HÜRTGENWALD
De 'Gehaktmolen'

Epiloog

De strijd in en rond het Hürtgenwald was verre van over. Er was nog een deel dat de weg naar Düren verhinderde en dat door de 4th Division was laten liggen. De 83rd Division nam hier de posities over om naar Gey uit te breken. Gey zou moeten worden ingenomen door het 331st Infantry Regiment, onder leiding van Col. Robert H. York. Iets ten zuiden van Gey lag Strass en was het doel voor het 330th Regiment, onder commando van Col. Robert T. Foster. In Amerikaanse handen zou de 5th Armored Division hiervandaan kunnen uitwaaieren de Roervlakte in.

Het schouderembleem van de 83rd Division

Een bataljon van het 331st Regiment opende de aanval op 10 december. De verdediging in deze hoek was in handen van de Duitse 353 Volksgrenadiersdivision. In Gey onstond een zwaar gevecht van huis tot huis, maar de Duitsers weigerden zich te laten verdrijven. Ter assistentie werd een eskadron tanks van het 744th Armored Battalion gezonden. Ook ging er een eskadron naar Grass waar het 330th Regiment vast was gelopen op Duitse tegenstand. Bij Grass werd een tankpeloton, dat verdwaald was compleet vernietigd, maar de andere tanks bereikten Grass. Op de wegen naar Grass en Gey liepen veel tanks op mijnen waardoor het oponthoud ook nog eens opliep. In Strass werd de situatie hopeloos toen de Duitsers in de nacht de weg afsneden en de voorhoede opgesloten zat. De hulp door CCB, onder commando van Col. John T. Cole liep vast en wist pas na 48 uur door te breken om de overgebleven 150 man te ontzetten. Op dezelfde dag, de 12de december, wist ook een colonne tanks Gey te bereiken.

Een 'welkomsbriefje' van de Duitsers

Onderwijl was het 329th Regiment, onder leiding van Col. Edwin B. Crabill, op de uiterste linkervleugel Hof Hardt binnengetrokken. Op 13 december zette dit regiment haar tocht verder en trok de buitenwijken van Düren binnen. Tot kerstmis bleven de gevechten in dit gebied voortduren, maar het helse bos der verschrikkingen was toen gelukkig achter hen.

Uiteindelijk zouden de GI's het bos uitkomen

Men zou verwachten dat na de strijd in het Hürtgenwald de doden en enorme rotzooi aan achtergebleven munitie en voertuigen zou worden opgeruimd. Maar de Amerikanen kregen hun handen vol aan het Ardennen Offensief en de winter zette in. Toen op 8 februari, 1945, de 82nd Airborne Division arriveerde in het gebied van Hürtgenwald kon General James M. Gavin zijn ogen niet geloven wat hij aantrof toen hij die dag een eerste verkenning deed. Hij verbaasde zich ten eerste over de enorme hoeveelheid bunkers in dit gebied waren. Ook de verschrikkelijke chaos aan prikkeldraadversperringen en de grote verscheidenheid aan allerlei mijnen. De dichte bebossing beperkte de soldaat tot vechten op granaatworp afstand. Gavin volgde het Kall pad in een jeep naar beneden vanuit Vossenack. Het was een verkenning om te zien of de divisie via dit pad naar Schmidt kon trekken. In het gezelschap van Gavin was Col. John Norton, stafofficier operaties, en chauffeur Sgt. Woods. Toen ze vastliepen op wrakken lieten ze de jeep achter en trokken te voet verder door de gesmolten sneeuw en modder. Naast de kapotte tanks en andere voertuigen lagen overal lagen dode Amerikaanse jongens waarvan Gavin het schouderembleem herkende van de 28th Infantry Division,… ‘The Bloody Bucket’.

General James M. Gavin, commandant 82nd Airborne Division

Onderaan gekomen bij de rivier de Kall vond Gavin draagbaren met overleden soldaten. Deze verbandpost was klaarblijkelijk in grote haast verlaten, en de gewonden waren achtergebleven. Op de weg naar Kommerscheidt lag een aantal Amerikaanse mijnen op de weg geflankeerd door vier omgekomen Amerikaanse GI’s. Iets verder lagen Duitse landmijnen met vier dode Duitse soldaten. Gavin was geschokt dat niet specialistische soldaten, zoals zijn airborne troopers of Rangers, zo dicht op elkaar moesten vechten, fel en zonder pardon, man tegen man. Toen het donker begon te worden keerden de drie mannen terug naar Vossenack via het pad dat nu spookachtige vormen aannam,… ‘via de diepste krochten van Dantes Inferno. ‘

De volgende dag daalde de 82nd Airborne Division af naar Kommerscheidt en nam Schmidt in na een intensief gevecht, maar niet meer dan deze mannen gewend waren. Terwijl de 82nd via het Kall pad naar Schmidt optrok, viel tegelijkertijd de 78th Division via de Monschau-corridor op Schmidt aan. Deze hadden op 13 december via deze route al een aanval willen doen, maar dat werd onderbroken vanwege het Ardennen Offensief.

Zo smal is het Kall pad,...
(foto: Dennis de Munck)

De bevoorrading voor de 82nd Airborne Division kon onmogelijk via het Kall pad, dat had Gavin zelf al ondervonden. Hij informeerde bij de chef staf van het V Corps of hij gebruik kon maken van de route Lammersdorf-Schmidt. Deze vroeg lachend of hij het al eens met muilezels had geprobeerd. Woest werd Gavin om dit soort ongefundeerde opmerkingen van hoge stafofficieren die alles wat aan het front zich afspeelde bagatelliseerde. De generaal van de 82nd onderzocht persoonlijk de route Lammersdorf-Schmidt, samen met een commandant van het V Corps en de divisie commandant van de 78th Division en ontdekte een perfecte weg. Hij vroeg aan de officier van het V Corps waarom ze deze weg niet genomen hadden en wel gekozen voor dat vreselijke Kall pad, en waarom door dat moordende woud? Gavin kon het doen met schouderophalen en afwerende gebaren.

De Schwammenaueldam bij Schmidt
(Google Earth)

De dam nabij Schmidt zou nu ingenomen kunnen worden. De para’s zouden van twee kanten de dam aanvallen, net zoals ze bruggen normaal aanvielen (net als in Normandië en tijdens Operatie Market-Garden). De commandanten van V Corps luisterden niet eens. Deze bogen over een kaart en trokken met een vetkrijtje hoe een bataljon ingezet zou worden. Gavin begreep dat het hoge echelon van het Corps geen idee had hoe het terrein eruit zag en hoe soldaten, jonge mensen, en voertuigen konden werken en vechten met de orders die deze officieren deden uit gaan. De troepen van Gavin zuiverden de route Lammersdorf-Schmidt binnen 24 uur van vijandelijke troepen en trokken op naar de Roer. Maar het oversteken was een probleem. Terwijl Gavin dit probleem trachtte op te lossen sprak hij een commandant van een nieuwe toegevoegde divisie aan het XVIII Corps, de 30th Infantry Division. Deze gaf aan dat hij ooit hoopte nog eens zo’n opdracht te krijgen. Zijn wens ging in vervulling, want op 17 februari werd de 82nd Airborne terug getrokken en werd de opdracht aan de 30th Division gegeven (die de Roer overstaken op 23 february, 1945). Gavin was blij dat de winteroorlog voor zijn 28th Division ten einde was.

Nawoord

In het Hürtgenwald raakte je niet alleen fysiek gewond,
deze hel op aarde sloopte de GI ook geestelijk

Toen de balans werd opgemaakt van de slag om Hürtgenwald bleek één vierde van de ingezette Amerikaanse manschappen verloren te zijn gegaan, 33.000 man. De 120.000 ingezette GI’s van de zes divisies en een pantserdivisie verloren 24.000 aan doden, gewonden, vermisten en gevangen genomen mannen. Verder waren er nog eens 9000 afgevoerd door ziekte en uitputting. De meeste omgekomen Amerikanen werden ter aarde besteld in Margraten, in Nederland, en in Henry Chapelle, België.

Een uitgeputte Duitse soldaat heeft zich overgegeven

De Duitsers hadden zes divisies, waaronder een Panzerdivisie, ingezet voor de verdediging van Hürtgenwald, totaal 80.000 man. Vier divisies werden totaal vernietigd en de andere twee moesten zware verliezen incasseren. 28.000 Duitsers werden slachtoffer van de gevechten waaronder 12.000 doden. De rest raakte gewond of vermist of werden gevangen genomen.

Een monument herinnert aan de strijd op en rond het Kall pad
(foto: Dennis de Munck)

Wat hadden al deze vernietigde en gekwetste levens nu opgeleverd? Het doel, de dammen werden pas in februari 1945 bereikt en ingenomen, nadat de Duitsers de wateruitlaatkleppen hadden vernietigd. Hele gebieden stonden onder water wat de voortzetting van de opmars vertraagde voor met name de 9th Division. Verder was er 130 vierkante kilometer nutteloos woud ingenomen van geen enkele tactische waarde. Wat wel was bereikt, het vastpinnen van veel kostbare Duitse manschappen en haar materieel wat vervolgens vernietigd werd. Dit kon niet meer ingezet worden bij het Ardennen Offensief en latere operaties. Maar om voor dit doel zoveel Amerikaanse jongens op te offeren kun je maar één conclusie trekken, dat het een misdadige beslissing was van arrogante officieren die weigerden te geloven dat hun opdrachten niet uitvoerbaar waren. In de huidige oorlogsvoering zouden de opdrachtgevers niet ontkomen zijn aan een gerechtelijk onderzoek en wellicht veroordeeld zijn voor misdaden om zonder enige begrip of mededogen jonge mannen een toekomst te ontzeggen door ze willens en wetens in een gehaktmolen te stoppen.

Links de Ehrenfriethof bij Vossenack,
rechts een monument voor Leutnant Friedrich Lengfeld (Soldatenfriedhof Hürtgen).
Hij hielp een gewonde Amerikaanse soldaat en kwam daarbij om het leven

Tijdens mijn eerste bezoek aan het gebied viel de regen regelmatig en was het bar koud. Het Kall pad moesten we helaas rechts laten liggen. Hopelijk komt dit nog eens aan bod tijdens een volgende bezoek. Er zijn twee Duitse oorlogsbegraafplaatsen dicht bij elkaar gesitueerd, één bij Vossenack (2200 slachtoffers) en de ander bij Hürtgen (3001). In de Ehrenfriethof van Vossenack liggen bijna 1000 van wie geen identiteit bekend is. Van één is de identiteit zeker, dat is van Generalfeldmarschall Walter Model (graf 1074). Deze pleegde op 21 april 1945 zelfmoord. In Hürtgen liggen er meer dan 500 zonder identiteit. Verder liggen er in Hürtgen, 27 Russische-, 13 Poolse- en 1 Belgische soldaat en 35 burgers. Ook liggen hier 100 Duitse soldaten die na de oorlog werden ingezet bij de ‘Ammunition Search and Removal’ eenheid.

Op dit Soldatenfriedhof bij Hürtgen liggen ook vrouwen

Ook Merode heeft een kleine begraafplaats (200) waar voornamelijk Fallschirmjäger liggen die omgekomen zijn tijdens gevechten met de 1st Infantry Division. De resten van deze mannen werden door de plaatselijke bevolking verzameld tussen 1945 en 1946 in de omliggende bossen. Er werden twee massagraven aangelegd voor ongeïdentificeerde jongens, respectievelijk 70 en 14 stuks. Verder zijn op enkele algemene begraafplaatsen grauwe stenen te vinden, in Kloster Mariawald (417), Hehlrath (188) en Kreuzau (118). De meeste omgekomen Duitse soldaten die het leven lieten in en rond het Hürtgenwald liggen in Ysselsteyn, Nederland, en op de officiële Duitse begraafplaats te Lommel in België.

Restanten van bunkers in Hürtgenwald

Door de jaren heen kreeg ik veel mail waarom ik geen aandacht bestede aan het Hürtgenwald. Ik heb dit epos wel aangehaald, maar slechts in enkele zinnen op de Westwall pagina. Hier sprak ik over het aantal doden (wat veel commentaar opleverde; 'het waren er veel meer'). De verwarring kwam omdat ik het had over de doden en niet over de verliezen in het algemeen. En ik sprak over bunkers (en die waren er volgens sommigen niet). Dat van de slachtofferaantallen heb ik in bovenstaande uitgelegd. De bunkers heb ik nu met eigen ogen gezien en ik vind het ook heel apart om midden in de bossen deze blokken beton te vinden. Welke vooruitziende blik hadden de bouwers om op deze plekken hun beton te storten? Ik heb niet met de metaaldetector gewerkt, want dat is hier verboden. Toch geloof ik graag diegene die hier ook geweest zijn dat het niet moeilijk is resten te vinden van munitie en andere troep.

Een oude schuttersput bijna weer opgenomen door de natuur

Er is ook een film gemaakt over de strijd in het Hürtgenwald. Het is een kleine film en deze is slechts opgehangen aan de strijd die zich rond de brug van Schmidt afspeelde. Toch wil ik u er opwijzen, daar de sfeer goed getroffen wordt in When Trumpets Fade,... klik hieronder,...

Tot slot nog een tip. In Vossenack is een museum te vinden, het ‘Hürtgenwald 1944 und im Frieden’. Hier wordt door middel van originele uitrustingstukken, documenten, wapens en diorama’s aandacht besteed aan de bloedige slag die in dit gebied werd geleverd tussen de Amerikanen en de Duitsers. Het is open (alleen op zondag) vanaf de eerste zondag in maart, tot de laatste zondag in september van 11.00 uur tot 17.00 uur. Vanuit het museum start ook een wandelroute van 10 kilometer; ‘Der Pfad des Gedenkens’, het voert over het Kall pad, via restanten van bunkers en andere overblijfselen en eindigt bij de Duitse begraafplaats van Vossenack.

Om een aanzet te krijgen voor deze pagina’s was wel enige druk nodig. Het inlezen van de gebeurtenissen was lastig met al die divisies, regimenten en namen van commandanten. Het moest overzichtelijk blijven en begrijpelijk blijven voor de lezer. Laatste zetje om deze pagina’s te schrijven kwam van Mark Mensen uit Medemblik toen hij mij informatie stuurde en de nodige kaarten. Aan hem ben ik dan ook dank verschuldigd en een verontschuldiging omdat het zolang heeft geduurd voordat eindelijk deze hiaat op mijn site is opgevuld. Toen wij Hürtgenwald bezochten was het Kall pad onbegaanbaar door de slechte weersomstandigheden, daarom dank ik Dennis de Munck voor de foto's die hij wel kon nemen op het Kall pad.

Pieter Jutte, augustus 2008
(updated mei 2010)