COAST GUARD
‘Matchbox Fleet’ van ResFlo One
OMAHA BEACH

De Rescue Cutter CG 1 voor de Normandische kust

Slechts enkele weken voor D-Day, vroeg president Franklin D. Roosvelt zich af, of er tijdens Operation Neptune, de marine kant van Operation Overlord, geen reddingsboten moesten worden ingezet. Commander in Chief of the Navy, Admiral Ernest King nam deze taak op zich. The US Coast Guard (de Amerikaanse Kustwacht) had de zogenaamde ’83-foot patrol boats’, in de dienst, welke bekend stond als de ‘Matchbox Fleet’. De boten waren van hout gebouwd en voorzien van benzinemotoren, waarvandaan dus de bijnaam kwam, ‘Luciferdoosjes-Vloot’. De patrouilleboten haalden een maximum snelheid van 15.2 knopen (ongeveer 28 km/u), en hadden dan een actieradius van 215 mijl (400 km). Economisch varen met de '38-footer', betekende met slechts 8.2 knopen (15 km/u) varen en dan was de actieradius 575 mijl (1065 km). Er werden totaal 140 van deze boten gebouwd bij de Wheeler Shipyard, Incorporated, Brooklyn, NY. Zestig van deze vloot deden dienst aan de oostkust van de VS om uit te rukken tegen vijandelijke onderzeeboten. Admiral King stuurde de complete oostkust vloot van 60 naar New York waar de boten op transportschepen werden geladen en met bemanning en al naar Engeland overgebracht.

De Rescue Cutter CGC 457 in 1943 aan de oostkust van Florida, VS
(Foto: Uit serie voor een artikel over de Coast Guard in de National Geographic, mei 1943)

Eenmaal in Engeland aangekomen, werd hun ligplaats Pool. In Operation Neptune stond het officieel bekend als Rescue Flotilla One (ResFlo One). Maar de bijnamen voor de zestig 83-footers Coast Guards Rescue Cutters kreeg een extra bijnaam naast die van de ‘Matchbox Fleet’,… de ‘Seagoing St.Bernards’. De reddings-vloot stond onder commando van Lt.Commander Alexander Steward US.CGR. De ‘Cutters’ werden her-nummert, CG 1 tot CG 60. De bemanning bestond, naast de kapitein, uit 13 man, een stuurman met drie assistenten, drie machinisten, een radarman, een schutter voor het kanon, een kok, een brandweerman en twee matrozen.

'UNSUNG HEROES'

De ‘Matchbox Fleet’ werd verdeeld over de Amerikaanse sector (30 stuks, CG 1 tot CG 30) en de Brits-Canadese sectoren (ook 30 stuks). Het plan was om vijf van deze boten tussen de transport schepen en het strand te laten varen, en de andere 25 in de buurt van de transportschepen, want men verwachtte hier de meeste slachtoffers.

De eerste actie voor een Rescue Cutter was nog voor de landingen waren begonnen. Een Britse LCT werd door een torpedo getroffen die door een Duitse E-Boot was afgeschoten. Lt. William H. Williams, commandant van CG 29, stoof erop af en wist 14 bemanningsleden aan boord te nemen, plus twee door vuur gewond geraakte officieren. De bemanning van de LCT werd snel overgebracht naar een Landing Ship Tank (LST), waarna de CG 29 weer naar de Franse kust voer. Al snel tijdens de ‘run-in’ van de landingsboten werd al duidelijk dat er veel boten in problemen waren en ook de DD tanks waren grotendeels gezonken waardoor verschillende mannen in het water dreven. De reddingsoperatie nam aanvang vanaf het eerste uur. Iedereen aan boord van de Rescue Cutters staken hun handen uit naar de mannen in het water. Deze waren zwaar van het vol water gezogen bepakking en raakten al snel onderkoeld, en waren niet in staat om ook maar zelf enige vorm van assistentie te verlenen in hun redding. Er waren minimaal twee man nodig om het ‘dode’ gewicht aan boord te hijsen.

De Rescue Cutter CG 21 gereed om uit te rukken

Eenmaal aan boord werden de geredde mannen snel overgebracht naar één van de transportschepen voor de kust, waar de schepen overschakelden van transporteur van manschappen, in hospitaalschip, waar dokters klaar stonden. Tijdens de landingen in de sector Omaha redde de CG 16, onder commando van Lieutenant (junior grade) R. V. McPhail de meeste mannen. In de sector RED koerste de CG 16 kort op de landingsboten. Verschillende waren op mijnen gelopen, waaronder een LCT omgebouwd tot luchtdoel geschut platform (LCF-31). Op slechts 800 meter van de kust nam de CG 16 overlevenden aan boord. Deze waren nog niet aan boord, of een ‘patrol boat’ werd getroffen door een granaat (volgens het action report van de CG 16 betrof het de PC-1261). Nog eens 90 man werden aan boord genomen. Direct daarop zonk op slechts enkele honderden meters vanaf de kust een LCVP of een LCA, waarop de CG 16 haar koers verlegde naar dit drama. Hier werden onder Duits vuur ook de nodige overlevenden opgepikt. Hierna was het snel naar de USS Joseph T. Dickman (APA-13) om de slachtoffers over te zetten. Eén slachtoffer werd dood verklaard en een tweede was stervende. Beide konden een zeemansgraf tegemoet zien. Voor het zeemansgraf van de eerste dode verscheen Lieutenant McPhail met een bijbel in zijn hand en werden de motoren stilgelegd. De ceremonie was net begonnen toen het hoofd van de ‘stervende’ door een luik verscheen, en sprak hij de volgende woorden: ‘Als jullie denken dat ook straks met mij te doen, dan staat jullie een verrassing te wachten. Wat dachten jullie van wat hete koffie en in God’s naam,… geef mij een sigaret!’ Een half uur later werd deze man overgebracht naar een LST hospitaal schip.

Rond het 20mm kanon van de CG 16 werden
de uitrustingstukken van de gereddende gelegd

Om 10.45 uur schoot de CG 16 te hulp naar de LCT 777 die in problemen was op 1500 meter uit de kust. Er woede een fikse brand aan boord. Alle manschappen werden van boord genomen van de LCT dat als munitieschip werd gebruikt. De CG 16 was juist weer losgekoppeld van de LCT 77, toen één van de overlevenden liet weten dat er één man was achtergebleven met beide benen gebroken. De CG 16 keerde weer terug en snel werd door Coxswain Arthur Burkhard, Jr gezocht naar de gewonde man. Het slachtoffer werd gevonden en eerste hulp werd aan boord verleend. Het slachtoffer Maar het lukte maar niet, vanuit de zinkende LCT , de gewonde man over te zetten. Op het laatst werd de man in zee gegooid zodat hij zelf met zijn handen de reling van de CG 16 kon vastgrijpen. Ook Burkhard sprong het water in maar zwemmen was niet zijn sterkste kant, en de manschappen van de CG 16 sleepten hem met een touw aan boord. Op het moment dat de mannen aan boord van de CG 16 werden gehesen, sloeg de LCT om en zonk direct in de golven. Scheepskok Second Class George I. Banks had geen tijd om eten te maken, en hielp daar waar mogelijk bij de gewonden. Met een scherp keukenmes sneed hij kletsnatte kleding los, en gaf morfine en verbond gewonden. De CG 16 keerde pas terug naar de USS Joseph T. Dickman, toen alle slachtoffers aan boord waren genomen. Sommige slachtoffers gingen naar een hospitaal LST.

Uiteindelijk zou de CG 16 126 mensen redden tijdens D-Day

Toen de scheepskok Banks eindelijk dan achter zijn fornuis terecht kon om koffie te maken, voer de CG 16 weer naar een zinkende LCT. De koffie werd vergeten en weer ging Banks helpen met de gewonden. Vier man zaten met gebroken ledematen vast bij een geschutskoepel. Na de eerste hulp werden de gewonden ook naar het hospitaalschip gebracht. Het was de laatste klus voor de CG 16 die dag. Eindelijk kon Banks zijn karbonaadjes bakken en serveren met gebakken aardappelen en boontjes. De CG 16 had 126 man gered, waarvan slechts één was overleden. Lt. McPhail en zijn 14 koppige bemanning werd het Navy and Marine Corps Medal toegekend vanwege moedig gedrag. Onder hen was ook de Specialist First Class Carter Barber die als oorlogsverslaggever aan boord was. Hij maakte enkele foto’s tijdens de eerste minuten van de eerste reddingsoperatie, maar hielp al snel mee gewonden uit het water te halen. Toen de reddingen uiteindelijk voorbij waren na zes uur intensief hard werken, was er even rust, ook voor de oorlogscorrespondent om zijn verslag te maken (zie foto hieronder)

De fotograaf Carter Barber aan boord van de CG 16

Normaal gesproken konden er ongeveer 20 gewonden aan boord genomen worden van de kleine Rescue Cutter. Maar tijdens de operaties aan de Normandische stranden waren dat meer dan eens dubbele getallen. In één geval had een Cutter maar liefst 140 man aan boord en dat op een oppervlakte van nog geen 100 vierkante meter ruimte. Vanwege dat het gevaar van Duitse luchtaanvallen geen rol speelde op D-Day, werd heel veel spul van de slachtoffers rond het 20mm kanon gedumpt. De enorme berg groeide door de neergesmeten jassen, helmen, gasmaskers, zwembanden etc. Als het even kon werd het niet overboord gegooid, want die troep kon in schroeven van schepen komen en dat moest zoveel mogelijk voorkomen worden.

CG 3 neemt een DUKW op sleeptouw die in problemen was gekomen

In de Brits-Canadese sector redde de CG 34, onder commando van Lt.(JG) Gordon W. Crafts, de meeste manschappen. Niet alleen werden manschappen gered die met landingsboten in problemen waren gekomen, Cutters namen ook indien nodig de landingsboten op sleeptouw om ze naar het strand te brengen. Een mooi voorbeeld is hierboven afgebeeld, waarbij de CG 3 een DUKW mee sleept die dreigde te zinken voor het de kust zou bereiken. De Cutters van Rescue Flotilla One redde tijdens D-Day officieel meer dan 400 man, en gedurende de rest van het jaar, voor de Flotilla werd opgeheven, was dit aantal opgelopen tot 1438 geredde personen. Maar hun voortvarende acties om ook sleepdiensten te verrichten heeft ook heel veel manschappen van een verdrinkingsdood gered. Vanwege het niet al te precies bijhouden van reddingen is waarschijnlijk het getal vele malen groter dan officieel bekend is. Als in een after action report, van bijvoorbeeld de CG 35, staat; 'survivers rescued, five. Corpses non. Comments non'. Dan zit hier een ijzigingwekkend verhaal achter. De commandant van cg 35, Lt.(JG) George Clark besloot om een brandende Britse LCT, die op een mijn was gelopen, te benaderen,... De lading, benzine en diesel, liep de golven in en het was een inferno rond de LCT. Wetende dat zijn eigen boot geheel van hout was gemaakt en ook veel benzine mee droeg in de tanks, zette hij toch door, want er moesten mensen gered worden. Opwindend en erg heet zal het geweest zijn, maar de redding was een succes. Het had compleet vergeten kunnen worden in de strijd die zich op het land ontwikkelde, maar de Britse admiraliteit besloot de inzet van Lt. Clark en de bemanning van CG 35 voor te dragen voor het Distinguished Service Cross. Aan de hand van het after action report zou de US Navy top nooit van deze heldhaftige inzet op de hoogte zijn gebracht; 'survivers rescued, five. Corpses non. Comments non'. Bescheidenheid sierde de US Coast Guard,...

Het voorgaande geeft aan dat er zoveel meer groepen waren die zeer belangrijk werk deden tijdens de landingen op de Normanische stranden, maar toch om één of andere reden weinig aandacht krijgen. Hoe klein het bovenstaande portretje ook is, het geeft wel aan hoe klein een episode tijdens D-Day in de analen wordt bijgeschreven, dat het veel meer waard is dan slechts een voetnoot in het grotere geheel,...