- OVERLOON -
- Oorlog hoort in een Museum -

Operation Aintree

Nadat de Amerikaanse 7th Armored Division was teruggetrokken rond Overloon, werd er een korte rustpauze ingelast. Na een paar dagen zou op 11 oktober 1944 een nieuwe aanval worden ingezet. De Britse 11th Armoured Division en 3rd Infantry Division, onder bevel van General-Major L.C. Whistler, had de posities ingenomen om de aanval, Operation Aintree, in te zetten. Maar door hevige regenval werd die aanval een dag uitgesteld. De omgeving van Overloon was inmiddels veranderd in één grote modderpoel, zodat de Britse tanks maar weinig konden uitrichten. De infanterie kreeg de zware taak het Duitse verzet te breken.

Wapenschild 11th Armoured Division

Op 12 oktober om 11.00 uur brak de hel los. Anderhalf uur lang bestookten de Geallieerden de Duitse stellingen met zware artillerie en luchtaanvallen. Ruim 100.000 granaten vlogen de Duitsers om de oren. De artillerie barrage werd via een opschuivend patroon toegepast. De plaatsing van de granaten werd na ieder schot enkele meters verder het veld ingesteld. Aangezien de kanonnen op een linie stonden kreeg men het effect van een brede wals aan dreunende explosies. Voor de ingegraven Duitsers moet een zeer onaangename ervaring zijn geweest, deze steeds dichterbij komende inslagen van granaten. Onderwijl vlogen Hawker Typhoons van de 2nd TAF met raketten beladen boven het slagveld. Als een doel gevonden was door een zogenaamde Forward Observer, die op de grond stond, dan werd door de artillerie een gekleurde rookgranaat afgevuurd op het doelwit, waarop de Typhoons deze bestookte met haar raketten. Terwijl de aanval rond Overloon op gang kwam, werd Venray gebombardeerd door 29 B-26 Marauder bommenwerpers van 322nd Bomb. Group (van de oorspronkelijke 36 opgestegen toestellen). Het centrum van Venray werd geheel verwoest waarbij meer dan dertig inwoners het leven verloren.

Links: Wapenschild British 3rd Infantry Division

Door de artillerie barrage werd Overloon nagenoeg volledig in puin geschoten. Direct achter de barrage begon de opmars van de Britse infanterie van de 3rd Division. Huis voor huis werd veroverd, ten koste van enorme verliezen. En ook in de bossen vonden felle man tegen man gevechten plaats.

Ondanks de modderbende, probeerde de 11th Armoured Division met haar tanks ondersteuning te geven aan de infanterie. Maar de trage tanks waren een makkelijk doelwit om uit te schakelen door de Duitsers. Ook lag het gebied bezaaid met mijnen. Om deze mijnen te bestrijden kon de 11th een beroep doen op het 79th Armoured Division waarin een speciaal type tank was opgenomen, de zogenaamde ‘flail tank’. Deze tanks, de Sherman Crab's, waren voorzien van een ronddraaiende trommel aan de voorzijde waaraan kettingen met stalen ballen waren gezet, welke onder zwiepende kracht eventuele mijnen tot ontploffing brachten, zodat een veilig pad ontstond. Natuurlijk waren dit ook doelwitten voor de Duitsers. Eén van deze, bij Broekhuizen uitgeschakelde M4A4 Sherman Crab flail tanks, werd na de oorlog veiligesteld en opgenomen in het museumpark. Tegenwoordig staat deze tank binnen onder dak, bewaard voor de eeuwigheid.

De M4A4 Sherman Crab flail tank in het museum van Overloon

Voor veel meer over de M4 Sherman als anti-mijnen tank:
KLIK HIER

Dat niet elke mijn werd gevonden, wordt duidelijk als men de Churchill Mk V tank 'Jackal’ ziet in de grote hal van Overloon. Deze tank, onder commando van Captain Dick Mc Dougal behoorde tot een groep van vier tanks van second squad HQ troop, 4th Battalion Coldstream Guards. Op 12 oktober liep het op een nieuw type Duitse mijn, de Riegel. De gehele bodem werd verwoest, en twee bogies aan de linkerzijde werden weggeblazen.

De Churchill Mk V tank 'Jackal', uitgeschakeld op 12 oktober 1944

De tank vatte vlam, en de bemanning probeerde weg te komen. Twee van hen, R. Silman and G. Wright, waren op slag dood, Captain Mc Dougal verloor een been, een andere inzittende, Jonathan Lambert, verloor beide benen, terwijl chauffeur Bob Dare zware brandwonden op liep.

De Britse opmars door de bossen was ontzettend gevaarlijk. Duitse scherpschutters hadden zich aan en in de bomen vastgebonden om bij een eventuele verwonding zo lang mogelijk door te kunnen vechten. Van overgave was geen sprake. Als hun munitie op was, vielen de Duitsers hun tegenstanders met de bajonet aan.

Op 14 oktober om vier uur in de middag viel het laatste Duitse bolwerk in het dorp Overloon. De twintig SS'ers die zich in de kerk verschansten, werden overmeesterd. Naast deze twintig, zouden honderden Duitsers zich overgeven.

Krijgsgevangen Duitsers na de slag om Overloon

Maar het Duitse verzet was nog niet gebroken. In de bossen tussen Overloon en Venray hergroepeerden de Duitsers zich. De Britten boekten, onder barre weersomstandigheden, maar heel langzaam terreinwinst. Het grootste drama volgde bij de Molenbeek. Het hele gebied rond de beek lag bezaaid met mijnen. Zelfs in het water waren mijnen geplaatst! Door de hevige regenval was de beek 6 meter breed geworden. De Duitsers wisten lang te voorkomen dat er een brug geslagen werd, maar uiteindelijk lukte dat toch. De tanks die eroverheen reden, kwamen direct daarna in de modder vast te zitten. Onder een moordend mitrailleurvuur probeerden de Britten over de brug en door het water de overkant te bereiken. De beek kleurde rood van hun bloed en kreeg daarom de bijnaam 'Bloedbeek'. Maar tegen de avond van 16 oktober lukte het om massaal over te steken.

Enkele dagen later, op 18 oktober 1944, werd Venray (foto hierboven), opnieuw na zware huis-aan-huisgevechten, veroverd. Daarmee was de grote veldslag afgelopen.

Wat achterbleef was een totaal verwoest Overloon. Zoveel verbeten tegenstand hadden de Geallieerden sinds de Normandische stranden in juni niet meer meegemaakt (dat de slag om het Hürtgenwald nog vele malen zwaarder zou verlopen, was toen nog niet bekend). Ze hadden drie vliegtuigen, zo'n veertig tanks en 1878 manschappen verloren. De Duitsers raakten ongeveer 600 man en een aantal tanks kwijt.

De bevolking neemt een kijkje tussen de achtergebleven chaos
(een deel van deze objecten zou in 1946 de basis vormen voor het museum)

Harry van Daal, een 36 jarige inwoner van Overloon, was zo geschokt door de gebeurtenissen dat hij voorstelde om een deel van het slagveld intact te houden en in te richten als een museum. In zijn functie als Hoofd Algemene Zaken bij de gemeente Vierlingsbeek, wist hij de pastoor en de burgemeester van Vierlingsbeek, waar Overloon ook onder viel, enthousiast te maken. De stichtingsakte vermeldde 'Stichting Oorlogsmuseum De Kleffen' (de naam van het bos waarin het museum zou komen) vanaf 31 juli 1945 als actief.

Een Britse uitgeschakele Cromwell tank in het museum (1946)
(foto: Wiel van der Randen)

Met hulp van Britse militairen gelegerd in Duitsland werden voertuigen en tanks naar Overloon gebracht, en langzaam werd een indrukwekkende collectie samengebracht. Op 25 mei 1946 verrichtte generaal Whistler, bevelhebber van de Britse troepen die Overloon veroverden, de officiële opening van het museum. De 15 hectare grond van het museumpark, behoort tot de grootste slagvelden van de Tweede Wereldoorlog. Het is een blijvende herinnering aan en een aanklacht tegen de verschrikkingen van de oorlog.


Een bezoek aan Overloon

Het Oorlogsmuseum van Overloon is gevestigd in het
Liberty Park, Museumpark 1, 5825 AM Overloon.

Voor u het museumpark binnengaat,
wijs ik u graag even op de Sherman tank welke op het Museumplein staat.

De M4A1 Sherman tank op het Museum Plein, Overloon

Toen in 2006 het idee ontstond om een Sherman tank nabij de ingang van het museum te Overloon te plaatsen, bleek het nog niet eenvoudig aan dit type te komen, zo lastig zelfs dat het plan even naar achteren geschoven werd. Wel werd er op 27 september 2008 een herinneringszuil voor de 7th Armored Division onthuld op het Museumplein. Maar de wens voor een Sherman tank bleef bestaan, en via verschillende instanties kon het Comité Shermantank Overloon een M4A1 Sherman bemachtigen welke op het Artillerie Schietkamp (ASK) Oldenbroek als schietdoel stond. In de zomer van 2010 werd de Sherman afgeleverd voor een grote restauratie.

Deze Sherman tank was een M4A1E9, wat aangeeft dat deze een latere aanpassing had gekregen om bredere tracks te voeren. Hiertoe waren de bogies op grotere afstand van de romp gemonteerd (een goed voorbeeld hiervan is te vinden in het Cavalarie Museum Amersfoort). Aangezien dit type niet rond Overloon opereerde, werd besloten om de tank terug te brengen naar de oorspronkelijke M4A1 uitvoering. Deze Sherman, welke ook als een M4A1 was geproduceerd, was gebouwd in juli 1943 (serienummer 3714) bij de Pacific Car and Foundry Company. Om tot de oorspronkelijke M4A1 te komen, moesten de bogies van de romp verwijderd, en de achtergelegen ophoogblokken met snijbranders van de romp gehaald worden, waarmee in januari 2011 werd begonnen. De kanonsloop was zwaar beschadigd en deze werd nieuw gemaakt en op het restant van de originele loop gelast. Ook werd er een fraaie replica van een .30 'machinegeweer' voor de assistent chauffeur aangebracht.

Na een dik jaar van veel laswerk, plamuren en lagen verf zou je niet zeggen dat
deze M4A1 Sherman ooit een roestig karkas was op een schietterrein

In augustus 2011 werd het schilderwerk aan de tank afgerond toen de naam 'Able Abe' op de tank werd aangebracht. 'Able Abe' was een uitgeschakelde Sherman van de 7th Armored Division die zeker tot 1947 op de plek waar ze drie jaar eerder in 1944 tot stilstand kwam. Ook het bijbehorende serienummer van achter op de romp, USA 3036782, werd aangebracht. Op 1 september 2011, na 14 maanden zwoegen, werd de tank op het voetstuk in Overloon geplaatst. Op zaterdag 8 oktober 2011 werd de tank officieel onthuld.

Voor meer over het Oorlogsmuseum Overloon
(KLIK HIERONDER)