|
Terug naar de inleiding over de Duitse tanks
Panzerkampfwagen VI
SdKfz 181, 'Tiger'
Het zou logisch zijn nu de Panzerkampfwagen V op te voeren,
maar de PzKpfw VI Tiger was iets eerder in de ontwikkeling. Tijdens
een bespreking met Hitler op 26 april 1941 werd een basis
gelegd voor een zwaar bewapende en bepantserde tank. De firma
Henschel bouwde prototype VK 4501 (H) en Porsche prototype VK 4501
(P). Firma Krupp leverde het 1310 kg zware geschut, een 88mm KwK
36L/56. Toen op 20 april 1942, ter ere van Hitlers 53ste verjaardag
de beide typen werden getoond, zei Reichsmarshall Hermann Göring, bij
het aanschouwen van de Henschel tank:"Mein Führer, das is ja
fantastisch!"
De PzKpfw VI
Tiger van Vimoutiers
Na de nodige proeven tussen de Porsche en de Henschel
werd gekozen voor de laatste. Het onderstel van de Porsche werd
later gebruikt voor de 65 ton zware Elefant Jagdpanzer. De
Henschel, ondertussen de Tiger genaamd, liep vanaf juli/augustus
1942 van de band. Aan het eind van 1942 kwam de PzKpfw VI Tiger I Ausf.H
in actieve dienst. Oorspronkelijk uitgerust met de 21 liter Maybach HL 210 P45 motor, bleek deze
motor niet krachtig genoeg. Deze werd vervangen door de 700 pk 24 liter Maybach HL 230 motor P45.
Ondanks het enorme gewicht van 60 ton, wist deze motor de Tiger met een topsnelheid van 37 km per
uur voort te trekken op verharde wegen, in het veld lag de snelheid niet hoger dan 10-20 km/uur.
Nadeel was wel dat na 65 km in het veld de brandstoftanks leeg waren (op verharde wegen was het bereik 115 km).
De PzKpfw VI
Tiger I van Vimoutiers
Tussen
augustus 1942 en augustus 1944 werden 1350 Tigers afgeleverd. Het
was de meest afschrikwekkende verschijning op het slagveld, maar
niet onoverwinnelijk. Lichtere geallieerde tanks konden de
draaisnelheid van de zware koepel vaak ‘ontlopen’. Hydraulisch
draaide de koepel vrij traag en als het het met de hand gedaan moest
worden had de schutter 720 slagen nodig om de koepel 360 graden rond
te krijgen. In juni 1944 waren er ruim 60 actief in Normandië, (zie de Tiger van Vimoutiers)>.
De overlappende
wielen van de Tiger I
De eerste 495 afgeleverde Tigers waren geschikt om geheel onder
water zich te verplaatsen, tot een diepte van bijna 4.50 meter. Het
was namelijk al snel duidelijk dat het enorme gewicht voor menig
bruggetje te zwaar zou zijn. De luiken waren met rubber ringen
verzegeld, de koepelring was met een opblaasbare ring af te sluiten.
Om de bemanning en de motor van zuurstof te voorzien was een
driedelige pijp als snorkel achterop de Tiger gemonteerd. De latere
Tigers werden niet meer voor ‘diepte’ geproduceerd, maar konden nog
wel tot een diepte van 1.50 meter waden.
De opbouw van de
tracks van de Tiger I
Waartoe een Tiger toe in staat was in capabele handen,
bewees SS-Hauptsturmfuhrer Michael Wittmann op 13 juni, 1944. Deze
beruchte tankcommandant had zijn sporen reeds in Rusland verdiend en
deed zijn reputatie eer aan in Normandië in en rond Villers-Bocage
(voor het hele verhaal, zie deze pagina ).
SS-Hauptsturmfuhrer
Michael Wittmann (links) en zijn bemanning voor zijn geliefde
tank, de Tiger
Er werden 3 varianten gebouwd op de Ausf.E van de Tiger. Ten
eerste was daar de Tiger commandotank (Panzerbefehlswagen). Dit type
was ontdaan van de coaxiaal machinegeweer en het aantal granaten was
terug gebracht naar 26 om meer ruimte te bieden aan de extra
radioapparatuur. De andere versie, een bergings tank, was de Berg
PzWg. Tiger. Dit model ontstond niet in de fabriek maar in het veld
om gestrande andere zware voertuigen te verslepen. En dan was daar
de afschrikwekkende Sturmtiger. Dit was de 38 cm Raketenwerfer 61
auf Sturmmorser Tiger, ook bekend onder de naam Sturmpanzer VI. Dit
wapen werd speciaal ontwikkeld om aanvallende troepen te
ondersteunen om lastige doelen te vernietigen.
De
Sturmtiger
De Sturmtiger had geen beweegbare koepel maar een opbouw. In de
opbouw was ruimte voor 12 raketten van 350 kilo elk! Deze hadden een
maximumbereik van 6000 meter. Het 70 ton wegende gevaarte had 7 man
aan boord. De gedrochten waren te laat om ingezet te worden als
aanvalswapen tegen de Russen. De paar die ingezet werden tegen de
westerse Geallieerden werden snel uitgeschakeld.
Panzerkampfwagen V
SdKfz 173, 'Panther'
Gedurende de veldtocht in Rusland bleken de Duitse tanks te
zwak voor de Russische T-34. Niet alleen werd de aanzet
gegeven om de PzKpfw IV te verbeteren, maar ook om een totaal
nieuwe tank te ontwikkelen. Op 25 november 1941 krijgen
Daimler-Benz en MAN de opdracht een prototype te ontwikkelen
voor een middelzware tank in de 30-35 ton klasse. De
specificaties hielden in dat het pantser aan voorzijde een
dikte van 60mm moest hebben en de zijkant 40mm. Verder moesten
de zij-en voorkant schuin naar boven lopen (net als bij de
T-34) en moest het een snelheid halen van ongeveer 55 km per
uur. In april 1942 worden de twee ontwerpen VK.3002 (DB) en
VK.3002 (M) naast elkaar vergeleken.
Links de
Russische T-34, rechts het voorstel van
Daimler-Benz
De Daimler-Benz had brutaal weg nagenoeg een identieke T-34
nagetekend. Terwijl de tank van MAN een geheel nieuw ontwerp
was. Het was niet een simpele machine zoals de Russische
tegenhanger, maar een strak ontworpen machine. De koepel was zo
ver mogelijk naar achteren geplaatst om het lange kanon niet
te ver te laten overhangen. Ook vanwege de aandrijving, met
een Maybach HL. 210, op de voorwielen bleef aan de voorzijde
voldoende ruimte over om de assen in onder te brengen.
Het ontwerp
van MAN, de VK.3002(M)
Hitler
was evenwel enorm gecharmeerd van het Daimler-Benz 'T-34' type maar
hij wilde het kanon veranderd zien van een 75mm L/48 naar een
L/70. Er ging een bestelling van 200 stuks naar Daimler-Benz.
Er werden enkele prototypen van gebouwd, maar het comité
Waffenprufamt 6 (onofficieel 'Panther Commitee' genoemd) had
zijn voorkeur al uitgesproken voor het ontwerp van MAN vanwege
hun moderne opvatting en dat het met de bestaande Duitse
technische voorzieningen beter te bouwen zou zijn. In mei 1942
kreeg MAN opdracht een stalen prototype te bouwen. De order
van 200 aan Daimler-Benz werd stilzwijgend afgebroken. In
september 1942 is het eerste prototype van de VK.3002 (MAN)
gereed, direct gevolgd door een tweede prototype. De twee
werden uitvoerig getest. De Tiger tank is dan juist in
productie gegaan, maar deze vertoonde nog veel tekortkomingen,
zoals het enorme gewicht en lage snelheid. De nieuwe tank van
MAN werd met grote spoed in productie genomen (ook met inzet
van de fabriek van Daimler-Benz).
Eén
van de eerste produktie, een PzKpfw V Panther Ausf D
Met Sonderkraftfahrzeug
nummer SdKfz 171 liep het eerste productiemodel als PzKpfw V in november
1942 van de band. Het doel was 600 Panthers per
maand te leveren, maar dit bleek onhaalbaar. In mei 1943 waren
er maar 324 afgeleverd. In 1943 is een gemiddelde van 154
stuks per maand geleverd en in 1944 is de productie 330
Panthers per maand. In februari 1945 als de productie tot een
gedwongen eind komt zijn er 4814 PzKpfw V's gebouwd. Op 5
juli 1943 ziet de Panther voor het eerst actie in de tanksslag
van Koersk. Maar vanwege de snelle productie zitten er veel
mankementen in de techniek. Er vallen dan ook meer tanks uit
vanwege mechanische problemen dan door Russische tanks.
Links de
PzKpfw V Panther Ausf A, rechts een Ausf G
De eerste productie uitvoering was Ausf D (nog voor de Ausf A). Deze was aan de
voorzijde snel te herkennen aan de twee luiken aan de
voorzijde. Aan de linkerzijde van de tank zat de bestuurder
achter een soort van klep, net als de boordschutter naaste
hem, die een als kijksleuf een rechthoekige klep had. In de
Ausf G verdween de kijkklep voor de schutter maar kreeg een meer uitgesproken
mitrailleur behuizing er voor in de plaats. Ook de de kijkklep voor de bestuurder verdween bij de Ausf G.
De koepel van Ausf D had een hoge cupola voor de commandant die door zes
sleuven naar buiten kon kijken, in Ausf A en G werd dit
verbeterd door zeven periscopen aan te brengen.
De koepel van
de PzKpfw V Panther Ausf G, Houffalize, België
In de koepel
van Ausf D was aan de linkerzijde een rond luik aangebracht om
munitie door te geven en lege hulzen te verwijderen. Dit luik
verdween in de Ausf A en G. Wel bleef een luik aan de
achterzijde bestaan in alle uitvoeringen, deze verzorgde de
toegang voor de lader van het kanon. Het kanon was in eerste
instantie een 75mm L/60 maar tijdens het testen van dit
prototype werd besloten het kaliber naar Lang 70 te brengen.
Bij de Ausf G werd ook het zwakke punt van de Panther aangepakt. Het masker
van het kanon bleek door de ronding een zwaktepunt in de koepel te zijn. Een granaat kon
via het masker aan de onderzijde de koepel binnendringen. Om dit tegen te gaan werd bij vele Ausf G's
aan het masker een verticale rand aangebracht (zie hieronder).
Een Ausf G met
het aangepaste kanon masker
Vanaf de latere versies van Ausf D verschenen de 'bazooka'
platen aan de zijkanten. Ook was de romp en koepel met Zimmerit
behandeld tegen het 'aanplakken' van magnetische mijnen. In
juni 1944 was het voornamelijk de Ausf G die in Normandië
opereerde. Via een persoonlijke opdracht van Hitler, op 27 februari 1944,
was de aanduiding PzKpfw V vervallen en de tank
had nu alleen nog de naam Panther Ausf A/D/G. In de G versie was
de sterkte van het pantser aan de zijkant van 40mm naar 50mm
gebracht. Tevens waren de schuine kanten van 30 naar 40 graden
verbouwd. In de koepel was meer ruimte gemaakt voor munitie
voor het kanon, van 79 naar 82 granaten.
De Schmalturm van de Panther II Ausf F
Met Ausf F zou een compleet nieuwe Panther ontstaan. Dit rechtvaardigde om het de
naam Panther II te geven. De koepel was kleiner (Schmalturm) van een geheel nieuwe
vorm en concept en kon ook een nieuw kanon herbergen, de L/100
of het 88mm kanon van de Tiger. Het front pantser van
de koepel was 120mm dik en de achterzijde 60mm.
Opvallende nieuwigheid was de stereoscopische telemetrie
aan de zijkant van de toren. Deze was te herkennen aan de 'bolle ogen'. Omdat de oorlog naar het
einde liep is deze versie nooit in productie genomen.
De PzKpfw V Ausf G te vinden
in Celles, België
In de wereld zijn nog zo’n dertig Panther tanks te vinden. Sommige niet meer dan een wrak,
anderen in rijdende conditie. In Nederland zijn er twee te vinden, in Breda een Ausf D als monument en in het museum
van Overloon een Ausf G. Ook in België zijn er enkele te vinden, allen een Ausf G, en in niet al te beste staat.
De bekendste Panther staat in Houffalize, een andere in Grandmenile en een derde, de meest onttakelde, in Celles.
Alle drie de tanks in België zijn overblijfselen van de Slag om de Ardennen in december 1944.
De bergintankversie
op het chassis van een PzKpfw V
Andere
projecten die op de basis van de Panther werden gebouwd waren
een bergertank, buldozertank, mijnenveger, wapendrager en AA-tank.
Maar de belangrijkste exponent die voortkwam uit de Panther V
was de fameuze Jagdpanther.
Voor nog meer in detail over de Panther:
KLIK HIER
SdKfz 173,
'Jagdpanther'
Het geweldige kanon, de 88mm PaK 43/3 L/71 vond onder ander
een plaatsje in de Jagdpanther. Deze tankvernietiger begon
zijn leven als de 8.8 cm Pak 43/3 auf Panzerjäger Panther
(SdKfz 173) maar op Hitler's persoonlijke suggestie werd dit
in februari 1944 de Jagdpanther.
Een bewaard gebleven Jagdpanther in Aberdeen, USA
De Jagdpanther bezat geen koepel, maar het kanon stak uit de
schuine voorzijde en kon 11 graden naar beide zijden gericht
worden. In plaats van de vijf bemanningsleden voor de Panther
V zaten in de Jagdpanther zes man. Buiten de commandant waren
er de bestuurder, een radioman/boordschutter, kanonschutter en
twee beladers voor het kanon. Er werden er (gelukkig voor de
geallieerden) maar 384 van geleverd.
In Normandië was één bataljon, het s.Pz.Jg.Abt. 654, rond Les
Loges in de Britse sector actief. Op 30 juli wisten 3
Jagdpanthers binnen enkele ogenblikken 10 Churchill tanks uit
te schakelen. Andere geallieerde tanks namen de terug
trekkende Jagdpanthers onder vuur. Enige tijd later werden er
twee van terug gevonden, zwaar beschadigd en verlaten. Van de
andere was geen spoor.
PzKpfw VI, Tiger II
SdKfz 182 'Königstiger'
De laatste belangrijke zware tank die door de Duitsers werd
ontwikkeld was de Tiger II, Ausf B of de meer populaire
benaming Königstiger. Eind 1943 kwam de tank in productie en
werd als eerste beproefd aan het oostfront in mei 1944. Na de
landingen van de geallieerden in Normandië werd de Königstiger
ingezet in het westen.
De Tiger II was eigenlijk een nieuw ontwerp, en had maar
weinig van doen met het originele ontwerp van de Tiger tank,
hij had meer te danken aan de Panther tank. De opdracht voor
de Tiger II kwam naar aanleiding dat er zwaarder pantser en
geschut gewenst was tegen de T-34. Porsche en Henschel dienden
beide weer ontwerpen in, waarbij Porsche hun mislukte ontwerp
nieuw leven in blies. Henschel was op dat moment bezig met de
ontwikkeling van de Panther II. Er werd besloten zoveel
mogelijk gebruik te maken van die ontwikkeling en die te
verwerken in het oorspronkelijke ontwerp van de Tiger.
De tank
van Porsche werd niet verder ontwikkeld, maar de koepel werd
wel geproduceerd (50 van deze koepels werden op de eerste
Henschel Königstigers geplaatst). De volgende 434 gebouwde
Königstigers kregen de eenvoudiger koepel aangemeten die door
Henschel zelf was ontwikkeld.
De bewaard
gebleven Königstiger te La Gleize, België
De Königstiger was de meest
spectaculaire Duitse tank ooit ontwikkeld. Het beste van de
Panther was erin verwerkt, zoals de aflopende bepantsering.
Het kanon was een enorme 88mm L/71, een verbeterd en verlengd
kanon van de originele Tiger. Was de Königstiger nog
sporadisch in actie in Normandië, tijdens het Ardennen
Offensief in december 1944 werden verschillende ingezet.
Ondanks hun enorme vuurkracht bleek, net als bij de Tiger
I, de Königstiger door het zware gewicht (68 ton) en afmeting
een lastig te bedienen voertuig over smalle weggetjes en
bruggetjes. De bewegingsvrijheid was het grootste struikelblok
van de Königstiger. Het waren als zodanig makkelijke doelen
voor de geallieerde vliegtuigen, terwijl de geallieerde tanks
door hun grotere bewegelijkheid en afmeting (en grotere
aantallen) lastiger waren uit te schakelen.
De Königstiger te La Gleize, voor ze gerestaureerd werd
Brengt u een bezoek aan het noorden van de Ardennen, bezoek dan eens La Gleiz in België.
Hier is één van de laatste Königstigers te zien bij het 'December Historical Museum 1944' .
In het tankmuseum te Saumur in Frankrijk is zelfs nog een rijdende Königstiger te bewonderen.
Ook het Tankmuseum van Bovington is de eigenaar van een Königstiger.
Jagdtiger VI
SdKfz 186
Een variant op de Tiger II was de massieve Jagdtiger.
In termen van gewicht was dit het zwaarst geproduceerde pantservoertuig van de Tweede
Wereldoorlog. Het bezat geen draaibare koepel, deze was als opbouw één geheel met de romp.
In de opbouw was ruimte voor 38 granaten voor het 128mm PaK 44 L/55 kanon, waarbij dit kanon
het zwaarste anti-tank geschut werd van de oorlog. Voor de bediening van de Jagdtiger
waren zes man nodig er waren twee man nodig om het kanon te laden.
Een
Jagdtiger lijkt met kinderen nog vriendelijk,...
De ontwikkeling voor dit monster was begonnen in februari 1943 en op 20 oktober van dat
jaar kon een houten mock-up getoond worden aan Hitler. Er werden twee prototypes gebouwd die
te onderscheiden waren aan hun wielophanging, de Henschel had negen wielen en de Porsche acht.
In het begin werd als aanduiding de Jagdpanzer VI gebruikt, maar later werd dit veranderd in
Jagdtiger Sd.Kfz.186. De productie begon pas in juli 1944 en verliep traag omdat de
Panther voorrang had.
Een uitgeschakelde Henschel
Jagdtiger
Henschel bouwde 74 stuks met de grotere wielen van 80 cm en Porsche 11 modellen van de
Jagdtiger die de kleinere 70 cm wielen had. De beste taktiek voor een Jagdther
was zich verdekt opstellen als een defensieve bunker. Want het enorme gevaarte was net als
de Tiger II een lastige machine in de omgang. Het gewicht, rond de 70 ton, en de
hoge brandstofconsumptie van 5 liter op 1 km waren het grote nadeel. Ook was de Jagtiger
erg storinggevoelig. Omdat het kanon gericht diende te worden door de gehele tank te sturen werd
er veel gevergd van de transmissie, ophanging en besturing. Verschillende werden door
de bemanningen achtergelaten of gesaboteerd zodat ze niet in handen vielen van de Geallieerden.
Een Porsche
Jagdtiger ook een slachtoffer van strijd
Van de 85 geproduceerde Jagdtigers konden twee eenheden worden samengesteld
die er mee opereerden, schwere Panzerjager Abteilung 512 en 653. Van de sPzJagAbt 512
zagen voertuigen actie in Hongarije en later in de verdediging van Duitsland. De Jagdtigers
die ondergebracht waren in sPzJagAbt 653 deden voornamelijk dienst in het westelijke front en
de Ardennen. Naar verluid zouden ook enkele Jagdtiger ondergebracht zijn bij het schwere
SS Panzer Abteilung (101) 501 rond april/mei 1945.
Een
Jagdtiger wacht op de sloper
SdKfz 234
PUMA
Het zware wielpantservoertuig Puma is een weinig bekende
gevechtswagen. Dat is onterecht. Van dit voertuig zijn maar
liefst 2300 gebouwd, in verschillende uitvoeringen. Uitgerust
met een 50mm KwK 39/1 L60 kanon en een machinegeweer was het
een zeer modern aandoend voertuig wat niet zou misstaan in deze tijd.
SdKfz 234/2
Zich verplaatsend op acht wielen die aangedreven werden
door een Tatra 111, 12 cilinder dieselmotor kon het voertuig
een snelheid bereiken van 90 km per uur. Het pantservoertuig
kon 360 liter brandstof kwijt die het een actieradius gaf van
maar liefst 1000 kilometer. Een zeer veelzijdig voertuig dat
zeker een plaatsje op deze pagina’s verdiend.
Vanaf hier naar De SdKfz 251 Schützenpanzerwagen
(SPW)
Deze pagina's zijn onderdeel van:
GA TERUG
|