Met fantasie en lef waren de Britse luchtvaartbouwers altijd inventief in onderzoek naar het uiterste.
Helaas maakten te kleine budgetten en onbegrip in de politiek sommige projecten onhaalbaar, zoals bijvoorbeeld de Saunders
Roe SR53 raketvliegtuig en de BAC TSR.2. Maar bondgenoot Amerika maakte daar altijd nuttig gebruik van. De ontwikkeling en
ervaringen opgedaan met de Rolls Royce Merlin werden met succes in de P-51 Mustang geplaatst. De eerste straalmotor voor
de Amerikanen ging gratis de oceaan over, de Saunders Roe SR177, in ontwikkeling onder andere voor de nieuwe Luftwaffe,
werd getorpedeerd door de Amerikanen toen deze de F-104 Starfighter, die ze zelf niet wilden hebben, aan de NAVO verkocht
(via aan louche handel, lees; steekpenningen). Na het schrappen van waarschijnlijk het toppunt van Brits kunnen, de TSR.2,
was het land gedwongen om met Italië en Duitsland de Tornado te ontwikkelen. Maar een ander project zou men niet zo
gemakkelijk verliezen,… toch? De vertikaal stijgende en landende jager/bommenwerper/verkenner, de Harrier was te uniek
om zomaar uit handen te geven,… of wel?
Het laatste ontwerp van Sydney Camm, de man achter onder andere de Hawker Hurricane, Typhoon en de Hunter, was de
P.1127 VSTOL (Vertical & Short Take-Off and Landing). Voor dit project werd nauw samengewerkt met Dr Stanley Hooker,
de ontwerper van de Bristol Siddeley BS53 Pegasus straalmotor. In verschillende delen in de wereld werd druk
geëxperimenteerd met het principe van stijl starten en dan in horizontale vlucht verder vliegen. Maar de overgang van
het stil hangen in de lucht naar vliegen, bleek de moeilijkste opgave. Sommigen gebruikten meerdere motoren voor dat
doel, maar de Britten gebruikten één motor, de Pegasus en brachten de uitstoot van de straalmotor over naar vier
draaibare uitlaten. Om het toestel om haar as te laten draaien of te laten 'stampen' en 'rollen' waren er kleine
uitlaatjes aangebracht in de staart, onder de kin en de vleugeltips. Om voldoende lucht aan te voeren voor de straalmotor
was er een groot schoepenrad aan de voorzijde van de inlaatcompressor aangebracht. Dit gaf de P.1127 het uiterlijk van
een hamster met gevulde wangzakken.
Een prototype van P.1127 in aanbouw
Vanwege de korte start en landingsmogelijkheid van de P.1127, was een 'normaal' landingsgestel niet nodig.
Een dubbele wielset onder de romp en een neuswiel waren voldoende. Voor extra steun werden opklapbare steunwielen
aangebracht aan de vleugeltips.
Een stijlstart van een P.1127
Op 21 oktober 1960 maakte testpiloot Bill Bedford de eerste start met prototype XP831. Meer dan enkele wankele
hopjes waren het niet, en om het toestel in bedwang te houden was het nog met draden aan de startbaan verbonden.
Op 19 november werd er voor het eerst een geheel vrije stijgstart gemaakt. Pas op 13 maart 1961 maakt Bedford voor
het eerst een complete vlucht met de P.1127. Van de eerste versie werden 2 prototypen gebouwd, naast XP831 was er ook de XP836.
Deze ontwikkeling zou uiteindelijk leiden tot de meest succesvolle VSTOL
straaljager, de Harrier.
Prototype doorontwikkelde P.1127, XP976
Het unieke concept van een verticaal startende straaljager, het stelt haar in staat om buiten het gebruik van
landing- en startbanen te opereren. Vanuit bossen, vanuit het centrum van een stad, je kunt het zo gek niet bedenken,
of een VSTOL kan er landen en opstijgen. Voor de verdere proefnemingen werden zes prototypen van de P.1127 gebouwd.
De ontwikkeling van de P.1127 zou moeten leiden naar een supersonische versie, de P.1154.
Onderwijl ging de firma Hawker over in Hawker Siddeley Aviation., maar dit hinderde de doorontwikkeling niet van de P.1127. De deltavleugel
werd in pijlstand gezet en het kreeg een grotere staart. Ook de romp werd aangepast om de grotere versie van de
Pegasus te kunnen herbergen. Van deze geheel nieuwe machine, de Kestrel genoemd, werden negen testvliegtuigen
gebouwd. Deze werden door Britse, Amerikaanse en Duitse geëvalueerd op RAF West Raynham. Op 1 april 1965, de dag dat
het testen begon, crashte de eerste Kestrel gevlogen door een Amerikaan. De overgebleven acht Kestrel's
werden daarna overgebracht naar Amerika voor testvluchten door de Luchtmacht, Marine en het leger als de XV-6A.
Kestrel F(GA) Mk 1, XS688 tijdens een proefvlucht
Ondertussen was de ontwikkeling van de P.1154 gecancelled. Onderdelen uit dit geschrapte project werden ondergebracht
naar de volgende generatie, de eerste echte Harrier, de GR.Mk 1. Op 28 december 1967 vloog het prototype van de Gr.Mk 1
voor het eerst. De eerste Harriers, met een Pegasus Mk 101 met een stuwkracht van 8618 kg, werden bij de Harrier
Conversion Unit afgeleverd begin 1969 op RAF Wittering.
Op 1 oktober van dat jaar werd het No.1 Squadron als eerste uitgerust met de Harrier en begon haar operationele leven.
De eerste levering aan de RAF betrof 61 GR.Mk 1's. Met de komst van de verbeterde Pegasus 10 Mk 102 onstond de GR.Mk 1A.
Hiervan werden 17 geleverd en 41 Mk 1's werden omgebouwd tot de Mk 1A.
Een Harrier GR.Mk 1
Met de komst van de Pegasus Mk 103 (9752 kg stuwkracht), werden meerdere aanpassingen doorgevoerd. De belangrijkste
was een verlengde neus waarin een Ferranti laserafstandmeter en zoeker van gemarkeerde doelen (LRMTS) en een camera was
ondergebracht. De zo ontstane Harrier GR.Mk 3 zou de belangrijkste versie worden tot dan doe. De avionica was verbeterd
met het traagheidnavigatie- en aanvalssyteem en de elektronische storing tegenmaatregelen. Er werden 40 GR.Mk 3's
geproduceerd.
Een No.4 Squadron Harrier GR.Mk 3, XZ132, met LRMTS-neus
Toen in 1982 de Falkland Oorlog uitbrak werden drie squadrons Harriers ingezet, waaronder 20 Sea Harriers.
De Harriers werden met de HMS Hermes en HMS Invincible naar het door de Argentijnen bezette gebied gebracht. De GR.Mk 3's
van RAF No. 1 Squadron ondersteunden voornamelijk de grondtroepen.
Sea Harrier FRS.Mk 1/2
British Aerospace, het voormalige Hawker Siddeley Aviation, leverde voor het eerst een Sea Harrier FRS.Mk 1 af op
RAF Dunsfold. Hiervandaan begonnen de eerste proefvluchten op 20 augustus 1978. Het eerste ontwerp voor de FRS.Mk 1 begon
in mei 1975 en was gebaseerd op een GR.Mk 3. De verlengde laserneus verdween en er kwam een Ferranti Blue Fox radar voor
in de plaats. De hoeveelheid elektronica achter de cockpit betekende dat de cockpit hoger kwam te liggen. Het rondom zicht
was een bijkomend voordeel voor de piloot. De Sea Harrier is geschikt voor ondersteunende taken, maar hoofdtaak is de
vlootbescherming als jager en verkenner en onderschepper. In de Sea Harrier FRS.Mk 1 was de Pegasus Mk 104 geplaatst,
dit was eigenlijk een Mk 103, maar beter bestand tegen zout water. Ook de rest van de Sea Harrier was extra beschermd
tegen corrosie door het zoute milieu waar de Sea Harrier in opereert.
Sea Harrier FRS.Mk 1
De eerste deklanding van een Sea Harrier was op 13 november 1978 aan boord van de HMS Hermes (het was niet de eerste
keer dat een Harrier vanaf een vliegdek manoeuvreerde, in februari 1963 had Bill Bedford al een testvlucht ondernomen
vanaf de Ark Royal). Op de Hermes werd voor het eerst een 'ski-plank' geïnstalleerd onder een hoek van 12°. Via deze
helling kon een brandstofbesparende korte aanloop genomen worden met zware lading. Sindsdien kregen de Sea Harriers de bijnaam 'Jump Jet'.
Sea Harriers in slecht weer tijdens de Falkland Oorlog
Gedurende de Falkland Oorlog in 1982 werden door de Sea Harriers; 2376 vluchten, 2088 deklandingen in meer dan 2675
uur gemaakt. Er waren steeds 80% Harriers vliegwaardig. Er werden 23 Argentijnse toestellen vernietigd tegen een verlies
van 8 Sea Harriers, 4 door grondvuur 4n 4 door ongelukken. Het staat onomstotelijk vast, zonder de inzet van de Harrier
hadden de Britten waarschijnlijk de Falklands nooit heroverd.
Sea Harrier FRS.Mk 2
Uit de FRS.Mk 1 ontstond de Mk 2 met een mogelijkheid om meerdere doelen 'over-de-horizon' aan te vallen, ook van lage
hoogte, met AIM-120 AMRAAM raketten. Opvallend kenmerk van de Mk 2 is de andere vorm aan de neus met daarin een Blue
Vixen puls dopler-radar.
Er werden 54 FRS.Mk 1's gebouwd en 18 Mk 2's (met 33 aangepaste FRS.Mk 1's).
Export
Lang voor de Harriers operatieve actie zagen over de Falklands, waren de Harriers van de Amerikaanse Marines al
regelmatig ingezet. De USMC kregen tussen 1971 en 1976 102 AV-8A's en 8 TAV-8A trainers. De voornaamste taak van de
USMC is de ondersteuning van amfibische landingen. Om deze reden is er ook geen LRMTS aangebracht.
Harrier AV-8A van de US Marines
Een upgrade naar een AV-8C niveau (door de Britten Harrier Mk 50 genoemd) hield in dat er een RWR
(Radar Warning Receiver) en AN/ALE-40 (anti-radarsneeuw/en fakkel dispenders) werden aangebracht. Voor een verbeterde
stijgkracht werden LID (Lift Improvement Device) aangebracht in de vorm van vinnen met een klep aan de onderzijde van
de romp. De AV-8A/C's verbeteringen gingen over in de AV-8B waarna de A/C's werden uitgefaseerd en in opslag gingen op
Davis-Montan.
Harrier AV-8B
Een andere afnemer was de Spaanse Marine, de Arma Aérea de la Armada. Deze ontvingen via de US Navy zes AV-8A's en
2 TAV-8A's (door de Spanjaarden VA.1 en VAE.1 Matador genoemd). Vanuit Engeland werden nog vijf éénzitters, AV-8's
afgeleverd. Boeing heeft enkele Spaanse Harriers ge-upgrated naar de AV-8B Harrier II.
AV-8B Harrier II van de Spaanse marine
Voor de Indiase luchtmacht werden 23 FRS.Mk 1's aangepast tot de FRS.Mk 51. Deze werden voorzien van Vinten Vicon
chaff/flare dispenders en aanpassingen voor het dragen van de Matra R550 Magic raket. De toestellen werden gestationeerd op
de vliegdekschepen Viraat en Vikrant.
Een Indiase Sea Harrier FRS.Mk 1
Eind jaren 80, begin jaren 90 van de vorige eeuw verving de tweede generatie Harriers de eerste generatie voor
de GR 5 en de GR 7. Tussen de GR 5 en de 7 zitten niet veel verschillen, alleen de GR 7 is aan de buitenzijde te
onderscheiden vanwege de FLIR op de neus. De GR.5/7 is ontwikkeld is onder licentie gebouwd in Amerika bij McDonnell Douglas als de
AV-8B Harrier II met RAF navigatie en defensieve middelen. En zo staat er op de Britse Harrier grotendeels; 'Made in the USA'.
Harrier GR 7
De GR.5/7 kan bijna het dubbele aan wapenlast dragen over
dezelfde afstand. De 30mm kanonnen onder romp zijn vervangen voor 25mm kanonnen in verwijderbare dragers.
De trainerversie, de T10, is geheel gevechtswaardig. De RAF Harrier GR.7 zal samenwerken met de Sea Harriers
en in de zogenaamde 'Joint Force 2000' opereren. De Harrier zal niet eerder met pensioen gaan dan in 2015.
Tot die tijd zullen up-grades worden uitgevoerd aan het huidige concept wat zal leiden tot de GR.9 met de Pegasus Mk 107.
Onderstaande gegevens betreffen de GR.Mk 3, en de Sea Harrier FRS.MK 1, bij gelijke gegevens worden deze enkel
aangegeven.
| Fabrikant |
Hawker Siddeley, Britisch Aerospace, McDonnell Douglas-BA, Boeing |
| Ontwerper |
Hawker olv. Sydney Camm |
| Gebruik |
jager/jachtbommenwerper |
| Motor |
1 x Rolls Royce Pegasus |
| Vermogen |
Mk 107; 10.500 kg |
| Spanwijdte |
7,70 m |
| Lengte |
GR.Mk 3: 14,27 m, FRS.Mk 1: 14,50 m |
| Hoogte |
GR.Mk 3; 3,63 m, FRS.Mk 13,71 m |
| Vleugeloppervlakte |
18,68 m² |
| Klimvermogen |
12.190 m in 2 min. 23 sec. |
| Gewicht |
leeg |
GR.Mk 3: 6139 kg, FRS.Mk 1; 5897 kg |
Geladen |
GR.Mk 3; 11.431 kg, FRS.Mk1; 11.884 kg |
| Snelheid |
max. |
1175 km/u
|
Geladen |
|
| Plafond |
16.764 m |
| Bereik |
GR.Mk 1; 666 km (3246 km externe tanks), FRS.Mk 1: 1500 km
|
| Bewapening |
2 x 30mm Aden kanonnen onder de romp (of 1 x 30mm en 1 x verkenning- of ECMhouder), 2 x Matra rakethouders v. 19 raketten 68mm. 2 x AIM-9L Sidewinders, 2 x Paveway 454 kg lasergeleide bommen, Sea Harrier oa. de 2 x Bae Sea Eagle anti-scheepsraket. |
| Bemanning |
1 (2 in trainer) |
| Eerste
vlucht |
21 oktober 1960 (sprongetje) |
| Aantal
gebouwd |
381 eerste generatie Harrier (incl. 46 trainers)
434 tweede generatie (incl. 38 tr.)
815 totaal |
Klik op 'Top 50' voor mijn
persoonlijke 'best of' militaire vliegtuigen lijst.
GA TERUG
|