General Dynamics F-16
Fighting Falcon (Viper)

Het toestel ziet er nog steeds modern uit, en toch is het al zo'n 40 jaar in dienst, de General Dynamics F-16 Fighting Falcon (door de mensen die ermee omgaan meestal Viper genoemd). Het is niet alleen een toestel dat in het Amerikaanse arsenaal ruim vertegenwoordigd is, maar ook als exportsucces komt men de F-16 wereldwijd tegen. Nederland zocht begin jaren 70 van de vorige eeuw een opvolger voor de F-104 Starfighter en voor de NF-5 Freedom Fighter. Er waren verschillende kandidaten; de Dassault-Breguet Mirage F1, de SEPECAT Jaguar, de Saab Eurofighter (een gemoderniseerde Viggen en de Northrop P-530 Cobra (de latere F-18 Hornet). De concurrentiestrijd was hevig en hard. Maar de belofte dat er compensatieorders in het verschiet lagen, licentiebouw (werkgelegenheid) en de prijs van de F-16 deed de keus vallen op de jager van General Dynamics. Nederland was niet het enige land in Europa dat zoekende was, ook Denemarken, BelgiŽ en Noorwegen onderzochten nieuwe toestellen. Het was duidelijk dat als de keuze op ťťn toestel zou vallen, dat dit meer zou opleveren voor Europa. Door valse beloften aan Denemarken dat een order wel 8000 arbeidsplaatsen kon opleveren, deed dit land ook kiezen voor de F-16. Helaas bleek achteraf dat er maar een kleine 300 arbeidsplaatsen uit de order voortkwamen.

De 01567, een prototype van de YF-16

De F-15 Eagle is een duur toestel waarvan door de prijs maar een relatief klein aantal aan te schaffen waren voor de Amerikaanse luchtmacht. Om dit gat op te vullen werd er gezocht naar een kleine goedkopere jager. Northrop kwam met de YF-17 (de voorloper van de F-18 Hornet) en General Dynamics met de YF-16. De USAF nam de kosten voor de ontwikkeling van beide toestellen voor haar rekening. De kleine YF-16 met een enkele motor werd de winnaar in de strijd om wat waarschijnlijk de belangrijkste moderne jager uit de Amerikaanse geschiedenis zou worden. In principe is de F-16 een instabiel airframe, maar dankzij het gebruik van ĎFly-by-Wireí waarbij een computer de vluchtkarakteristieken aanpast, vliegt de F-16 uitmuntend. De traditionele plaats van de stick (tussen de benen) verdween naar de stuurboordzijde in de cockpit. De piloot werd in een meer liggende positie geplaatst om de G-krachten beter te kunnen op vangen.

De cockpit van een F-16A
(let op de stick welke rechts is geplaatst)

Al in een vroeg stadium werd internationaal het nieuwe toestel gepromoot als de betaalbare beste jager voor iedere luchtmacht (de verkoopprijs zou rond de 16 miljoen dollar per toestel liggen). De verkoop aan Europaís belangrijke NAVO luchtmachten zou een goede reclame zijn voor de rest van de wereld. En de vier luchtmachten, BelgiŽ, Denemarken, Nederland en Noorwegen kozen dus voor de F-16, dat begin juni 1975 wereldkundig werd gemaakt. De eerste order bestond uit 348 toestellen, waarvan BelgiŽ 104 F-16A en 12 F-16Bís bestelde (later terug gebracht tot 96 Aís en 20 Bís). Denemarken bestelde 46 en 12, Noorwegen 60 en 12 en Nederland 80 Aís en 22 Bís. De assemblage voor de Europese F-16 zou op Schiphol bij Fokker plaatsvinden en bij SABCA in BelgiŽ. Inclusief de nabestellingen zouden de beide fabrieken 500 F-16 leveren.

Een F-16B in aanbouw

Op 21 juli 1980 kreeg de F-16 officieel de bijnaam 'Fighting Falcon' en trad op 1 oktober 1980 in dienst bij de Amerikaanse USAF, bij het 34th Tactical Fighter Squadron, van de 388th Tactical Fighter Wing op Hill AFB in de staat Utah.

De eerste Europese F-16B werd in BelgiŽ gebouwd en vloog voor het eerst op 11 december 1978. Op 3 mei 1979 verliet de eerste F-16B de Fokker fabriek. De overdracht aan de Koninklijke Luchtmacht was in juni van dat jaar samen met een F-16A aan het 322 Squadron op de luchtmachtbasis Leeuwarden. Vanaf eind januari 1980 begon de productie voor Noorwegen en Denemarken.

F-16A, J-063 van het 322 Squadron

Nederland had een contract voor 213 F-16ís, initial buy 102 en daarna een aantal follow-on buy's. Toch zouden er maar 212 worden geleverd. Eťn F-16 werd (tijdelijk) van het contract afgevoerd, om op een later tijdstip weer geplaatst te worden, maar dat laatste is nooit gebeurd. In de jaren tachtig ondergingen alle F-16ís een OCU (Operational Capability Upgrade). Toen de volgend upgrade zich aandiende werden er 139 kisten aangepast tijdens de MLU (Midlife Update). Toestellen die de MLU hebben ondergaan zijn te herkennen aan de vier kleine uitstulpingen voor op de neus.

Een MLU F-16

Tijdens het conflict in Kosovo in 1999, wist een Nederlandse F-16 (de J-063 van 322 Squadron), gevlogen door Peter 'Wobble' Tankink, op 24 maart een Servische MiG-29 neer te halen met behulp van een AMRAAM raket. Hiermee werd Tanink de eerste operationele vlieger van Nederland die een ander toestel uit de lucht wist te schieten sinds de Tweede Wereldoorlog. Kolonel Tanink, in 2012 commandant van Vliegbasis Volkel, maakte op 24 januari van dat jaar zijn 3000e vlieguur op de F-16.

Een altijd populaire demovlieger, de KLU F-16

Na jaren van enthousiast gebruik door de KLU, is de F-16 nu aan het einde van zijn carriŽre gekomen. De 19 F-16 die de MLU niet ondergingen werden te koop aangeboden. Toen deze onverkoopbaar bleken kregen die toestellen een nieuw leven als poortwachter op een sokkel, als museumstuk of als instructievliegtuig. De allereerste F-16A, de J-212 is helaas al verschroot, maar de eerste F-16B, de J-259, is bewaard gebleven. Deze kreeg een plaatsje in Woensdrecht bij de Opleidingen Koninklijke Luchtmacht.

De eerste Nederlandse F-16B, de J-259

In 2003 werd het PAF (Project Afstoting F-16) in het leven geroepen om de eerste badge van 56 F-16 af te stoten. Hiervan stonden er 29 te koop waarvan er 18 aan Chili werden verkocht en later nog 6 stuks aan JordaniŽ, de overgebleven werden ontmanteld. Het zal moeilijk worden oude F-16ís te verkopen als Amerika F-16ís in de verkoop heeft die moderner zijn. En zo loopt de F-16 in Nederland na bijna 40 jaar vliegen naar het einde van haar leven. Maar mag het, de Nederlandse luchtmacht heeft nog nooit zolang gevlogen met ťťn en hetzelfde toestel, het blijkt wel hoe veilig en betrouwbaar de F-16 is. Ondanks dat men over de betrouwbaargeid zeer te spreken was, zijn er toch 33 verloren gegaan door ongelukken.

Een KLU F-16A, van 312 Squadron, met de naverbrander op vol vermogen

Na de Jom Kipoeroorlog werd er tegen Israel een wapenembargo ingesteld door de Carter regering in de Verenigde Staten. Nadat dit in 1978 werd opgeheven, schafte Israel direct 75 F-16 aan. Deze kregen de F-16's die eigenlijk voor Iran bestemd waren. Maar aangezien de Sjah van PerziŽ (Iran) was verdreven, werd hun bestelling met de komst van de eerste vier F-16's, Netz (Havik) genaamd, geleverd vanaf juli 1980.

Een F-16A van Israel (107) met de zeven 'kill' markings op de neus
(Deze F-16A vloog ook in de missie tegen de kerncentrale in Irak in 1981)

De vuurdoop voor de F-16 kwam op 7 juni 1981 toen acht Fighting Falcons van de IsraŽlische luchtmacht onder dekking van zes F-15 een bombardementmissie uitvoerden op de kerncentrale van Osirak in Irak. De centrale werd geheel vernietigd en alle toestellen keerden veilig terug op hun basis in IsraŽl. In 1982 werden de F-16's van Israel boven Libanon ingezet als steun voor de grondtroepen. Deze actie leidde tot een wapenembargo van de Amerikanen waardoor geen nieuwe F-16ís binnen kwamen.

De F-16C Barak

Toen na enkele jaren het embargo tegen Israel werd opgeheven bleek dat het niet eens zo ernstig was geweest, want de verbeterde F-16C/Dís waren toen beschikbaar. Op 21 december 1987 werd de eerste van 24 F-16D's, welke als Barak (Bliksem) bekend stond, geleverd. Ook ontving Israel 51 F-16C's. In mei werd een vervolg order gedaan voor nogmaals 30 F-16C en 30 F-16D's welke onder de naam Barak II werden geleverd (met een optie voor 15 extra). Vanwege de steun tijdens de Golfoorlog ontving Israel 50 oude F-16A/B 's in augustus 1994.

Een F-16C

De F-16C (eenzitter) en de F-16D (tweezitter) werden voorzien van vergrote horizontale staartvlakken om de grotere belasting in de lengte-as te kunnen beheersen. Onder aan het kielvlak kwam een houder voor de remparachute. De oorspronkelijke APG-66 radar werd vervangen voor de APG-68 pulse-Doppler radar waarmee Ďtrack-while-scaní mogelijk is. De cockpit werd geheel herzien en voorzien van betere multifunctionele CRT-beeldschermen. De bewapening werd aangepakt en de F-16C kon de AIM-120 AMRAAM (Adavanced Medium-Range Air-to-Air Missile) gaan voeren. Er kon ook een keuze worden gemaakt uit twee motoren, de oorspronkelijke Pratt & Whitney F100-PW-220 en de nieuwe General Electric F110-GE-100.

Klik hieronder voor het vervolg over de F-16

GA TERUG