- JAN JUTTE -
Een voortdurende speurtocht,...

De uitvalsbasis in Skovmose, op het schiereiland Als

Op 13 april 2013 arriveerden we in Denemarken en namen ons intrek in een soort van grote blokhut in het vakantiepark Novasol AS is Skovmose, op het schiereiland Als. Dit zou onze uitvalsbasis worden om deze hoek van Denemarken eens te onderzoeken. Helaas is dit een streek waar weinig te beleven is. Het gebied is vooral voor landbouw ingericht. Veel boerendorpen en kale vlaktes waar wind en regen vrij spel hebben. In de zomer dan zijn deze streken geliefd voor de liefhebber van strand en water. Maar dat was het verre voor ons, want het was erg koud en kil die week dat wij daar waren. Ook al zoek je toeristische uitspattingen, ook snuffel ik altijd naar plekke waar 'strijdbewijs' te vinden is. De belangrijkste op het gebied van voormalige strijd welke in de buurt was, was bij Sonderborg. Hier was in 1864 een slag gestreden tegen de Pruisische troepen. Maar de Tweede Wereldoorlog was hier niet echt vertegenwoordigd. Tenminste, zo leek het op het eerste gezicht,...

'Stormy Weather'

Links: Captain Robert Blaine Clay

Tijdens een toertje over Als, iets ten noorden van Fynshav, zag ik opeens een bekend vorm langs de kant van de weg flitsen. De auto ging in zijn achteruit, en jawel, daar stond een monument in een hoekje weggezet. Het was in de vorm van een kielvlak van een B-17 Flying Fortress bommenwerper.

De leidende bommenwerper op een missie naar Berlijn, de B-17G, 42-38005, (RQ-G) ’Stormy Weather’ van de 351st Bomb Group, 511 Bomb Squadron van 8th US Air Force was op 24 mei 1944 vertrokken vanaf het vliegveld Polebrook in Engeland. Onderweg naar het doelwit, kreeg het toestel problemen met de linker binnenmotor. Captain Robert Clay zette de propeller in vaanstand besloot terug te keren naar Engeland en gaf opdracht aan de volgende in de rij zijn positie als leider over te nemen. De bommen werden gelost om het toestel lichter te maken. Ter hoogte van de Nederlandse kust begon de buitenste rechtse motor problemen te geven en stopte er ook mee. Captain Clay, een op Erroll Flynn gelijkende piloot die de uitstraling had van de stereo-type Amerikaanse vliegenier, zoals Hollywood deze op het doek bracht, besloot de koers te verleggen, want hij vreesde Engeland niet te zullen halen, en koerste noordoost om Zweden te bereiken. Boven Helgoland zou een derde motor, de binnen rechter, uitgeschakeld worden nadat het door Flak getroffen zou zijn. Het toestel verloor snel hoogte, en Clay gaf de order alles wat los zat overboord te gooien. Op zes tot zevenhonderd meter hoogte, over het eiland Als, gaf Clay opdracht dat de bemanning moest springen. Clay zelf zou proberen de B-17 met een buiklanding aan de grond te krijgen. De staartschutter, 1st Lt. James M. Wimmer, was de eerste die uit de bommenwerper sprong, gevolgd door zeven andere vliegers. Co-piloot 1st Lt. Frank Hatten besloot aan boord te blijven om Clay te assisteren. 'Stormy Weather' kwam hard neer ten zuiden van Osterholm (2 kilometer ten noorden van Almsted). Een vleugeltip boorde zich in de klei en de romp brak achter de vleugel doormidden. Lieutenant Hatten had zijn hoofd gestoten en bloede heftig boven zijn linkeroog. Beide vliegers wisten uit de B-17 te klauteren via een zijruit. Captain Clay had een seinpistool meegenomen en probeerde hiermee het wrak in brand te schieten, zonder resultaat. Denen kwamen onderwijl naar het toestel, en deze vertelden waar de bommenwerper terecht was gekomen, op een oostelijk schiereiland van Denemarken. De twee mannen werden meegenomen naar de nabijgelegen boerderij, van de familie Clausen, waar de wond van Hatten werd verzorgd. Korte tijd later kwamen er enkele Duitse soldaten en werden Clay en Hatten gevangen genomen.

'Stormy Weather' is tot rust gekomen,... Toen en Nu

De andere bemanningsleden waren ook veilig aan de grond gekomen, nabij Klingbjergal, al was buikschutter, uit de zogenaamde 'ball-turret', S/Sgt Michael De'Marie in een boom geland. Staartschutter Wimmer werd door verzetsman Mogens Dyer aangeboden om door het verzet te worden opgevangen, maar hij wilde liever bij zijn bemanning blijven. Hij voegde zich bij twee anderen en werd ondergebracht in een boerderij van de familie Fester Festersen, waar ze wachtten tot ze door de Duitsers gevangen genomen werden. Ook de andere vijf vliegers kwamen bij elkaar, en gezamenlijk wandelenden ze naar het dorp Klingbjerg. Hier werden ze even later door een Duitse vrachtwagen opgehaald. Alle vliegers werden naar het wrak gebracht waar een Duitse officier hen 'de waarheid' vertelde, of ze niet wisten wat ze de Duitse vrouwen en kinderen aandeden?

Het monument 'Stormy Weather'

Alle vliegers werden naar barakken in Sonderborg overgebracht om uiteindelijk, via Dulag Luft, in Stalag Luft III (Sagan)te belanden. Op 30 januari 1945 werden alle gevangen van Stalg Luft III de order gegeven om een voettocht te ondernemen naar Stalag VIIA (Moosburg). Captain Clay en Wimmer hadden bevriezingsverschijnselen aan de voeten en zij werden met 2000 anderen op transport gezet, en per truck naar Stalag XIIID Neurenberg-Langwasser gebracht. Half maart 1945 moesten de mannen weer per voettocht terug naar Moosburg, zo'n 160 kilometer, waar ze op 15 april aan kwamen. Hier werden de gevangenen door Amerikaanse troepen uiteindelijk bevrijd, en via de luchtmachtbasis ten oosten van Moosburg overgevlogen naar Frankrijk, en later verder per schip terug naar Amerika.

Een propellernaaf is een tastbaar onderdeel van het monument 'Stormy Weather'

Robert Clay, de gezagvoerder van 'Stormy Weather' keerde in mei 2001 terug, samen met enkele nog in leven zijnde bemanningsleden, om het monument op 24 mei te onthullen. Rond de 1500 inwonders van deze dunbevolkte hoek waren aanwezig toen Clay een toespraak hield. Hij ontving enkele stukjes van 'Stormy Weather' als herinnering. Maar een grote oorkonde met medaille ontroerde Clay het meest, en hij beloofde dat de bemanningsleden die niet aanwezig konden zijn, ook hun medaille zouden ontvangen.


In een foldertje ter plekke in Denemarken ontdekten we dat er een oud bewaard gevangenenkamp, Froslevlejren, zou zijn dat dateerde uit de Tweede Wereldoorlog. Het lag ten oosten van Padborg (wat iets ten noorden van Harrislee ligt). Niet wetende wat we precies konden verwachten togen we, via een fraaie kustroute (over Kollund), op pad. Het bleek niet geweldig aangegeven, maar met wat helder denken en hulp van de auto-navigatie, reden we een bos in dat dood liep op het voormalige kamp.

De toer rond het gevangenkamp begint bij de centrale wachttoren

Formeel was Denemarken niet in oorlog met Duitsland, maar wel bezet door de Nazi's. Vanwege deze open constructie hadden de Denen nog wel wat in de melk te brokkelen onder de Duitse knoet. Om te voorkomen dat Deense gevangenen, die in handen waren van de Duitse Gestapo waren, overgebracht zouden worden naar Duitsland (of andere landen) kregen de Denen het voor elkaar om een kamp te construeren waar de gevangenen onder toezicht stonden van Deense bewakers. De Deense staat zou opdraaien voor de kosten bij het oprichten van het kamp, maar er was een Duitse administratie en een eindverantwoording schuldig aan het hoofd van de Gestapo in Denemarken. De bouw begon in 1944 en op 13 augustus werden de eerste 750 gevangenen vanuit kamp Horserod van Sjaelland (Zeeland) overgebracht naar Froslevlejren.

Het uitzicht vanuit de toren op het kamp

Er was een soort van zelfbestuur, zoals in andere Duitse kampen. De Duitse kampcommandant stelde een kamp leider aan, een 'Lageralteste'. In iedere barak werd tevens een voorman aangesteld. Ook voor de gevangenen die te werk werden gesteld was een toezichthouder uit de gevangenen zelf. Een maand nadat de eerste gevangenen aangekomen waren, verbraken de Duitsers hun belofte alweer, er werden 200 gevangenen overgebracht naar Duitsland waar het regime in de kampen vele malen afschuwelijker was dan in het Deense kamp.

Gevangenen van Froslevlejren worden naar hun 'werkplek' gebracht

In de centrale uitzichttoren is in de beneden verdieping is tegenwoordig een tentoonstelling ingericht die attributen laten zien die de bewakers nodig hadden om dit kamp te beveiligen. Veel soorten wapens, van pistolen, geweren en machinegeweren, tot aan uniformen, maar ook verschillende documenten. In de tegenoverliggende barakken, waarvan verschillende bewaard zijn gebleven, zijn ook tentoonstellingen ingericht. In de schuin tegenover de centrale toren gelegen barakken, de H4 en de H6, zijn een indrukwekkende tentoonstellingen te vinden over de omstandigheden waaronder de gevangenen leefden. Het is allemaal keurig verzorgd en in drie talen uitgelegd, Deens, Duits en Engels.

In een vitrine zijn verschillende pistolen te vinden, zoals deze fraaie Luger

In de H6 barak is een slaapzaal gereconstrueerd, waarin onder andere verborgen ruimte is te vinden waarin een geheime radio was ondergebracht waarnaar men kon luisteren naar de ontwikkelingen aangaande de oorlog. Naast de dagelijkse gang van zaken in het kamp, is er aandacht over de pogingen om te ontsnappen, maar ook over de martelingen die ook in dit kamp voorkwamen. Gevangenen die niet naar de pijpen wensten te dansen van de Duitsers, werden gestraft, waarbij de ergste straf deportatie naar Duitsland was. In totaal zouden er rond de 1600 gevangenen afgevoerd worden naar andere kampen. Hier zouden 230 van hen omkomen. In totaal zouden, tussen augustus 1944 en mei 1945, 12.000 Denen gevangen gezet worden in Froslevlejren.

Hauptmann P.M. Digmann, commandant van 15 september 1944, tot 5 mei 1945
rechts; wat men met gevangenen deed die tegendraads waren,...

Aangezien er naast politieke gevangenen, ook verzetsmensen in Froslevlejren zaten, is er ook aandacht voor het verzet in Denemarken en hun strijd tegen de Duitsers. In vitrines zijn daar dan bewijsstukken van te vinden zoals radioapparatuur, de daarbij horende codes en de gedropte wapens aan het verzet, door Geallieerde vliegtuigen. In barak H4 is deels de naoorlogse situatie te vinden van het kamp. Na de capitulatie van de Duitsers, op 5 mei 1945, werden de gevangenen vrijgelaten. Gevangenen uit Duitsland die terugkeerden naar ScandinaviŽ, maakten een stop in dit kamp, voor ze verder reisden. In de barak H4 is een complete bus in de vloer geplaatst (anders paste hij niet onder het plafond). Na de Duitse periode kreeg het kamp een andere naam, Farhus, en de gevangenen die er in werden ondergebracht waren onder andere Deense collaborateurs van de Duitsers onder de bezetting.

Een Rode Kruis bus waarmee gedeporteerde Zweden werden teruggebracht
(let op de wielen die in de vloer zitten, omdat het plafond te laag is)

In november 1949 werd het kamp overgenomen door het Deense leger en kreeg het de naam Kamp Padborg. Vanaf 1968 tot 1975 zat de Bescherming Burgerbevolking in het kamp. In deze periode werd ook gestart om het voormalige gevangenenkamp tot een museum om te bouwen. Hiermee werd in 1969 een eerste aanzet gegeven. In 2001 erkende de Deense regering Froslevlejren als een Nationaal Herdenkingscentrum. Naast de tentoonstelling over de geschiedenis van het kamp, zijn er verschillende andere tentoonstellingen te vinden waaronder ťťn van Deense legereenheden, een natuurbescherming centrum en ook heeft Amnesty International er een ruimte gevonden.

Als men Denemarken bezoekt, in deze hoek, sla dit museum niet over, het is geweldig onderhouden en de rust die er heerst maakt de zaak nog indrukwekkender.

Na deze relikwiŽn die ons aan de tweede Wereldoorlog herinneren, was het alweer tijd om Denemarken te verlaten. We hadden de westkust van Denemarken bezocht in de hoop bunkers of kazematten te vinden, maar die waren niet in het deel van Denemarken waar wij zaten, deze complexen waren veel noordelijker. Misschien eens een andere keer? In ieder geval ging het volgende deel van de reis, de terugreis, naar Nederland, via Hamburg en Emden,... op zoek naar sporen van mijn vader, Jan Jutte,... Eerste stop, Hamburg.

Naar Hamburg,... om het spoor te vinden
klik hieronder,...