Messerschmitt Bf 109
Topscoorder

Is het de Bf 109 of de Me 109? Door de jaren heen is er veel discussie geweest over de benaming. De meeste publicaties spreken over de Bf 109, maar in veel Nederlandse werken vind je vaak Me 109. De originele naam is afgeleid van de 'Bayerische Flugzeugwerke' (Bf). Later werden ontwerpers, als Messerschmitt (Me) en Kurt Tank (Ta), van Focke Wulf in de gelegenheid gesteld hun initialen te gebruiken voor een nieuw ontwerp.

Erhard Milch en Professor Willy Messerschmitt

Het Reichsluftfahrtministerium (RLM) onder leiding van Erhard Milch werkte in opdracht van Hermann Göring om een nieuwe Luftwaffe op te bouwen. Een Duits luchtwapen was verboden door de overeenkomsten die opgetekend waren na de Eerste Wereldoorlog. Maar door opdrachten onder andere benoemingen te formuleren, ontdoken de Duitsers deze clausule. Zweefvliegtuigen en sportvliegtuigen mochten geproduceerd worden. Eén van deze bedrijven, de Bayerische Flugzeugwerke (BFW), bouwde bijvoorbeeld het sportvliegtuigje, de Me 108 Taifun.

De voorloper van de Bf 109, de Me 108 Taifun

Politiek en persoonlijk gezien lagen Erhard Milch en Willy Messerschmitt elkaar totaal niet. De Bayerische Flugzeugwerke (BFW) was een eigenzinnige particuliere onderneming die door de verbodsbepalingen haar heil buiten Duitsland besloot te zoeken. Er werd in 1933 een contract afgesloten met Roemenië voor de levering van een nieuw transporttoestel. De woede die daarop volgde van het Reichsluftfahrtministirium (RLM), omdat een Duits bedrijf haar heil in het buitenland zocht en de Duitse politiek daarvan de schuld gaf, dwong het RLM de opdracht op aan Messerschmitt zich ook te onderwerpen aan de taak een jager te ontwikkelen (een jager die toen nog officieel als 'sport vliegtuig' werd omschreven). Deze stroeve relatie was een slechte start voor de toekomstige jager die Duitsland wenste. Messerschmitt had geen ervaring met het bouwen van hoge snelheid jagers, maar ging toch de competitie aan met Arado, Heinkel en Focke-Wulf. Het RLM was overtuigd dat de BFW zou falen.

De grootste concurent, de Heinkel He 112 (let op de open cockpit)

In mei 1935 was het eerste prototype nagenoeg gereed. Als basis was gebruik gemaakt van de ervaring die opgedaan was met de Bf 108 Taifun vierzitter. Er was uit deze ontwikkeling een laagdekker jager voortgekomen met een intrekbaar landinggestel, voorvleugel kleppen en een gesloten cockpit. De nieuwe jager had de aanduiding Bf 109 V1 (Versuchs) gekregen en moest eigenlijk de nieuwe Jumo 210 motor als aandrijving krijgen. Maar deze was nog niet voorhanden, dus werd een Rolls-Royce Kestrel VI van 695 pk ingebouwd. Met de civiele code D-IABI werden eerst taxiproeven gedaan voor het toestel eind mei 1935 voor het eerst opsteeg in handen van Hans-Dietrich 'Bubi' Knoetzch.

De Bf 109 V1 met de R-R Kestrel VI

Focke Wulf, Arado waren de eerste die een nieuwe 'jager' hadden gebouwd, gevolgd door Messerchmitt en vervolgens Heinkel. Op papier leek de Heinkel He 112 de best optie. Het was net als de Bf 109 aangedreven door de Kestrel. In deze periode, 1935, vlogen piloten nog graag met open cockpit, zonder overkapping, iets wat de Heinkel had. Leek de Heinkel He 112 de gedoodverfde winnaar, als snel werden de criticasters de mond gesnoerd toen men er achter kwam wat een geweldige potentie de nieuwe jager van BFW bezat. Niet alleen Heinkel kreeg de opdracht om 10 prototypen te bouwen, van de He 112, tot ieders verbazing mocht ook BFW een contract tegemoet zien voor 10 prototypen.

Prototype Bf 109-V3 ging als eerste naar Spanje

Bij de opvolgende Bf 109 prototypen vervielen de Kestrel motoren en werden de Jumo 210A motoren aangebracht. Het derde prototype kreeg twee machinegeweren boven de motor. De Duitsers hielden de ontwikkelingen in het buitenland nauwlettend in de gaten, met name die van de Britten. Toen men in de gaten kreeg dat de Spitfire en Hurricane meerdere machinegeweren in de vleugel kregen, werd besloten in de propellernaaf van het vijfde prototype een MG FF in te bouwen. In december 1936 werden de prototypes V3, V4 en V5 naar Spanje gestuurd. Vervolgens werden er verscheidene eerste productie modellen van de Bf 109B-1, Bf 109B-2 en de Bf 109C-1 naar Spanje gestuurd om in drie Staffeln (squadrons) van Jagdgruppe 88, Legion Condor, ervaring op te doen in de Burgeroorlog.

Een Bf 109B-2 van Jagdgruppe 88 tijdens de Spaanse Burgeroorlog

Niet alleen werden de vliegtuigen in Spanje getest (onder de naam 'Condor Legioen'), maar ook de nieuwe tactieken werden hier uitgeprobeerd. Mannen als Werner Mölders en Adolf Galland ontwikkelden hier de basistechnieken die de jachtvliegers zouden gaan gebruiken door de gehele 2de Wereldoorlog heen.

Propganda foto van Bf 109B's uitgerust met driebladige propellers

De Bf 109D werd ontwikkeld uit de prototypen V10 en V13. In deze versie was een DB 600A geplaatst. Maar dit was slechts de voorbode van de Bf 109 die in het westen aan het begin van de oorlog de meest roem zou vergaren, de Bf 109E Emil.

- Emil -

Een Bf 109E-7/TROP van JG 27 gestationeerd in Libië

Tien voorproductie modellen van de Bf 109E-0 verschenen eind 1938. Deze waren uitgerust met vier MG 17 machinegeweren en hadden een DB 601A motor van 1100 pk. Begin 1939 rolden de eerste Bf 109E-1's uit de fabriek. Deze waren voorbereid om eventueel twee MG FF 20mm kanonnen in plaats van de MG 17's in de vleugel te dragen. Op een hoogte van 3750 m haalde de Bf 109E een snelheid van 570 km/u. De Bf 109E-1/B was een versie die als jachtbommenwerper ingezet kon worden waartoe een 250 kg bom onder de romp werd gehangen. Sub-contracten voor de bouw van de Emil werden gegeven aan Arado, Ago, Erla en WNF. Aan het eind van 1939 waren er 1540 Bf 109E's geproduceerd.

Een Bf 109E in de windtunnel

Toen de oorlog in september 1939 uitbrak was er geen enkele andere jager die de Bf 109 op dat moment de baas kon, tot deze de RAF tegen kwam. De eerste keer dat de Bf 109 in actie kwam tegen de RAF was op 18 december 1939. Op deze dag werden 12 van de 24 Wellington bommenwerpers neergehaald die zonder escorte een bomaanval op Wilhelmshaven overdag ondernamen. Het was trouwens geen eenzijdig succes, er gingen ook twee Emils van het JG 77 verloren.

Een Bf 109E-3, een vroeg productie model tijdens een testvlucht

Op 10 mei 1940 bevonden de Bf 109 jagers zich in de voorste linies toen Nederland en België te maken kregen met de Blitzkrieg die over de lage landen trok. In het jaar 1940 waren de varianten Bf 109E-2, de Bf 109E-3 met vier MG 17 en een 20mm kanon in door de propellernaaf de belangrijkste versies. Verder was de Bf 109E-4 met haar twee MG 17 in de neus en twee 20mm kanonnen in de vleugels een gevaarlijke tegenstander. Deze drie versies werden het meest ingezet tijdens de Slag om Engeland. Als deze jager de ruimte kreeg om vrije jacht te bedrijven, dan werd menig Hurricane en Spitfire slachtoffer van de Emil.

De Bf 109E-4 van Oberleutnant Franz von Werra (zie hieronder)

Maar er vielen genoeg Bf 109's door vuur van Britse jagers en grondvuur. Een beroemd geworden voorval is dat van Oberleutnant Franz von Werra die op 5 september 1940 door Pilot Officer Basil Gerald 'Stapme' Stapleton van 603 Squadron in zijn Spitfire zou zijn neergeschoten. Von Werra wist een noodlanding te maken in Kent en werd krijgsgevangen genomen. Hieruit wist hij later te ontsnappen en terug te keren naar Duitsland. Hij werd Gruppenkommandeur van het I./JG 53, maar hij werd wederom neergeschoten, in oktober 1941 nabij de Nederlandse kust. Ditmaal overleefde hij dit niet. Het verhaal rond Von Werra inspireerde in 1958 tot het maken van de speelfilm, 'The One That Got Away', met Hardy Kruger in de rol als Franz von Werra.

Er is nogal wat controversie over dit voorval,...
wie heeft von Werra oorspronkelijk neergehaald?
KLIK HIER

Oberleutnant Franz von Werra, in 1940 met Simba, zijn leeuwenwelpje

Doordat de Duitse bommenwerpers makkelijke prooien waren voor Britse jagers, kreeg de Duitse jachtpiloot de opdracht om de bommenwerpers van nabij te verdedigen. Hiermee verspeelde het toestel haar belangrijkste troeven, snelheid, hoogte en manoeuvreerbaarheid. Tot frustratie van de vliegers moesten deze met leedwezen ondergaan hoe door deze 'tactiek' veel Bf 109's verloren gingen over Engeland of in het Kanaal neerstortten.

Een Bf 109E-3 op de neus op De Kooy, 1941

De ontwikkeling ging hand in hand met de gebieden die door de Duitsers bezet werden. Er werd een Bf 109 in tropenuitvoering ontwikkeld uit de Bf 109E voor het JG 27. In Rusland, met de Russiche luchtmacht buitenspel, kon de Bf 109E ingezet worden als grondaanvaller met bommen. Hiertoe werd de Bf 109E-4/B gebruikt.

Een Bf 109E-4/B van het II./JG 54 over Rusland

Tegen de tijd dat Duitsland in 1941 Rusland binnenviel kwam de Bf 109F (Friedrich) uit de fabriek. Veel piloten vonden deze versie de aangenaamste om te vliegen. De DB 601E had een kracht 1200 pk, de vleugels hadden afgeronde tips, de propellernaaf vergroot, rolroeren en kleppen werden verbeterd, de steunen onder het stabilo waren verdwenen en het staartwiel was intrekbaar. De bewapening was teruggebracht naar het naafkanon en twee MG 17's boven de motor. Voor de aas was deze bewapening voldoende, maar veel jonge piloten hadden een zwaardere bewapening nodig om tot scoren te komen.

Bij deze Bf 109F-2/B is mooi de details te zien van het bommenrek

Evaluaties aan het eind van 1940 bleek dat er veel Bf 109F's verloren gingen door het ontbreken van de steunen onder het stabilo. Met de komst van de Bf 109F-3 waren deze zwakke punten verholpen. Deze versie kon tevens een snelheid van 628 km/u per uur halen. De beste Spitfire van dat moment, de Mk V, moest de meerdere erkennen in deze versie.

Het prototype van de Bf 109F

De doorontwikkling van de 'F' variant bracht verder een Bf 109F-4 voort die was uitgerust met een MG 151 20mm kanon en twee MG 17's. De Bf 109F-4/B was een jachtbommenwerper die 500 kg aan bommen kon dragen. Voor de opbouw in het veld om tot een Bf 109F-4/R1 te komen waren er zogenaamde Rüstsatz pakketten beschikbaar die bestonden uit twee MG 151 20mm kanonnen die onder de vleugel aangebracht moesten worden. De Bf 109F-5 en 6 waren bewapende jachtverkenners die in 1942 werden geïntroduceerd.

De Bf 109F-4 van Joachim Marseille

Joachim Marseille maakte met een Bf 109F-4 de meeste van zijn 158 overwinningen. Marseille moest op 30 september 1942 uit zijn toestel springen, een Bf 109G-2, boven Noord-Afrika. De 22 jarige piloot, die tot dat moment de hoogst scorende vlieger was, overleefde de sprong niet.

Enkele in de tekst besproken azen

Adolf Galland (104), Werner Mölders (101) en Joachim Marseille (158)

Adolf Galland behaalde niet al zijn 104 overwinningen in de Bf 109, maar wel allemaal in de Tweede Wereldoorlog. Eén overwinning staat vast met een Fw 190 in de herfst van 1943, 2 jaar na zijn laatste overwinning met een Bf 109F-6, en vier met de Me 262 in 1945. Werner Mölders had van zijn 101 overwinningen er 14 in Spanje gemaakt, maar wel allemaal in een Bf 109. Mölders zou tijdens een missie, op 22 november 1941 vermist raken. Galland overleefde de oorlog en zou goede vrienden worden met zijn vroegere opponenten, zoals Bob Stanford-Tuck. Samen zouden zij adviseur worden bij de totstandkoming van de speelfilm Battle of Britain.

Tweemaal Adolf Galland; let op de telescoop door de voorruit,
en de sigaar op de tweede foto, hiervoor was speciaal een asbakje gemonteerd in de cockpit

Hieronder is nog één van de vele Duitse azen afgebeeld, Gruppenkommandeur Reinhard Seiler. Hij eindigde de oorlog met 109 overwinningen, waarvan negen in Spanje en op vier na, welke in het westen werden behaald, waren de overige 96 overwinningen allemaal in de Sovjet Unie. Hieronder zien we Seiler in zijn Bf 109F-4 zitten, en ik raad u aan ook in te stappen en en mee te vliegen naar de volgende pagina.

Voor het vervolg over de Bf 109,
klim aan boord en klik op onderstaande foto.

GA TERUG