MEDIUM TANK M4 SHERMAN
'KWETSBAAR MAAR DAPPER'

Op de komende pagina’s introduceer ik de M4 Sherman tank in al haar verschijningen die het type voorbracht. Naast de geschiedenis hoe deze middelzware tank tot stand kwam, is er aandacht voor het gebruik van de Sherman. Niet alleen werd de Sherman als anti-tank wapen gebruikt, maar ook in de meest denkbare vormen op het slagveld, zoals een mijnenveger, als bulldozer en bergingstank, zelfs een ‘zwemmende’ tank, de DD Sherman, ontsproot aan de technici hun brein. Een probleem voor velen is het identificeren van Sherman tanks haar varianten, ook dat wordt hier onder de loep genomen. In Nederland volgde ik de restauratie van een Sherman tank, een M4A1(W)76, en dit opwindende project toon ik ook op deze komende pagina’s in al haar facetten.

Tijdens mijn speurtochten ben ik verschillende Sherman tanks tegengekomen, en deze ontmoetingen resulteerde in onderstaand fotoalbum waarin meer dan 1000 foto's zijn opgenomen. Dit is een doorlopend project,...

Een ietwat vreemde eend in de bijt is de M50, een Israëlische Sherman, waarvan er ook sinds enkele jaren in Nederland één te vinden is. Hieronder een link (klik op de foto) naar deze opvallende variant, en het verhaal erachter.


Voorwoord

Het begon met de ontdekking van een boek met een vuurrood kaft. Dikke witte letters, op de rug, lazen de titel; 'BARBARA'. Met vunzige gedachten trok ik het uit de kast. Geschreven door Wayne Robinson, bleek het bij nadere beschouwing over een (fictieve) tank te gaan die getooid ging met de titel van het boek. Vunzige gedachten verdwenen, claustrofobische horror kwam er voor in de plaats. De hoofdrol was weggelegd voor een M4 Sherman tank en haar bemanning. In DD uitvoering kwam ze aan land op Omaha Beach in Normandië en vocht een bloedige strijd tot in Duitsland. Met een atlas ernaast las ik het boek in één adem uit. De fascinatie voor de M4 Medium Tank was geboren.

Het boek in mijn bezit is niet zo'n beste vertaling, en schepte daardoor nog wel eens verwarring. Eén van die 'verwarringen' haal ik aan op de pagina 'DD-tanks op Omaha Beach'

Links het boek 'Barbara', rechts zoals ik het me voorstelde

1941

In april 1941 werden vijf voorstellen getoond, aan het Amerikaanse leger, van een ontwerp voor een middengewicht tank. Met de naam Medium Tank T6 kon het zijn afkomst niet verloochenen. Het had namelijk hetzelfde chassis als de M2A1 en M3, en dezelfde mechanische opstelling.

Een M3 General Lee, de vader van de beroemde zoon, Sherman

In het nieuwe plan had het een schilpad-romp, toegangsdeuren aan de zijkant, een centraal geplaatste koepel uit één stuk waarin een 75mm kanon geplaatst was met een coaxiaal .30 machinegeweer. De koepel zou aan de voorzijde een verwijderbaar gedeelte krijgen zodat verschillende bewapeningen geinstaleeerd konden worden. Net als bij de M3 waren twee vaste .30 machinegeweren in de romp geplaatst (naast die van de assistent bestuurder).

De houten 'mock-up' van de T6
(Met de hoge cupola voor de commandant)

In mei 1941 wordt door de Ordnance Committee opdracht gegeven een houten 'mock-up' en een prototype te vervaardigen. Het eerste prototype, gebouwd bij Aberdeen, krijgt de gegoten romp. Een tweede zogenaamde 'pilot' werd gemaakt door Rock Island Arsenal. Deze had een gelaste romp en geen koepel. In september 1941 kan de Aberdeen T6 getoond worden aan de Armored Forces en de Ordnance Department. Het is uitgerust met een 75mm M2 kanon. Vanwege de balans zijn tegengewichten aangebracht aan het einde van de loop. In de koepel zijn aan beide kanten pistoolpoorten aangebracht. Tijdens de eerste inspectie, op 2 september, wordt besloten de zijdeuren te laten vervallen. Ook de hoge cupola voor de commandant moet lager. Later wordt ook de eis gesteld dat er een .50 machinegeweer op de koepel moet komen en dat de machinegeweer in de frontplaat voorzien moet worden van een bal voor betere bewegelijkheid. Als de testen succesvol zijn verlopen, wordt de aanduiding voor de nieuwe tank vanaf oktober 1941 dan gestandaardiseerd als M4 Medium Tank. Naast de letteraanduiding wordt er de naam Sherman aan gegeven, naar General William T. Sherman, welke aan de Noordelijke zijde vocht ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog.

Het prototype (T6) van de M4, zijaanzicht en vooraanzicht

1942

Begin 1942 moeten dan de eerste nieuwe tanks dan van de productielijn beginnen te lopen. Met een contract van de Britten begint de productie in februari bij de Lima Locomotive Works. De belangrijkste wijziging in het productiemodel is het laten vervallen van de zijdeuren in de romp. Een extra luik wordt er naast die van de bestuurder geïnstalleerd, op de plaats waar de machinegeweerschutter zijn plek heeft. Aan de onderzijde wordt tevens een ontsnappingsluik gemaakt. Het produceren van de ronde romp blijkt een moeilijke opgave. De fabricage uit één stuk neemt veel tijd in beslag en de levering van 2000 per maand kan niet gehaald worden. Voor fabrieken die niet de mogelijkheid hebben om rompen te gieten wordt, als simpeler oplossing, gekozen voor de gelaste hoekige romp. De tanks met de gelaste romp krijgen de aanduiding M4 en de ronde gegoten versie de naam M4A1.

Door Wright gebouwde Continental R-975 (achterzijde)

De M4 serie wordt gebouwd in elf verschillende fabrieken met honderden aanleverbedrijven voor de onderdelen. De M4, of Sherman (de naam die de Britten er aan gaven) zal de meest geproduceerde Amerikaanse tank worden. De originele M4 had dezelfde motor en chassis als de M2A1 en M3. De, door Wright gebouwde, Continental R-975 was eigenlijk een radiale luchtgekoelde negencilinder vliegtuigmotor. Maar door de herbewapening in de Verenigde Staten in de eerste oorlogsjaren wordt het al snel duidelijk dat de levering van motoren een probleem zal vormen. De vliegtuigindustrie vraagt ook om vliegtuigmotoren. Er worden enkele dieselmotoren getest maar deze blijken niet te bevallen, en worden dan ook niet (in eerste instantie) gebouwd in de productiemodellen van de standaard M4.

De M4 in doorsnede

Ondanks de verschillende modellen van de M4 Sherman tank veranderde aan de basis weinig. De bemanning bestond uit 5 man. De bestuurder zat aan de linkerzijde van de transmissie. Deze bediende hendels om de tank te sturen. Remmen werd gedaan door beide hendels tegelijk naar zich toe te trekken. Naast de bestuurder zat de assistent-chauffeur. Deze bediende het .30 machinegeweer aan stuurboordzijde. Rechtsachter in de koepel had de commandant zijn plaats met direct voor hem de schutter van het kanon. Aan de linkerzijde in de koepel zat de lader van het kanon.

Een M4 75mm koepel in Bastogne
(het schild van het kanon is verdwenen)

Voor ieder van de bemanning was een periscoop aangebracht. Deze konden draaien en op hoogte gesteld worden. Behalve die van de schutter, deze was verbonden met het kanon, zodat deze altijd synchroon de schietrichting aangaf. De vroege types M4 hadden tevens kijksleuven voor de bestuurder en zijn bijrijder in de beschermende frontplaat, deze vervielen in latere modellen. In latere modellen kreeg de commandant in zijn koepel, in plaats van één periscoop, er zes geplaatst wat een enorme verbetering in het zich rondom de tank verschafte. Toegang kregen de bemanningsleden via de twee luiken voor op de romp en via het luik in de koepel van de commandant (latere modellen van de koepel kregen een extra luik op de koepel voor de lader van het kanon). Als extra ontsnappingsmogelijkheid was in de vloer achter de assistent-chauffeur een luik aangebracht.

De bovenzijde van een Sherman koepel met het split-hatch commandoluik,
linksonder is nog juist het kleine luik van de lader te zien

Standaard was de M4 uitgerust met het 75mm kanon en een coaxiaal .30 machinegeweer. Deze hele combinatie kon als elevatie 25 graden omhoog en 10 graden naar beneden gesteld worden. Verstelling van elevatie ging met een handwiel. Het kanon was uitgerust met een girostabilisator, deze hield het kanon op één hoogte wanneer de tank zich voortbewoog. Het kanon en het coaxiaal machinegeweer werden elektronisch afgeschoten via voetschakelaars links van de schutter. De koepel kon 360 graden draaien, elektrisch of handmatig.

M4A1E8 76mm(W) met 'HVSS' (Horizontal Volute Spring Suspension)
(Voor meer over de HVSS, zie onderaan de laatste pagina).

Naast het standaard 75mm kanon was er het 76mm kanon. Het 76mm M1A1 kanon was superieur aan het 75mm M3 kanon, ook al was het kaliber maar een millimeter groter. Door de grotere aanvangssnelheid van de granaat, dracht en penetratie was de M4 uitgerust met het 76mm kanon beter opgewassen tegen Duitse tanks. Over een afstand van 1000 meter kon het een dikte van ongeveer 10 cm doorboren (mits onder de goede hoek, menig Duitse tank ontsnapte ook aan het 76mm kanon). De Britse variant, de 17 ponder (76,2 mm) in de Sherman Firefly was een veel beter kanon om Duits pantser te doorboren.

Een Britse Sherman Mk Vc Firefly in de 'bocage' van Normandië

Soms is het lastig de verschillen in de M4 modellen te vinden. Bij de M4 en de M4A1 werd de negencilinder radiaal R975 van Continental ingebouwd. Daarin verschillen deze types duidelijk met latere modellen aan de achterzijde. De M4 en de M4A1 hebben een uitgesneden achterzijde en een dubbele toegangsdeur tot het motorcompartiment. Verder valt het gaatje aan de achterste hoge rompplaat op waar de aanzetslinger ingestoken kon worden om de Continental radiaal motor rond te draaien.

Een Belgische Firefly krijgt een Continental motorwissel (Vogelzang, feb. 1953)
(foto: Pierre de Keuster)

Vanwege dat ik het gat voor de handslinger in eerste instantie verkeerd inschatte hoe dit te gebruiken (ik dacht dat het een handslinger was om de motor te starten), kreeg ik een mail met de juiste werkwijze van Pierre de Keuster. Als oud militair van het Belgische Pantserwapen ( 2 Lansiers) wist hij alles te vertellen over de Continental R 975. Aangezien zijn bewoording zo helder is, zijn zijn woorden bijna gekopieerd hieronder weergegeven.

Een M4A1 met de aanzetslinger achterop voor de Continental R-975 radiaal motor

De aanzetslinger diende niet om de motor aan te zwengelen (starten). Bij stermotoren met droog carter bestaat de mogelijkheid dat na het stilleggen van de motor de rondgeslingerde olie niet alleen in de zuiger van de 5de cilinder, maar ook tussen de cilinder en de zuiger in de verbrandingskamer sijpelt. Wanneer bij de 5de cilinder de beide kleppen gesloten zijn, of the wel, de compressieslag is begonnen en de volume van de ingesijpelde olie is groter dan de inhoud van de verbrandingskamer dan is er een groot probleem. Een vloeistof is niet samendrukbaar. Er is een Hydrostatische blokkering. Wanneer de chauffeur, in deze situatie, de motor start met booster en de volgende cilinder ontsteekt onmiddellijk, dan is de motor kapot: drijfstang geplooid.

De normale procedure na lange stilstand is:
- de chauffeur doet de normale controle.
- steekt de aanzetslinger in de voorziene opening en draait 50 toeren (is één toer van de motor), dit om te zien dat de motor vrij is.
Indien de motor geblokkeerd is: bougies uitdraaien, olie uit de cilinder verwijderen, bougie terug plaatsen, motor starten.

Een General Motors 6046 welke in de M4A2 werd gebruikt

Met de komst van de M4A2 en haar General Motors 6046 diesel motoren en de M4A3 met haar Ford GAA viertakt V-8 motor veranderde de achterzijde door de M4 uit te rusten met een doorgetrokken rompachterstuk. Dit was een extra bescherming voor de kwetsbare achterkant.

De achterzijde van een M4A3
De houders links en rechts zijn om reserve track-elementen in op te slaan

M4(A3) 105mm Howitzer

In de ontwikkelingsfase van de M4 was ook rekening gehouden dat er een versie moest komen met een 105mm houwitser. Toen de M4 in productie ging werd aangevangen met de ontwikkeling voor de 105mm. Aangeduid als de T70 werden twee prototypen geleverd in november 1942 door Detroit Arsenal. De 105mm howitzers M2A1 waren ondergebracht in M4A4 tanks en kregen als zodanig de aanduiding M4A4E1 van de Ordnance Committee.

M4A4E1 met de 105mm M2A1 houwitser

De eerste test werden gedaan vanaf 7 december 1942 op de Aberdeen Proving Ground met serienummer: 5868, W-3057678. Het andere prototype, W-3057717, werd gestuurd naar de Armored Board, Fort Knox om te worden getest. Het kwam aan het licht dat het zeer lastig voor de lader was om het kanon van een granaat te voorzien. Na het laden moest hij over het geheel heen reiken om de afsluiter te bedienen. Ook was het trekmechanisme om af te vuren niet geweldig. De terugslagopvang na het vuren moest ook verbeterd. Verder bleek koepel slecht in balans. Wanneer men een helling op ging van 30 graden werkte het elektrische draaimechanisme van de koepel onder de maat.

De aangepaste en verbeterde versie, de M4E5

Nadat al deze zaken waren verholpen, het elektrische draaimechanisme van de koepel vervangen door een handgedraaide, het sluitblok aangepast en het afvuurmechanisme van trek naar drukknop veranderd, kon het testen weer worden hervat vanaf augustus 1943. Deze, twee, nieuwe prototypen kregen de aanduiding M4E5 en waren oorspronkelijk een M4 met gelaste romp. De 105mm houwitser was van het type T8, lichter in gewicht en makkelijker in gebruik in de kleine koepel (later gestandaardiseerd tot 105mm howitzer M4). Onderwijl was ook de opslag van granaten vergroot, van 58 granaten tot 68. Vijfenveertig waren in vloerrekken opgeslagen, eenentwintig in het rechter zijrek en twee in het actie rek (ready rack). De Armored Board ging akkoord met het geboden concept, maar verlangde nog wel een afzuig ventilator in de koepel. Er waren nog meer (kleine) aanpassingen nodig, maar de tank moest in productie, want hij was gewenst aan het front.

De M4 met de 105mm

Er was een verscheidenheid aan houwitser granaten voorhanden, maar 42 waren high explosive M1 granaten. Het was lastig raak schieten met de houwitser vanwege de boogbaan die de granaat beschreef. Maar wanneer de holle lading van de high explosive anti-tank (HEAT) M67 doel trof (tot een maximum van 100mm) was het effect uitstekend te noemen.

Een M4 105mm in de 'Bastogne Barracks', België
(Een vroeg model met 'plat' luik voor de commandant)

De eerste productie van de M4 105mm leek de romp te hebben van de M4A3 met de steile frontplaat, maar dit was een aangepaste romp van een M4 met de Continental R975 motor. Van dit type werden 1641 gebouwd voor de productie stopte in februari 1945. De meeste M4 105mm waren voorzien van het platte toegangsluik voor de commandant en een ovaal luik voor de lader. Latere M4 105mm kregen de commandanten cupola met de meerdere periscopen.

Een M4 105mm staat als monument in Ede

Met de komst van de M4A3 rompen met de 8 cilinder V-Ford GAA motor werd deze ook gebruikt voor de aanmaak van 105mm houwitsers. De productie begon in mei 1944 en in september waren 500 geleverd met de verticale vering. Hierna werden alleen nog (2539 stuks) 105mm gebouwd met de HVSS vering voor de productie stopte in juni 1945. Aan stuurboordkant van het kanonschild was een groot gat voor de telescoop. Dit kwetsbare punt, voor geweervuur, werd verkleind en kreeg een draaibaar schuifje.

Het beweegbare schuifje voor het telescoop vizier, open en dicht

Uit het veld kwamen klachten over het ontbreken van een elektrisch aangedreven koepel. De laatste productie tanks hadden deze geïnstalleerd, maar bereikten de troepen pas toen de oorlog reeds voorbij was. Ook een probleem was het enorme lawaai dat de motoren produceerden van de M4 en de M4A3. De vijand hoorde de tanks al van verre aankomen en vaak werden artillerie barrages afgegeven (of laag vliegende vliegtuigen gebruikt) om de nadering te maskeren van de Sherman tanks. Er werden betere uitlaatsystemen ontwikkeld, maar ook deze tanks bereikten de troepen pas toen de oorlog al ten einde was.

De laatste M4A3 105mm versie met de HVSS vering


Voor het vervolg over de M4 Sherman tank,
en met name de modellen,
kunt u nu op

ONDERSTAANDE M4A1E8 (76mm) KLIKKEN