TOUR HET SLAGVELD
VAN WALCHEREN
DE STRIJD OM DE SCHELDE IN 1944

Rij om de Buitenhaven heen via de Oostelijke Bermweg, links door de bocht (Poortersweg), de spoorweg oversteken naar de Oude Veerhavenweg, aan het eind, rechtsaf de Prins Hendrikweg in. Direct na de brug linksaf de Koningsweg op. Bij de T-Splitsing linksaf de Commandoweg in (door de geopende slagbomen). Verderop parkeren. In het grasveld staat een opvallend stukje beton, een K.S.B. Deze put voor telefoonkabels is in de jaren negentig van de vorige eeuw elders in Vlissingen geborgen om sloop te voorkomen.

De K.S.B. put aan de Commandoweg in Vlissingen

Ga de dijk op en wandel richting de Oranjemolen. Na de oorlog is de dijk vergroot en aangepast en de vele bunkers die hier lagen zijn verdwenen. Toch is van Uncle Beach nog een goed idee te vormen. Aan de voet van de Oranjemolen ligt nog een goed bewaarde bunker, een H 143. Deze bunker is te bezichtigen iedere zondagmiddag van mei tot november.

Vlissingen, Operation Infatuate I

boven: 52nd (Lowland) Infantry Division
En de twee belangrijkste gevechtseenheden in de 155 Brigade

The King's Own Scottisch Borderers (KOSB), The Royal Scots
en hieronder de toegevoegde 4th Commando

Vlissingen was een doelwit dat tijdens de gehele oorlog meerdere malen werd gebombardeerd en daarmee de meest bestookte stad in Nederland tijdens de bezetting. Slechts één woning was na de oorlog nog onbeschadig. Vrijwel direct nadat Breskens was ingenomen werd de haven gereed gemaakt voor de aanvalstroepen die naar Vlissingen zouden oversteken. De leiding voor de algehele aanval op Walcheren was in handen van Major-General Edmund Hakewill Smith, commandant van de 52nd (Lowland) Division. Voor het verdrijven van de Duitsers uit Vlissingen werd de 155 Brigade, onder commando van Brigadier James McLaren, aangewezen met de 4th en 5th Battalion The King's Own Scottisch Borderers (KOSB) en de 7th/9th Battalion The Royal Scots. Toegevoegd bij de 155 Brigade was No 4 Commando, een eenheid gespecialiseerd in amfibische landingen. 4th Commando zou als eerste landen bij Vlissingen nadat de zogenaamde ‘Keepforce’, onder commando van Captain Raymond Keep, de route had gemarkeerd en nodige obstakels had verwijderd om een vrije baan te maken voor de landingsvaartuigen.

Breskens; LCA's nemen de soldaten aan boord die naar Vlissingen gaan

Op 1 november gingen de manschappen die Vlissingen als bestemming hadden in Breskens aan boord van hun LCA’s (Landing Craft Assault). Mosquito jachtbommenwerpers vlogen over hun hoofd om doelen in het havengebied te bestoken. Vanwege de lage bewolking waren de hoog vliegende bommenwerpers afgeblazen. Om 04.40 uur verlieten de eerste LCA’s de haven van Breskens. In het licht van verschillende branden konden de aanvalstroepen de Oranjemolen zien en waar hun landingsplek was, iets rechts daarvan, op Uncle Beach. Twee vaartuigen van ‘Keepforce’ leidden de LCA’s met 1 Troop van 4 Commando onder commando van Capt. Dennis Rewcastle naar Uncle Beach (een 'Troop' stond gelijk aan een compagnie, ongeveer 100 man sterk). Direct nadat de eerste commando’s aan land gingen en de omgeving gingen veiligstellen, werden de eerste Duitse gevangen gemaakt. CSM Lewis zijn groep verraste een groep van 20 Duitsers die in een bunker schuilden bij de Oranjemolen. Deze behoorden bij een 7.5cm kanon die daarmee uitgeschakeld was voor een eventuele inzet.

De R 143 bunker aan de voet van de Oranjemolen

Verderop werden Duitsers van een zoeklicht uit een bunker gehaald. Een patrouille van Rewcastle’s mannen kamde de straten uit ten noorden van de molen, codenaam Seaford, om de westerse landingsplek veilig te stellen. Een ander groep van 2 Troop zwermde oostwaarts uit langs de kustlijn op zoek naar bunkers en andere versterkte punten. De eerste bunker waar commando’s, onder leiding van Sergeant Stanley Mullard, naar binnen stormden stond een 5cm kanon en twintig geschrokken Duitsers. Het kanon werd direct door de commando’s voor eigen gebruik gereed gemaakt. Met de volgende LCA’s kwam de rest van de mannen van No 1 en No 2 Troop aan land. Deze trokken via de Oranjestraat naar de Willem III barrakken (welke leeg waren) en gingen verder naar het westen om twee machinegeweren uit te schakelen die op de naderende landingsboten schoten. De commando’s maakten korte metten met deze machinegeweren en tien Duitsers werden gevangen genomen. Ook andere machinegeweren, en zelfs een Flak kanon, werden uitgeschakeld, onder persoonlijke leiding van Lt. John. S. Hunter-Gray, waarbij met succes gebruik werd gemaakt van het buitgemaakte 5cm kanon. Voor deze actie ontving Hunter-Gray het Military Cross. Sergeant Mullard ontving voor zijn inzet de Military Medal.

De Oranjemolen gezuiverd door Franse commando's

Om 06.20 uur, met een klein veiliggesteld bruggenhoofd kwam de volgende golf aan wal, de No 3, 5, 6 Troops, plus genietroepen, medisch personeel etc. Deze werden verwelkomd door steeds beter geplaatst vijandelijk vuur, waaronder een 2cm kanon. Maar het was gelukkig nog niet accuraat genoeg om grote schade aan te richten.

Franse commando's onder leiding van Phillipe Kieffer (tweede van rechts)
V.l.n.r. Lt. Guy de Montlaur, Lt. Guy Hattu, geheel rechts Lt. J. Senée

Onder deze troepen kwam ook het Franse detachement aan land, onder leiding van Phillipe Kieffer, welke bij 4th Commando was toegevoegd. De troepen kwamen onder vuur te liggen dat bij de Oranjemolen vandaan kwam. Kieffer stuurde gelijk zijn commando’s er op af en om 07.10 uur keerde Lt. Guy Hattu terug met twee Duitse gevangenen. (Kieffer maakte naam tijdens de gevechten om het casino in Ouistreham tijdens D-Day op 6 juni 1944). De Franse commando's waren ondergebracht in No 5 en No 6 Troop. Formeel viel het Franse onderdeel onder No 10 (inter Allied) Commando, maar sinds Normandië was het al bij 4 Commando ingedeeld.

Uncle Beach met de Oranjemolen, Toen en Nu

No 3 Troop verplaatste zich snel door het westelijk havengebied van Vlissingen maar werden opeens onder vuur genomen vanuit een bunker die gelegen was op het westelijke havenhoofd, het Keizersbolwerk, op de kop van Boulevard De Ruyter, (welke de codenaam Brighton gekregen had). Major Gordon Webb verlegde zijn route via de Nieuwstraat. Tijdens de opmars verloor No 3 troop één man. Toen No 2 Section Bellamypark (codenaam Braemar) bereikte kwam deze onder vuur te liggen vanuit een ander bunker. Sergeant Jackson leidde een aanval op het machinegeweer waarbij Private Pierre Laux omkwam. Maar de Duitse post werd vlot overrompeld en de huizen rond het park werden snel veilig gesteld door de rest van No 3 Troop. Ondanks sporadisch verzet tijdens de huiszoekingen, kostte het toch het leven van Lt. Nicolas Barrass.

Commando's steken via de Brugstraat het Bellamypark over (vanuit de Nieuwstraat)
naar de Beursstraat, richting Boulevard De Ruyter, Toen en Nu

Terwijl het langzaam licht begon te worden waren de commando’s van No 1 Section, No 5 Troop, al reeds achter de bunkers die aan de Boulevard De Ruyter lagen. Maar de Duitsers raakten langzaam aan georganiseerd en de Commando’s werden vastgepind. Via huis tot huis gevechten ging het meter voor meter verder. In de loop van de morgen kregen de commando's versterking van de 4th Battalion The King's Own Scottisch Borderers (KOSB), onder commando Lt. Col. Christian L. Melville, die om 08.00 uur in 26 LCA's waren aangekomen op Uncle Beach. De opmars ging traag, maar aan het einde van de dag was half Vlissingen in handen van 155 Brigade. Mede ook dankzij de inzet van de Spitfires en Typhoons van No. 83 Group. Deze vlogen de eerste dag 152 sorties tegen doelen in Vlissingen.

De posities van de Commando Troops (blauw)
In het wit zijn de codenamen voor de wijken
In het geel de Duitse verzetshaarden

De 5th Battalion The King's Own Scottisch Borderers, onder commando van Lt.Col. William F.R. Turner, kwam rond 15.00 uur terug in Breskens nadat hun landing op Uncle Beach zwaar onder vuur kwam te liggen. Brigadier McLaren liet later aan Lt. Col. Christian L. Melville weten dat de 5th KOSB dan toch in de avond was overgestoken en in Vlissingen aan land ging. McLaren, die vlak voor middernacht in Vlissingen aankwam, liet zijn mannen posities innemen voor de nacht om de volgende dag de laatste verzetshaarden op te ruimen. Later in de nacht kwam via de radio het bericht dat General Daser, de commandant van de 70. Division en de rest van Walcheren, zich wel wilde overgeven. Brigadier McLaren hoopte dat de manschappen onder Daser hun commandant zouden volgen, maar hij wist ook dat heel veel door zouden vechten. Ondanks de toezeggingen dat er witte vlaggen zouden wapperen, werd de hernieuwde aanval gepland, voorafgegaan door een intens bombardement, en zou de 5th KOSB om 05.30 uur zich ook in de strijd werpen.

Grand Hotel Britannia in betere tijden

In de nacht van 1 op 2 november landde het 7th/9th Battalion Royal Scots, onder commando van Lt. Col. Michael E. Melville. Deze kregen de opdracht om het Grand Hotel Britannia in te nemen. Het hotel was het hoofdkwartier van Kommandeur ’Verteidigungsbereich Vlissingen’ Oberst Eugen Reinhardt. Om 03.30 uur werd de aanval ingezet, maar het zou nog tot 04.15 uur duren voor de eerste bunker werd aangevallen. Een 20mm kanon op het dak van het hotel werkte erg vertragend, net als de vele loopgraven, prikkeldraad en andere versperringen. Lt.Col. Melville raakte gewond tijdens het polshoogte nemen bij zijn manschappen. Het commando werd overgenomen door Major Hugh Rose. Aangemoedigd door de gewonde Melville openden de mannen onder het uitroepen van de strijdkreet 'On the Royals!' de aanval met hernieuwde moed.

Grand Hotel Britannia totaal verwoest in de gevechten

Om 10.00 uur werd het laatste verzet gebroken en Oberst Reinhardt gevangen genomen in de commandobunker naast het hotel. Er werden 600 Duitsers gevangen genomen, 50 bleven dood achter. De Royal Scots hadden drie gesneuvelde officieren en 15 omgekomen manschappen, en er waren 52 gewonden waaronder één officier.

Oberst Eugen Reinhardt, Kommandeur ’Verteidigungsbereich Vlissingen’
op 2 november gevangen genomen

Terwijl de strijd om Hotel Britannia in volle gang was, werd overal verder ook in Vlissingen gevochten. Om 04.45 uur beschoot de ondersteunende artillerie vanaf Zeeuws Vlaanderen de gebouwen ten noorden van Bexhill waar de scheepwerven lagen. Helaas vielen veel granaten te kort en landden tussen de wachtende B Company, 4th Battalion, 4th KOSB en de Carrier Company. Er werden zeker twaalf man uitgeschakeld door dit eigen vuur voor de artillerie bericht ontving van de misser. Ook het lokale verzet klaagde dat de granaten op het St. Josef Hospitaal viel waar zich honderden burgers schuil hielden. Maar Lt. Col. Christian Melville kon niet anders dan de beschieting voort te zetten. Het lag geheel in de handen van de Duitsers om zich over te geven, en de verantwoording lag dus bij hen.

Ook de 5th KOSB leed verliezen, waaronder drie officieren van C Company, door accuraat mortier vuur afgegeven door de Duitsers vanaf Dover. Om Duitsers uit een bunker te krijgen die bij Bexhill lag, werd een 3.7” kanon uit elkaar gehaald en via een trap naar een slaapkamer van een huis gesjouwd. Na twintig minuten was het kanon gereed en werd een eerste schot afgegeven. Het complete plafond kwam naar beneden waarop de schutters als molenaars hun werk voortzetten. Het tweede schot doodde twee Duitsers die juist de bunker uitkwamen. Na acht schoten moest het vuren gestaakt, het kanon was toen al half door de vloer gezakt, maar de bunker was verwoest. Toch bleef Bexhill onder vuur vanaf Dover en dit gebied kreeg de naam ‘Hellfire Corner’.

Een 3.7" kanon van de 452nd Mountain Battery RA, in actie nabij de Oranjemolen

Burgers uit het St. Josef Hospitaal werden door enkele 4th KOSB soldaten begeleid naar het oosten van Uncle Beach. Duitse sluipschutters die zich in de scheepskranen hadden verstopt, namen de groep onder vuur. Met handvuurwapens en zelfs 3.7” kanonnen werden deze tot zwijgen gebracht. Het zou nog tot ver in de middag duren voor het gehele gebied ten noorden en noordwesten van Bexhill gezuiverd was door 5th KOSB. De verliezen waren 37 man, maar de troepen onder commando van Lt.Col. Turner hadden hun doelen bereikt.

Duitse krijgsgevangen in de (toepasselijke naam) Kogelparkstraat

Het laatste obstakel was de bunker in Dover. 4 Commando wachtte op het eerste licht van de tweede dag en No 1 Troop trok op via Boulevard De Ruyter. De Duitsers verschanst in de bunker openden het vuur en de commando’s kwamen niet verder dan de oude toren die prominent op de boulevard staat. De Franse commandant Kieffer besloot om via een andere route, de Coosje Buskenstraat, No 5 Troop te sturen. En zo trokken commando’s, onder leiding van Capitain Alexandre Lofi, door de achtertuinen, door en over muren en schuttingen, ongezien naar Dover. Bewapend met de PIAT (tweede pagina), waaronder één op het dak van een bioscoop, probeerde No 1 section zich te positioneren. Ondanks dat de straten onder vuur lagen staken de mannen de Coosje Buskenstraat over. Toen de mannen in positie waren kregen deze de opdracht zich terug te trekken. Er waren Typhoon jachtbommenwerpers onderweg. Vanaf een veilige afstand zagen de commando’s de Typhoon hun raketten en boordkanonnen afvuren op Dover. later in de middag trok No 5 Troop weer op. Over en weer brak een enorm vuurgevecht uit. Enkele Duitsers die naar Grand Hotel Britannia probeerden weg te komen werden gedood.

Boulevard De Ruyter, (met centraal de bunker in Dover) Toen en Nu

Onder dekking van een PIAT team en geweervuur maakte korporaal Lapont zich op een springlading aan te gaan brengen op de toegangsdeur van de bunker. Juist dat hij zou vetrekken verscheen een witte vlag uit de bunker. Drie Duitse officieren en vijfenveertig manschappen, waaronder verscheidene gewond, gaven zich over. De commando’s ontdekten ook een commando van No 6 Troop die afgesneden was tijdens de gevechten en vertelde een gruwelverhaal en gaf eens te meer aan waarom hier gevochten werd. De commando was ondergedoken geweest met andere mannen in een woning waar even later Duitsers waren binnengekomen. Deze vonden de achtergelaten uitrustingstukken van de commando’s. De bewoners werden naar buiten gevoerd en door de Duitsers doodgeschoten.

Op de R 623 bunker, van Stp. Hohenstaufen, in Nollepier, staat een windorgel

Er was nog even sprake dat de opmars van 4 Commando zou worden voortgezet naar het noordwesten om de troepen, die vanaf Westkapelle kwamen, te assisteren. Hiertoe zou het gat in de dijk, west van Vlissingen, moeten worden overgestoken. Hiertoe werden LVT’s aangevoerd. Maar op het laatste moment werd de actie afgebroken en konden de commando’s na twee dagen intensief vechten rust nemen.

En zo eindigde de zware strijd om Vlissingen. U kunt nu terugkeren naar uw auto via bijvoorbeeld de Nieuwendijk en de Gravestraat welke uitkomt op de Commandoweg. Toen u Vlissingen binnenreed heeft u waarschijnlijk het monument, van de gebogen commando, al gezien. Neem hier even de tijd om stil te staan bij de gruwelijke strijd die zich hier, in Vlissingen, heeft afgespeeld.

Het monument voor de omgekomen commando's en de burgers in Vlissingen

Vervolg u route richting Middelburg via de N 661, de Nieuwe Vlissingseweg.

Op de volgende pagina bezoeken we verschillende resten van het Duitse beton
'Klik' op de bunker hieronder.