Vought F-8 & A-7
Crusader & Corsair II

INLEIDING

Op het eerste oog leek het de omgekeerde wereld die vliegtuigconstructeur Ling-Temco-Vought aan het bewandelen was. Niet alleen telde men terug van de F-8, naar de A-7, ook de supersonische snelheid ging terug naar subsonisch bij de A-7. Maar toch wist Vought met haar nieuwe ontwerp wederom een winnaar te maken. Maar het eerste deel van deze pagina gaat over de F-8 Crusader, de Fighter. Verder op de volgende pagina gaat het over de (Attack) A-7 Corsair II.

VOUGHT F-8 CRUSADER

Een vroeg model van de F-8 Crusader komt binnen na een testvlucht

Op 25 maart, 1955 koos het prototype van de F-8 Crusader, de XF8U-1, voor het eerst het luchtruim. Tijdens deze eerste vlucht vloog het toestel gelijk horizontaal al door de geluidsbarrière. Het bleek de prestaties uit dezelfde motor als voor de F-100, de Pratt & Whitney J57, beter te benutten. Het toestel, de F-8A, werd spoedig in productie genomen om dienst te gaan doen bij de Amerikaanse Navy en Marines. De eerste werd op 25 maart 1957 afgeleverd (precies twee jaar na de eerste vlucht), de laatste in 1965.

Een Franse F-8 Crusader toont haar verstelbare invalshoek van de vleugel
(bij de Franse versie was de hoek zeven graden,
bij de Amerikaanse versie was dit vijf)

In totaal zouden er 1261 stuks gebouwd worden van deze populaire jager, die vanwege dat het de laatste ontworpen jager was met vuurwapens, de extra toevoeging kreeg, ‘Last of the Gunfighters’. Het was een typische vliegdekjager. Niet alleen waren de vleugels opvouwbaar, ook was de gehele invalshoek van de vleugel verstelbaar, om een betere lift bij opstijgen dan wel een betere glijvlucht naar het vliegdek te bewerkstelligen.

- CUBA CRISIS -

De RF-8 zijn camera richtvizier is zichtbaar achter de geopende neuskegel.
Er is een naar voren schietende camera zichtbaar onder de luchtinlaat,
2 oblique camera's zaten achter de grijze panelen, rechts op de romp.

Was de F-8 gebouwd als jachtvliegtuig, haar eerste operationele missies waren als foto-verkenner. Tijdens de Cuba Crisis in 1962, vlogen RF-8 van de VFP-62 en VFP-63, verkenningsvluchten, op zoek naar de raketbases op Cuba. Nadat op 14 oktober 1962 een U-2 spionage vliegtuig vanaf grote hoogte honderden foto's had genomen, werd ontdekt dat Russen er MRBM raketbases aan het bouwen waren. Om foto's te krijgen die vanaf lagere hoogtes werden genomen, moesten dit snelle vliegtuigen zijn, daar het niet ondenkbaar was dat de verkenners beschoten zouden worden (wat ook zou gebeuren).

Het bewijs is geleverd door de RF-8A's, opgeslagen raketten op Cuba

De eerste vlucht werd gemaakt op dinsdag 23 oktober 1962, onder de codenaam 'Blue Moon' door VFP-62. Acht RF-8A's onder leiding van Commander William Ecker maakten de belangrijkste foto's waarop onomstotelijk de bewijzen stonden waarop de bouwplaatsen stonden met raketonderdelen. De Crusaders vlogen daarna twee maal per dag, in groepjes van twee, vanaf Key West, in Florida. Na terugkeer in Jacksonville werden de films uit de toestellen gehaald, ontwikkeld en doorgestuurd naar Washington. Niet alleen leverden de RF-8’s het bewijs van Russische nucleaire raketten, maar volgden ook het verwijderen van deze raketten. De vluchten hielden zes weken aan, waarbij 160.000 foto’s werden gemaakt. Alle vliegers ontvingen het DSF (Distinguished Flying Cross) en VFP-62 ontving het prestigieuze US.

Een RF-8 wordt door zijn 'wingman' gefotografeerd over Cuba

- VIETNAM -

F-8 Crusaders van het vliegdekschip USS Hancock waren de eerste jagers die in gevecht raakten met de Noord-Vietnamese luchtmacht. Op 3 april 1965 claimde een MiG-17 een F-8, maar ondanks dat het toestel in brand raakte, wist de piloot, Lt.Com. Spence Thomas, zijn toestel naar Da Nang te vliegen en daar een noodlanding te maken. In deze periode was de F-8 de enige jager die nog boordkanonnen had. De Amerikaanse experts gingen er vanuit dat de tijd van lucht-lucht raketten de toekomst was, dus bijvoorbeeld de F-4 Phantom II ontbeerde boordkanonnen. Maar het bleek al snel dat de MiG’s van de Noord-Vietnamezen het gevecht aangingen met hun boordkanonnen. Dus, voor er boordkannonen in de jachtbommenwerpers werden aangebracht, namen de Crusaders de gevaarlijke dagvluchten waarbij er vijandelijke luchtmacht op hun pad kon komen, de honneurs waar.

Een F-8 gereed voor lancering vanaf een vliegdekschip

De Crusaders had de beste papieren ten aanzien van ‘overwinnigen tegen verliezen’. Er werden 19 vijandelijke toestellen door de F-8 vernietigd, tegen een verlies van 3 Crusaders. Ondanks de boordkanonnen, vielen er maar vier vijandelijke jagers door deze boordkanonnen, de rest door raketten. Niet alleen was de F-8 een jager, er werden ook bommen aan gehangen. Vanaf schepen vloog de US Navy haar missies met de Crusader, en vanaf de landbases vlogen de US Marines de operaties. De laatste vlogen alleen in het zuiden van Vietnam, en verzorgden zogenaamde ‘close air support’ (dekking aan grondtroepen). Gingen er tijdens luchtgevechten maar drie F-8’s verloren, in totaal gingen er 170 Crusaders verloren in Vietnam door andere oorzaken.

Een F-8 in volle oorlogsuitrusting en met de nodige sporen van strijd

De Crusader was geen makkelijk toestel om te vliegen. Vooral deklandingen waren een spannende aangelegenheid, vanwege het zwabbergevaar. Ook de grote lage luchtinlaat welke dicht op het dek stond bezorgde de matrozen op het dek vaak nachtmerries, vanwege het gevaar erin te worden gezogen. Het bezorgde de bijnaam voor de F-8, gegeven door de dek-werkers, als 'The Gator'. Ondanks dat verschillende verloren gingen door ongelukken, bezat het enkele opmerkelijke eigenschappen, zoals het opstijgen met de vleugels nog opgevouwen, wat meer dan eens gebeurde.

21 oktober 1961, op de USS Franklin D. Roosevelt, maakte F-8, 145357 (VF-11)
een harde landing, en de remhaak brak af, en er ontstond brand.
De F-8 ging verloren, maar de piloot redde zich met de schietstoel

Tussen 1966 en 1971 werden 446 F-8’s gemoderniseerd (B naar L, C naar K, E naar J en D naar H). Niet alleen werd de radar vernieuwd (voor alle weertypen), ook de wapensystemen werden verbeterd, evenals de automatische piloot.

Prototype F8U-1T (TF-8A) tweezits trainer (1 gebouwd)

De laatst gebouwde F-8, ging op 3 september 1964 naar de VF-124 op NAS Miramar. De laatste vlucht met de F-8 jager werd in 1976 gemaakt, bijna twintig jaar in dienst, een record voor een US Navy-jager. De verkennerversie, de RF-8G, vloog nog 11 jaar langer bij drie squadrons, VFP-63 (tot 1982), VFP-206 (tot 1984) en VFP-306 (tot 1987). De laatste RF-8G (BuNo 146860), van VFP-306, ging op 29 maart 1987 naar het National Air and Space Museum (Udvar-Hazy Center, Chantilly, Virginia).

Een RF-8G van VFP-306, de laatste gebruiker van de Crusader

- FRANKRIJK -

Frankrijk nam 42 F-8E(FN)’s af ter vervanging van hun oude Corsairs. Omdat de vliegdekschepen kleiner waren dan de Amerikaanse, werd de verstelbare hoek van de vleugelpartij vergroot van vijf naar zeven graden. Naast de mogelijkheid om de Amerikaanse Sidewinder te dragen, werden ook de Franse Crusaders aangepast om de Matra R.530 te dragen als lucht-lucht raket. In oktober 1964 werden de eerste F-8’s aan de Franse marine (Aéronavale) geleverd.

Een Franse F-8 Crusader stijgt met naverbrander op

Op 7 mei 1977 ondernamen twee F-8’s van Flotille 14.F een oefenvlucht tegen, wat zij dachten, F-100 Super Sabres van de Franse luchtmacht in de omgeving van Djibouti. Opeens bleken de ‘eigen’ troepen, te bestaan uit twee Yemense MiG-21’s. Omdat een dreiging niet denkbeeldig was, schakelden de Franse piloten hun wapens in de aanvals-mode. Maar de zaak escaleerde niet en alle toestellen keerden terug naar hun bases. Dit was de enige keer dat de Franse Crusader een gevechtssituatie mee maakte. Er werden wel patrouille missies in oktober 1984 nabij Libië gemaakt, om Kolonel Gaddafi rustig te houden, en tijdens het Iran-Irak conflict waren er Franse F-8’s in de Perzische Golf aanwezig, zonder in conflicten te komen. Tussen 1993 en 1999 vlogen de Crusaders vanaf de vliegdekschepen Foch en Clemenceau patrouilles. Ook tijdens Operation Desert Storm waren er Franse Crusaders in de Golf, maar bleven op de achtergrond. In 2000 werd de laatste Franse F-8 uitgefaseerd en vervangen door de Rafale M.

Een bewaard gebleven Franse F-8 Crusader
in het rommelige museum in Montelimar, Frankrijk

- FILIPPIJNEN -

Ook de Filippijnse regering had haar oog op de F-8 laten vallen en wisten er in 1977 35 aan te kopen, tweedehandse toestellen die op Davis-Monthan AFB stonden. Vijfentwintig F-8H’s werden door Vought weer opgebouwd, terwijl de overige tien als reserve onderdelen werden verscheept. De Filippijnse piloten kregen training in Amerikaanse TF-8’s. In 1988 waren de Filippijnse F-8’s niet langer luchtwaardig, en toen de vloot ook nog eens werd beschadigd door de uitbarsting van de Mount Pinatubo, werden de kisten als schroot te koop aangeboden.

Een Filippijnse F-8H

In de Verenigde Staten zijn nog 28 Crusaders bewaard gebleven in musea, waaronder prototype XF-8U-1 (XF-8A), 138899 welke te vinden is in het Museum of Flight, in Seattle, Washington. In Frankrijk is een exemplaar te vinden in het luchtvaartmuseum in Montelimar en andere in BAN Landivisiau.

Op de volgende pagina
staan de technische gegevens van de Crusader


VOUGHT XF8U-3 CRUSADER III

Uit de F-8 Crusader ontstond een zeer vreemde eend. Change Vought wilde graag meedoen aan de competitie voor een zware jager, en deed in dezelfde klasse mee als waar ook de McDonnell Douglas Phantom II in zat. Er zaten veel overeenkomsten van de F-8 Crusader in verwerkt, zeker wat betreft de buitenkant, al was de V-401, zoals het op papier nog heette, een stuk groter. Ook de verstelbare hoek van de gehele vleugel was meegekomen uit de voorganger. Aangezien het gebasseerd was op de F8U-1 en F8U-2, kreeg het de aanduiding XF8U-3 Crusader III.

Eén van de XF8U-5 Crusader III prototypen

Op The 2 juni 1958 vloog het prototype van de XF8U-3 voor het eerst. Vergelijkende testresultaten tussen de Crusader III en de concurent, de Phantom II, bleek in het voordeel van de Crusader III, maar de werkdruk voor de piloot van dit toestel was zo groot, terwijl dit in de Phantom II gedeeld werd met de radar intercept officer (RIO) achterin.

XF8U-5 Crusader III

Er werden vijf prototypes gebouwd, waarvan drie vliegwaardig. Nadat de Phantom gekozen was als opvolger van de 'oude' Crusader, werden de prototypes naar de NASA overgedaan om te worden gebruikt voor hoogteonderzoek. Tijdens deze vluchten mochten de piloten die met de kisten opereerden vanaf de basis NAS Patuxent River de Phantoms graag even pesten door te laten zien dat ze een stuk beter waren in de vliegeigenschappen dan de 'winnaar'. Maar er werd een einde aan deze 'lucht-gevechten' gemaakt door de Navy leiding, vanwege ondermijnende verhoudingen,... Alle Crusader III's zijn gesloopt en helaas is er van dit facinerende project niets overgebleven.

KLIK HIERONDER VOOR HET VERVOLG,...
HET KIND VAN DE CRUSADER, DE CORSAIR II

GA TERUG