TOUR DE SLAGVELDEN VAN NORMANDIË
DE STRIJD OM
PORT-EN-BESSIN

Het 47 Royal Marine Commando kwam ten oosten van Asnelles aan land,
en volgenden globaal de zwarte onderbroken lijn

Van de 75.000 manschappen die op de Britse en Canadese stranden zouden landen op 6 juni 1944, waren er slechts 420 man geselecteerd, van het 47 Royal Marine Commando, om het kleine havenstadje Port-en-Bessin in te nemen. Op bijna 20 kilometer afstand kwamen ze aan land, iets ten oosten van Asnelles. En het was al voorzien dat men te voet over en door heuvelachtig terrein naar het doel moest zien te komen. Port-en-Bessin was heel belangrijk, omdat men daar de PLUTO (Pipeline Under The Ocean) brandstofleidingen wilde laten binnenkomen, brandstof essentieel voor de Geallieerde voertuigen.

Operation Aubrey

De commando’s van 47 RM gingen op 2 juni aan boord van de Princess Josephine Charlotte, een vooroorlogse Kanaal ferry, en de SS Victoria, een kustvaarder. De schepen waren voorzien van davits waarin de LCA’s (Landing Craft Assault), landingsboten, hingen. Met de uitstel van 24 uur, moesten de mannen een extra dag aan boord wachten, op het signaal ‘GO!’. Maar dan eindelijk, op 6 juni kwam dan het strand van Gold Beach (de uiterste westzijde) in zicht, en kon Operation Aubery van start gaan. De mannen namen plaats in de LCA’s die ieder 36 man konden vervoeren. Om 08.00 uur, twee uur na de eerste golf van landingstroepen, staken de veertien LCA’s richting het strand. Onderwijl was de vloed opgekomen, en waren veel hindernissen tegen landingsboten onder water verdwenen. Het Duitse geschut raakte ook ingeschoten op de naderende schepen. Vijf LCA’s liepen vast op obstakels geplaatst tegen landingschepen, zoals de Belgische Poorten en Tsjechische ‘Hedgehogs’ of werden door granaten getroffen. De eerste LCA werd waarschijnlijk door een granaat getroffen en zonk, van de 36 man, kwamen er 14 om het leven, 12 raakten gewond en waren uitgeschakeld voor de rest van de strijd. Hiermee was de helft van Q-Troop uitgeschakeld. 47 Cdo RM bestond uit ‘A, B, Q, X en Y’ Troop.

Mannen van het 47 Cdo RM rennen met zwart geschminkte gezichten uit LCA 431

De volgende LCA liep op een mijn waarbij 8 man omkwamen en verschillende gewond raakten, waaronder de commandant van Y-Troop. Daarop liep een LCA met de halve A-Troop op een mijn, waarbij twee man werden gedood, en ook weer gewonden vielen. Er liepen nog twee LCA’s op mijnen, en zonken. Zeven andere LCA’s raakten beschadigd en slechts twee bleven onbeschadigd om terug te keren naar hun moederschip.

Aan de rechterzijde kwam 47 Cdo RM aan land

De eerste mannen die van de landingskleppen sprongen, kwamen om 09.20 uur aan land. Er waren reeds 28 man gedood, en 21 gewond geraakt. Tevens waren er na telling 76 man vermist, waaronder de commandant van 47 Cdo RM, Lt-Colonel Farndale Phillips. Phillips had persoonlijk gekozen voor een aanval in de rug (vanuit het zuiden) op Port-en-Bessin, na studie van het debacle van Dieppe in 1942, waarbij 3367 Canadezen (van de 5000), gedood, gewond of gevangen werden genomen.

Commandant van 47 Cdo RM, Lt-Colonel Farndale Phillips

Veel werden meegesleurd door het getij, en kwamen soms kilometers verder aan land. Deze werden opgepikt en teruggebracht naar Engeland. De rest van de mannen lagen aan de zeemuur over een afstand van twee kilometer (in plaats van de verwachtte 200 meter!). Vier Universal Bren carriers kwamen aan land, voor ondersteuning aan 47 Cdo RM. Maar deze zouden via andere routes oprukken, want deze konden alleen bewegen over wegen en karrensporen. Dus, de ondersteuning was alleen op papier voor elkaar, en zo scheidden de wegen tussen het rollende materieel en de lopende commando’s, die dwars door de velden zouden trekken.

Opruimwerkzaamheden op Gold Beach

Rendez-vous punt was van te voren besproken, zou de kerk in Le Hamel zijn. Maar de strijd rond dit dorp was nog in volle gang tussen de legereenheden Devons en Hampshires. Dit duurde te lang, en de commando’s trokken iets na de middag ten oosten van Asnelles zuidwaarts om met een omtrekkende beweging door een mijnenveld naar de verharde weg van Meuvaines-Buhot. Onderwijl passeerden ze een boer die rustig zijn land aan het ploegen was met twee paarden, terwijl een kilometer verder naar het noorden overal explosies plaatsvonden. Over deze afstand hadden de commando’s twee uur gedaan, het was 14.00 uur. Kort hierop meldde de commandant van 47, Colonel Phillips, zich weer bij zijn troepen.

Een Universal Bren Carrier Mk II, (de vier ondersteunende carriers
zouden nooit op het rendez-vous punt arriveren)

Het optrekken van de commando’s gebeurde voorzichtig, maar ondanks de oplettendheid werd er toch in het eerste deel al reeds een marine commando door een scherpschutter gedood. Ter hoogte van Le Carrefour kwamen de commando’s voor het eerst daadwerkelijk hun eerste Duitsers tegen, toen drie soldaten rustig over de weg kwamen aangewandeld. De commando’s gingen in de berm en richtten hun wapens. Eén van de Duitsers voelde onraad, en wilde zijn machinepistool van de schouder halen, toen verschillende Britse wapens het vuur openden. De man viel tegen het wegdek, en de andere twee staken direct hun handen in de lucht. De gevallen Duitser werd onderzocht door enkele commando’s, terwijl de Duitser ‘kaput, kaput’ mompelde en een fotootje van zijn familie uit zijn jas haalde. De marinemannen konden niets voor hem doen, ze wisten dat hij zou sterven aan zijn verwondingen, en ze moesten verder. Terwijl de gewonde Duitser crepeerde, werden de andere twee meegenomen, waarvan één, met veel enthousiasme, de opdracht vervulde om enkele lichtgewicht brancards te dragen.

De Lee Enfield No.4 Mk.I
(Foto: Tennants.com, The Auction Centre)

De commando’s hadden een verscheidenheid aan lichte wapens bij zich. Voor de langer afstand de vertrouwde Lee Enfield No.4 Mk.I, en voor het (kortere)nabij gevecht waren verschillende mannen uitgerust met het Thompson ’Tommy Gun’ machinepistool of een Stengun. Het belangrijkste machinegeweer was de Bren Light Machine Gun, kortweg Bren genoemd. Het tussen de 10 en 11 kilo zware wapen schoot dezelfde munitie als de Lee Enfield, kaliber .303. Het schoot tussen de 480 tot 450 patronen per minuut (lag aan het model), over een effectieve bereik van 550 meter, over een totale afstand van tegen de 1700 meter. Naast deze wapens hadden de commando’s de beschikking over handgranaten, messen en bajonetten.

Een Bren Light Machine Gun (LMG) is in stelling gebracht (geposeerde foto)

Terwijl de groep verder trok kwam er opeens een Duits officier op een paard aangereden, maar deze keerde plots om, waren de commando’s ontdekt? Er werd een wapen geschouderd, en met één schot werd de officier uit het zadel geschoten. Het paard twijfelde even wat te doen, maar begon toch maar weg te lopen. Weer een stuk verder hoorde de groep een voertuig aan komen. Men zocht weer dekking, en er kwam een Kubelwagel in zicht. Deze draaide in de berm, waarna de chauffeur eruit sprong en een MG-34 in stelling wilde brengen. De commando’s aarzelden geen moment, en ook deze Duitser sneuvelde, deze maal door een geweergranaat. Het laatste wat de commando’s van hem hoorden was dat hij om zijn moeder vroeg.

Château de Tracy aan de D 516

De commando’s trokken globaal onder Arromanches door, via het gehucht Le Petit Fontaine, naar de D 516, van Tracy-sur-Mer naar het gehucht La Rosière. Vierhonderd meter ten noorden van La Rosière stond Château de Tracy, een klein kasteel dat als burgemeester woning van Tracy dienst deed. Een deel van het grote huis was tevens de huisvesting van het hoofdkwartier van de Duitse artillerie welke verantwoordelijk was voor de 15 kilometer kustlijn in deze regio, waaronder de grote batterij van Longues-sur-Mer. De Duitsers vertrokken in de ochtend naar de kust, en zouden niet meer terugkeren in het kasteeltje. Daarentegen lagen er in dit gebied nog genoeg vertragende Wehrmacht soldaten die het de commando’s moeilijk maakten. A Troop wist een machinegeweerpost uit te schakelen en gevangenen te maken, maar X Troop moest koelbloedig een stormloop op een andere machinegeweer maken. B en Q Troop kwamen ook onder vuur van een machineweer, en bij Q Troop raakten acht man gewond, waaronder twee korporaals. Tijdens deze schermutselingen hoorde men een Duitse officier roepen naar andere troepen dat ze moesten komen helpen, ‘tegen deze Indianen!’ Door hun zwarte schmink op het gezicht en verbeten vechten, kan de officier dit werkelijk geacht hebben.

Het monument voor de 47 Cdo RM op het kruispunt van La Rosière

Om 15.30 uur was La Rosière bereikt en werd geconstateerd dat er zo’n 360 commando’s zich gegroepeerd hadden, dat er één gesneuveld was onderweg naar dit punt en dat er elf man gewond waren. Terwijl de mannen overal lagen te rusten, kwamen vooruitgeschoven troepen van het 2nd Devon Regiment bij La Rosière aan. Deze namen de twintig gevangen Duitsers over. Het Devon Regiment nam de positie van 47 Cdo RM over. Om 19.45 uur trokken de commando’s verder, met als doel Mont Cavalier (Point 72),…

Klik hieronder voor de verdere strijd om Port-en-Bessin