- COLDITZ -
Oflag IVC
Een 'slot' voor krijgsgevangen?

'Der rote Fuchs' Sinclair

Scout platoon leader, Albert Michael Sinclair, werd gevangen genomen toen hij het terugtrekken van de Britse troepen, in 1940, op Duinkerken moest beschermen. Nog maar net ondergebracht in Laufen, trad hij al toe tot een tunnelploeg, waarin onder meer Ronnie Littledale zat. Voor de tunnel af was, werden de gravers betrapt en naar een ander kamp gestuurd, Posen, dat bekend stond als Fort 8. Hier werden de krijgsgevangenen slecht behandeld als vergelding voor de slechte behandeling van Duitse gevangenen in Canada. Franz von Werra, een Duitse jachtvlieger ontsnapt uit Canada, bracht een bezoek aan het kamp en vertelde dat er van slechte behandeling geen sprake was geweest, en de condities werden daarop in Posen weer 'normaal'.

Albert Michael Sinclair, en rechts vermomd als 'Franz Josef' Rothenberger

Vervolgens wist Sinclair op 28 mei 1941, met twee anderen te ontsnappen, waaronder weer Ronnie Littledale, toch te ontsnappen uit Fort 8 en dook onder bij het Poolse verzet. Sinclair, samen met Littledale, wist maanden uit handen van de Duitsers te blijven, totdat ze werden opgepakt door de politie in Bulgarije en overgedragen werden aan de Duitsers. Uiteindelijk belandde Sinclair, samen met Littledale, die later kwam, in Colditz. Littledale bleef kort, want deze ontsnapte in het clubje van Pat Reid op 14 oktober 1942. Sinclair cijferde zichzelf weg als het op vluchten aankwam, hij hielp daar waar nodig, maar broedde wel door op ontsnappen voor zichzelf. Hij wist uit een hospitaal in Leipzich weg te komen, om weer opgepakt te worden in zuid-Duitsland. Sinclair had reeds een naam verworven als een vluchtgevaarlijke gevangene, de Duitsers noemden hem 'Der rote Fuchs'. Zijn meest beroemde poging was vermomd als Stabsfeldwebel Rothenberger, bekend onder de bijnaam 'Franz Jozef'.

Links achter de toren (noordwest hoek), lag de ziekenboeg,...

De poging 'Operatie FJ-Day' begon op 2 september 1943 toen een bekende slome wacht aan de oostelijke poort stond. De ontsnapping begon vanuit de ziekenboeg, door zich uit een raam te laten zakken. Sinclair, als 'Franz Jozef' begeleidde Captain Lance Pope en 1st Lt. John Hyde-Thompson, die verkleed waren als Duitse schildwacht, richting de poort aan de oostelijke zijde, de poort onder de Kommandantur. Het was de bedoeling dat de Duitse wacht aan de poort afgelost zou worden door andere 'schildwachten'. Als het plan werkte zouden zo dertig wachten worden afgelost door vluchtende gevangenen! Sinclair voerde het woord tegen de Duitse wacht, welke uit twee man bestond, en gaf opdracht dat deze terugkeerden naar het wachtlokaal. De ene ging direct die kant op, maar de andere vroeg naar de pas van de Stabsfeldwebel. De pas werd overhandigd, terwijl Sinclair de zaak probeerde af te leiden door opdrachten uit te kramen. Maar het was te laat, de Duitse wacht zag dat de pas de verkeerde kleur had. Hij vroeg naar het waqchtwoord voor deze dag, en Sinclair wist deze niet en toen drukte de wacht op de alarmbel. Direct kwamen andere bewakers aangesneld. De Duitse wacht hield 'Franz Jozef' met een pistool onder schot en gaf opdracht aan Sinclair zijn 'pistool' af te geven. Er volgde een worsteling, waarbij een schot afging, die Sinclair in de borst trof. Sinclair werd afgevoerd naar het hospitaal en Pope en Hyde-Thompson werden vast gezet.

De oostelijke poort onder de Kommandantur waar het eindigde voor 'Franz Jozef'

De Duitsers namen twee 'Mauser' geweren in beslag. Eén was zwaar beschadigd, omdat deze tijdens de worsteling met Hyde-Thompson werd gebruikt als slagwapen. De geweren waren gemaakt van beddenplanken en de metalen onderdelen uit blik van de Rode Kruis pakketten. De metaalkleur werd verkregen door potlood erop aan te brengen en op te wrijven. De maten van de wapens werd verkregen door Lt. W.'Scarlet' O'Hara, die stiekem achter een Duitse wacht ging staan om met een touwtje de maten te nemen. Samen met Major Anderson, maakte O'Hara de wapens en de bijbehorende bajonetten, riemen en holsters.

Boven een replica van een K98 gebruikt bij de ontsnapping (coll. Michael Booker)
Hieronder een echte Mauser K98, zoek de verschillen (www.icollector.com)

Later poogde Sinclair wederom een poging, ditmaal samen met Jack Best. Via lakens uit een raam wisten ze weg te komen, terwijl wel zestig andere gevangenen als uitkijkpost fungeerden. Nabij de Rijn werden de mannen weer gevangen en weer overgebracht naar Colditz. Op 25 september 1943 kwam weer een poging. Ditmaal ging Sinclair er alleen vantussen. In de omheining van het park wist hij erover heen te springen en zig-zaggende richting de muur waar meerdere gevangenen over waren ontsnapt. Maar de afstand was te ver, en de Duitsers openden het vuur. Een kogel zou via zijn elleboog afbuigen en in zijn hart slaan. 'De Rode Vos' Sinclair was op slag dood. Hij was de enige gevangene die op de vlucht vanuit Colditz de dood zou vinden, en de Duitsers zouden naar eigen zeggen zeer geschokt zijn geweest dat deze overschrokken officier moest sterven. Sinclair werd met militaire eer begraven en kreeg postuum de Distinguished Service Order (DSO).

Vogel niet gevlogen,...

Er zijn ongeveer 300 pogingen gedaan om Colditz te ontvluchten, waarvan er 130 lukten om buiten de muren van Colditz te geraken. Maar slechts 18 wisten daadwerkelijk een 'Home-Run' te maken, waaronder enkele op spectaculair wijze. Daarnaast wisten 11 mannen te ontsnappen vanuit hospitalen of op een andere manier (welke niet vanuit het kasteel begonnen). Apart aangegeven moet Bill Millar (die als vermist op het monument in Bayeux staat). Deze ontsnapte uit Colditz (nummer 19) maar raakte vervolgens zoek. Algemeen wordt aangenomen dat Millar opgepakt is en omgekomen in Mauthausen. Ik kan ze niet allemaal behandelen hier, maar één wil ik er nog uit pikken, de misschien wel de meest bekende, die met het zweefvliegtuig.

Werktekening van de Colditz zwever

Begin 1944 opperde Tony Rolt een idee om met een zweefvliegtuig uit Colditz te ontsnappen. Hij besprak dit met Bill Goldfinch, die ook al enige tijd met dit idee liep. Jack Best en Lorne Welch, een specialist in zweefvliegtuigen, kwamen bij het team. Goldfinch zou een ontwerp maken, en Best en Welch zouden bouwen. Het plan werd voorgelegd aan Colonel Tod, die akkoord ging. Maar er was wel een voorwaarde, als het ding klaar was, dan bepaalde hij of deze gebruikt ging worden. Het was al duidelijk dat de Geallieerden oprukten door Europa, en er moesten geen mensenlevens op het spel worden gezet als de bevrijders in aantocht waren.

Een model van de zwever is te bewonderen in Colditz

Er werd een valse wand op de zolder boven de kapel aangebracht, waarachter gewerkt kon worden. De wand lag helemaal op het einde in het donker van de zolder, en men ging er van uit dat geen enkele snuffelende wacht helemaal door het stof de hele zolder zou onderzoeken. Even leek de zaak verraden, toen een Duitse arbeider, met de bijnaam ‘Slim’, die metsel- en pleisterwerk uitvoerde in het kasteel, de toegang had gevonden naar de werkplek. In plaats er met de Duitse commandant er over te spreken, liet hij het eerst los op Jack Best. Deze zette gelijk zijn contacten in, en de metselaar werd met 700 sigaretten omgekocht door de Tsjech Chalupka zijn mond te houden. Chalupka, die zich uitgaf voor officier was eigenlijk een sergeant. Enkele waren hiervan opm de hoogte, maar Douglas Bader was de enige die het raadde, dat het geen officier was. ‘Slim’ overleed twee weken later, niet aan het roken van de 700 sigaretten, maar aan diabetes.

Bill Goldfinch maakte dit tekeningetje hoe de zwever gelanceerd zou worden

Lange vloerplanken werden vervangen door slechte korte stukken. De lange planken moesten de basis worden van de vleugel. Planken uit kasten en beddenplanken dienden voor de ribben van het toestel. Lakens en strozakken werden gebruikt voor de bekleding, welke met een smeersel van was en meel werd hard gemaakt. Er zouden uiteindelijke, naast de vier ‘managers’, door 12 man aan gewerkt worden en de gehele tien maanden dat ze er aan werkten stonden 40 tot 50 man op de uitkijk. De lancering zou vanaf het dak van het kasteel moeten gebeuren. Tafelbladen zouden een lanceerplatform moeten vormen. De zwever, van zo’n 175 kilo zwaar, inclusief de twee man aan boord, had een startlengte nodig van 12 meter. Om de startsnelheid te creëren voor de zwever, zou een badkuip gevuld met stenen en grond met een gewicht van ruim 800 kilo nodig zijn. Deze werd aan een lang touw over de kasteel muur gezet en trok de zwever dan over de het dak, en deze moest dan een afstand van 100 meter afleggen naar een stukje weiland achter de rivier de Mulde.

De zwever in elkaar gezet op zolder,... gebruiksklaar

Helaas, of misschien wel gelukkig, werd de zwever nooit gebruikt. De Geallieerde troepen waren niet ver meer verwijderd van Colditz, en de ontsnapping werd afgelast. Coalnel Tod, samen met de oprichter van de Long Range Desert Group en SAS, Colonel Stirling, had een verdediginggroep bij elkaar gevormd dat als het nodig mocht zijn, ze zouden vechten tot de dood. Ze zouden niet wijken voor de Duitse opdracht zich te verplaatsen naar een ander kamp. Dit vertelde Tod tegen de kampcommandant Prawitt. Deze wist SS commandant Genz te overtuigen, toen deze de gevangenen van Colditz, samen met de laatste joden uit een nabijgelegen kamp, op transport wilde zetten. De gevangenen bleven in Colditz en wachtten de Amerikaanse bevrijders af. Deze kwamen op 16 april 1945 de poorten binnen van het kasteel. Natuurlijk werd de zwevers bewonderd door de Amerikaanse soldaten. Na de oorlog werd de zwever gesloopt, en is waarschijnlijk als brandhout opgestookt.

Zou de zwever het ooit gedaan hebben, dat bleef de vraag. Na een geslaagde test met een model op een kwart schaal, werd op woensdag 2 februari 2000 een model op ware grote gelanceerd op de RAF basis Odiham, Hampshire, in aanwezigheid van zeven ex-gevangenen van Colditz, waaronder Jack Best en Bill Goldfinch. Het toestel, gevlogen door John Lee, vloog gestaag door de lucht om een zachte landing te maken. Deze reconstructie en vlucht was mogelijk gemaakt door TV-kanaal Channel 4 die de opdracht tot de bouw gegeven had aan Southdown Aero Services.

17 maart 2012, de zwever over de brug van Colditz

Daar bleef het niet bij, op 17 maart 2012, wederom in opdracht van Channel 4, werd in de vroege morgen begonnen met de opbouw van een zweefvliegtuig op het dak van Colditz. Eindelijk zou duidelijk worden of het plan van toen, nu zou slagen. Om half drie in de middag werd de zwever gelanceerd, en radiografisch bestuurd, en zweefde fraai met een snelheid van 50 km/u bijna 300 meter ver. Helaas was de landing hard en brak het toestel, waarbij de dummy vlieger onthoofd werd.

Colditz vrij,...!

De bevrijding naderde, en de pogingen te ontsnappen hadden geen nut meer. De tijden van vermommingen, afdalen aan lakes, valse documenten maken, het tunnelen (zelfs door een dik pak sneeuw op het dak, wat ook mislukte), het was allemaal voorbij. In ieder geval gaven de officieren in Colditz zich niet gewonnen, en waren scherp tot aan het einde van de oorlog. Als het er op aan kwam zouden ze vechten voor hun behoud. Op 15 april 1945 stonden de Amerikanen aan de rand van Colditz. In de vroege morgen hoorden de gevangenen in Colditz P-47 Thunderbolts overvliegen, en zagen dat deze het station beschoten. In de middag kwam de oorlog wel erg dichtbij toen artillerie insloeg in het dak van het kasteel. Snel werden er vlaggen van Groot Brittannië, Frankrijk en Polen uit de ramen gehangen, waarop het vuren stopte (volgens Eggers werden de vlaggen pas op 16 april uitgehangen).

Een Sherman tank van de 9th Armored Division trekt over Adolf Hitler Brug

Op 15 april waren zo’n 200 Duitse soldaten met zware wapens en tanks in Colditz. Het Amerikaanse 273rd Infantry Battalion, van de 69th Infantry Division opende de aanval op Colditz op 15 april om 19.00 uur met de inzet van I Company. Er was zware oppositie van Duitse machinegeweren, en er waren nabij gevechten waarbij panzerfausten werden ingezet, en zelfs hand tot hand met bajonet speelden zich af. Er werd artilleriesteun gegeven aan I Company, maar het werd duidelijk dat deze nacht Colditz niet ingenomen zou worden. Vier man van I Company sneuvelden, en acht raakten gewond. K Company was iets verder gevorderd aan de westzijde van Colditz, maar liep vast op de grote brug die de stad in tweeën splitste. Deze brug, de ‘Adolf Hitler Brücke’ werd door enkele Duitsers verdedigd. Tijdens de aanval van K Company sneuvelde T/Sgt Emil Miskovic, die door een jonge Duitse soldaat van een jaar of 15 werd neergeschoten, en er raakte één gewond. De jonge Duitser sneuvelde in een kogelregen en de andere verdedigende Duitsers op de brug werden ook uitgeschakeld. I en K Company consolideerden voor de nacht, om zich gereed te maken om de brug over te trekken in de vroege morgen.

Ook de tekenaar John Watton was een populaire artiest in Colditz,
hij maakte deze bovenstaande tekening

Onder de duisternis van de vroege maandagochtend, 16 april 1945, werd de aanval over de brug ingezet met steun van tanks van de 9th Armored Division. De dag ervoor hadden de Duitsers, in de middag rond half drie, getracht de brug op te blazen, maar dit was slechts deels gelukt, en verkeer erover heen was mogelijk. Maar er was geen oppositie meer, de Duitsers hadden zich die nacht teruggetrokken. De verdediging was overgelaten aan een aantal doodsbange jonge jongens uit Colditz zelf. Deze gaven zich bijna zonder slag of stoot over toen de Amerikanen in zich kwamen (één jongen zou nog sneuvelen toen die trachtte te vluchten). Reinhold Eggers maakte als eerste contact op de stenen brug aan de zuidzijde van het kasteel met de Amerikanen, om te vertellen dat commandant Prawitt van Colditz zich wilde overgeven. De wapens waren neergelegd en de gevangenen hadden het kasteel overgenomen, en hielden de overgebleven Duitsers nu gevangen. Colditz was vrij,…

Colditz is vrij,...!

Colditz en het verhaal van de gevangenen die probeerden te ontsnappen kreeg grote belangstelling na het verschijnen van het boek van Pat Reid, welke verfilmd werd in 1955 onder de titel ‘Colditz Story’. Tussen 1972 en 1974 werd de TV-serie ‘Colditz’ uitgezonden, en was een groot succes. De karakters droegen andere namen zodat deze in verschillende ontsnappingsscènes gebruikt konden worden, ondanks dat deze figuren in het echt daar niet bij betrokken waren. Twee karakters benaderden de waarheid, Pat Grant, gespeeld door Edward Hardwicke, (Pat Reid) en Hauptmann Ulmann, door Hans Mayer (Reinhold Eggers). De ontsnappingen door Nederlanders worden niet genoemd in de serie, net als de eerste Britse ontsnapping door Airey Neave. Meeliftende op de serie verscheen er een ‘ontsnappings-bordspel’ van Colditz. In 2005 kwam een miniserie uit onder de titel 'Colditz', met Damian Lewis in de hoofdrol.

Nawoord

Beeld uit 'Colditz' de TV-serie

Na de val van de muur en het samengaan van Oost-en West-Duitsland, begon de grote opknapbeurt van deze regio. Ook het kasteel werd onder handen genomen. In de Duitse Kommandantur is tegenwoordig een jeugdherberg gevestigd. Waren de grauwe muren tot voor kort dreigend en kil, tegenwoordig zijn deze in een lichte kleur gebracht. Veel ramen die voorzien waren van tralies, zijn weer open. Hier daar worden zaken aangaande de geschiedenis als gevangenkamp en de ontsnappingen bewaard. Ten tijde van ons bezoek, in het voorjaar van 2014, was de kapel niet toegankelijk, vanwege restauratiewerkzaamheden. Een bezoek is meer dan de moeite waard, en het kan publiek gebruiken. Veel toeristen, die in de buurt van Dresden bivakeren, weten niet van het bestaan van het kasteel en haar rijke historie.

Voor deze pagina's is gebruik gemaakt van: 'Colditz' van P.R. Reid, ISBN 90 235 8075 3, Zuid-Hollansche uitgevers Mij. B.V., 'Colditz' van Reinhold Eggers, 1961 (herdruk 1974), uitgerij Amsterdam Boek B.V., 'Douglas Bader' door Paul Brickhill, ISBN 90 6045 15 5 4, 1964, (herdruk 1982), Hollandia BV, '40~'45 'Toen & Nu', magazine nummer 63, 'Colditz', door John Gillespie Magee, uitgeverij Quo Vadis, '40~'45 'Toen & Nu', magazine nummer 125, artikel: 'Door wie werd Douglas Bader neergehaald?', door Andy Saunders, pag.2 t/m 25, uitgeverij SI Publicaties BV, Arnhem, 'Collecting Colditz and its Secrets', door Michael Booker, ISBN 978 1 909806 00 3, 2005 (herdruk 2013), uitgeverij Grub Street (dit laatste boek is door DE Colditz verzamelaar Booker geschreven, en bevat een schat aan unieke documenten en verhalen. Helaas gaat hij, op een enkele foto na, totaal voorbij aan de Nederlandse gevangenen en hun ontsnappingen).

GA TERUG