloot hij de aanval weer te openen. Hij wist één toestel
aan te schieten, maar zag toen de andere twee van links op zich af komen. Even later
was er een enorme klap, en was Bader het slachtoffer van een botsing in de lucht,
waarbij het complete kielvlak van zijn Spitfire werd gerukt (hier is enige controverse over,
want de oorzaak is nooit 100% zeker geweest, ook de claim ‘eigen vuur’, door een piloot van
616 Squadron zou de oorzaak geweest kunnen zijn). Bader trachtte uit zijn toestel te komen,
waarbij één van zijn kunstbenen achter het voetenstuur vast kwam te zitten. Bader ontsnapte
uiteindelijke uit zijn cockpit met achterlating van zijn ‘been’. Op dat moment had Bader 20
overwinningen op zijn naam, plus vier gedeelde. Zes waarschijnlijk vernietigde vijandelijke
toestellen, plus één daarvan gedeeld. Ook zou Bader 11 beschadigde toestellen op zijn naam hebben.
(bron Dr. Alfred Price, Spitfire Mark V Aces, 1941-45).
Het verloren been van Bader wordt bewondert door Duitse officieren
Bader kwam aan zijn parachute terecht achter een boerderij welke toen als Ferme
Florent May bekend stond. Met één been kon hij alleen maar wachten tot er hulp zou komen.
Deze kwam even later toen twee Luftwaffe onderofficieren op een motor met zijspan aankwamen.
Deze schrokken dat de piloot maar één been had, maar Bader gaf aan dat beide benen ‘vals’ waren.
De Duitsers namen contact op met St Omer’s vliegveld en brachten de boodschap over dat
in hun bezit was de Britse aas Douglas Bader. Adolf Galland persoonlijk gaf opdracht Bader
direct naar het hospitaal te brengen. Het kunstbeen was onderhand ook gevonden door een boer
en overhandigd aan de Duitsers. Een Lufwaffe officier kwam naar het naar het hospitaal, en
salueerde voor Bader met de woorden; ‘Her Ving Kommander, vie haf found your leg’. Hierop
kwam een soldaat binnen die in de houding sprong en het bemodderde been overhandigde. Bader
was er blij mee, maar het was erg beschadigd.
Oberstleutnant Galland (links) en Douglas Bader (midden) op Audembert
Toen Bader voldoende hersteld was van zijn crash, nodigde Oberstleutnant Galland
Bader uit op zijn hoofdkwartier, het kasteel La Colombier, bij het vliegveld Audembert.
Na een gezellig samenzijn met de Luftwaffe azen, kreeg Bader een rondleiding op het vliegveld,
waarbij hij ook plaats mocht nemen in een Bf 109. Ondanks het vriendelijke verzoek van bader om
een klein rondje met de Bf 109 te mogen vliegen, besloot Galland toch maar niet dit toe te staan.
Na afloop werd Bader weer terug gebracht naar het hospitaal.
De kist met het reservebeen is 'bezorgd'
Het beschadigde been was zo goed en
kwaad als het nog mogelijk was gerepareerd door de Duitsers, maar het piepte en kraakte als een
oordeel. Bader verzocht aan Galland om een reservebeen te laten overvliegen door de RAF, tevens
wilde hij een nieuw uniform, en vooral een nieuwe pijp en tabak. Galland plaatste het verzoek bij
Göring die direct in was voor dit idee (mooi stukje propaganda). Major Rumpel nam het op zich
om de planning op gang te brengen om in ieder geval Baders rechterbeen over te krijgen.
Terwijl dit ondernomen werd, sprak Bader over ontsnappen met zijn kamergenoten in het hospitaal, de Amerikaan
Bill Hall, een Pool en ene Willy uit Londen, allen Spitfire piloten.
Hier kwam een Duitse soldaat even later mededelen dat Bader naar Duitsland zou gaan voor zijn
gevangenschap. De dag dat hij terugkeerde
in het hospitaal na het bezoek aan Galland, was een nieuwe patiënt binnengebracht,
de Nieuw-Zeelandse piloot Bill Russell bij wie
een arm was geamputeerd. Onderwijl had Willy aan een verpleegster al uitgelegd wie Bader was en dat
deze hulp nodig had bij zijn ontsnapping. Zodra de gelegenheid zich voordeed,
liet Bader zich aan geknoopte lakens
uit het raam zakken, waarbij het bed van Russell als anker diende waaraan de lakens geknoopt waren.
Eenmaal buiten werd hij opgewacht door een Fransman, de zoon van de verpleegster,
die hem naar een onderduikadres bracht. De volgende dag hoorde Bader Duitse laarzen rond het huis,
en wist naar buiten te vluchten met hulp van een bewoner. Hij verschool zich in een schuur, maar het
was te laat, Bader werd gevonden. De onderduikfamilie, samen met de verpleegster, werd op transport gezet
naar Duitsland, maar overleefde de dwangarbeid. De zaak bleek achteraf verraden door een andere verpleegster, welke
na de oorlog door de Fransen voor 20 jaar de lik in draaide.
Wing Commander Douglas Bader zijn registratie portret
Op 19 augustus was het zover, op die dag kwam Blenheim, R3843, van No.18 Squadron een houten kist
afwerpen bij St Omer met daarin het kunstbeen van Bader. Onderwijl was Bader overgebracht naar Dulag Luft,
en Major Rumpel bracht het been persoonlijk over. Bader schopte gelijk herrie in het kamp,
door ruzie te maken met een Duitse officier.
Bader werd overgeplaatst, voor registratie, naar Oflag XC en vervolgens naar Oflag IVB, bij Warburg.
In april 1942 werd Bader weer verplaatst, nu naar Sagan, naar Stalag Luft III. Bader
was hier ook een dwarsligger, en hij verbood de andere gevangenen zich te onderhouden met
de Duitsers. De kampcommandant, Lindeiner had genoeg van Bader en liet hem overplaatsen naar
Lamsdorf, Stalag VIIIB. Hier probeerde Bader samen met Fl.Lt. Johnny Palmer, en drie anderen
van identiteit te wisselen zodat ze naar Gleiwitz konden ontsnappen,,... om daar een vliegtuig
te stelen! De wisseling werkte, en de vijf waren op pad. Onderwijl bracht, toevalligerwijs, een Duitse
Lufwaffe officier een bezoek aan Lamsdorf, en omdat hij Bader ontmoet had in St Omer,
wilde hij deze even zien. Direct viel de wisseling van identiteiten op en Gleiwitz
werd op de hoogte gebracht, waar de vijf weer werden opgepakt. Men was klaar met Douglas Bader,...
de Duitsers besloten tot hun laatste redmiddel, en hem naar Colditz over te brengen.
Hier kwam hij aan op 16 augustus 1942.
Colditz,... centraal zit Douglas Bader, met pijp, in de groep,...
(foto genomen voor de kapel, welke in 2014 werd gerestaureerd)
Bader paste goed in Colditz. Hier was iedere officier bezig de Duitsers in de haren te
zitten en te kijken of ze konden ontsnappen. Heel anders dan in de andere kampen
waar Bader zich vaak alleen vond staan tegenover de Duitsers. De handicap van Bader
werd benut om een klein deel van het door gevangenen geoogste koren, in de holle benen
van Bader het kasteel binnen te smokkelen. Een plan om Bader te laten ontsnappen
werd een paar keer overwogen. Eén idee was om hem ergens tijdens een wandeling te
laten oppikken door een Lysander vliegtuig, maar dit werd als te spectaculair gezien.
MI9 probeerde een handleiding van een instrumentenpaneel van een Bf 110 Colditz
binnen te smokkelen, maar dit werd onderschept door de Duitsers. Het was de bedoeling dat Bader dit
zou gebruiken als hij een vliegtuig zou gaan stelen.
Groepsfoto genomen op 16 april 1945, Bader centraal met pijp
(natuurlijk)
Douglas Bader zou niet ontsnappen,
hij werd bevrijd door de Amerikanen. Na zijn vrijlating werd hij direct overgevlogen naar
Engeland. Hier vloog hij tijdens de Victory Parade op 'VE Day', 15 september 1945, in een Spitfire over Londen.
Op zijn Spitfire, de Mk IX, RK917, waren voor deze gelegenheid zijn letters, 'DB', weer aangebracht.
Bader zwaait zijn kunstbeen Spitfire Mk IX, RK917 in voor zijn vlucht
tijdens 'VE Day'
William Faithfull Anderson
Sommigen die in Colditz zaten waren kunstenaars in het hakken van tunnels en anderen
waren artiesten in andere disciplines, zoals de kunstenaar William Anderson. Anderson,
die ook de hobo speelde in het orkestje van Douglas Bader op de avond dat Pat Reid en drie
anderen ontsnapten (zie vorige bladzijde) was nabij Duinkerken gevangen genomen en
overgebracht naar Laufen, bij Salzburg. Aangezien Anderson verdacht werd van een poging tot
vluchten, werd hij op 11 juli 1941 naar Colditz overgebracht, waar hij verbleef tot april 1945.
De binnenplaats met zonaanbidders, door William Anderson
Anderson een kundige tekenaar hield zich
bezig met verschillende ontsnappingen, maakte valse documenten en vervaardigde vals stempels
van het linoleum van de vloeren in Colditz, Toen een camera gevonden werd door de Duitsers,
maakte Anderson een nieuwe met hulp van enkele oude brillenglazen als lens. Aangemoedigd door
een Franse artiest, begon Anderson het dagelijkse leven van Colditz vast te leggen, en maakte
ook portretten van de gevangenen.
Winter in Colditz, links het ontluizingschuurtje
In de tentoonstellingsruimte, waar ooit de 'Prominenten' waren ondergebracht, zijn
verschillende schilderijen te bewonderen van Anderson. Hieronder nog een
winterlandschapje waarin het luchten van gevangenen is te zien. Centraal loopt een figuur waar
Anderson iets meer aandacht aan heeft besteed. Het profiel is strak getekend en de 'loop' is
vooral extra aangezet, zou het Douglas Bader kunnen zijn,...?
klik hieronder,... op een schilderij van William Anderson
en ontsnap naar de volgende pagina,...
|