Inleiding
Naar aanleiding van veel vragen via mail en gastenboek, waarom ik nog steeds geen aandacht had besteed
aan Hürtgenwald, moest het er toch maar eens van komen. Ik wilde eerst eens in het gebied kijken, voor
ik me er aan ging wagen. Hürtgenwald is een lastig hoofdstuk in de geschiedenis, met veel controversen.
Er zouden, volgens de schrijvers van de mails die ik mocht ontvangen, tienduizenden doden zijn gevallen
onder de Amerikanen, één voor iedere vierkante meter terrein. Ook zouden er minstens vier divisies totaal
zijn vernietigd. Nu is het zo gesteld, dat in militair jargon men van verliezen spreekt. Hier vallen doden,
gewonden en vermisten onder,… maar ook zieken. Het klopt dat er zeer veel doden zijn gevallen rond en
in het Hürtgenwald. Maar ook een veelvoud aan gewonden in de strijd en door ziektes. Zeer veel mannen werden
afgevoerd met loopgraafvoet en ontstekingen aan de luchtwegen. Ieder slachtoffer door oorlog is en blijft er één te veel.
Hürtgenwald is niet iets waar de Amerikanen trots op zijn, en ze hebben er weinig van geleerd.
Ik verwachte in het gebied weinig terug te
vinden, maar dat viel mee. Ik vond bunkers, oude sporen van schuttersputten en loopgraven. De dorpen en stadjes
zijn allemaal nieuw opgebouwd na de oorlog, daar vind je weinig terug. Maar er zijn enkele tastbare bewijzen
die de verschrikking voor eeuwig zullen vasthouden, de begraafplaatsen vol met Duitse soldaten bij Hürtgen en Vossenack.
Voorwoord
September 1944 werd een maand dat het front in het westen zeer uitgestrekt zou worden. Overal
waren de Geallieerden aan het vechten om de Duitsers terug te dringen over hun eigen landgrenzen
en ze ‘op te jagen’ naar de rivieren, de Roer, Ruhr en Rijn. Het gedurfde plan Market-Garden
stond aan de vooravond om los te barsten, de strijd rond Metz was heftig en men wilde graag door de
Siegfriedlinie breken om Aken te pakken. Was de operatie Market-Garden een nieuwe idee van
oorlog voeren, een speeraanval diep het vijandelijke gebied binnen, bij de andere strijd, een dikke honderd kilometer
in het zuidoosten, ontstond een ouderwets middeleeuws bloedbad van ongekende proporties.
De Amerikaanse plannenmakers hadden een gruwel scenario bedacht zonder
dat ze het zich zelf realiseerden. Het doel waren de dammen die in de rivier de Roer lagen.
Hiertoe had men bedacht dat eerst een zeer intens bosrijk gebied, het Hürtgenwald, gezuiverd moest worden.
Het gebied lag in de driehoek Aken, Monschau en Düren. Waarom men besloot door het bos
te trekken zal altijd een punt van discussie blijven. Waarom trok men niet om het bos
heen? De tijd die het zou kosten door het bos te trekken gaf de Duitsers de kans de dammen in
de bovenloop van de Roer te laten springen waarbij de dalen onder zouden lopen en de Amerikanen
geen stap dichterbij kwamen tot hun doel. Het bos zonder de dammen was niets waard, de dammen
zonder het bos was goud waard, maar, zoals Stephen Ambrose aangeeft in zijn boek Citizen
Soldiers kozen de generaals voor de optie ‘met bos’ en verklaarde de beslissing ‘achterlijk crimineel’.
Höcker-hindernis nabij Roetgen
Nabij Roetgen, even ten zuiden van de Dreilagerbach Stausee stuwdam vind men een uniek
stukje ‘drakentanden’ gebied. Deze Höcker-hindernis is deels gebouwd over het stroompje de Grölisbach.
Dit is één van de punten waar een deel van de Höckerlinie werd opgeblazen om Amerikaanse troepen door te
laten op 13 september 1944. Hier was een bomtrechter zo groot dat de weg geheel onbegaan werd.
Deze aparte Höcker-hindernis ligt op privé terrein en kan alleen 'stiekem' bekeken worden. U bent gewaarschuwd.
Höcker-hindernis over de Grölisbach
nabij Roetgen
Op 13 september 1944 was het VII Army Corps, onder leiding van Major-General Lawton Collins door
de Westwall getrokken bij Nütheim en Roetgen. Oprukkende naar het noorden om Aken te omsingelen,
trokken de eerste Amerikaanse troepen langs de randen van het Hürtgenwald. Over de linkerflank trok
de 1st Division, in het midden de 3rd Armored Division en rechts, langs het Hürtgenwald trok de
9th Division onder leiding van Major-General Louis A. Craig.
9th Infantry Division
Op 14 september zuiverde het 47th
Infantry Regiment het dorp Zweifall. De volgende dag trok het 47th Regiment verder richting Vicht
dat ingenomen werd op de 16de september. Dezelfde dag stootte het regiment door en veroverde het dorp Schevenhütte.
(Google Earth)
Op de dag dat Schevenhütte ingenomen werd, arriveerden verse Duitse troepen in het gebied. Het
was de 12de Volksgrenadiersdivision onder leiding van Oberst Gerhard Engel. Het was een complete goed
uitgeruste divisie van 14.800 man sterk. De strijd rond het Hürtgenwald ging van start met de zesdaagse
verdediging door de Amerikanen van Schevenhütte tegen Oberst Engel zijn 48ste Grenadierregiment. Schevenhütte werd een
ware vesting van mijnen en prikkeldraad. Na zes dagen aanhoudende gevechten gaven de Duitsers het op dit dorp
te heroveren. Er was
hulp onderweg via de route Lammersdorf-Düren (de hedendaagse 399). Maar het 39th Infantry Regiment onder
leiding van Lt-Col. Van Bond werd tegengehouden in dit sterkste punt van de Scharnhorstlinie door de
Duitse infanterie regimenten 89 en 1055. Op dit punt zouden de Amerikanen een maand lang vast blijven
zitten om de bunkers in dit gebied uit te schakelen en twee heuvelruggen bij Lammersdorf en bij Rollesbroich in te nemen.
Schevenhütte, de kerktoren staat nog ongeschonden
(uniek in de oorlog daar deze meestal als eerste werd beschoten
vanwege het gebruik als vijandelijke uitkijkpost)
Op 18 september gaf General Collins opdracht aan de 9th Division het bos te zuiveren tussen
Lammersdorf en Schevenhütte van Duitsers. Het 60th Infantry Regiment onder leiding van Colonel
Jesse Gibney begon op 19 september de aanval door een toegevoegde bataljon van het 39th Infantry
Regiment in te zetten vanaf Zweifall naar de vallei van de Weisser Weh en een ander bataljon
zuidoostelijk op te laten rukken naar Todtenbruch. Op 20 september had dit bataljon haar doel bereikt
maar werd verder tegengehouden door Duitsers van de 353 Infanterie Division. Het bataljon werd enige
tijd later terug getrokken om het 47th Regiment in Schevenhütte bij te staan, en werd de duurbetaalde
grond weer ingenomen door de Duitsers. Het andere bataljon van het 60th Regiment stuitte op zware
verdediging maar was na twee dagen dicht op haar doel, Todtenbruch. De daarop volgend
drie dagen woedde een hevige strijd in de Schill-linie rond drie 'pillboxen'. Op 21 september nam
het teruggetrokken bataljon van het 39th Regiment en een reserve het over. Deze probeerden via een andere
route aansluiting te vinden met het 39th Regiment bij Lammersdorf. Maar ook zij kwamen na vijf dagen vechten niet verder
dan de weg Lammersdorf-Germeter. De troepen van het 60th Infantry Regiment waren uitgeput en de
eerste aanval op het Hürtgenwald kwam tot stilstand.
Amerikaanse troepen trekken
de bossen binnen
Deze eerste aanval moet toen al aangegeven hebben dat vechten in dit gebied niets opleverde.
De spaarzame wegen die er waren, waren slecht begaanbaar voor tanks. In de bossen zelf was helemaal
geen ruimte voor tanks. Er waren enkele brandgangen, maar deze waren ondermijnd en lagen onder
artillerie en machinegeweer vuur. Naaste enkele bunkers van de Westwall waren er ontelbare van
boomstammen vervaardigde schuilhutten die, afgedekt met een laag grond, net zo onverwoestbaar
bleken als de betonnen bunkers. De meeste slachtoffers onder de Amerikanen vielen door artillerie.
De Duitsers hadden hun artillerie van te voren ingesteld op posities waar de Amerikanen door zouden
trekken. Menselijk instinct, en training, dwingt een soldaat onder vuur te gaan liggen. Hierdoor wordt
hij kwetsbaarder voor neerkomende scherven van granaten. De soldaten leerden hier om naast een boom te gaan
staan (‘to hug a tree’) tijdens een aanval waardoor alleen de helm en schouders van boven getroffen
konden worden. De Amerikanen wilden ook graag hun artillerie inzetten, maar ze konden in het dichte bos
de posities van de Duitsers slecht vinden.
Voorzichtig in het natte verraderlijke bos
Niet alleen scherven kwamen uit de lucht gevallen, ook de
regen leek aan één stuk neer te komen. Iedereen was doorweekt en velen leden aan loopgraafvoet.
Door de regen en het dichte bos kon een soldaat niet verder kijken dan enkele tientallen meters, een beweging
links of rechts van je kon van alles zijn; een maat, maar ook de vijand. Dagen in deze condities dreven
mannen tot complete waanzin. De slechte weersomstandigeheden, het ondoordringbare landschap hield ook in
dat men geen optimaal gebruik kon maken van jachtbommenwerpers. Ondanks de opgedane ervaringen in
september werd een nieuw offensief voorbereid voor de maand oktober.
De insignes van de Amerikaanse divisies die om het Hürtgenwald vochten,
de 9th Division, 28th, 1st, 4th, 8th en de van de 28th overgenomen 5th Armored Div.
Ook de tweede aanval zou worden uitgevoerd door eenheden van de 9th Division. Het 47th Regiment
zat nog steeds vast in Schevenhütte en Major-General Craig besloot het 39th Regiment op links te
laten aanvallen richting Germeter, Vossenack en vervolgens Schmidt innemen. Het 60th Regiment,
nu onder leiding van Colonel John van Houten, zou op rechts van het 39th een breder front maken
en aanvallen richting zuidelijk van Germeter tot Raffelsbrand. De Duitse tegenstand bestond niet
langer uit troepen van de 353 Infanterie Division, maar waren vervangen door verse troepen, 7000
man van de 275 Infanterie Division.
Op 6 oktober kon er gebruik worden gemaakt van P-47 Thunderbolt jachtbommenwerpers en werd er
voor de aanval een artillerie barrage gegeven van vijf minuten. Het was wederom een moeizame
strijd en het zou drie dagen duren, de infanterie moest steeds wachten tot de tanks en anti-tank
geschut hen kon komen versterken, voor het 60th met succes Richelkaul kon innemen. Eenheden bogen
af naar het zuiden en namen op 10 oktober het kruispunt richting Raffelsband in. Hiervandaan moest
men westwaarts richting Jägerhaus. Maar dit stuk, behorende bij de Schill-linie was bezaaid met
bunkers en versterkte schuttersputten. Zware strijd werd er geleverd in dit stukje bos en het zou
pas gezuiverd zijn op 14 oktober.
Eén van de opgeblazen bunkers
bij Raffelsbrand
Op 10 oktober was met de nodige omzichtigheid het 39th Infantry Regiment Germeter binnengedrongen om dit
dorp verlaten te vinden. Doorstoten naar Vossenack liep vast in het Duitse verzet. Via een ondiepe vallei wist
een bataljon met een omtrekkende beweging over de linkerflank Vossenack te naderen om deze vanuit het noordoosten
aan te vallen. Op 11 oktober zou de aanval ingezet worden, maar de Duitsers waren hen vóór door een achterhoede
aanval uit te laten voeren door de 275 Infanterie Division. Het Regiment Wegelein stootte vanuit het noorden door
achter de Amerikaanse linies bij Germeter en verbrak daarmee de aanvoer route van het 39th Regiment. Maar
het Regiment van Oberst Wegelein kon niet de omsingeling compleet maken door de hardnekkige tegenstand van de
Amerikaanse troepen. Lt-Col Bond riep het bataljon dat ten noorden van Vossenack lag terug om steun
te verlenen. Om de penetratie te stoppen en de oude flank weer te herstellen werd er drie dagen gevochten
en op 15 oktober was men weer waar men begonnen was. De hele operatie had het complete 39th Infantry
Regiment totaal uitgeput, velen waren omgekomen, gewond of vermist. Deze eerste georganiseerde aanval
richting Schmidt had de 9th Division 4500 man gekost. Aan Duitse zijde werden de verliezen aan mankracht
geschat op 3000 man van de 275 Infanterie Division. Oberst Wegelein sneuvelde op 14 oktober toen hij
opeens in het vizier kwam van een officier van E Company.
Commandant 1st Army, General Courtney Hicks Hodges
(die het 'wenselijk' vond dat Schmidt ingenomen moest worden)
Op 21 oktober was Aken dan eindelijk in Amerikaanse handen en was de 1st US Army gereed om verder
te stoten naar de rivieren. Hiertoe zouden vier divisies worden ingezet van het VII Army Corps. Om de
rechterflank te beveiligen leek het de commandant van de 1st Army, General Hodges het ‘wenselijk’ dat
Schmidt ingenomen diende te worden door het V Corps onder commando van Major-General Leonard T. Gerow.
Deze gaf de taak aan de 28th Division onder commando van Major-General Norman D. Cota, de commandant
die zo’n grote invloed had gehad bij de uitbraak vanaf Omaha Beach op 6 juni, 1944.
28th Infantry Division 'Keystone'
De aanval werd
gelanceerd op 2 november in uitermate slecht weer en dit verhinderde luchtsteun. Het 110th Infantry
Regiment startte vanuit de positie die daarvoor bekleed was door het 60th Regiment en zou via Simonskall
oprukken naar Raffelsbrand. Negen dagen ploeterden de troepen door de bossen om stuk te lopen op pillboxen,
prikkeldraad, mijnen, artillerie, granaten en kogels om niet verder te komen dan Simonskall.
2 november, GI's van Company E, 110th Infantry Regiment,
28th Infantry Division nabij Raffelsbrand kruispunt
Om de linkerflank
te beschermen, en niet een herhaling te krijgen van een achterhoede aanval zoals door Regiment Wegelein,
moest het 109th Infantry Regiment uitbreken vanuit Germeter en naar Hürtgen oprukken. Maar ook
deze eenheid was na vier dagen maar een kleine twee kilometer opgeschoten. Het zwaar toegetakelde 109th
werd afgelost door het 12th Infantry Regiment van de 4th Division.
Hadden de Amerikanen hun handen vol
aan het beschermen van de flanken, in het midden lag het 112th Infantry Regiment om via Vossenack naar
het oosten uit te zwermen. Vossenack werd op 2 november met behulp van tanks ingenomen, maar verder
doorstoten was onbegonnen werk. Het Duitse vuur was moordend. Dagen werden de GI’s van de 112th in
hun schuttersputten gedwongen terwijl de granaten om hen heen vielen.
En het zou het begin worden van vele dieptepunten van moedeloze, maar moedige mannen die vochten om te overleven.
In de bossen lopen nog steeds loopgraven tussen de bunkers en schuttersputten
Op 3 november in alle vroegte waren twee bataljons van de 112th Regiment begonnen aan een afdaling via een karrenpad,
het Kall pad, naar Schmidt. Het was een steil, smal, zeer bochtig en vooral onbekend pad dat
vanaf Vossenack, via Kommerscheidt naar Schmidt leidde. Maar de troepen bereikten zonder veel problemen
Kommerscheidt en Schmidt. Maar ze waren licht bewapend en men was dringend verlegen om anti-tank wapens.
Er waren wel bazooka’s en mijnen, maar er waren ook tanks gewenst. In de avond
rolden en gleden de eerste M4 Shermans
van het 707th Tank Battalion het pad op. Ritmeester Bruce Hostrup ging als eerste op verkenning.
Maar deze gleed al bijna het ravijn in toen de linkerzijde begon af te brokkelen. Hij keerde terug en de
genie werd opdracht gegeven het pad zover te prepareren dat er tanks over konden rijden.
Het Kall pad, over dit smalle pad trokken de M4 Sherman tanks,
rechts is een afgelopen rupsband (track) te zien
In de nacht kregen
de genisten hulp van een bulldozer, maar deze raakte na een uur werken defect. Een uur voor daglicht op de
4de november reed de eerste tank, van 1st Lt Raymond Fleig het pad op om even later op een mijn te rijden.
Met kunst en vliegwerk wisten vier andere Sherman tanks langs de uitgeschakelde M4 van Fleig te komen.
Bij een uitstekende rots liep de rupsband van wachtmeester Jack Barton van zijn tank. Maar met hulp van
de tank van wachtmeester Spooner werd de tank van Barton weer in het spoor gezet en de afgelopen track
weer aangebracht. Drie tanks wisten zo de bodem van de vallei te bereiken, want de tank van wachtmeester
Markey liep vast in de modder en verloor ook een track. Tanks die volgden slipten, vielen stil of verloren
hun rupsbanden. Vijf tanks blokkeerden later het smalle maar vitale pad.
Het Kall pad in geel, de rode lijn is het terugvallen op Kommerscheidt
door het 3rd Battalion, 112th Infantry Regiment op 4 november
(Google Earth)
In Schmidt begon zich iets anders af te spelen dan men voorzien kon. Het 112th Regiment had tijdens hun
opmars het Duitse Infanterie Regiment 1055 in tweeën gesplitst waardoor één Duits bataljon de aansluiting miste.
Onderwijl was de Duitse 89 Infanterie Division afgelost bij Lammersdorf en trok zich terug op Schmidt.
Hierdoor raakte Schmidt omsingeld door een overmacht aan Duitse troepen. Veldmaarschalk Model had onderhand de 116
Panzer Division ingezet richting Hürtgen (het 60 Panzer Regiment), Vossenack (het 165 Panzer Regiment)
en naar Schmidt, (het 16 Panzer Regiment met 25 tanks). Vanuit het zuiden en noorden vielen de Duitsers
in de vroege ochtend van de 4de november Schmidt aan. In de heksenketel probeerden zo’n 200 GI’s weg te
komen en vluchten naar het oosten (en werden nooit meer terug gezien). De rest van de Amerikanen vielen
terug op Kommerscheidt om zich bij het daar aanwezige bataljon te voegen. Hier werden de oprukkende
Duitse troepen opgewacht door de drie Sherman tanks die als eerste het pad waren afgekomen. Drie Duitse tanks
werden uitgeschakeld door de Shermans, een bazooka verschalkte er één en ook een P-47 jachtbommenwerper
wist een Duitse tank onschadelijk te maken. De Duitsers trokken zich daarop terug.
Wapenlogo van de 116 Panzer Division
General Cota gaf opdracht om Schmidt te heroveren. Maar Lt.Col. Peterson was al blij dat hij
Kommerscheidt had behouden.
Hier komt ook aan het licht hoe de commando structuur van de Amerikanen werkte.
De Amerikaanse generale staf kwam nooit aan het front en had weinig of geen benul wat zich daar afspeelde. Orders
werden uitgegeven door SHAEF naar het hoofdkwartier van de Twelfth US Army Group, honderden kilometers achter het front.
Vervolgens verplaatste de opdracht zich naar het front in stappen via het hoofdkwartier van het First,
Third en Ninth Army. De korps commandanten, met generaals die ook niet wisten hoe het front er precies
uit zag, stuurden de opdracht naar het
divisie hoofdkwartier, waarvan de commandant ook veilig van het front bleef. Vervolgens kregen de bevelhebbers van de
regimenten de opdracht. Deze zag zich ook niet genoodzaakt zich naar het directe front te begeven. Pas op
bataljons niveau zaten de eerste officieren direct in de vuurlinie. De frustratie van deze officieren
om aan de hogere echelons kenbaar te maken hoe de zaken er voor stonden, koste veel tijd (en daardoor
veel onnodige slachtoffers) om uiteindelijk in onbegrip ontvangen te worden (wat vervolgens weer meer
slachtoffers eiste). De hogere officieren baseerden zich op kaarten, via de radio en telefoonlijnen en
hadden geen benul van het terrein waar in gevochten werd. De officieren aan het front, de compagnie en
pelotons commandanten, werden iedere paar weken vervangen als het gunstig was, soms met enkele dagen als
het ongunstig was. De ‘plannenmakers’ die nooit omkwamen, bleven op hun positie om steeds weer de
verkeerde orders uit te sturen.
De Britse generaal Horrocks verbaasde zich uitermate dat Amerikaanse hoge officieren
nooit het front bezochten, niet alleen om de situatie te kunnen beoordelen, maar ook als morele steun
voor de mannen aan het front, die hun leven op het spel zetten om hún opdrachten uit te voeren. En het
waren vaak mannen, jongens nog, die vervanging waren voor uitgedunde divisies en zo van de training
de Westwall moesten slechten en tegenaanvallen opvangen van uiterst fanatieke Duitse soldaten.
Frontlijn 28th Division op 9 november (blauwe lijn)
(de gele lijn is het Kall pad)
(Google Earth)
Omdat Kommerscheidt onder grote druk stond en dreigde te vallen was het noodzaak om meer tanks
via het Kall pad te sturen. De uitgevallen tanks op het pad werden gerepareerd, om vervolgens
weer verderop op een mijn te lopen of defect te raken. Deze tijdrovende bezigheid werd op bevel
van General Cota gestopt door de opdracht te geven de vier kapotte tanks het ravijn in te duwen,
en de uitstekende rotspartij op te blazen om meer ruimte te creëren op het pad. Op 5 november
kwamen via het Kall pad negen M10 tank destroyers, en zes Sherman tanks aan in Kommerscheidt,
plus de nodige bevoorradingvoertuigen. Het 112th Regiment wist met deze hulp, en van duikbommenwerpers,
de Duitse aanvallen af te slaan. In de nacht trokken troepen van het Duitse 116de
Panzeraufklärungsabteilung vanuit het noorden door de vallei en sneden het pad af. Ondanks
de geplaatste mijnen en schermutselingen wisten verschillende Amerikaanse soldaten toch
Kommerscheidt te bereiken. Meer versterkingen kwamen via een brandgang in de vorm van Task
Force Ripple die met een peloton M10’s en lichte tanks naar Kommerscheidt afzakte. De Task Force, onder
commando van Lt-Col. Richard Ripple, had tevens de beschikking over de restanten van een
bataljon van het 110th Regiment. De gevechten onderweg naar Kommerscheidt verdreven de Duitsers tevens van het Kall pad.
Een afgelopen track van een Sherman
tank ligt nog steeds in het Kall pad
(foto: Dennis de Munck)
Bij Vossenack stortte de Amerikaanse verdediging in. Op 6 november raakte een peloton van het
112th Regiment zo in paniek door de aanhoudende beschietingen dat ze hun posities ontvluchtten,
waarop een compleet bataljon de benen nam terug achter hun linies. De aan het bataljon toegevoegde
tanks bleven op hun posities. Om deze crisis het hoofd te bieden werd personeel van het 146th Engineer
Battalion naar Vossenack gezonden en deze namen op 7 november de verlaten posities weer in, juist voor
het Duitse 156 Panzergrenadiers Regiment de aanval zou openen.
Rond het Kall pad was het een onoverzichtelijk gevecht. Eenheden van Duitse Aufklärungsabteilung 116 en
het 1056 Infanterie Regiment sneden regelmatig het Kall pad af, terwijl een Amerikaans bevoorradingskonvooi
op en neer reed van Vossenack naar Kommerscheidt. General Cota zond de Task Force Davis om Schmidt te heroveren.
Maar deze gevechtsgroep bereikte niet eens Kommerscheidt. Vier M10 tank destroyers van B Eskadron van het 893rd
Tank Battalion werden al uitgeschakeld voor ze de bosrand hadden bereikt die het Kall pad enige bescherming bood.
Een compleet bataljon van het 109th Infantry raakte verdwaald en kwam uit in de buurt van Richelskaul.
Bij Kommerscheidt werd tot op het bot gevochten. De Duitse 89 Infanterie Division viel met twee bataljons en
vijftien tanks aan. De Amerikanen wisten er zes buiten gevecht te stellen, maar verloren zelf drie M10’s
en twee M4 Shermans. Lt-Col Peterson kreeg een melding zich te melden bij General Cota, waardoor Ripple
ter plekke het commando kreeg. General Cota was uitgeput door wat er met zijn 28th Division was gebeurd. Hij had dagen
niet geslapen omdat hij geprobeerd had het overzicht te houden en zich aan de orders te houden. Toen Lt-Col Peterson,
die tweemaal gewond was geraakt en strompelend zich meldde bij Cota, was het voor Cota te veel van het goede
en hij viel met een flauwte tegen de grond.
Om loopgraafvoet te voorkomen
probeerde men droog te blijven
In de middag van de 7de november trokken de Amerikanen uit Kommerscheidt terug het Kall pad op.
Twee M10’s en een M4 dekten de aftocht aan de bosrand. General Hodges gaf uiteindelijk de order geheel
terug te trekken. Dit ging onder grote verwarring gepaard. Verse troepen van de 112th zakten het Kall
pad af, terwijl gewonden en uitgeputte manschappen naar boven kwamen. In het donker werd het een grote
chaos. Een complete gewondenpost werd zodoende achtergelaten aan het Kall pad en deze raakte omsingeld
door de Duitsers. Maar de mannen van de gewondenpost wisten op 11 november toch weg te komen. Was de landing op Omaha Beach, waar
Cota een ware slachting zag, het viel in het niet met wat de 28th Division overkwam in Hürtgenwald. Al met al
verloor de 28th met de toegevoegde eenheden 6184 man aan gevechtskracht. Alleen al het 112th Infantry Regiment
dat naar Schmidt was vertrokken, daarvan keerden er slechts een handjevol min of meer gezond terug. 2093
soldaten van het 112th werden uitgeschakeld. Er waren 232 GI's gevangen genomen en 167 omgekomen. Er waren 719
gewonden gevallen en werden er nog eens 431 vermist. Maar liefst 544 waren slachtoffer geworden van
uitputting en slechte verzorging, zoals loopgraafvoet.
Links, een sombere Eisenhower met een aangeslagen
general Cota in Rott
Voor General Cota was het een zwaar drama. Zijn 28th 'Keystone' Division was zwaar gehavend. De bijnaam van de 28th, de
'Bloody Bucket' kon niet passender zijn. Tijdens een bijeenkomst op 9 november in Rott, waar
de generaals Eisenhower, Bradley, Gerow en Hodges aanwezig waren, nam Hodges de uitgeputte Cota apart. General
Hodges had het lef om Cota te verwijten dat hij te weinig had gedaan om precies te weten wat zich
afspeelde en waar de manschappen van de 28th zich precies bevonden. Was Hodges zelf niet verantwoordelijk
voor het enorme debacle door de 28th ‘het bos in te sturen’? Opvallend is dat de hoogste generaal, Eisenhower,
zich zo dicht op het front waagde.
De 28th Division zou nog meer verliezen leiden, een totaal van 15.000 aan doden, gewonden
en vermisten. Maar in januari 1945 was de oudste divisie van het Amerikaanse leger zo goed
en kwaad weer op sterkte en werd ingezet in de Elzas.
Een Cargo M29 Weasel sleept een Jeep uit de modder
nabij Vossenack
Men kon nu veronderstellen dat de Amerikanen geen behoefte meer hadden om nog meer divisies de
bossen van Hürtgen in te sturen, maar het 1st en 9th Army begon op 16 november met een hernieuwd
offensief naar de Roer, als inleiding voor de tocht naar de Rijn.
Voor de voortzetting van de hopeloze
zware strijd in en rond het Hürtgenwald, klik op onderstaande foto.
|