Bell UH-1
Iroquois 'Huey'

Het karakteristieke 'wwhoep, wwhoep, wwhoep' kondigt de (waarschijnlijk) beroemdste helikopter aan, de Bell UH-1 Iroquois, beter bekend onder haar bijnaam,… 'Huey'. Het is de helikopter die altijd geassocieerd zal worden met de oorlog in Vietnam. Een speelfilm over die oorlog is niet compleet als er geen Huey in voorkomt. In Apocalyps Now (1979) werd haar rotorgeluid overstemt door Wagners 'Ride of the Valkyries' die de aanval aankondigde op een kustdorpje (Charlie's Point). In de recentere speelfilm We Were Soldiers, met Mel Gibson, zitten waarschijnlijk de mooiste beelden van de laatste jaren over deze meer dan verdienstelijke helikopter.

Een Huey, in de film 'Apocalypse Now', landt in een 'hot landing zone',
een typische scène welke de dagelijkse praktijk in Vietnam weergeeft

Model 204 - UH-1 'Huey'

De eerste helikopters werden aangedreven door verbrandingsmotoren. Maar begin jaren 50 van de vorige eeuw werd er onderzoek gedaan om turbine motoren in de helikopter te gaan gebruiken. Deze waren lichter in gewicht en konden veel kracht produceren, ze waren alleen erg duur. De eerste helikopter die gebruik maakte van een turbine was de Bell XH-13F, een aangepast Model 47 (de beroemde heli uit de film en tv serie 'MASH'). Het vloog voor het eerst in oktober 1954. Begin 1955 gaf het Amerikaanse leger aan Bell de opdracht een helikopter te ontwikkelen speciaal voor medische evacuatie (MedEvac). Deze XH-40 zou de basis worden voor Model 204.

Het prototype XH-40

De eerste vlucht werd gemaakt op 2 oktober 1956. In 1957 werden nog twee prototypen gebouwd en vervolgens in 1958 nog eens 18 stuks. Bell promote het toestel verder dan alleen een gebruik voor MedEvac taken. En de vliegers waren meer dan enthousiast over deze helikopter, en al snel werden er meer besteld door het leger. En zo werd Model 204 de eerste turbine helikopter die in de Verenigde Staten in productie ging. Model 204 kreeg als legeraanduiding HU-1A. De eerste productie bestond uit 173 HU-1A's, waarvan de productie liep tot maart 1961. Deze konden, buiten de twee bemanningsleden, vijf passagiers vervoeren. Voor training werden er 14 stuks omgebouwd tot TH-1A's.Aangezien de helikopters in het Amerikaanse leger een naam kregen die verwees naar een indianenstam, kreeg de HU-1A de naam 'Iroquois'. Maar de naam HU-1A verbasterde al snel tot de Huey.

Een UH-1C.

De officiële aanduiding werd vanaf september 1962 veranderd in UH-1A en begon haar loopbaan bij de 101st Airborne Division in Fort Lewis, Washington. Eerst nog bedoeld als evaluatie helikopter, maar al snel geschikt verklaard voor operationele taken. De volgende serie, de UH-1B, kreeg als eerst grote verandering, ruimte voor zeven passagiers en krachtiger motor bezat, een 960 pk T53-L-5. Tussen 1961 en 1965 zouden van dit type 1014 exemplaren gebouwd worden. Al snel volgde de UH-1C (750 gebouwd) met een wederom verbeterde motor, de R11, en herziene rotorbladen. Het specifieke rotorgeluid van de Huey wordt veroorzaakt door de tip van de rotor die door de geluidsbarrière gaat en daardoor een kleine supersonische klap veroorzaakt.

Model 205 - UH-1D/H

Een UH-1D van het Amerikaanse leger.

In juli 1960 kreeg Bell een order voor zeven YUH-1D prototypes die 12 tot 14 personen moest kunnen vervoeren. Hiertoe werd de romp verlengd en de rotor vergroot. Uitgerust met de T53-L-11, 1100 pk sterke motor werd de eerste UH-1D, van meer dan 2000 stuks, afgeleverd vanaf augustus 1963 dienst te gaan doen. Uit de UH-1D ontstond de meest succesvolle versie, de UH-1H. Deze versie kreeg een Textron Lycoming T35-L-13, 1400 pk sterke motor. De 14,60 meter lange rotors wisten de UH-1H een snelheid van 204 kilometer te geven met een maximum bereik van rond de 500 km. De UH-1H werd ook door Italië in licentie gebouwd bij Agusta als de AB.205 en in Japan als de Fuji 205.

Het eenvoudig ogende instrumenten paneel van een UH-1H

Ook de Nederlandse marine heeft negen, door Agusta-Bell in Italië in licentie gebouwde, 204's gehad onder de aanduiding (I)UH-1B. De eerste werd geleverd in 1962. De meeste Nederlandse Huey's opereerden bij VSQ 7 vanaf Valkenburg. Twee vlogen vanaf Hato bij VSQ 1. De nummering liep van '220' tot en met '228', en waarvan de laatste (ex-I-MUNI) een aanvulling was op de twee verongelukte kisten (de '223' en '224'). De laatste (I)UH-1B werd in 1978 afgestoten. Het verschil tussen een door Bell gebouwde 204 en een door Agusta is te vinden bij de motoruitlaat, welke bij de Bell naar achteren gericht is, en bij de Agusta naar de zijkant.

De (I)UH-1B '227' van de Koninklijke Marine

Het succes van de Huey kan toegeschreven worden aan onder andere haar ideale combinatie van cabineruimte, snelheid en de hijskracht. Het was en is nog steeds een betrouwbare machine die onder zware omstandigheden haar werk kan doen. Vanwege de grote militaire orders voor de Amerikaanse defensie en voor andere landen kon Bell ook voor een aantrekkelijke prijs een commerciële variant aanbieden.

Bell 205 UH-1D, D-HBZV. bewaard gebleven in het museum in Hermeskeil, Duitsland

Samen met alle licentiebouwers wereldwijd zijn er meer dan 15.000 Huey's gebouwd. Het is daarmee de meest geproduceerde helikopter ooit. Bijna zestig jaar na de eerste vlucht, vliegen er nog zeer veel Huey's rond in allerlei rollen. Niet alleen als aanvalshelikopter, maar ook als ambulance en als VIP transporteur.

Een typische scène in Vietnam, Huey's in actie.

- Vietnam -

In 1962 ging de Huey voor het eerst naar het front, Vietnam. Hier werd een nieuw concept voor het eerst uitgeprobeerd; 'Air Mobility'. Dit concept bracht, via helikopters, manschappen naar strategische positie, zoals Vietcong ontsnappingroutes of concentraties van vijandelijke posities. Na 'gedane arbeid' werden de soldaten weer opgehaald. Tijdens de gevechten vlogen regelmatig Huey's verse manschappen in en evacueerden de slachtoffers.

Maart 1965, een groep Huey's jaagt machinegeweervuur in de bosrand,
terwijl Zuid-Vietnamese troepen oprukken naar een
Vietcong kamp 25 km ten noorden van Tay Ninh

In het begin sloeg de Vietcong nog op de vlucht, maar later wachtten ze de Amerikanen op. Met klein kaliber wapens bleken de helikopters vrij kwetsbaar. In januari 1963 werden vier Piasecki H-1 Flying Bananas en één Huey neergehaald tijdens de slag om Ap Bac, nabij Saigon. In Vietnam zouden tot 1973 ongeveer 2500 Huey's verloren gaan, waarvan de helft door vijandelijk vuur.

'Dustoff'

‘Casualty evacuation’ of CASEVAC (gewonden afvoer) kreeg tijdens de Vietnam oorlog een geheel ander invulling dan in de Tweede Wereldoorlog, daar men in dit conflict grootschalig gebruik maakte van helikopters. In Korea was het reeds ontwikkeld (wie herinnert zich niet de speelfilm en TV serie ‘MASH’, waarin het hospitaal in het veld haar gewonden kreeg aangevoerd via helikopters), maar in Vietnam beleefde het haar hoogtepunt, het evacueren van gewonden per helikopter. Er is een verschil in de term CASEVAC en MEDEVAC (Medical Evacuation). CASEVAC is een algemene term welke staat voor gewondenafvoer, maar bij MEDEVAC (Medische afvoer) wordt gebruik gemaakt van voertuigen welke voorzien zijn van de bekende kenmerken, het rode kruis in een wit vlak, als zodanig mag zo’n voertuig niet beschoten worden (zoals afgesproken bij de Conventie van Geneve).

Een 'Dustoff' actie in volle gang

In 1963 werd de tactische roepnaam ‘Dustoff’ geintroduceerd door Major Lloyd E. Spencer, Commandant van het U.S. Army 57th Medical Detachment (Helicopter Ambulance). De naam ‘Dustoff’ (of 'Dust Off') zou de rest van de Vietnam oorlog in gebruik blijven voor de gewonden afvoer per helikopter. Het was de bedoeling dat een gewonde binnen een uur afgevoerd moest worden en afgeleverd in een hospitaal. Dit betekende meer dan eens dat de ‘Dustoff’ helikopters, welke meestal de Huey was, moest opereren in gebieden welke onder vuur lagen van vijandelijke troepen (een zogenaamde ‘hot landingzone’).

'Dust Off' is een algemene term geworden, getuige de woorden op de deur

Eénderde van ‘Dustoff’ bemanningen werd zelf slachtoffer tijdens acties en de verliezen onder de helikopters in Vietnam lag bij de ‘Dustoff’ ruim 3.3 punt hoger dan bij andere helikopter eenheden. De overlevingskans van een gewonde was door de inzet van ‘Dustoff’ ongeveer 90%, 10% hoger dan in de Tweede Wereldoorlog (97% als de gewonde daadwerkelijk binnen een uur in een hospitaal lag). Naast de 57th Medical Detachment, was er de 45th, 54th, 159th, 236th, 247th, 498th en de 571st Medical Detachment actief in 'Dustoff'. Was 'Dustoff' oorspronkelijk de callsign, het werd later ook geschreven als 'Dust Off' en kreeg zelfs een definitie: Dedicated Unhesitating Service To Our Fighting Forces.

Tijdens een MEDEVAC kon een heli vaak niet landen,
en bleef 'hooveren' tot de patient binnen was

'Wandering Soul'

Niet alleen werd de Huey in Vietnam gebruikt als troepentransportschip en gewondenvervoerder. Ook werden sommige kisten uitgerust met luidsprekers welke demotiverende muziek of 'enge' geluiden uitbraakten. Het geloof van de Vietnamees zou zijn, dat als een dode niet werd begraven op zijn eigen grond, dan bleef zijn geest 'rondzwalken'. Om dit angstige fenomeen te versterken werd operation 'Wandering Soul' in het leven geroepen en uitgevoerd door Psychological Operations (PSYOP).

Een UH-1 met een batterij luidsprekers voor
het verspreiden van enge geluiden over de jungle van Vietnam

Vooral in de nacht zouden 'spooky' geluiden de Vietcong de stuipen op het lijf moeten jagen. Zuid-Vietnamese stemmen spraken enge teksten in, kreunende en steunende geluiden moesten het extra 'eng'maken. In de speelfilm Apocalyps Now werd dit idee gebruikt in de scène waarin Lieutenant Colonel William "Bill" Kilgore (een geweldige rol van Robert Duvall) het kustdorp aanvalt onder de bombastische geluiden van Wagners 'Ride of the Valkyries'.

- Bruce P. Crandall -
Congressional Medal of Honor

Major Bruce P. Crandall zijn Huey had als callsign ‘Ancient Serpent Six’, en had als afbeelding op de neus van zijn toestel een cobra slang. En met zijn 32 jaar (in 1965) had hij er geen probleem mee dat men hem ‘Old Snake’ noemde. Op 14 november 1965 bracht Crandall met zestien helikopters het 1st Battalion, 7th Cavalry naar Landing Zone X-Ray in the la Drang Valley (de 7th Cavalry berucht geworden als de eenheid die onder Lt. Col. George A. Custer tegen de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de indianen, vochten). Tijdens de vierde vlucht op LZ X-Ray kwamen de troepen onder Vietcong vuur te liggen. Tijdens de vijfde vlucht was de Landing Zone eigenlijk te gevaarlijk om daar nog te landen. Crandall en zeven andere helikopters zetten toch door, ondanks het moordende vuur.

Een UH-1 van de 229th Assault Helicopter Battalion vertrekt vanaf LZ X-Ray
tijdens de gevechten in de La Drang Vallei in Vietnam, november 1965.

1st Battalion, 7th Cavalry, commandant Lt.Col. Hal Moore vreesde voor de andere acht Huey’s en stuurde deze terug. Drie man in zijn heli raakten gewond en nadat er een aantal gewonde grondtroepers aan boord gebracht waren maakte Crandall dat hij wegkwam. Op de terugweg, naar zijn basis Plei Me, hoorde hij over de radio dat er zware gevechten waren en dat er veel gewonden waren. Terug op de basis ging hij direct naar de commandant van de Medevac om deze naar LZ X-Ray te gaan. Maar deze weigerde, want het zou zelfmoord zijn voor zijn heli’s en manschappen. Crandall werd de huid vol gescholden dat hij het lef had om een meerdere zo’n verzoek te doen. Crandall verklaarde dat deze Medevac commandant bijna zijn Purple Heart (de medaille voor gewond geraakt tijdens gevechten) gekregen had, want hij was in staat om de man in elkaar te slaan, maar anderen wisten hem tegen te houden. Crandall vroeg vervolgens aan vrijwilligers op de basis wie met hem meeging om munitie, water en gewonden op te halen vanaf LZ X-Ray. Alleen zijn oude ‘buddy’, Ed W. ‘Too Tall’ Freeman wilde zich aansluiten bij Crandall.

En weer stijgt Crandall op,....

Ze vlogen eerst naar een basis dichter op X-Ray, Artillery Firebase Falcon. Crandall en Freeman maakten in 16 uur 22 vluchten waarbij munitie en water werd overgebracht en gewonden werden afgevoerd. Driemaal moest Crandall van Huey wisselen vanwege dat schade aangebracht door Noord-Vietnamees vuur. Samen met Freeman wist hij 70 gewonden te evacueren. Het moraal van de grondtroepen bleef door steeds het horen en zien van de ‘reddingshelikopters’ hoog, ze wisten dat ze niet in de steek werden gelaten, en daardoor op een gegeven moment de tegenslag in een overwinning wisten om te zetten. Crandall kreeg, net als Freeman voor zijn actie het Distinguished Flying Cross. Hun Commandant had hen voorgedragen voor de Congressional Medal of Honor, maar deze moest binnen twee jaar aangedragen worden, en daarvoor kwam de aanvraag te laat.

Major Bruce P. ‘Old Snake’ Crandall en Cap. Ed W. ‘Too Tall’ Freeman

Het was niet het laatst akkefietje dat Crandall als redder in nood voor grondtroepen betekende. Tijdens Operation ‘Masher’, op 31 januari 1966, een gecombineerde actie met Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen, hoorde Crandall dat X-Comapgnie van 1 Battalion, 7th Cavalry omsingeld waren en dat er gewonden waren. Aangezien deze compagnie geleid werd door zijn vriend en veteraan van La Drang, Captain Tony Nadal, besloot Crandall erop af te gaan. Probleem was dat het midden in de jungle was en de Medevac helikopters konden daar ook al niet, bij daglicht, landen. Crandall ging in nacht en met bewolking naar de omsingelde troepen. Normaal gesproken kwamen heli’s in Vietnam in een soort van glijvlucht naar een Landing Zone. In dit geval besloot Crandall vertikaal de Huey te laten zakken. Vanwege de duisternis vroeg hij of de ‘landingplaats’ slechts verlicht kon worden door één enkele zaklantaarn, meer licht zou vijandelijk vuur aantrekken. De rotors sloegen als een grastrimmer door de struiken en bomen. Tijdens twee vluchten wist Crandall op deze manier twaalf gewonden te evacueren. Crandall maakte rond de 900 operationele missies toen in januari 1968, wederom tijdens een reddingsoperatie, zijn heli getroffen werd door scherven van exploderende bommen, afgeworpen door de Amerikaanse luchtmacht. Crandall brak zijn rug, en dit eindigde zijn werk als piloot bij het Amerikaanse leger. Na vijf maanden revalideren maakte hij zijn studie af aan de Universiteit van Nebraska, en leidde vervolgens een fabriek in Thailand met 3800 man. Na een hersenbloeding ging Lt.Col. Crandall in 1977 met pensioen uit het Amerikaanse leger.

Major Bruce Crandall zijn Huey vliegt hier samen met Ed Freeman
om de gecrashte co-piloot van Freeman te redden
(De enige keer dat deze vrienden daadwerkelijk samen één heli vlogen)
(Let op de ‘Ancient Serpent Six’ afbeelding op de romp van de Huey

In 1995 werd het tweejarig aanvragen van de Medal of Honor opgeheven, en werd de aanvraag voor Crandall en Freeman gehonoreerd. Freeman ontving zijn medaille op 16 juli 2001 uit handen van President George W. Bush (Freeman overleed op 20 augustus 2008, 81 jaar). Op 26 februari 2007, 30 jaar na zijn pensionering bij het Amerikaanse leger, kreeg Bruce Crandall eindelijk de ware erkenning voor zijn heldendaden tijdens zijn inzet bij de Slag om La Drang. Tijdens de ceremonie in Fort Worth, Texas, waarbij hij de Congressional Medal of Honor kreeg uitgereikt, werd hij ook gepromoveerd tot Colonel U.S. Army (retired).

Colonel Bruce Crandall draagt rond zijn nek de Congressional Medal of Honor

- We Were Soldiers -

Bovenstaand verhaal, de Slag om La Drang en de inzet van Crandall en Freeman, is verwerkt in de speelfilm We Were Soldiers. Deze film, uit 2002, is gebaseerd op het boek van Lt.Gen. Hal Moore (We Were Soldiers Once... and Young). De speelfilm die rond dit gebeuren is gemaakt springt heen en weer tussen Vietnam en het ‘home-front’. En dat is de zwakte van deze film. Vooral de treurende vrouwen, met een spookachtige Madeleine Stowe doet de film weinig goed. De dragende delen zijn beslist de strijd op de grond en de strubbelingen van de helikopterpiloten Crandall en Freeman.

Mel Gibson in de rol van Lt.Col. Hal Moore

Aangezien het verhaal om Lt.Col. Hal Moore gaat, ligt het zwaartepunt rond hem (een rol van Mel Gibson). We volgen hem en zijn manschappen, waar iets meer van het karakter ten aanzien van zijn manschappen wordt uitgediept, op de basis voor vertrek naar Vietnam. Als Lt.Col. Moore met zijn 1st Battalion, 7th Cavalry op 14 november 1965 in Landing Zone X-Ray uit hun helikopters komen weten ze nog niet dat ze een driedaagse oorlog van man tegen man zullen voeren. Het wordt een strijd van leven op dood.

De echte Lt.Col Hal Moore tijdens de gevechten in de La Drang Vallei

Mede dankzij de twee helikopterpiloten in hun UH-1’s wordt het bataljon niet geheel uitgeroeid. Toch zouden er 307 Amerikanen om het leven komen en rond de 500 gewond raken. De helikopterpiloten, Bruce Crandall en Ed Freeman, kregen in eerste instantie slechts het Distinguished Flying Cross, maar later toch de ware erkenning toen hen de Congressional Medal of Honor werd toegekend.

Mel Gibson schudt de hand van Greg Kinnear (als Crandall)

Als de film hergemonteerd zou worden, dan zou het een klassieker kunnen worden,… een indringende film die goed zou laten zien dat gewone jongens heel diep gingen om te overleven (wel iets anders dan een film als Platoon waar, naar mijn mening, iets teveel ‘gung-ho’ in zit met een neiging dat de Amerikanen alleen maar oorlogsmisdaden pleegden in Vietnam).

Op de volgende pagina het vervolg van de Huey.
Klik op de Huey hieronder en u 'vliegt' er direct naartoe!