10 JUNI 1944

Voorwoord

Veel plaatsen in Europa dragen de zwarte plekken van moord en doodslag die de Duitse bezetter aanrichtten, meestal als vergelding. Eén van deze plaatsen is het Nederlandse Putten, waar 602 mannen werden afgevoerd naar Duitse kampen, nadat een verzetsgroep een Duitse auto had beschoten in de veronderstelling dat het Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS-und Polizeiführer Hanns Rauter betrof. Slechts 49 mannen zouden terugkeren naar Putten. (Rauter werd later alsnog, door toeval, beschoten door een verzetsgroep in maart 1945, waarbij hij zwaargewond raakte. Als vergelding werden 117 mannen geëxecuteerd.)

Een andere plaats die de geschiedenis in zou gaan als directe vergelding, was het Tsjechisch Lidice. Op 27 mei, 1942 werd Reinhard Heydrich, de gouverneur van Bohemen en Moravië, beschoten, door twee verzetsstrijders. Op 4 juni overleed Heydrich aan zijn verwondingen. Verschillende strafexpedities trokken door Tsjechische streken. Lidice werd op 10 juni, 1942 afgesloten. De inwoners werden verzameld en de mannelijke bevolking van boven de 15 jaar vermoord. De overige inwoners vertrokken naar verschillende kampen, waarvan de meeste niet terug keerden. Het dorp werd geheel verwoest en 192 mannen, 60 vrouwen en 88 kinderen lieten het leven. Twee weken later onderging het dorp Ležáky hetzelfde lot. Een totaal van rond de 1300 burgers zouden slachtoffer worden van de strafmaatregelen.

Het monument voor de kinderen van Lidice

Andere steden en plaatsen waren, onder andere; op 10 juni 1944, Distomon in Griekenland, waarbij 239 slachtoffers vielen. Maillé, in Frankrijk verloor op 25 augustus 1944, 124 mensen. Een apart vermeldenswaardig gebeuren was Marzabotto, in Italië, dat 1836 slachtoffers telde door toedoen van het Nazi-regime (tussen 8 september en 5 oktober, 1944).

Bovenstaande moordpartijen werden als vergelding uitgevoerd na aanslagen door het plaatselijke verzet. Maar Oradour-sur-Glane zal de geschiedenis in gaan als het vermoorde dorp waarvan de toedracht in het duister is gehuld.

Oradour-sur-Glane

Oradour-sur-Glane was een dorpje zoals zovele in Frankrijk. Rustig en landelijk trok de oorlog aan het dorp voorbij. Af en toe zag men wel eens een verdwaalde Duitser uit Limoges, zo'n 15 kilometer ten zuidoosten van Oradour. Ondanks dat het een klein dorp was, had het drie schooltjes, een kleuterschool en een jongens- en meisjesschool. Tegen het einde van 1940 was het nodig een extra schooltje te creëren voor de vluchtelingen uit Moselle die uit hun huizen waren gejaagd door de Duitsers. Een paar keer per dag liep er een tram naar Limoges en haalde en bracht het werkvolk en dagjesmensen. De laatste zondag van augustus was de jaarlijkse feestdag in Oradour waarbij de jeugd in draaimolens zat en de ouderen hun wijn dronken. In 1939 waren de draaimolens ook gekomen, maar vanwege de dreigende oorlog, werden ze niet opgebouwd.

Vier dagen na de landingen van de geallieerden in Normandië, kwam de oorlog in Oradour-sur-Glane. In heel Frankrijk werden door het verzet aanslagen gepleegd om de Duitsers te beletten om reserve troepen naar de landingsgebieden krijgen. Bruggen en spoorrails werden gesaboteerd, telegraaf- en telefoonlijnen afgesneden. Ook het beschieten van Duitse voertuigen was niet ongewoon voor de zogenaamde Maquis. Gefrustreerd door al dit oponthoud werden veel strafmaatregelen door de Duitsers uitgevoerd. Of dit ook het geval was voor Oradour, zal nooit duidelijk worden. In Oradour was geen plaatselijk verzet en stond het ook niet bekend als een plaats van onruststokers. Desalniettemin, rond de klok van 14.00 uur, op zaterdag 10 juni 1944 trokken twee SdKfz 251 pantservoertuigen het dorp binnen. Ze waren afkomstig uit Saint-Junien, zo'n 10 kilometer ten zuiden van Oradour. De dag ervoor was het 4de Regiment 'Der Führer' van de 2de SS-Panzer Division 'Das Reich' in dit dorp aangekomen en had daar het bivak opgeslagen. Twee dagen eerder had het verzet hier de spoorbrug opgeblazen waarbij twee Duitse soldaten waren omgekomen. Dit, en het krijgsgevangen nemen (en later ombrengen) van een persoonlijke vriend van Major Adolf Diekmann, Major Helmut Kämpfe, door het verzet nabij St. Léonard-de-Noblat, zou de druppel kunnen zijn geweest om de bevolking van Oradour een 'lesje' te geven. Major Diekmann, commandant van het 1ste Bataljon, 4de Regiment, heeft in samenspraak met SS Gruppenführer Heinz Lammerding, commandant van de 2de SS-Panzer Division 'Das Reich', de plannen gemaakt en de order vervolgens gegeven aan Luitenant Kleiss, commandant van 3de compagnie SS-Panzer Grenadiers.

Links, Major Diekmann, rechts Major Kämpfe
(was de laatste de oorzaak van de vergelding?)

Rond half twee die middag vertrok de voorhoede van de colonne vanuit St. Junien. Oradour werd via de zuidwest kant binnengetrokken. Onderwijl werden alle toegangswegen afgesloten door de Duitse Grenadiers. Burgers die de Duitsers tegenkwamen werden gesommeerd naar Oradour te gaan. De twee SdKfz 251 die gestopt waren in Oradour zelf liet haar soldaten uit. Kompleet in oorlogsuitrusting trokken de Duitsers langs de huizen en riepen iedereen op zich te verzamelen op straat.

De markplaats vanuit het zuiden, de Rue Emile Désourteaux

Langzaam werd de steeds groter groep mensen van de straten geleid naar het terrein van de markt en kermis. Honderden mensen zagen dat op de daken van de oostelijke huizen machinegeweren werden geplaatst. Onderwijl kwamen pantservoertuigen meer bewoners aanleveren bij de marktplaats. Toch was nog niet iedereen echt bezorgd, het gerucht ging dat het alleen was voor identiteit check. Rond half drie waren nagenoeg alle bewoners samengedreven, waaronder ook alle kinderen die uit de scholen waren gehaald.

Een schoolklas,... nog niet wetende wat hen boven het hoofd hangt

Tegen drie uur begonnen de Duitsers de mannen van de vrouwen te scheiden, de kinderen bleven bij de moeder. Een Duits commando zette de groep van vrouwen en kinderen in beweging. Nog steeds was er geen sprake van paniek, maar er werd wel meer gemopperd. Onder de Duitse troepen bleken ook goed Frans sprekende soldaten die tot rust maanden. De burgemeester, Desourteaux, kreeg opdracht een aantal mannen als gijzelaar aan te wijzen. Hij weigerde, maar stelde zich zelf beschikbaar. Als de Duitsers gijzelaars wilden hebben, dan kozen ze die zelf maar. Een officier vroeg of er wapens in het dorp waren. Alleen een paar jachtgeweren, werd geantwoord. Er werd bekendgemaakt dat er huiszoeking zou worden gedaan naar verborgen wapens, en als die niet werden gevonden, dan waren ze vrij om te gaan.

Om half vier sloeg de sfeer om. Dezelfde officier, die even daarvoor gevraagd had naar verborgen wapens, riep op dat iedereen stil moest zijn, opstaan en in drie rijen naar de gevels moesten staan. Rond de tweehonderd mannen stonden daar te wachten terwijl machinegeweren werden doorgeladen. Zouden ze worden neergeschoten,…? Waarom? Hun gedachten gingen naar de vrouwen en kinderen. Deze waren ondertussen afgemarcheerd naar de plaatselijke kerk.

De groep vrouwen en kinderen werden via deze weg
(bij de luifel) naar de kerk geleid die links buiten de foto staat

In de kerk waren de vrouwen getroffen door een onzekere angst. Vooral toen, rond de klok van vier uur, een paar jonge soldaten een grote kist, waaruit draden over de grond sleepten, de kerk binnenbracht. Deze werd geplaatst centraal in het schip van de kerk, nabij het koor.

Voor het gruwelijke vervolg,
klik op gesmolten wijzerplaat
die de tijd voor altijd doet stilstaan.