McDonnell Douglas A-4
Skyhawk
'Scooter, 'Bantam-Bomber', 'Tinker Toy Bomber'

Edward Heinemann van Douglas Aircraft begon met de eerste schetsen van een nieuwe aanvalsjager in 1952. Heinemann was niet zo maar de eerste de beste ontwerper van aanvalsvliegtuigen, hij was ook verantwoordlijk voor onder andere de A-26 Invader en de A-1 Skyraider. Nu gaf hij zichzelf de opdracht een compacte, eenvoudige aanvalsbommenwerper te ontwerpen. Het eerste prototype, de XA4D-1, 137812 werd geheel met de hand gebouwd. Er was nog geen vanghaak, en de voorzijde van de cockpit was nog uit één stuk glas.

Het prototype van de A-4 Skyhawk, de XA4D-1, 137812
(het bouwnummer is nog (vanwege geheimhouding?) afgeplakt met bruin papier)

De lage deltavleugel werd zo klein mogelijk gehouden zodat deze geen opvouwmechanisme nodig had voor de liften van vliegdekschepen. Het onderstel kreeg een speciale constructie, dat als er een probleem zich voordeed met het laten zakken van het landinggestel, dit ook door de zwaartekracht kon laten vallen en borgen. De motor die het prototype kreeg, en de eerste productieserie, was een Wright J65-W-16A straalmotor (een licentie bouw van de Armstrong Siddeley Sapphire) met een vermogen van 3493 kg.

Prototype van de A-4 Skyhawk in de vlucht

Op 22 juni 1954 maakte het prototype XA4D-1, 137812 vanaf El Segundo haar eerste vlucht in handen van Robert Rahn. Er was een eerste order voor 19 opvolgende modellen, waarvan er negen gebruikt werden voor testen en ontwikkelingsvoortgang, deze waren aangeduid als YA4D-1. Ook het tweede prototype werd handgebouwd, maar de derde, die aanduiding A4D-1, 137814, ontving, was de eerste die van de productielijn rolde. Het vierde prototype, de A4D-1, 137815 crashte op 31 januari 1955, waarbij de testpiloot James Verdin omkwam.

De A4D, 137820, een snelheids recordbreker!

Het achtste toestel dat van de lijn kwam, de A4D-1, 137820, werd het eerste aanvalsvliegtuig dat een snelheidsrecord van 1118,7 km/u over een gesloten circuit van 500 kilometer behaalde op 15 oktober 1955 in handen van Navy Lieutenant Gordon Gray.

De eerste fabrieks A4D-1 Skyhawk aan de US Navy werd geleverd op 26 september 1956. In totaal zouden 18 Navy en Marine Corps aanvalsquadrons worden uitgerust met de A4D-1. Van de eerste versie, de A4D-1, werden 166 gebouwd, inclusief het eerste prototype.

De A4D, 139930, een Skyhawk uit de tweede order van 52 kisten

Nog voor de A4D-1's werden geleverd, werd al een verbeterde versie besteld, de A4D-2 (A-4B). Bij de eerste versies ontstond ‘buzz’ (trillingen met hoge frequentie) aan het richtingroer. Heinemann loste dit op door een enkele plaat te voorzien van ribben aan de buitenzijde. Dit bleek zo afdoende dat dit unieke richtingroer verder altijd zo gelaten is bij alle productiemodellen. Naast het aangepaste richtingroer waren de A4D-2's uitgerust met verbeterde avionica, Bullpup ASM en een in de lucht bijtank capaciteit. De trainerversie van de A-4B was de TA-4B, maar was gewoon een eenzitter met minder apparatuur. Van de A4D-2 zouden 542 gebouwd worden, waarvan de eerste geleverd werd in september 1957.

Een A4D-2 (A-4B), let op het aangepaste richtingroer met de ribben

Douglas bood aan 10 toestellen te fabriceren van de A4D-3 waarin een zuiniger motor zou worden aangebracht, de Pratt and Whitney J52 die ook nog eens meer stuwdruk leverde. Maar de Amerikaanse marine had het geld er niet voor, en zodoende werd de A4D-3 niet geproduceerd. Maar, op de motor na, zouden veel nieuwe voorstellen uit de A4D-3 zijn weg vinden in de A4D-2N (A-4C), welke een grote sprong voorwaarts was. De A4D-2N was uitgerust met terreinvolgradar, een automatische piloot, en de stuwkracht van de J65 was opgevoerd tot 3856 kg stuwkracht. In februari 1960 werden de eerste A4D-2N geleverd van 638 gebouwd.

A4D-2N (A-4C), 149547 van de VC-7 opereerde vanaf NAS Miramar
dit toestel kreeg later een avionica-'bochel', zie lager
(149547 is bewaard gebleven bij het Yanks Air Museum, Chino, CA)

Twee A4D-2N (148490 en 148483) werden door het Amerikaanse leger getest over een periode van bijna 10 weken, maar er kwam geen contract uit voort. Het leger besloot voor de helikopter te gaan en de USAF zou zorgen voor de bescherming ervan vanuit de lucht (close-air support).
In september 1962 werd de aanduiding voor de A4D-2N veranderd in A-4C, en de opvolgende versies kregen voortaan ook de aanduiding A-4 met een versie toevoeging achter de '4'.

Een voorstel voor de A4D-4, in 1958, voor een toestel met pijlvleugel welke speciale wapens aan zeven draagpunten kon vervoeren op lage hoogtes, en in alle weertypes. Maar het kwam niet verder dan de tekentafel.

A-4E Skyhawk, 150032 van de VA-55

De A4D-5 (A-4E) werd voorzien van de Pratt & Whitney J52-P6A die een stuwkracht had van 3856 kg (hetzelfde als de J65). Er werden twee A4D-2N's aangepast tot de A4D-5 waarbij twee extra draagpunten voor wapens onder de vleugels werden aangebracht. Tevens kregen de navigatie en bomsystemen een upgrade. De eerste A-4E's werden geleverd vanaf januari 1963. Van de A-4E werden 497 geproduceerd. Acht van deze kisten zouden als TA-4E's aan de Australische marine worden verkocht.

A-4E Skyhawk, 151194 van de VA-164

In 1964 werd een contract opgesteld om tot een trainerversie van de Skyhawk te komen. Twee rompen van de A-4E productielijn, de 152102 en 152103, kregen de aanduiding TA-4E. Om twee cockpitsecties in de romp aan te brengen, werd er een stuk van 71 cm tussen geplaatst. Twee Escapada 1C-3 schietstoelen werden gemonteerd, vleugellift spoilers en een betuurbaar voorwiel werden aangebracht in de TA-4E. De motor was een Pratt & Whitney J52. Op 30 juni 1965 werd de eerste vlucht gemaakt. Kort daarop werd de aanduiding TA-4E omgezet naar TA-4F. Ook al waren het dan TA-4F's, ze waren zonder de avionica-'bochel'. In mei 1966 werd de TA-4F operationeel bij het trainingsquadron VA-125, op Lemoore, Ca. In totaal werden er 241 TA-4F's geproduceerd. De meeste werden later aangepast tot TA-4J's. Drie-en-twintig TA-4F's werden omgebouwd tot OA-4M voor FastFAC (Fast Forward Air Controller) missies in Vietnam. Vier andere TA-4F's werden omgebouwd tot EA-4F om met vooruitstrevende elektronica trainingen te geven aan de vloot.

TA-4F (omgebouwd naar 'J'), 153678, is bewaard gebleven en te zien in het
Air Classics Museum of Aviation, Aurora MAP, Sugar Grove, IL. (zie onder)

Een voorstel van Douglas om aan de competitie mee te doen voor het 'VAL' project (een licht aanvalsvliegtuig) werd op papier de A4D-6. Het zou uitgerust worden met de nieuwe FT-30. Maar verder als een ingediend plan kwam het niet, want het toestel van Vought, de Corsair II won de competitie.

Nederland heeft in 1966 ook nog even met het idee geworsteld om de A-4 Skyhawk aan te schaffen als opvolger van de F-84 Thunderstreaks en de T-33. Maar de keuze viel toen op de Northrop NF-5.

A-4F, van de VA-22/CVW-5 in de Golf van Tonkin
(let op de opvallende avionica-'bochel')

De A-4F was grotendeels hetzelfde als de A-4E, maar het verschil zat hem in het bestuurbare neuswiel, vleugellift spoilers en een verbeterde Escapade 1-C3 schietstoel. Verder werd bij de A-4F de stuwkracht opgevoerd tot 4218 kg. Wat aan de buitenzijde opviel was de knik in de 'in-flight' brandstofbuis, zodat deze iets verder uit de romp stak en geen problemen kon opleveren voor het wide-angle target ontvangsysteem. Terwijl de eerste A-4F werden geleverd, werden op de A-4F's een opvallende ‘bochel’ aangebracht. Hierin werd extra avionica in ondergebracht omdat in de romp gewoonweg geen ruimte meer was (uiteindelijk werden deze 'bochel-paketten' ook aangebracht bij A-4E’s en bij sommige A-4C's).

Het standaard 20mm kanon van de Skyhawk in elke vleugelwortel één

Van de A4-F werden er 146 gebouwd, waarvan 100 voorzien van de J52-P-401 motor die een stuwkracht had van 4990 kg.

De Skyhawks van de Blue Angels geven vol gas,...

De A4-F zou later ook door het Navy demonstratie team Blue Angels worden gebruikt. Hiertoe werden in 1973 achtien A-4F's aangepast (zonder avionica-'bochel'). Van 1974 tot 1986 vlogen de Blue Angels met deze Skyhawk voor ze deze inruilden voor de F-18 Hornet.

In 1968 werd een contract uitgeschreven voor de productie van een geavanceerde trainerversie voor de Navy en de Marine Corps. Dit zou leiden tot de TA-4J, en was afgeleid van de TA-4F. De TA-4J werd ontdaan van alle tactische wapensystemen, en ook de 'inflight-refueling' werd verwijderd, al bleef de ontvangbuis aan het toestel gekoppeld. Het gewicht was zo ver terug gebracht dat de lichtere J52-P6 motor in de TA-4J geplaatst kon worden. Op 17 december 1968 werd de eerste vlucht ondernomen met de TA-4J (deze viel toevallig gelijk met de 65ste verjaardag van de eerste vlucht van de gebroeders Wright). Van de TA-4J werden 281 geleverd.

TA-4J, 159796 is uit een laatste order van 4 stuks (van 281 gebouwd)

In 1969 kreeg Douglas de opdracht om 100 A-4C's om te bouwen tot de A-4L. Deze Skyhawks werden speciaal aangekocht voor de US Naval Reserve squadrons. De upgrades hielden vooral in dat de J65 verbeterd werd, verplaatsing van de elektronica, en vleugels spoilers werden aangebracht. De eerste A-4L vloog op 21 augustus 1969, en in december van dat zelfde jaar.

Een opengewerkte A-4M Skyhawk II
(een vroege versie zonder de ECM op de scherpe hoek van het kielvlak)

Het volgende type dat op de A-4F was gebaseerd, was de A-4M. Dit toestel kreeg een J52-P-408A die een stuwkracht leverde van 5080 kg. Tevens werd het kielvlak van de A-4H gebruikt, herkenbaar aan de ECM behuizing aan de top van het kielvlak (zie hieronder). Er waren ook modellen van de A-4M waar geen ECM op het kielvlak aangebracht was, en dat maakt het lastig deze versie te herkennen. Een goed punt om de A-4M te onderscheiden van de rest, is het rechte raamframe van het windscherm, welke bij andere ovaal is. Van de A-4M werden 158 geproduceerd.

A-4M Skyhawk II, 158186 (eerste order van 49 stuks, van 158)
(A-4M is herkenbaar aan de ECM op het kielvlak)

De eerste vlucht in de A-4M werd gemaakt op 10 april 1970 door Walt Harper vanaf Palmdale, Californië. De eerste 'Mikes' werden geleverd vanaf 26 februari 1971, toen het eerste toestel bij VMA-324 op MCAS, Yuma, Arizona aankwam.


De laatst gebouwde Skyhawk, de A-4M, 160264,...
afgeleverd op 27 februari 1979,...

Officieel werd op 23 augustus 2003 de Skyhawk met pensioen gezonden door de USN VC-8 'Red Tails' op NAS Oceana op te heffen. De A-4 ging in Amerika naar het museum of in opslag. Een enkele A-4 wordt vliegwaardig gehouden als eerbetoon aan 'Heinemann's Hotrod'.


Adversary en Aggressor

Skyhawks van de Naval Fighter Weapons School (TOP GUN)

Voortgezette trainingen waarbij piloten van de Amerikaanse marine de kneepjes leerden om tijdens luchtgevechten zijn mannetje te staan, werden op NAS Miramar, San Diego, gegeven. Dat deze trainingen nodig waren, kwam voort uit de lessen geleerd in Vietnam waar de Amerikaanse piloten geen ervaringen hadden met het nabij gevecht. De gedachte leefde toen dat de vijand met raketten vanaf grote afstand afgeschoten kon worden. Een kostbare misrekening waar 'luchtgevecht-scholing' de oplossing bleek te zijn. Hiervoor waren twee afdelingen ingericht, de Naval Fighter Weapons School (TOP GUN) en het Navy Attack Squadron 126 (VA-126). De NFWS was oorspronkelijk een onderdeel van VF-121, welke opereerde met de F-4 Phantom II, en deze begon Air Combat Maneuvering (ACM) trainingen te geven vanaf 3 maart 1969. Ter ondersteuning om 'vijandelijke' jagers te verbeelden (de 'adversary' rol), werd gebruik gemaakt van de A-4's van VF-126, welke door piloten van de NFWS werden gevlogen.

A-4E/F Mongoose 'Bandit'
(foto: Martin Baumann)

De 'studenten' die naar de NFWS kwamen, deden dat in toestellen van hun eigen eenheid, en deze kwamen dan ook met eigen grond- en onderhoudspersoneel. Toen de Skyhawk als licht aanvals vliegtuig de Amerikaanse marine binnenkwam, werd dit toestel door VF-126 gekozen als 'bandit' (of 'adversary') vliegtuig, vanwege haar kleine afmetingen, beweeglijkheid en omdat het toestel geen rookspoor achterliet, net als de MiG-17. In dit verband is het aardig op te merken dat de later in gebruik genomen A-4F (in A-4E configuratie) als 'adversary' de bijnaam 'Mongoose' kreeg. Deze toestellen waren ondaan van alle onnodige zaken, zoals de avionica-'bochel', waardoor het gewicht aanzienlijk was teruggebracht, en ze vlogen dan ook als raketten.

Er bestaat verwarring over de naam 'Top Gun',... is het één woord of toch twee? Oorspronkelijk werd in de correspondentie Naval Fighter Weapons School (TOP GUN) gevoerd. Maar langzaamaan sloop in 'volksmond' dat het één woord was, zoals op de hangaar op Miramar, op sommige badges etc. Maar met de komst van de speelfilm 'Top Gun' werd de verwarring wederom opgeroepen. Tegenwoordig worden beide geaccepteerd; 'Top Gun' of 'Topgun'.

In navolging van de 'Topgun' school in San Diego, werden er meer 'adversary' squadrons opgericht. De US Navy heeft naast de 'Topgun', ook nog de volgende scholen beschikbaar: VFC-12 (NAS Oceana), VFC-13 (NAS Fallon) en VFC-111 (NAS Key West) en de Marine Corps heeft VMFT-401 (MCAS Yuma). Ook de USAF heeft 'adversary' squadrons, maar die heten hier 'aggressor' squadrons; 18th Aggressor Squadron (Eielson AFB), en het 64th en 65th Aggressor Squadrons op Nellis AFB.


'Folding-Wing' A-4D-1 (A-4A)

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw stond tijdens luchtshows in Amerika af en toe een vreemde eend in de bijt,... Een Skyhawk met opgevouwen vleugels en omgeklapt kielvlak. Was de Skyhawk al een klein toestel, het was nu niet meer dan een romp met een motor er in. Maar schijn bedroog bij deze versie. Het was niet een echt 'folding-wing' toestel, de systemen om een vleugel op te vouwen waren afwezig, maar een speciaal ontwikkelde Skyhawk versie uit twee oude toestellen die door de US Navy voor rekrutering werden gebruikt. Op deze manier pasten de toestellen makkelijker in de trucks die hen vervoerden.

voor meer over het ten strijde trekken van de A-4 Skyhawk :

KLIK HIERONDER OP DE GEREED STAANDE A-4,...
EN U SCHIET NAAR DE VOLGENDE PAGINA,...

GA TERUG