Hawker Hurricane
De doorontwikkeling

Hurricane Mk IIA, Series 1 en 2

De eerste grote verbetering aan het basismodel van de Hurricane was het plaatsten van de Merlin XX met 1280 pk. Om de grotere motor in de Hurricane te plaatsen werd de romp aan de voorzijde met 17,5 cm verlengd. Op 11 juni 1940 koos het Mk II prototype, de ex-Mk I P3236, voor het eerst het luchtruim. Het was de snelste Hurricane die ooit zou vliegen, 556 km/u. Het was de bedoeling om de Mk II met twaalf .303 machinegeweren te geven, maar door het tekort ervan, werd ook de Mk II met acht machinegeweren uitgerust. Net als met de Mk I werd No. 111 Squadron wederom als eerste uitgerust met de Mk II, vanaf september 1940.

Hurricane Mk IIA, Z2963

De Hurricane Mk IIA, Series 2 was uitgerust met een versterkte romp zodat er een mogelijkheid gemaakt was om afwerpbare brandstoftanks of bommen mee te nemen.

Hurricane Mk IIB Hurribomber

De stevige vleugel en versterkte romp droeg bij aan de ontwikkeling van de Mk IIB en de daaruit voortvloeiende Hurribomber. Droeg de Mk IIB eerst 250 ponders onder de vleugel, aan het eind van 1941 was het mogelijk 500 ponder bommen mee te nemen en was de toevoeging Hurribomber gerechtvaardigd. Alternatief was het mogelijk deze ophangpunten ook te gebruiken voor lange-afstand brandstoftanks.

Mk IIB's van het No. 242 Squadron.

De zogenaamde Mk IIB Hurribomber met haar twaalf machinegeweren was al in gebruik bij de RAF aan het eind van 1940, maar het zou tot de herfst van 1941 duren voor deze pas echt eerst actie zag. Op 30 oktober 1941 vielen twee Mk IIBís van het 607 Squadron een transformatorstation aan nabij Tingry, Frankrijk. De volgende dag vlogen 8 Hurribombers van het Canadese 402 Squadron het Kanaal over naar Berck-sur-Mer om het vliegveld aldaar te bestoken met 250 ponders.

Mk IIB Hurribomber, BE485 van het 402 Squadron (AE-W).

Gewoonlijk vlogen de toestellen in paren op lage hoogte het Kanaal over om voor de kust te stijgen tot een hoogte van 2000 meter. Nabij het doel stegen de Hurribombers tot 6000 meter om daarna in duikvlucht haar lading af te leveren. Was het doel in rechte lijn aan te vliegen, dan werd dit op zeer lage hoogte aangevlogen waarna in een scherpe optrekbeweging de bom los gelaten werd. Door dit ízwiepí momentum had een bom vaak genoeg kracht om door een muur van een gebouw te slaan. Later werden de groepen groter en was er ook regelmatig een jager escorte aanwezig.

Ter bescherming van de noordelijke Russische havens kwamen op
1 september 1941 Hurricanes van de 151 Wing naar Vaenga

In augustus 1941 werd de 151 Fighter Wing, bestaande uit het No. 81 en 134 Squadron, verscheept naar Vaenga, bij Moermansk in Rusland. In eerste instantie ter bescherming van de noordelijke havens, maar ook voor Sovjet piloten en grondpersoneel te scholen om met de Hurricane vertrouwd te raken. Deze Hurricane Mk IIBís waren uitgerust met tropenfilters wat een vreemd gezicht was in de besneeuwde velden van de Sovjet Unie. In november vertrok 151 Wing weer met achterlating alle Hurribombers voor het Rode Leger. Buiten deze Mk IIBís zouden de Russen in totaal 2776 Hurricanes ontvangen waarvan de meeste in de Mk II variant.

Een Mk IIB van het 134 Squadron met tropenfilter in de Russische sneeuw!

De laatste grote missie voor de Hurricane Mk IIB was de Dieppe Raid op 18 augustus 1942. Daglicht operaties werden daarna overgenomen door andere type toestellen, zoals de Mosquito.

Hurricane Mk IIC

Om een Hurricane meer vuurkracht te geven in haar dag en nacht jachtrol, werden er door Hawker voorstellen gedaan om de Hurricane uit te rusten met 20mm kanonnen. Nadeel was dat er weinig kanonnen voorhanden waren. Tevens was het Air Ministry eind jaren 30 niet overtuigd dat een eenmotorige jager geschikt was voor kanonbewapening. Er ging wel een contract naar Westland om de tweemotorige Whirlwind met kanonnen uit te rusten. Hawker testte wel verder door onder de vleugels van Mk I, L1750 een Zwitsers 20mm Oerlikon kanon te hangen. De eerste vlucht werd gemaakt op 24 mei 1939 waarna verschillende\testen gedaan werden door de A&AEE en het operationele 151 Squadron. Hawker bouwde vervolgens een dubbele Hispano-Suizo kanon in de vleugels van de Mk I, P2640 en maakte daarmee vanaf 7 juni 1940 testvluchten. Er was wat verlies in prestaties, maar de potentie van het kanon werd al snel bewezen.

Hurricane Mk IIC, BD867 van het No. 3 Squadron.
Let op de 'glare shield', een plaatje dat de piloot tegen
uitlaatvlam-verblinding moet behoeden.

Door een verhoogde productie van Hispano kanonnen in de UK konden meerdere toestellen omgebouwd worden. Het verlies in prestaties werd opgelost met de verbeterde Merlin XX motor. Na vier prototypes werd de Mk IIC in productie genomen, waarvan er uiteindelijk 4711 gebouwd werden. Het was de meest geproduceerde variant waarvan verschillende Mk IIA en Mk IIB's werden omgebouwd tot de Mk IIC.

CO Dennis Smallwood van het No. 87 Squadron in Hurricane Mk IIC, BE500.

Vanaf juni 1941 kwam de Mk IIC actie bij het No. 87 Squadron dat vooral bij nacht opereerde tegen binnendringende Duitse toestellen. In totaal zouden 87 squadrons wereldwijd met de Hurricane Mk IIB en C opereren, waarvan 25 squadrons over zee.

Hurricane Mk IID

In 1941 werd begonnen aan de ontwikkeling van een Hurricane in rol van anti-tank wapen. Er werd een getest met de 40mm Rolls-Royce BF (Belt Feed) met 12 granaten. Voor de productie werd het 40 mm Vickers 'S' kanon aangebracht in houders onder de vleugel. Voor het inschieten van de twee kanonnen waren er twee .303 met lichtspoor gevoede machinegeweren in de vleugel geplaatst. Vanwege het gewicht door de kanonnen, werden de overige machinegeweren verwijderd, net als de bepantsering voor de piloot, radiator en motor. Ondanks dit gemis, was het de beste anti-tank vliegtuig in het arsenaal van de RAF. Er werden wel wat pogingen ondernomen om de bepantsering weer terug te plaatsen, maar dit ging gepaard met slechte prestatie.

Hurricane Mk IID, BP188 van het No. 6 Squadron.

De Hurricane Mk IID werd ondergebracht in vijf squadrons waarvan vier over zee gestationeerd waren. Vooral de squadrons die in het Midden-oosten opereerden waren enorm succesvol vanaf zomer 1942 toen no. 6 Squadron als eerste de Mk IID ontving.

Nogmaals een Hurricane Mk IID van het No. 6 Squadron.

Er werden nog in kleine aantallen enkele andere varianten van de Hurricane gebouwd, zoals de Mk IIE. Deze bezat de zogenaamde 'universele' vleugel die allerlei wapenlasten kon dragen. Vanwege haar rol als nabij ondersteunde aanvaller werd de voorzijde extra bepantserd. De productiemachine was voorzien van een Merlin 32. Na 270 Mk IIE's werd deze van de aanduiding Mk IV voorzien.
De PR Mk II was een fotoverkenner uitvoering. De meeste opereerden met goede resultaten in het verre oosten. Het waren aangepaste Mk II's die uitgerust waren met de Merlin XX. Er werden maar weinig voor aangepast. De jager-verkenner had een camera in de stuurboordvleugel, terwijl de fotoverkenner drie camera's in de romp had. Er was ook een zogenaamde tactische-verkenner die twee camera's in de romp bezat.

Hurricane Mk IV

Er was geen Mk III, deze was gereserveerd voor een versie die de Amerikaanse Packard Merlin, maar als zodanig nooit gebruikt.
De Mk IV was speciaal ontworpen voor de grondaanval. Hiertoe was 150 kilo aan extra bepantsering aangebracht voor de piloot en de motor, een Merlin 24 of 27 (verbeterde Merlin XX). De meeste van de 524 gebouwde Mk IV gingen naar het Midden- en Verre oosten. Uitgerust met 40mm kanonnen werden de Mk IV's voornamelijk ingezet tegen treinen. Door de slechte manoeuvre prestaties werden deze toestellen vaak extra beschermd door jagers.

Hurricane Mk IV met raketten onder de vleugel.

In oktober 1941 begonnen de proefnemingen met het afvuren van raketten van onder de vleugel. De eerste test waren met een Mk II, de Z2415 die uitgerust was met in totaal 6 lanceerrails. Bij de productie toestellen werden 8 rails aangebracht. In totaal zouden elf squadrons uitgerust worden met de 'raketten-Hurricane'. Met veel succes opereerden deze over Europa, de Balkan en het Verre oosten, ondanks dat de toestellen moeite hadden de zware last te dragen. Er werden ook missies gevlogen met aan ťťn vleugel vier raketten en de andere met een brandstoftank. Ook werd er getest, door 184 Squadron, met de vier raketten en een 40mm kanon, maar de Hurricane werd nagenoeg onhandelbaar als de zaak werd afgeschoten. Waarschijnlijk was het No. 6 Squadron de bekendste gebruiker van de Mk IV als grondaanvaller. Deze vocht zich met haar raketten een weg door ItaliŽ, als enige Mk IV gebruiker in Europa voor ze geassisteerd werden door het No. 351 (JoegoslaviŽ) Squadron. Het 6 Squadron knobbelde zelf de beste tactiek uit om met de Mk IV te opereren bij dag en nacht. Het beste was onder een hoek van 15 graden op het doel aan te vliegen. Op een afstand van ongeveer 350 meter werden dan de 27 kilo zware raketten gelanceerd (bij de 10 kilo zware raket bij nacht was de afstand slechts 200 meter). De raketten waren slecht te richten, maar hun effect was enorm. De Hurricane zou nog 17 maanden na de Tweede Wereldoorlog bij het 6de Squadron in dienst blijven.

De Hurricane Mk V

Eťn van de twee Hurricane Mk V prototypen

Er werden twee Mk V's gebouwd. Hiertoe werden twee Mk IV's aangepast, de KZ193 en de NL255. De Merlin 32 kreeg een boost tot 1700 pk. Verder was het uitgerust met een vier blads propeller. Testen wezen uit dat de Mk V geen verbeteringen opleverde ten opzichte van de andere vorige modellen en verdere ontwikkeling werd gestopt.

Sea Hurricane

De Britse marine ontving voor drie squadrons, het 803, 807 en 811, Hurricanes Mk I. Omdat ze in dienst waren van de marine werden deze Sea Hurricanes genoemd, ook al was er geen wezenlijk verschil tussen de Mk I van de RAF. Alleen de Sea Hurricanes van het 803 Squadron zagen actie met deze ex-RAF machines in augustus 1941 tegen SyriŽ voor ze naar het Verre Oosten vertrokken in 1942.

Sea Hurricane aan boord van de HMS Victorious (R38)

In de loop van 1940 liepen de verliezen voor de Britse scheepvaart schrikbarend op vanwege de aanvallen van U-boten en Duitse lange-afstand vliegtuigen. In oktober 1940 werd door het Directorate of research and Development een verzoek gedaan bij Hawker of deze wilde onderzoeken of de Hurricane vanaf schepen gelanceerd kon worden. Hawker dacht ongeveer vijf weken nodig te hebben voor de ontwikkeling van een prototype.

Een testopstelling van een Hurricane op een katapult

Op 19 januari 1941 werden 20 katapults besteld met modificatieonderdelen voor de te gebruiken Hurricanes, met een vervolgorder voor 30 extra modificaties twee weken later. Om konvooien te beschermen werd op 45 vrachtschepen (Merchant Ship Fighter Unit) en vijf marineschepen de katapult opgebouwd. De Sea Hurricane Mk IA, die versterkt was aan de romp en vleugels om de enorme lanceerklap op te vangen, werd uitgerust met raketten om de lancering te helpen.

Sea Hurricane V6756 op de katapult

Voor de piloot was het een spannend avontuur, zo'n lancering. Na de lancering was de vlucht eenmalig voor de Sea Hurricane, en er werd van de piloot verwacht op zee te landen. In het najaar van 1941 kregen de Sea Hurricanes extra brandstof mee zodat de piloot kon proberen het vaste land te bereiken. Vanaf het marineschip HMS Maplin werd op 18 juni 1941 een Sea Hurricane voor het eerst gelanceerd tegen een Focke-Wulf Fw 200 Condor die daarop werd neergeschoten. Op 1 november 1941 werd succesvol gelanceerd vanaf een vrachtschip tegen een schaduwende Fw 200 Condor die vervolgens verjaagd werd. In februari 1942 werd de HMS Maplin uitgerust met een derde katapult. De Maplin was het enige van de vijf marineschepen dat tot juni 1942 operationeel met de katapult opereerde.

De score was misschien niet geweldig groot, tussen 1941 en 1943 werden zeven Duitse toestellen neergeschoten en vier beschadigd, maar hun aanwezigheid spaarde menig schip. Helaas kwamen tijdens de acties twee Sea Hurricane piloten om het leven.

De Sea Hurricane Mk IB, IIB, IIC en Mk XIIA

Tweeendertig squadrons werden uitgerust met de Sea Hurricane Mk IB. Deze was speciaal ontwikkeld om vanaf vliegdekschepen te opereren. Daartoe was een vanghaak aan de onderzijde van de romp aangebracht. In principe was het verder een standaard RAF Mk IB.

Sea Hurricane Mk IB aan boord van HMS Victorious in 1942

Zes Fleet Air Arm (FAA) squadrons kregen de beschikking over de verstevigde Mk IIB's als Sea Hurricanes. Van de met kanonnen uitgeruste Mk IIC werden 81 Sea Hurricanes aangepast. Canada produceerde verder nog 50 conversies van de Mk XIIA als de Sea Hurricane Mk XIIA.

Onderstaande gegevens hebben betrekking op de Hurricane Mk I.

Fabrikant Hawker
Ontwerper olv. Sydney Camm
Gebruik jager/jachtbommenwerper
Motor Rolls-Royce Merlin III
Vermogen 1030 pk
Spanwijdte 12,20 m
Lengte 9,83 m
Hoogte 3,99 m
Vleugeloppervlakte 23,93 m≤
Klimvermogen 770 m/min.
Gewicht leeg 2118 kg Geladen 2994 kg
Snelheid max. 511 km/u
Plafond 10.970 m
Bereik 740
Bewapening 8 x .303 inch Browning machinegeweren (2660 schoten)
Bemanning 1
Eerste vlucht 6 november 1935
Aantal gebouwd 14.350 (alle varianten)

Klik op 'Top 50' voor mijn persoonlijke 'best of' militaire vliegtuigen lijst.

GA TERUG