DUITSE TANKS
& PANTSERVOERTUIGEN

Inleiding

Het staat buiten kijf dat de Duitse tanks buitengewone wapens waren. Dik pantser en zwaar geschut deden de Geallieerde tanks op hun grondvesten trillen. De schrik zat er zo in bij de tankbemanningen dat bijna iedere Duitse tank voor een Tiger tank werd aangezien. Cijfers tonen aan dat er in juni 1944 'slechts' 62 van dit type zich in Normandië bevonden (samen met 26 Königstigers) en de rest bestond voor het merendeel uit de Panzerkampfwagen IV (ook niet te onderschatten) en de formidabele PzKpfw V 'Panther'.

Duitse tanks waren niet altijd onoverwinnelijk,... een 'Tiger' aan de kant gezet

Toen Hitler in 1935 zich niet langer aan het Verdrag van Versailles wenste te houden werd opdracht gegeven het 'Panzerwaffe' uit te breiden. In het najaar van 1935 vertoonde hij tijdens een wapenschouw zijn tanks aan het Duitse volk. Deze bestond toen nog voornamelijk uit de Panzerkampfwagen I Ausf A (Pz.Kpfw.IA), waar Duitsland toen zo'n 300 van bezat.

Twee Panzerkampfwagen I Ausf A's tijdens een demonstratie

Op 15 oktober 1935 werden de eerste drie Panzerdivisione opgericht. Om de nodige gevechtservaring op te doen gingen tussen 1936/37 vier tank bataljons naar Spanje als onderdeel van het Kondor Legion.

Erich von Manstein en Heinz Guderian
Bedenkers van de Panzer legers en de Blitz Krieg strategie

Iedere Duitse tank die eind jaren dertig werd ontwikkeld kreeg in eerste instantie een 'VK' (Versuchs Konstruktion) aanduiding. Hierachter stonden vier cijfers, de eerste 2 waren het prototypenummer en de volgende het aanmaaknummer (bijvoorbeeld voor de latere Pz.Kpfw.VI; VK.4501). Ging de tank in productie dan kreeg het een Sonderkraftfahrzeug nummer toegewezen (bv. Sd.Kfz.181). De type aanduiding werd aangegeven in Romeinse cijfers en modificaties (Ausfürung) werden met een letter aangegeven (bijvoorbeeld voor de 'Tiger' zag het er dan zo uit: Pz.Kpfw.VI Tiger Ausf.E, Sd.Kfz.181).

Een PzKpfw II Ausf L Luchs, (VK1303) SdKfz 123


Panzerkampfwagen III
SdKfz 141

Waren de PzKpfw I en II eerder lichte pantservoertuigen, de PanzerKampfwagen III was duidelijk een tank. De onwikkeling begon in 1936. De Ausf A tot D waren in feite prototypen. Hier vielen vooral bij de Ausf A de vijf grote loopwielen op. De Ausf C en Ausf D zou zelfs uitgerust worden met acht loopwielen (later ook toegepast bij de PzKpfw IV). Vanaf de Ausf E werd dit gestandaardiseerd naar zes loopwielen.

Een PzKpfw III Ausf A met de vijf grote loopwielen
en hieronder één met de acht loopwielen

Na vele wijzigingen aan de motor, ophanging en overbrenging ging in 1939 de productie van start met de Ausf D en E. In eerste instantie geleverd met een 37mm kanon werd tijdens de eerste proefnemingen al snel duidelijk dat dit te licht geschut was. De motor, een Maybach HL 120 met een vermogen van 300 pk, bleek wel afdoende. Deze bleek trouwens zo goed te bevallen dat die later ook gebruikt zou worden voor de Panzerkampfwagen IV.

Een PzKpfw III Ausf F in het Tank museum te Saumur, Frankrijk

Reeds in 1939 werd de Ausf F besteld met een 5cm Kwk kanon. Maar de ervaringen in Polen lieten al zien dat de bewapening te licht was, net als de bepantsering. In 1942 werd de PzKpfw III Ausf G geintroduceerd met het 50mm kanon in een aangepaste koepel. Dit 5 cm KwK (Kampfwagen Kanone) 38L/42 was naar de mening van Heinz Guderian (oprichter van het Duitse Panzer leger) en Hitler van te kort kaliber (42) en wenste een 5 cm KwK 39L/60. Ausf G was ook de eerste versie die de zogenaamde 'Rommelkiste' (extra opslagruimte) achter aan de koepel kreeg. Prototypes van de Ausf G/H werden uitgerust met de overlappende wielen (Schachtellaufwerk) die later standaard werden op de Panther en Tiger. Ausf H was nagenoeg indentiek aan de 'G' versie. Grootste verschil was dat latere modellen van de 'H' een 39L/60 kanon kregen.

PzKpfw III Ausf J, vroeg model, als oorlogsbuit van de Russen

Uit de Ausf H ontstond de Ausf J die eind 1941 verscheen. De eerste modellen waren nog uitgerust met het 50mm KwK 38 L/42, maar latere modellen kregen het standaard 50cm 39 Lang 60 kanon. Ausf J kreeg als eerste de 'Kugelblende 50', het machinegeweer in een bal in de frontplaat. Van de succesvolle Ausf J werden tot juli 1942 2616 gebouwd. Het gewicht was onderwijl opgelopen van 19 naar 22 ton, ook vanwege de dikkere bepantsering van 30mm naar 50 mm.

PzKpfw III Ausf L bewaard gebleven in Bovington, Engeland

Bij de Ausf L werd de bepantsering aan de voorzijde van de koepel verzwaard van 30 naar 57mm, waarbij ook het kanonmasker meer naar voren kwam. Ook werd de productie vereenvoudigd. De kleine kijksleuven aan de koepel vervielen. Ausf L was de eerste die een speciaal statief op de koepel kreeg voor een machinegeweer tegen vliegtuigen. Van de Ausf L werden er 653 gebouwd.

Een PzKpfw III Ausf M in Rusland zomer 1943

Als in Rusland blijkt dat de PzKpfw III geen partij is voor de Russische T34 wordt de productie in augustus 1943 gestaakt met het laatste modellen, Ausf M en Ausf N. De Ausf M (250 gebouwd) wordt voorzien van Schürzen (schortbeplating tegen raketten, zoals van de bazooka). Ook was deze versie verbeterd om te kunnen waden tot 130 cm tegen de 90 cm van de vorige modellen. De laatste versie, Ausf N was een serie van 663 stuks. Deze werden voorzien van het 75mm KwK 37 L/24 kanon. Ausf N stond ook bekend als de Sturmpanzer III.

PzKpfw III Ausf N

Een nieuw concept met de PzKpfw III was bedacht in 1940. Om een invasie van grondtroepen over water (met name werd dan aan Engeland gedacht), tanksteun te kunnen leveren, werden 168 PzKpfw III omgebouwd tot Tauchpanzer (duik-tank). Het ombouwen van Ausf. F, G en H’s vond plaats in Pullos, waarvan de laatste op 10 augustus 1940 werd geleverd. Vier secties van vrijwilligers begonnen met trainen op het eiland Syll. De tanks waren waterdicht gemaakt, waarbij de ring tussen de koepel en de romp werd afgesloten met een opblaasbare rubberen ring. Lucht werd aangezogen via een slang aan een snorkel welke verbonden was aan een vlot dat de tank meesleepte. Op het vlot was tevens een antenne voor radioverkeer aangebracht.

PzKpfw III omgebouwd tot 'Tauchpanzer'

De tanks werden te water gelaten via schepen met een neerklappende klep aan de voorzijde (een concept welke later door de Geallieerden met succes werd gebruikt tijdens de invasies in 1943 en 1944 in Europa en het Verre Oosten). De PzKpfw III Tauchpanzer kon tot een diepte van 15 meter opereren. Met het vervallen van de invasie op Engeland, werden drie secties toegevoegd aan 18 Panzer Division, en de rest aan 6 Panzer Regiment, 3 Panzer Division. Op 22 juni 1941 werd de Tauchpanzer gebruikt bij het oversteken van de rivier de Bug bij Patulin.

De PzKpfw III 'Tauchpanzer' in de testfase

Aan het einde van de productie waren 6260 PzKpfw III's in verschillende uitvoeringen gebouwd. Na 1943 bleef de PzKpfw III componenten leveren om het Sturmgeschütz III te produceren. In juni 1944 waren in het gebied van Normandië nog maar zes PzKpfw III in actie.


Sturmgeschütz III
SdKfz 142

Het was iets waar de Duitsers patent op leken te hebben, de tankjager. De tank zonder koepel, maar met een krachtig kanon. De tankjager of aanvalstank was een goedkopere oplossing en snellere manier van bouwen dan de tanks met een koepel. Waren wellicht de Jagdpanther en Hetzer 38 de bekendste onder de koepelloze tanks, er was nog een belangrijke variant, de Sturmgeschütz III, beter bekend als de Stug III (en de latere opvolger, de Stug IV).

Een Stug III Ausf A

Aanvalstanks zouden op voorstel van kolonel Erich von Manstein, in 1935, toegevoegd moeten worden aan infanterie eenheden. Een aanvalskanon op rupsbanden moest de infanterie ondersteunen door machinegeweer nesten uit te schakelen, als anti-tank kanon te fungeren en voor het opruimen van andere obstakels. In 1936 werd aan Daimler-Benz AG opdracht gegeven om zo’n voertuig te ontwikkelen. Deze waren reeds in de ontwikkeling en productie van de Panzerkampfwagen III verwikkeld en gebruikten dit chassis als basis om er een 75mm kanon met korte loop (de StuK, Sturmkanone) in onder te brengen. De prototypes werden uitvoerig getest en werden nog tot in 1942 als trainingsvoertuigen gebruikt.

Een Stug III Ausf B van een training eenheid in Jueterbog

De eerste productie Sturmgeschűtz was gebaseerd op de Panzerkampfwagen III Ausf F en werd bij Alkett gebouwd als de ‘Gepanzerter Selbstfahrlafette fur Sturmgeschütz 7.5cm kanone Ausf A-E / Sd.Kfz.142’. Het frontpantser was van 30mm naar 50mm gebracht en de ontsnappingsluiken aan de zijkant waren vervallen. Er werden van de Stug III Ausf A dertig geproduceerd tussen januari en mei 1940. Deze zagen actie tijdens de campagne in Frankrijk. In deze periode waren de Stug III ondergebracht in zogenaamde Sturmartillerie Batteries (later Sturmgeschütz Abteilungen). De Ausf A werd opgevolgd door de Ausf B, C, D en E. Iedere nieuwe uitvoeringen had veranderingen en verbeteringen, maar het kanon bleef hetzelfde, de korte 75mm StuK 37 L/24. In totaal liepen er 822 van de band van de Ausf A tot de laatste Ausf E in maart 1942 werd geproduceerd.

Een Stug III Ausf E

Verschillende vroege modellen keerden terug naar de fabriek om vernieuwingen te krijgen waardoor deze weer gestandaardiseerd werden. Had de standaard Panzerkampfwagen III een interne 7.92mm MG34 machinegeweer aan stuurboordzijde, deze was vervallen bij de eerste modellen van de Sturmgeschütz. Deze zou weer terug keren in Ausf E versie.

In maart 1942 verscheen de nieuwste versie van de Sturmgeschütz in de vorm van Ausf F. Dit was de eerste echte tankjager met het langere 75mm StuK 40 L/43 kanon en 31 stuks met de nog langere L/48. In totaal werden van de Ausf F 359 geproduceerd. Deze kreeg een subversie, de Ausf F/8 die specifiek alleen de L/48 als kanon kreeg. Hiervan werden 334 gebouwd.

Een Stug III Ausf F met Sturmkanone 40 L/43

De laatste uitvoering was de Stug III Ausf G (de F, F/8 en G werden ook wel als Stug III(40) aangeduid in verband met het gevoerde 75mm StuK 40 kanon). In mei 1943 werden 10 Stug III Ausf F/8 omgebouwd tot vlammenwerpers die de aanduiding Sturmgeschütz III (Fl) kregen. Er werd mee getraind maar zouden later weer omgebouwd worden met het 75mm StuK 40 L/48 kanon.

Een Stug III Ausf G (op Pz.Kpfw Ausf M chassis)

De Ausf G werd de meest geproduceerde Sturmgeschütz III met 7893 (waarvan 338 aangepaste Panzerkampfwagen III Ausf M’s). Bij dit model werd ook, naast Alkett (Altmaerkische Kettenfabrik GmbH), MIAG (Muehlenbau-und-Industrie AG) ingezet. MIAG produceerde vanaf maart 1943 3000 voertuigen. Om de bemanning iets meer ruimte te geven was bij de Ausf G het dak iets verhoogd. Ook de cupola van de commandant werd verbeterd met zeven periscopen. De lader kreeg een schild voor zijn machinegeweer boven op het dak. Om het verschil tussen een Ausf F en G te zien, kunt u kijken naar het frontpantser. deze ging van 50 naar 80mm en was van grote bouten voorzien. De latere modellen van de Ausf G kregen de zogenaamde Saukopf (of ‘Topfblende’) als kanonmasker.

Een Stug III Ausf G, met 'Saukopf', nabij Kursk

Sturmgeschütz eenheden werden gezien als elite eenheden en hadden een reputatie gevaarlijk te zijn, en terecht. Het lage silhouet van de Stug III was een moeilijk doelwit en hun score tegen vijandelijke tanks was hoog. In het voorjaar van 1944 hadden Stug III al 20.000 vijandelijke tanks uitgeschakeld.

Een kleine productie, 24 stuks, van de Stug III was de Sturm-Infanteriegeschütz 33. Dit type was voorzien van een 15.cm L/11.4 kanon. Twaalf van deze voertuigen zagen actie rond Stalingrad in handen van Sturmgeschütz Abteilung 177 en 244. Alle twaalf gingen daar ook verloren. De andere 12 zagen dienst bij de Sturm-Infanteriegeschütz-Batterie Lehr Abteilung XVII als trainingsvoertuigen (later ondergebracht bij de 23ste Panzer Division.

Het prototype van de 10.5cm Sturmhaubitze 42

Nog een variant die uit de Sturmgeschütz III voortkwam, was de Sturmhaubitze 42. Deze was gebouwd op een Ausf F en F/8 chassis met een 10.5cm Stuh 42 L/28 (L/30) houwitser. Later werden er ook Ausf G chassis gebruikt voor deze conversie. Bij Alkett werden er 1212 stuks van gebouwd. De StuH 42 werd ingezet als ondersteuning voor de infanterie en de Stug III’s.

Boven een Stug III Ausf G, onder een 10.5cm Sturmhaubitze 42 (beide in Saumur)

De Sturmgeschütz was ook een redelijk succesvol exportproduct. De Russen gebruikten veel buitgemaakte Stug III en Panzerkampfwagen III. In het geval van buitgemaakt PzKpfw III werden de koepels verwijderd en bij de Stug III de romp en kregen een nieuwe gelaste romp en werden voorzien van een 76.2mm kanon en stonden bekend als de SU-76i (inostranny-buitenland). Ook werden er varianten gebouwd met een 122 houwitser (de SU-122i). Er werden als zodanig 201 SU-76i’s geproduceerd. De ironie wilde dat de Duitsers enkele van deze door de Russen buitgemaakte voertuigen terug veroverden en weer tegen de Russen inzetten.

Een bewaard gebleven Stug III Ausf G in Saumur, Frankrijk

Er waren ook vrijwillige exporten van de Sturmgeschütz: Bulgarije (55 Ausf G), Finland (59 Ausf G), Hongarije (40 Ausf G), Italië (5 Ausf G), Roemenië (119 Ausf F/8 en G’s) en Spanje(10 Ausf F/8 en G’s). Na de oorlog vonden enkele Stug III hun weg naar Syrië (28 stuks) waar ze dienst deden tot 1967. Ook Noorwegen had er enkele in dienst, net als Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië.

Het roemloze einde van de meeste Sturmgeschütze


KLIK NU OP;
'Het vervolg van de Duitse pantservoertuigen'