Messerschmitt Me 262
Schwalbe / Sturmvogel

De verbrandingsmotor was nog niet tot het uiterste ontwikkeld, maar een nieuwe vorm van aandrijving maakte haar opwachting, de straalmotor. Iets meer dan 30 jaar na de eerste gemotoriseerde wankele vluchten met breekbare vliegtuigjes, werd de luchtvaart opeens pijlsnel volwassen, met name de militaire luchtvaart. De techniek ging met sprongen vooruit, vooral toen de straalaandrijving zich aandiende. Was men in Groot Brittannië nog terughoudend met deze nieuwe ontwikkeling, in Duitsland zag men ongekende mogelijkheden.

De Heinkel He 280 nog met motorloze gondels

Heinkel was volop bezig een tweemotorige jager, de He 280, te ontwikkelen. Aangedreven door een dubbele zes-traps BMW P3302 axiale straalmotor vloog het toestel voor het eerst op 30 maart 1941. Zes weken later vloog in Engeland het prototype van de Gloster Meteor, de E.28/29 voor het eerst met twee W1X centrifugaal compressie motoren.

Het eerste prototype van de Me 262 nog met de Jumo 210 zuigermotor

Niet alleen Heinkel was in Duitsland bezig met een door straalmotoren aangedreven jager. In januari 1939 had het Rijksministerie van Luchtvaart de opdracht aan Messerschmitt gegeven om ook te gaan werken aan een tweemotorige straaljager. Terwijl de Heinkel He 280 haar eerste testen maakte werkte Messerschmitt AG. in Augsburg gestaag verder aan haar project, de Me 262.

Me 262 V2 (PC + UB)

Aangezien de BMW 003 axiale motoren voor de toekomstig straaljager nog niet gereed waren, kreeg het eerste prototype een Jumo 210 zuigermotor in de neus die met 740 pk op de propeller de Me 262 V1 (PC + UA) maar met moeite van de grond kon tillen. Maar buiten de zwakte van de motor, vloog het toestel tijdens haar eerste vlucht op 18 april, 1941, zeer goed.

Me 262 V2 (PC + UB) na de eerste proefvlucht

In november 1941 kwamen de eerste BMW 003's uit Spandau in Augsburg aan. De Jumo 210 werd uit de neus gehaald en de propellernaaf afgedekt. De beplating aan de romp met de uitlaatgaten van de Jumo bleef ongewijzigd. Pas op 25 maart 1942 werd een eerste proefvlucht gemaakt in Me 262 V1. Omdat de motoren direct na de start uitvielen, kwam 'PC + UA' hard neer en raakte beschadigd. De BMW motoren waren duidelijk met hun 550 kg stuwdruk niet sterk genoeg. Maar er was een alternatief, de Jumo 004 straalmotor met 600 kg stuwdruk.

Het derde prototype, de Me 262 V3 (PC + UC) ontdaan van de zuigermotor in de neus, maakte haar eerste vlucht op 18 juli, 1942. Het was nog een hele toer om lost te komen met het staartwiel concept. De beste manier om los te komen was om tijdens het opbouwen van de snelheid voor de start, de remmen even aan te trekken waardoor de staart los kwam. De testvluchten gingen voorspoedig en de karakteristieken van de Me 262 waren erg goed. Bij Heinkel liep de ontwikkeling vertraging op met de He 280 en zakte langzaam naar de vergetelheid, voor het in maart 1943 werd opgegeven.

Me 262 V3 (PC + UC) ten tijde van de eerste proefvlucht

General der Jagdflieger Generalleutnant Adolf Galland bezocht op 22 mei, 1943 het testcentrum van Lechfeld en maakte een proefvlucht in het prototype Me 262 V4. Galland stuurde direct een vlammend rapport aan Veldmaarschalk Milch. Galland was overtuigd van de slagkracht van deze nieuwe jager, zozeer zelfs dat hij geloofde dat het luchtoverwicht in het voordeel van Duitsland kon terugkeren.

Er was even een terugval bij de Messerschmitt fabriek toen deze gebombardeerd werd door de Amerikanen, en dat juist op het moment dat er een order voor 100 Me 262 straaljagers was gekomen op 28 mei. De vertraging werd benut om het prototype Me 262 V5 te ontwikkelen. Het staartwiel werd verwijderd en een vast neuswiel werd geïnstalleerd. Op de grond kreeg het eindelijk haar volwassen uitstraling. De V5 maakt haar eerste succesvolle vlucht op 26 juni 1943.

De Jumo 109-004B

Met de komst van het zesde prototype, de Me 262 V6, kreeg het haar uiteindelijke vorm, gereed voor productie. Uitgerust met Jumo 109-004B motoren met 900 kg stuwdruk, vloog het op 17 oktober 1943 voor het eerst. De V6 was uitgerust met een compleet intrekbaar landingsgestel, voorbereiding voor boordkanonnen in de neus, elektrische bediende hoogteroeren en de pijlvleugel was uitgerust met automatische werkende landing-en vleugelkleppen.
De V6 (VI + AA) werd op 26 november gedemonstreerd aan Adolf Hitler. Deze vroeg of het toestel een bommenlast kon vervoeren van 1000 kg. Messerschmitt gaf aan het toestel binnen enkele weken om te kunnen bouwen. Maar die 'paar weken' werden enkele maanden en werd pas bij het V10 prototype uitvoerig getest.

Duidelijk is de pijlstand van de vleugel te zien,
een voordeel waar de Geallieerden pas later het nut van inzagen

Erprobungskommando 262
(EKdo 262)

Ondanks de General der Jagdflieger Generalleutnant Galland zijn enthousiasme, waren er nog geen productiemachines om zijn gelijk te bewijzen. Maar op 9 december 1943 wist Galland het Reichsluftfahrtministerium (RLM) zover te krijgen dat deze een bevel uitschreven om een experimentele straaljager eenheid te formeren. Met slechts één Me 262 werd vanaf januari 1944 het Erprobungskommando 262 (EKdo 262) operationeel vanaf het vliegveld Lechfeld, iets ten zuiden van Augsburg, waar de Messerschmitt fabrieken gevestigd waren. De enige Me 262 waarmee gevlogen werd, was het vijfde prototype, en dan alleen nog door de commandant van EKdo 262, Hauptman Werner Thierfelder, tot deze het toestel afschreef na een harde noodlanding in februari.

De cockpit van een Me 262

In maart en april, 1944, werden de eerste 13 vóór-productie machines, Me 262A-O's aangemaakt. Na deze productie kwam de eigenlijke productie vrij snel op gang van de Me 262A-1a die de Schwalbe (zwaluw) als naam had gekregen. Deze toestellen, de Me 262A-1a, hadden vier 30mm Mk 108 kanonnen in de neus.

Een rijtje Me 262A-1A 'Schwalbe' jagers van EKdo 262

Eind april had het EKdo 262 meerdere toestellen in hun beheer, waaronder het prototype Me 262 V8 welke de eerste was met de volledige bewapening van vier 30mm MK108 kanonnen, en enkele onbewapende Me 262A-O's voorproductie kisten. De piloten moesten helemaal vanaf de grond weer leren vliegen met deze nieuwe systemen. De vliegers, afkomstig van de Bf 110, vlogen opeens 40% sneller dan in hun oude propeller kisten, en daardoor werd de draaicirkel enorm vergroot. Starten en landen werd nu met een neuswiel gedaan, ook een compleet nieuw concept voor de Duitse vlieger.

De neusbewaping van de Me 262A-1A, vier maal 30mm MK 108 kanonnen

(deze Me 262 is te vinden in het Luchtvaartmuseum in Cosford, Engeland)

In mei 1944 explodeerde Hitler toen deze hoorde dat de bommenwerper versie niet verder was gekomen dan een prototype, de Me 262 V10. Hij gaf opdracht dat alle Me 262's moesten worden omgebouwd tot Blitz-bommenwerper. De modificaties vertraagden de gehele productie van de Me 262. Göring kreeg opdracht om de Me 262 over te dragen aan de General der Kampfflieger Oberst Walter Marienfeld.

Kampfgeschwader 51

De eerste bommenwerpereenheid die overstapte op de Me 262 was Kampfgeschwader 51 'Edelweis'. KG 51 was in Frankrijk gestationeerd met een bommenwerperversie van de Me 410, maar werd op 23 mei 1944 teruggehaald naar Lechfeld voor omscholing naar de Me 262A-2A 'Sturmvogel'. Onderwijl waren alleen jagerversies, de Me 262A-1A 'Schwalbe', in gebruik bij EKdo 262 op Lechfeld. Enkele toestellen werden van EKdo 262 overgenomen om als bommenwerper dienst te gaan doen. Ondanks dat EKdo nog maar weinig Me 262 jagers over hadden, ging deze kleine groep rustig verder met hun opleiding en het aanscherpen van hun jachttechnieken.

Een Me 262A-2A 'Sturmvogel' jachtbommenwerper

De levering van Revi bommenvizieren beperkte de trefkans van de Me 262 bommenwerpers. Alleen ervaring met het vliegtuig kon leidden tot het verbeteren van de resultaten. Tijdens een oefening op 14 juli 1944 stortte de Me 262 van Stabsfeldwebel Moosbacher in het Ammermeer, waarbij de vlieger omkwam. Hij had de twijfelachtige eer het eerste fatale slachtoffer te zijn van een Me 262 in actieve dienst. Op de dag dat de beruchte aanslag op Hitler werd gepleegd in de Wolfsschanze in Polen, op 20 juli 1944, vertrok Einsatzkommando 'Schenk', III./KG 51, naar Frankrijk. Van de negen Me 262A-2A's zouden slechts vijf hun basis Chateaudun bij Orlèans bereiken, twee stortten neer door overgewicht bij de start, één bleef achter tijdens een tussenlanding op Schwäbisch Hall vanwege een storing, en de vierde maakte een noodlanding ten noorden van Parijs. Maar de beperkingen opgelegd, niet sneller dan 750 km/u, en niet van grotere hoogte dan 4000 meter te duiken, betekende dat de bommenwerpers weinig konden uitrichten. Het was zelfs zo dat in geen enkel rapport van de Geallieerden in die periode gesproken wordt over de nieuwe straal-bommenwerper (op 25 juli bevestigde de RAF pas het bestaan van de Me 262 toen een Mosquito wist te ontsnappen aan een Me 262). Met het oprukken van de Geallieerden trok ook Eins.Kdo 'Schenk' zich terug naar het noorden, via Creil, Juvincourt naar Chièvres bij Brussel. Op 28 augustus viel de eerste Me 262 ten prooi aan vier Amerikaanse jagers, P-47 Thunderbolts van de US 78th Fighter Group. De Me 262, gevlogen door Feldwebel Lauer, was zo beschadigd dat het een noodlanding moest maken in een veld nabij Brussel.

Een Me 262A-2A van III./KG 51 is buitgemaakt door de Amerikanen

Onderwijl bleef EKdo 262 rustig verder gaan in het fijnschafen van de jacht eigenschappen van de Me 262. Er werd daadwerkelijk achter snel vliegende fotoverkenners van de RAF aangezeten, zoals de Mosquito's en Spitfires. Op 26 juli 1944 werd een Mosquito onderschept nabij München door Leutnant Alfred Schreiber van EKdo 262. Het werd gerekend als een luchtoverwinning voor Schreiber, ook al maakte de Mosquito een noodlanding aan Geallieerde zijde. Twee weken later claimde Schreiber een Spitfire (maar deze bleef onbevestigd). Op 8 augustus werd dan de eerste echte bevestigde overwinning behaald door een straaljager op een ander bemand vliegtuig, toen een Mosquito PR XVI van No.540 Squadron werd neergeschoten bij Ohlstadt door Leutnant Joachim Weber. Op 15 augustus werd een B-17 Flying Fortress neergeschoten door Feldwebel Helmut Lennartz van EKdo 262, welke bij Stuttgart neer kwam. Als Hitler niet zo standvastig had geweigerd om de Me 262 als jachtvliegtuig te gebruiken, dan zouden waarschijnlijk veel eerder meer Geallieerde vliegtuigen het slachtoffer zijn geworden van de Me 262.

Me 262A-1A (W.nr. 170071) van Erprobungskommando 262 (EKdo 262)

General der Jagdflieger Generalleutnant Galland bemerkte een versoepeling in de houding die Hitler aannam ten aanzien van de inzet van de Me 262. Galland vulde Erprobungskommando 262 aan tot een sterkte van veertig toestellen en deelde deze in twee Staffeln. De eerste Staffel, onder leiding van Oberleutnant Müller, vertrok naar Rechlin-Lärz op 18 augustus 1944. De eerste missies werden gevlogen vanaf Rechlin op 10 september. Op 14 en 18 september werden twee Mosquito verkenners geclaimd door Leutnant Weber.

Op de volgende pagina het volgende deel over de Me 262.
Klik op de Me 262A-1a hieronder en u 'vliegt' er direct naartoe!