|
De USS West Virginia, met erachter de USS
Tennessee
In de speelfilm ‘Tora! Tora! Tora!’ worden enkele segmenten van extra aandacht voorzien,
zoals van ‘Battleship Row’, de ondergang van de USS Arizona, de ontsnappingpoging van de USS
Nevada, maar van de andere schepen wordt terloops iets in beeld gebracht. Van de USS
West Virginia de kok Doris Miller die vanaf dit schip op Japanners schoot. Maar over de USS
Tennesee wordt alleen gemeld dat ze getroffen was, net als de USS Maryland en de USS
Oklahoma (waarvan ook niets wordt getoond hoe deze omsloeg). Over de laatste twee schepen heb
ik al eerder geschreven, maar nog weinig over de USS West Virginia en de USS Tennessee.
Links de USS Tennessee, met rechts
de gezonken USS West Virginia
De USS Tennessee (BB-43) lag op 7 december afgemeerd aan stuurboordzijde aan de dukdalven van F-6.
Aan bakboordzijde was de USS West Virginia (BB-48) aan haar afgemeerd. Tijdens de aanval door de
Japanners werd de USS Tennessee door twee bommen getroffen. De eerste bom die op de USS Tennessee
neerkwam, ging door het dak van geschutstoren #3, deze explodeerde niet, maar waarbij het linker van de drie kanonnen
toch werd beschadigd. De tweede bom viel op geschutstoren #2,
en deze zorgde er voor dat alle drie kanonnen onbruikbaar werden. Tevens sloegen scherven van deze bom en
toren in de brug van de USS West Virginia, waarbij haar commandant Mervyn S. Bennion om het leven
kwam (hij zou postuum de Medal of Honor ontvangen). Toen de USS
Arizona explodeerde, werd de USS Tennessee bekogeld met brokstukken van dat schip. Ook de
brandende olie woekerde over het achterdek van de USS Tennessee. Vanwege dat ze opgesloten lag
tussen de USS West Virginia en de dukdalven, zou het tien dagen duren eer ze vrij was. Vier dagen
later vertrok de USS Tennessee naar de westkust van Amerika voor reparaties. Hoe ongelooflijk het misschien
klinkt, er vielen 'slechts' vijf doden op de USS Tennessee tijdens de aanval.
De posities van USS Tennessee en USS West Virginia op F-6
(de USS West Virginia is net aan bakboordzijde getroffen door torpedo's)
Hoe anders was het op de USS West Virginia (BB-48), waar 106 levens werden verloren.
Dit slagschip, welke de bijnaam 'The Fighting Wee-Vee' had, lag centraal in ‘Battleship Row’,
en ontving waarschijnlijk daardoor ook de meeste
torpedo’s. De eerste twee explodeerden aan de voorzijde, aan bakboord om 07.55 uur. Direct begon
het schip naar bakboord over te hellen toen het water binnengutste. De vier schadegroepen onder
commando van LCDR J.S. Harper sloten de luiken om kapzeisen te voorkomen, tevens begon men,
in opdracht van Lt. C.V. Ricketts, met het pompen van water aan de stuurboordzijde om het
schip in ballans te houden. Door het scheefhangen van de USS West Virginia kon het
luchtafweergeschut aan bakboord op een gegeven moment niet meer gebruikt worden, dus werd
het geschut aan stuurboordzijde ingezet.
De USS West Virginia ('Wee-Vee'), met midscheeps de schade van torpedo's
(erachter ligt de USS Tennessee)
Hoeveel torpedo’s de USS West Virginia te
verduren kreeg is niet geheel duidelijk, maar de meeste rapporten spreken over minstens zeven
stuks. Drie sloegen midscheeps, en ook de kiel werd getroffen waarbij het roer wegsloeg. Minstens
één torpedo was een blindganger, en werd later onschadelijk gemaakt. Eén of twee torpedo's
zouden via gaten door andere torpedo's naar binnen zijn geschoten. Naast de torpedo’s vielen er
twee zware bommen op het schip, de eerste viel door het dek aan de voorzijde, maar ontplofte niet.
De tweede sloeg verder achterin, en was ook een blindganger, waarbij het watervliegtuig, de Kingfisher, op
geschutstoren #3 verwoest werd en ook de andere Kingfisher op #4 trof die van zijn lanceerrail viel.
De bom sloeg door het dak van #3, waarbij één kanon uitgeschakeld werd.
In ‘Tora! Tora! Tora!’ wordt de aanval op
de USS West Virginia even in beeld gebracht
Commandant van de USS West Virginia, Mervyn S. Bennion, was zwaar gewond geraakt
door scherven van de USS Tennessee, maar weigerde zijn post te verlaten. Hij stierf
aan zijn verwondingen. Tevens was tijdens de eerste
aanval was tweede officier, de Executive Officer CDR R.H. Hillenkoetter overboord gesprongen.
LCDR Harper zag zich opeens gebombardeerd tot de bevelhebber van de USS West Virginia.
Nadat de USS Arizona was ontploft,
liep brandende olie naar de USS West Virginia. Samen met de brandende olie van de USS
West Virginia zelf, was het een vuurzee in dikke zwarte rook gehuld.
Het eerste wat Harper herzag, was de order om het schip te evacueren op last van Bennion.
Alle mannen moesten helpen met blussen om het schip te redden.
De Garbage Lighter YG-17 naast de USS West Virginia
Terwijl de Japanse aanval nog gaande was, en het vuur oplaaide van de USS West Virginia,
kwam de ‘Garbadge Lighter’ YG-17 langszij. Deze scheepsafval boot, onder leiding van Chief Boatswain's
Mate Lenard M. "Swede" Jansen, begon gelijk met het spuiten van water op de vlammen.
Dit was met veel risico’s, want men wist niet of het schip kon ontploffen als het vuur
bij de opgeslagen munitie zou komen. De krachtige stralen water, door de sterke pomp
van YG-17 aangejaagd, bedwongen menig oplaaiende vuren tot deze gesmoord waren. Nadat de
ergste vuren bedwongen waren, verlegde de YG-17 haar werk naar de USS Arizona.
Lenard M. "Swede" Jansen werd later voorgedragen voor onderscheidingen door R. H. Hillenkoetter en
Commander of Battleships, Battle Force, Vice Admiral Walter S. Anderson.
Tot 14.00 uur werd geblust,
met onder andere ook slangen van de USS Tennessee, tot LCDR J.S. Harper aangaf dat iedereen het
schip moest verlaten.
Links de USS West Virginia en de USS Tennessee,
en rechts de brandende USS Arizona (waterstralen van de USS Tennessee moeten brandende olie
van het schip weg houden)
Door de enorme schade aan de USS West Virginia had het bergen geen prioriteit.
Het duurde tot 17 mei 1942 eer ze weer kon drijven, toen alle gaten tijdelijk gedicht waren.
Op 9 juni schoof ze droogdok No.1 binnen. Hier zou de bevestiging ontdekt worden dat de USS
West Virginia getroffen was door zeven torpedo’s. Tijdens het slopen van de beschadigde delen,
vonden arbeiders 66 lichamen benedendeks, waarvan verschillende op stoompijpen werden gevonden,
daar waar luchtbellen waren. De grootste schok was de ontdekking van drie slachtoffers in een
opslagruimte. Deze mannen, Louis Costin (21), Clifford Olds (20), en Ronald Endicott (18),
hadden zich in leven weten te houden met wat ze hadden gevonden aan
voedsel en water rantsoenen in een gevechtsstation. Op een kalender was aangeven dat ze nog minstens
tot 23 december in leven waren geweest. Het totaal aantal geborgen slachtoffers op de USS West Virginia
vanaf 7 december 1941, kwam hiermee op 106 doden.
De USS West Virginia op 16 maart 1942,
de berging is in volle gang
De schade was zo groot aan bakboordzijde en de opbouw, dat
de reparatie tot in 1943 duurde. De USS West Virginia vertrok op 7 mei 1943 uit Pearl Harbor
naar de Puget Sound Navy Yard in Bremerton, Washington, voor verbouw en modernisering.
- De Japanse torpedo's en bommen -
(hoe bereikten de Japanners zoveel schade?)
De Japanners gebruikten aan de vliegtuigen maar enkele typen bommen en één type torpedo. In de
Eerste aanvalsgolf waren 40 Nakajima B5N2 Kate torpedo bommenwerpers die met hun Type 91 model 2 torpedo
(met een 205 kg zware explosieve lading) de vliegdekschepen en de slagschepen tot zinken moesten brengen
(bij gebrek aan de Amerikaanse vliegdekschepen, kregen sommige slagschepen, zoals de USS
West Virginia en de USS Oklahoma extra torpedo’s te verduren). De gebruikte torpedo's
waren aan de achterzijde voorzien van houten 'vinnen', die er voor moesten zorgen dat de torpedo niet te diep dook
in het ondiepe water van Pearl Harbor.
Een Nakajima B5N2 Kate met een Type 91 model 2 torpedo
De Kate
had drie bemanningsleden aan boord, de piloot, de waarnemer/bomrichter, en de radiobediener/staartschutter.
De staartschutter had de beschikking over een Type 92 7.7mm (0.303 in) machinegeweer waarmee hij op vijandelijke
jagers kon schieten, maar ook, als de Kate laag vloog, op gronddoelen kon schieten.
In doorsnede, de Type 99 Model 5, bijna 800kg zware anti-scheepsbom
Ook in de Eerste golf waren 49 Kates die aangepaste marine bommen vervoerden van 796.8 kg, onder
de aanduiding Type 99 Model 5, die speciaal tegen schepen was ontwikkeld.
Ze werden van grote hoogte afgeworpen en drongen diep in het schip binnen,
via verschillende dekken, alvorens te ontploffen. De bom, met een lengte van 2351mm, drong door 150mm pantserstaal.
Een bom van dit type was verantwoordelijk voor het tot ontploffen brengen van de USS Arizona.
De meer dan 1.80 meter lange Type
98, 242.2 kg 'land bom'
Voor landdoelen gebruikten de Japanners in de Eerste golf 51 Aichi D3A1 Val duikbommenwerpers
die slechts één bom met zich meedroeg, een ruim 242 kg zware Type 98 ‘land bom’ welke 400mm beton kon
penetreren. Hiermee werden de vliegbases
Wheeler, Hickam, Kaneohe en Ford Island bestookt. Na het laten vallen van deze hoog explosieve bommen,
beschoten de Vals en de voor dekking zorgende Zero jagers, met hun boordwapens alles wat
de moeite waard leek op de
vliegvelden. De Zero was uitgerust met 2 × 7.7mm (0.303 in) Type 97 vliegtuig machinegeweer in de
bovenzijde van de het motocompartiment, en had 500 patronen per machinegeweer tot zijn beschikking. Daarnaast
had de Zero 2 × 20 mm Type 99-1 kanonnen in de vleugels, waarbij 60 patronen per kanon beschikbaar
waren. Ook de Val, waar twee man in zaten, de piloot en de schutter achter hem, had de beschikking
over 2 x 7.7mm(0.303 in) Type 97 machinegeweren boven de motor. Daarnaast was er een draaibaar Type
92 7.7mm machinegeweer bediend door de schutter achterin de cockpit.
Deze illustratie geeft goed weer hoe
de Aichi D3A1 Val duikbommenwerpers
tijdens de Tweede aanvalsgolf hun dodelijke opdracht uitvoerden
(illustratie: onbekende maker)
In de Tweede aanvalsgolf waren de rollen tussen de Kate en de Val omgedraaid.
De Val kreeg nu de rol van scheepsaanvaller. Vooruitziende blikken onder Japanse plannenmakers,
verwachtten dat na de eerste aanval Pearl Harbor wel eens schuil kon gaan onder dikke rookwolken. Dus
waren er voor de volgende golf vliegtuigen die accuraat bommen kon werpen. De Val was uitgerust
met een standaard hoog explosief Type 99 model 1 bom van 251.1 kg om schepen mee te bestoken.
De 1809mm lange Type
99, 251.1 kg 'standaard HE bom'
Val duikbommenwerpers wierpen hun bommen onder andere
in het dok waar de USS Pennsylvania lag met de twee torpedobootjagers, de USS Downes
en USS Cassin. Maar voor de meeste
Val piloten was de USS Nevada, die naar open zee probeerde te ontsnappen, een te sappige prooi
om te laten lopen. Dit was de redding voor vele andere doelwitten die nu met de schrik vrij kwamen.
Sommige Kates namen meerdere Type 97, 60.4 kg bommen mee
De Kate bommenwerpers namen in de Tweede golf de vliegvelden voor hun rekening. Veel Kate
bommenwerpers droegen 2 x 250 kg Type 98 ‘land bommen’ (de Val had er in de Eerste golf maar één mee).
Daarnaast hadden sommige Kates, naast de één of twee 250 kg bommen, ook 60.4 kg zware
Type 97 ‘hoog explosieve land bommen’ mee. Deze bommen konden tot 200mm beton doordringen.
Op de volgende pagina,
gaat de aanval verder,...
KLIK
HIERONDER
|