|
M4A3
In januari 1942 gaf de Ordnance Committee toestemming om de 8 cilinder V-Ford GAA motor die
500 pk produceerde te gebruiken in de Sherman tank. Hiermee was de M4A3 geboren. De eerste
prototypen werden gebouwd door de Ford Motor Company in mei 1942. Getest op de General Motors
Proving Grounds en met enkele aanpassingen werd de M4A3 aanbevolen voor productie.
De eerste M4A3 tijdens testen in mei 1942
De eerste productie modellen, gebouwd door Ford, leken aan de buitenkant op de gelaste rompen van de M4 en de M4A2.
Om het verschil te vinden tussen de M4A2 en de vroege modellen van M4A3 moet men op het achterdek zijn.
Bij de M4A3 liep het motorrooster over de gehele breedte van de tank, die bij de M4A2 was kleiner.
Bij Ford werd de productie gestaakt in september 1943 na 1690 geproduceerde M4A3’s.
Andere fabrieken namen de productie over.
Hieronder is het verschil duidelijk te zien tussen de M4A2 en de M4A3
aan het doorlopende motorrooster
M4A2 met de General Motors 6046 diesel motor
M4A3 met de 8 cilinder V-Ford GAA motor
Begin 1944 werden zoveel nieuwe aanpassingen aangebracht bij de M4A3 dat er bijna een nieuwe tank
ontstond. Vooral het aanbrengen van de 47 graden frontplaat en de ‘Wet Stowage’ van de munitie bracht
de ultieme M4A3 voort.
De beroemde M4A3 van Bastogne, België
(Voor meer aangaande deze tank klik hier)
De M4A3 werd een veel gebruikt model voor het 76mm kanon.
Er werden maar liefst 4542 stuks gebouwd met het 76mm kanon.
Opvallend detail aan de nieuwe koepel voor het 76mm kanon was
de opslag van de granaten. Waren bij de vorige modellen de
granaten 'droog' opgeslagen in de koepel en de romp, in de M4A3(76)W met het
76mm kanon werd het zogenaamde 'Wet Stowage' gebruikt. De granaten in de koepel
verdwenen onder de koepel.
Vanwege het grote explosiegevaar dat iedere keer plaatsvond
bij een treffer, werden de granaten bij dit type opgeslagen in
buizen gevuld met een mengsel van glycerine en water om het
gevaar van ontploffing terug te brengen.
Een M4A3 76(W) als monument in Beffe, België
Met het aanmaken van de nieuwe koepel en de romp met het 'Wet Stowage' systeem voor het 76mm kanon,
werd ook de M4A3 aangepast met het 75mm kanon. Na de productie voor de M4A3
bleef de koepel in productie voor de voorgaande productie modellen van de M4. Vanwege het 'Wet Stowage'
verviel de extra bepantsering aan de zijkant van de M4A3.
De achterzijde met de uitlaten en het toegangsluikje voor de motor
De pantserplaat aan de voorzijde werd onder een steilere hoek geplaatst van 47 graden.
De productie werd hierdoor een stuk eenvoudiger. Voordeel was tevens dat de toegangsluiken voor
de chauffeur en bijrijder groter werden. Aan de voorzijde werd een vervoersbeugel aangebracht voor
het kanon. Samen met de M4 en de M4A1, werd de M4A3 de meest gebruikte tank in het Amerikaanse arsenaal.
M4A3 75mm nabij Phalsbourg, Elzas
(let op de 47 graden frontplaat)
Er werden maar weinig M4A3's
aan andere landen geleverd. De Britten gaven de M4A3 de naam
Sherman IV. Met het 76mm kanon werd er een 'A' aan toegevoegd
(Sherman IVA). De Britten ontvingen ook enkele met het 105mm geschut,
die de benaming Sherman IVB kreeg.
Totaal aantal gebouwde M4A3 medium tanks: 12.596
1690 met 75mm (Sherman IV), gebouwd van juni 1942 - september 1943
3071 met 75mm(W) (Sherman IV), gebouwd van januari 1944 - maart 1945
4542 met 76mm(W) (Sherman IVA), gebouwd van maart 1944 - april 1945
3039 met 105mm (Sherman IVB), gebouwd van mei 1944 - juni 1945
254 M4A3E2 (Jumbo), gebouwd van juni 1944 - juli 1944
Een late versie van de M4A3 105mm met het verbeterde uitlaatsysteem
en de HVSS vering
M4A3E2
'JUMBO'
Van de 5015 M4A3's (met 75mm kanon) waren er 254 stuks
bekend als de M4A3E2. Deze aanvalstank werd speciaal
ontwikkeld om de infanterie te ondersteunen in Normandië. Er
werd extra bepantsering aangebracht aan de voorzijde waardoor
de dikte 10 cm werd (4 inches).
Een M4A3E2 'JUMBO'
Tevens werd er een nieuwe koepel
geïnstalleerd die aan de voorzijde 15 cm dik was (6 inches).
Met extra pantser op andere plaatsen liep het gewicht op van ±
33 ton tot ± 42 ton. Enkele van de M4A3E2's kregen in het veld
het betere 76mm kanon geplaatst.
Een M4A3E2 'JUMBO' zoals vroeger te vinden bij
Hermenton-sur-Meuze, België Nu bewaard gebleven in het Tank museum in Brussel (onder)
(duidelijk is de extra aangebrachte pantser te zien)
M4A4
Een bewaard gebleven M4A4 in Normandië
Deze M4 versie was uitgerust met een
Chrysler A57 multibank 30-cylinder benzinemotor. Deze motor bestond uit vijf ‘flathead’ blokken met
6 cilinders elk die in een soort van pentagram aan elkaar gekoppeld waren. Deze knapen draaiden met
2850 omwentelingen per minuut en brachten ongeveer 425pk voort.
De Chrysler A57 multibank 30-cylinder benzinemotor
Vanwege de grote van deze motor moest het
achtergedeelte van de M4 verlengd worden. Op het eerste gezicht lijkt de M4A4 op de
M4, maar het motorrooster op het achterdek, en de grote pantserplaat aan de achterzijde bij de M4A4
verraad de ware identiteit.
Hieronder is aan het motorrooster te zien dat het een M4A4 is
M4A4 met de Chrysler A57 multibank 30-cylinder benzinemotor
M4 met de Continental R975 motor
(met een pantserplaat over het motorrooster)
Door het
gecompliceerde onderhoud van de motor werd deze versie als
eerste uitgefaseerd van de produktie (september 1943). Totaal
aan gebouwde M4A4's; 7499 stuks, allen met het 75mm kanon. 7.167
M4A4's vonden hun weg naar het Britse leger waar het bekend
stond als de Sherman V. Twee werden verscheept naar de Soviet-Unie en 274 voor andere gebruikers.
Totaal aantal gebouwde M4A4 medium tanks:
7499, allen met 75mm (Sherman V) gebouwd van juli 1942 - september 1943
Een Britse Sherman Mk V (M4A4) in Normandië
Hieronder is een fascinerende foto te zien met een M4A4 die uitgeschakeld is in de straten van Villers-Bocage
in Normandië. De tank behoort toe aan de 5th Royal Horse Artillery van de 7th Armoured Division en kwam aan land
met de Landing Craft Tank LCT 3517.
Verder valt het nummer '33' op, wat het gewicht aangeeft van de tank als het bruggen over gaat die sterk genoeg
moeten zijn om dit gewicht te kunnen dragen. In wit is met de hand aangebracht het nummer '16030', dit is het
mobilisatienummer van de tank.
Dit zijn de opvallende kenmerken op het eerste gezicht. Kijken we langer naar bovenstaande foto,
dan blijkt het kanon dat uit de tank is geschoten van hout is! Het
ligt versplinterd vóór de tank samen met het masker.
Om meer ruimte in de koepel te hebben werd het echte kanon verwijderd. Het betreft hier de Observation Post (OP) van K Battery
van majoor Dennis Wells.
De tank werd op 13 juni 1944 door de Tiger van de beroemde Duitse aas SS-Obersturmbahnführer Michael Wittmann
uitgeschakeld. De eerste pantserdoorborende granaat sloeg vlak voor de Sherman in de grond, de volgende
drong aan de linkerzijde de koepel binnen (op de foto duidelijk te zien). De enige die aan boord
was van deze onfortuinlijke Sherman, was de bestuurder, Charles 'Jock' Rae. Hij wist via het luik in de vloer van de Sherman
te ontsnappen, maar werd door rondvliegende scherven onder de knie getroffen. Ondanks zijn verwondingen
wist Rae zijn eigen troepen te bereiken waar hij vervolgens werd behandeld aan zijn verwondingen.
Meer over Villers-Bocage en de strijd op 13 juni, 1944 KLIK HIER
Een laat model M4A4 is te vinden in Oosterbeek bij
het Airborne Museum
Een goed bewaard exemplaar van een M4A4 is te vinden bij het Airborne Museum in Oosterbeek (bij Arnhem). Deze is geplaatst
als herinnering aan de operatie Market-Garden. In september 1944 zaten op deze plek de para's van de 1st British Airborne Division te
wachten op de tanks van het XXX Corps die niet op kwamen dagen. Voor het hele verhaal, zie:
Operation Market-Garden.
De achterzijde van de M4A4 bij het
Airborne Museum in Oosterbeek
M4A5
'RAM'
Een 'RAM I'
Deze versie werd ontwikkeld en gebouwd in Canada.
Samengesteld uit een mix van Amerikaanse en Britse ideeën is
het nooit een succes geworden en heeft als zo danig nooit
actie gezien. De RAM I was uitgerust met een 2 ponder kanon. Van de
RAM I werden er 50 gebouwd. De RAM II was uitgerust met het 6 ponder kanon.
De RAM II kreeg in eerste instantie, van het Amerikaanse leger, de aanduiding Medium Tank M3 (Canadian)
maar dit werd later herzien in M4A5 (al werd even de M4A6 overwogen).
Er werden van de RAM II in totaal 1899 gebouwd bij de Montreal Locomotive Works voor de productie stopte in
de zomer van 1943. Bij de latere modellen van de RAM II vervielen de pistoolpoorten in de koepel.
Ondanks dat de RAM nooit in de strijd is geweest, bleek het een goede trainings tank.
Een M4A5 'RAM II'
Pas toen het chassis werd gebruikt voor de
ontwikkeling van de Sexton, de Brits-Canadese versie van de Amerikaanse M7 Priest, kwam de RAM goed van pas
(de M7, op een chassis van een M3 en later de M4, dankte zijn bijnaam, 'Priest' aan de Britten
vanwege de op een kansel gelijkende boordschutters positie aan de stuurboordzijde).
De Sexton was uitgerust met een 25 ponder kanon.
Ook stond de RAM aan de basis van de bepantserde
personeelsvervoerder 'Kangaroo'. De koepel en de zijdeuren werden verwijderd, maar verder bleef de romp
en voorzijde nagenoeg ongewijzigd.
Een RAM 'Kangaroo' personeelsvervoerder
M4E1 & M4A6
Een model die de Caterpillar D200A Diesel motor had. Dit
was om de ongelukkige Chrysler motor te vervangen. De D200A was een aangepaste Wright G200
luchtgekoelde stermotor met diesel brandstofinjectie die ook op andere brandstof kon draaien, zoals benzine.
Vanwege de grote van de motor moest deze geïnstalleerd worden in de romp van een M4A4, gebouwd bij Chrysler
in de Detroit Tank Arsenal. De motor was zo groot dat er een uitstulping in de vloer moest en in het achterdek
(wat een goede identificatie geeft om dit model te herkennen aan de buitenzijde). Er waren verschillende
problemen maar deze konden worden opgelost.
Een testvoertuig van een M4A6
Op 28 januari 1943 werd opdracht gegeven om 1000 D200A motoren te bouwen. Een andere afdeling
van de Ordnance Committee hernoemde de D200A tot de Ordnance Engine RD1820 waarvan 775 in de M4A4 rompen
moetsen worden ingebouwd voor verdere testen. Deze productie modellen werden nu aangeduid als de medium
tank M4A6. Maar de productie stokte na 75 stuks (allen met het 75mm kanon). Veranderende opvattingen bij
het leger en het meer concentreren op de te bouwen met benzine motoren uitgeruste M4A3 en dat nieuwe modellen
altijd kinderziekten vertoonden konden daardoor worden voorkomen.
Bovenaanzicht van de M4A6 (let op de bult op het achterdek)
Tien productie modellen M4A6 tanks werden getest door de Armored Force in Fort Knox vanaf maart 1944.
Hier bleek de M4A6 superieur aan alle M4 modellen. Het brandstofgebruik was beter dat bij de andere M4’s.
Aan het eind van de productie kwam de M4A6 bij trainingseenheden terecht en bij het 777th Tank Battalion
in Fort Knox. Geen enkele M4A6 ging overzee (desondanks stond bij de Britten dit model als de Sherman VII te boek).
Een M4A6 van het 777th Tank Battalion
in Fort Knox
SHERMAN
FIREFLY
Een
Sherman Mk Ic Firefly (M4, laat model) in Nederland
Meer dan 2000 Shermans werden aangepast om het hoge
snelheids 17pdr (ponder) kanon te herbergen. Een groot deel, ongeveer 600, waren op
tijd gereed om ingezet te worden in Normandië. Deze tanks
bleken de enige te zijn die opgewassen waren tegen de Duitse
Panther en Tiger tank. Verschillende types M4's werden gebruikt om de
17pdr te dragen maar het meest werd de Sherman V (M4A4) omgebouwd.
Als de 17pdr geplaatst was werd er een letter 'C' aan het
Romeinse cijfer toegevoegd. In eerste instantie werd er voor de boordschutter
naast de bestuurder een dubbel machinegeweer aangebracht (gelijkende op de M3 serie).
Het gebruik was zo beperkt dat al spoedig besloten werd deze geheel te laten vervallen
wat de productie ten goede kwam. Ook kijksleuven voor de bestuurder en bijrijder vervielen
om de productie te vereenvoudigen.
Een M4A4 Firefly Mk Vc als monument in Tielt, België
(let op het afgedekte machinegeweer gat in de frontplaat)
(foto; Cyrian Ramon)
Een Sherman Vc Firefly van 3 Troop, A
Squadron, Northamptonshire Yeomanry (Sherman 12) zou op 8
augustus 1944 de Tiger I van Michael Wittmann hebben
uitgeschakeld. Tijdens deze actie werden er ook twee andere Tiger tanks uitgeschaled door Fireflies,
nabij St. Aignan de Cramesnil in Normandië.
(Andere bronnen geven aan dat dit ook een Typhoon geweest zou
kunnen zijn.)
Een Sherman Firefly Mk Vc in Duitse handen wordt getest
Er is enige onduidelijkheid over het aantal geproduceerde Fireflies. Maar lezer van deze pagina’s,
Bram Risseeuw, kwam met de juiste gegevens (bron Sherman Firefly door Mark Hayward). Winston
Churchill kreeg de maandelijkse aantallen aangemaakt Fireflies op een lijst. Deze lijst geeft vanaf januari 1944
t/m februari 1945 een totaal van 2002 aan. In de maanden daarna zijn er nog een aantal bijgekomen. Het juni
1945 rapport, ‘RAC six-monthly Progress Report’ geeft een totaal van 2139. Na de Tweede Wereldoorlog waren er
niet al teveel Firefly gebruikers, de grootste was Argentinië welke in 1950 een totaal van 206 in gebruik had.
België zou er 200+ hebben gehad. Nederland had in haar arsenaal 57 stuks. Paraguay ontving vanaf 1971 drie
ex-Argentijnse Fireflies. In 1979 ontving Paraguay nog eens drie Sherman, zogenaamde ‘repotenciado's’. In
1978 werden 120 Argentijnse Sherman (Firefly)tanks gemoderniseerd in verband met de spanningen tussen Chili
en Argentinië. De Shermans werden voorzien van een kanon FRT 105mm L44/57 en een Poyaud 520 8 cilinder V diesel
van 450 pk, welke het een snelheid gaf van 48 km/uur.
De Sherman tank is een populaire tank bij de modelbouwer,
zoals deze Sherman Firefly Mk Vc van Matchbox
Voor het vervolg over de M4 Sherman tank, kunt u nu op ONDERSTAANDE FIREFLY Mk Vc KLIKKEN
|