McDonnell Douglas F-4
Phantom II

De naam F-4 Phantom II geeft al aan dat er ook een Phantom '1' is geweest. De McDonnell FH-1 Phantom was de eerste deklandingsstraaljager voor de US Navy. Het toestel maakte zijn eerste vlucht op 26 januari 1946. Helaas stortte het dezelfde maand neer. Maar de marine was enthousiast en bestelde er 130 stuks van (later teruggebracht naar 60). De ervaringen opgedaan met deze Phantom werden verwerkt in de F2H Banshee, een verbeterde versie van de FH-1, waarvan 895 gebouwd werden.

Het prototype van de Phantom II, de XF-4H-1

Op 27 mei 1958 maakte het meest spectaculaire prototype door McDonnell Douglas gebouwd, de XF-4H-1, haar eerste vlucht. Een enorm bakbeest met een logge uitstraling dat in staat moest worden geacht Mach 2 te halen. Reeds na enige proefvluchten werd zelfs al Mach 2.5 bereikt! In 1960 opereerde de F-4A Phantom II al vanaf Amerikaanse vliegdekschepen. Spoedig volgenden dan de F-4B's met krachtiger motoren. In 1963 nam de USAF de eerste F-4C in ontvangst. Deze werden weer opgevolgd door de F-4D met verbeterde elektronica. Deze eerste F-4's werden zonder boordkanon geleverd. Men ging er vanuit dat boordkanonnen in het supersonische tijdperk geen nut zouden hebben. Maar in Vietnam bleek de Phantom te log voor nabij luchtgevechten. De meegevoerde raketten haalden weinig uit tegen de wendbare MiG's.

Een Duitse F-4F op Vliegbasis Deelen, 1988

Vanaf 1973 verscheen de F-4E, uitgerust met een Vulcan 20mm kanon onder de neus, voor het nabij gevecht. Het bleek een formidabel wapen met 6000 schoten per minuut. De F-4E bleek ook wendbaarder, maar de verliezen liepen niet echt terug. Om de moderne F-4 piloot de scholing bij te brengen van het ouderwetse nabije luchtgevecht werd in september 1968 de Navy Fighter Weapons School opgericht op Miramar bij San Diego. De eerste Top Gun vliegers kwamen in april 1969 terug en daarna werd de 'kill-ratio' van 2,42 tegen 1 (1965-1968) omgebogen tot een zeer acceptabele 12,5 tegen 1 (in de periode 1970-1973).

De wereld wil de Phantom

Verscheidene landen kregen belangstelling voor de F-4, zoals Groot-Brittannië, Duitsland (177 F-4F's), Turkije (200+, waaronder het 5000ste geproduceerde toestel), Griekenland (160), Egypte, Zuid-Korea, Iran (215), Spanje en Japan. Australië is het land dat het kortst met de F-4 (24 geleased) heeft gevlogen. Het was een intrim toestel tot de General Dynamics F-111 geleverd zou worden. Australië vloog met F-4E-43-MC's van september 1970 tot juni 1973.

De 5000ste Phantom, een F-4E-65-MC, ging naar Turkije

De RN en de RAF kiezen voor de F-4

Ook Groot-Brittannië kreeg belangstelling voor deze enorme vechtjas. Deze kochten als eerste buitenlandse mogendheid, de Phantom aan. Er zouden in eerste instantie 143 aangekocht worden voor de Britse Royal Navy (RN), maar dat werden uiteindelijk 52 (waarvan 14 direct door gesluisd werden naar de RAF). De Britse Phantom FG.Mk 1 werd geheel aangepast naar de wensen van de Britten. De 2 General Electric J-79 motoren werden vervangen door Rolls-Royce Spey's. Door de weerstand opwekkende uitlaten en door het op lagere hoogte opereren bleven de prestaties achter bij de verwachtingen.

Een Royal Navy F-4K van 892 quadron aan boord van de HMS Ark Royal

De eerste FG.Mk 1, YF-4K, XT595 (de 1449ste F-4) vloog op 27 juni 1966. De eerste Phantom (XT859) voor de Britse marine werd afgeleverd op 29 april 1968, de laatste (XV592) op 21 november 1969. Buiten de landbases, zoals Yeovilton en Leuchars, was ook het vliegdeksschip HMS Ark Royal uitgerust met de Phantom. Tijdens het gebruik door de Navy verloor deze zeven toestellen.

Een FG.Mk 1, overschot van de RN, van No. 43 Squadron

Ook de RAF nam de Phantom af, in dit geval de F-4M, door de RAF de FGR.Mk 2 genoemd. De eerste order van 200 werd terug gebracht tot uiteindelijk 118 stuks. De eerste vlucht van de RAF machine, de YF-4M, XT852 (de 1950ste Phantom) werd op 17 februari 1967 gemaakt.

Een Britse RAF Phantom gaat door de bocht

De RAF Phantoms werden onder andere gestationeerd in 1982 op de Falkland eilanden nadat deze heroverd waren op Argentinië. Vanwege de korte baan op Port Stanley, werden op de landingsbaan vangkabels gebruikt om de F-4M's af te remmen. Om de verliezen te compenseren, van de toestellen die naar de Falklands waren, werden 15 ex-USN/USMC F-4J's aangeschaft. Normaal zouden deze F.Mk 3's genoemd worden, maar kregen alleen een toevoeging (F-4J(UK). Dit kwam mede door dat de machines nagenoeg niet werden aangepast. Deze behielden hun J79 motoren en nagenoeg hun gehele Amerikaanse avionica. De RAF verloor bij ongelukken, 32 Mk 2's en één F-4J(UK). De laatste Phantom in Britse dienst werd uitgefaseerd in 1993.

Japan bouwt eigen Phantoms

Twee Japanse F-4EJ, van de 301 Hikotai, in de afleveringskleuren

Japan is een geval apart. Dit land ontving 154 Phantoms, waarvan 141 door Mitsubishi gebouwd, voor haar zelfverdedigings luchtmacht. De eerste twee, nog door McDonnel geproduceerde toestellen, F-4EJ's, kwamen aan op Komaki op 25 juli 1971. Verder werden door McDonnel 11 Phantoms in onderdelen geleverd om geassembleerd te worden door Mitsubishi. Tevens werden er twee voorstukken met cockpitsectie geleverd. Het eerste door Japan gebouwde toestel (27-8303) vloog op 12 mei 1972. De laatste werd geleverd aan de JASDF (Japan Air Self-Defense Force) op 20 mei 1981 (toen was de productie in Amerika allang gestopt). Veertien RF-4EJ's werden aangeschaft als verkenners, deze kwamen wel van de Amerikaanse productielijn. Opgewaardeerde F-4EJ's van Japan kregen de toevoeging 'Kai' (wat zoveel betekend als; plus).

Een Japanse RF-4EJ

Phantoms voor Israël

De Israëlische Luchtmacht ontving in totaal 206 F-4E's en 18 RF-4E's. Vanaf 7 januari 1970 werden de eerste missies tegen Egypte gevlogen waarbij systematisch het luchtverdedigingsnetwerk vernietigd werd. Israël is vol lof over de F-4, zeker als Phantoms tijdens één missie, op 30 juli,1970, vijf Egyptische MIG-21's neerhalen. Toch verliest Israël ook F-4's (22 aan SAM-raketten tijdens de Jom Kipoer Oorlog in 1973). In totaal zou Israël 55 toegegeven verliezen lijden met de Phantom tijdens het gebruik in gevechten (buiten de vredesverliezen).

201 (Ahat) Squadron behaalde 7 overwinningen met deze F-4E

In 1980 werd een voorstel gedaan om de overgebleven F-4's op te waarderen (8 miljoen dollar per stuk). Het liefst had men de F-18 Hornet aangeschaft, maar die bleek te duur. Aangezien de F-4 al als de Kurnass (Zware Hamer) bekend stond binnen de IDF/AF, werd het project de naam gegeven Kurnass 2000. De toestellen werden uitgerust met een nieuwe HUD van Kaiser, en de Elbit missie computer van de F-16. Ook de motoren zouden vervangen worden door Pratt & Whitney PW1120. Deze motor bleek tijdens testen zo goed dat er geen naverbrander nodig is om Mach 1 te halen. De klimsnelheid nam toe tot 36%. Maar deze laatste aanpassing werd niet doorgezet en de standaard J79 werd gehandhaafd. De eerste ge-update machine vloog op 15 juli 1987 en werd overgedragen op 11 augustus 1987.

Een Kurnass 2000, van de Israëlische Luchtmacht (No.201 Squadron)

Phantoms in Nederland

Ook in Nederland was de Phantom geen onbekende. Op de vliegbasis Soesterberg was een Amerikaanse sector genaamd 'Camp New Amsterdam'. Dit was de thuishaven van het USAF 32nd Tactical Fighter Squadron, de 'Wolfhounds'. De eerste twee F-4E Phantoms kwamen op 6 augustus 1969 aan in Nederland. Ze werden onder andere opgewacht door één van de beroemdste Amerikaanse piloten, brigade-generaal Charles 'Chuck' Yeager. Hij was binnengevlogen met een F-4D Phantom en overhandigde de twee eerste vliegers in de beste traditie een pijp met Nederlands bier.

Phantoms van het 32nd TFS waren te herkennen aan de 'CR' registratie

Het 32ste was de enige Amerikaanse eenheid die zich 'Koninklijk' mocht noemen. Het opereerde onder het door de Koninklijke Luchtmacht vallende Combat Reporting Center in Nieuw-Milligen (Dutch Mill), en als zodanig stuurde de Nederlandse luchtmacht de Amerikanen. Een uniek systeem waardoor het 32nd TFS zich als een elite eenheid zag onder de USAF in Europa, de 17de Amerikaanse Luchtmacht, dat in de jaren zeventig met 230 F-4's opereerde. Negen jaar lang vloog dit squadron met een sterkte van 18 F-4E's voor deze toestellen werden omgeruild voor de F-15 vanaf 15 september 1978. Op 6 oktober van dat jaar vertrokken de laatste vier F-4E's Soesterberg.

F-4E-60-MC, 74-00652 van het 32nd TFS

De F-4 als demo-kist

De Phantom is niet gelijk een vliegtuig waar je bij zou gaan denken om die in te zetten bij een demonstratie-team. Toch namen de Amerikaanse Blue Angels de stap om in januari 1969 met de F-4J te gaan vliegen. In augustus 1973 gingen zes F-4's verloren waarbij drie piloten omkwamen. In 1974 gingen de Blue Angels, mede door de brandstof crisis, over op de veel kleinere en efficiëntere A-4 Skyhawk .

Een Phantom van de Blue Angels

Ook het USAF demoteam, The Thunderbirds, gingen over op de Phantom (zie foto hieronder). De F-100 Super Sabre werd omgeruild in juni 1969 voor de F-4E. Wat ook bij de Blue Angels gold, ging ook op voor de Thunderbirds; vanwege de brandstof crisis begin jaren '70, de veiligheid en dat het toestel erg onderhoudsgevoelig was, werd in 1974 door de Thunderbirds overgestapt op de T-38 Talon.

Duidelijk is de "Thunderbird' aan de onderzijde te zien

Van de meer dan 5000 gebouwde Phantom II's vliegen er heden ten dage nog heel wat rond. Als jachtbommenwerper zijn haar dagen geteld, maar als de FR-4 (jager-verkenner) en als 'Wild Weasel' (het storen van radarstations en het vernietigen daarvan) kan het toestel nog jaren mee.

Een F-4C Phantom II in het museum te Hermeskeil

Tot slot, wat doet men met die oude afgeschreven Phantoms? Verscheidene staan ingepakt opgeslagen nabij Tuscon, Arizona, of worden gesloopt. Er zijn wereldwijd verschillende gedoneerd aan musea. Maar er zijn ook ruim 100 F-4's gebruikt als onbemande target drones. In eerste instantie werden daar F-4B's voor gebruikt met de aanduiding QF-4B. In totaal werden 44 F-B's aangepast om als doel te dienen voor air-air en surface-to-air raketten. De opvolger van de F4-B, die beperkt was in haar manoeuvres, was de QF-4N. De voorste cockpit bleef intact voor bemande vluchten, verder was het toestel geheel aangepast voor NOLO (No Living Operator Configuration). In totaal werden 60 van deze toestellen gebouwd.

Waar is de piloot? Een QF-4N in de NOLO conversie

Fabrikant McDonnell Douglas
Gebruik Jachtbommenwerper, fotoverkenner, 'Wild Weasel'
Motor 2 x General Electric J79-8
(in Britse versie 2 X Rolls-Royce Spey 202/203)
Vermogen B tot D versie; 7711 kg, E tot S versie; 8120 kg,
K, M versie met Rolls-Royce Spey; 9305 kg
Spanwijdte 11,7 m
Lengte B, C, D, G, J, N, S; 17,70 m, E, EJ, F, RF; 19,2 m, K, M; 17,55 m
Hoogte 4,96 m
Vleugeloppervlakte 49,24²
Klimvermogen 142 m/sec
Gewicht leeg B, C, D, G, J, N versie; 12.700 kg, E, EJ, F, RF versie; 13.150 kg, K, M versie; 14.060 kg Geladen B; 24.767 kg,
C, D, G, J, K, M, N, RF; 26.308 kg,
E, EJ, F; 27.502 kg
Snelheid max. J97; 2414 km/u,
Spey; 2230 km/u
Geladen J79; 1464 km/u,
Spey; 1480 km/u
Plafond (bewapend) 19.685 m
Bereik 2817 km (schoon), 3700 km (hulptanks), 4184 (E varianten)
Bewapening (romp) 4 x AIM-7 Sparrow AA-raketten, (vleugel) 2 x AIM-7 of 4 x AIM-9 Sidewinders, E variant 20 mm kanon in romp, andere varianten in pot onder romp, bommen onder romp en vleugels tot 7257 kg
Bemanning 2
Eerste vlucht 27 mei 1958
Aantal gebouwd 5068 door McDonnelDouglas, 141 door Mitsubishi,
Totaal 5209

Klik op 'Top 50' voor mijn persoonlijke 'best of' militaire vliegtuigen lijst.

GA TERUG